HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← Dutch Dictionary
CEFR Level
B1

Dutch — Intermediate Vocabulary

1,750 words

Can understand the main points of clear standard input on familiar matters.

# Word Type IPA Definition
1 gemeen Zelfstandig naamwoord, Bijvoeglijk naamwoord, Bijwoord /ɣəˈmeːn/ beneden de gordel, buiten alle regels.
2 fles Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /flɛs/ een langgerekt, cilindrisch en meestal van glas vervaardigd vat met een nauwe hals die met een dop of kurk af te sluiten…
3 dol Zelfstandig naamwoord, Werkwoord, Bijvoeglijk naamwoord /dɔl/ een metalen pin waarop een roeispaan kan draaien.
4 draag Werkwoord /draːx/ eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van dragen.
5 vis Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /vɪs/ iemand met het sterrenbeeld Vissen, dus traditioneel met een geboortedatum van ongeveer 19 februari tot 21 maart.
6 waarover Bijwoord betrekkelijk over wat, over hetwelk, dewelke.
7 rood Zelfstandig naamwoord, Bijvoeglijk naamwoord /roːt/ primaire kleur zoals die van licht met een golflengte tussen de ca. 620 en 740 nm.
8 hersenen Zelfstandig naamwoord /ˈɦɛr.sə.nə(n)/ waarnemend, aansturend, controlerend en informatieverwerkend orgaan in dieren.
9 der Bijwoord, Lidwoord /dɛr/ genitief en datief vrouwelijk enkelvoud van het bepaalde lidwoord de; in modern Nederlands meestal vervangen door van pl…
10 verloor Werkwoord /vərˈloːr/ enkelvoud verleden tijd van verliezen.
11 taxi Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈtɑk.si/ een voertuig bestemd om tegen betaling klanten van de ene plaats naar de andere te brengen.
12 voorkomen Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈvoːrˌkoːmə(n)/ voorkomen, hoe men eruitziet.
13 medicijnen Zelfstandig naamwoord /mediˈsɛinə(n)/ meervoud van het zelfstandig naamwoord medicijn.
14 okay Tussenwerpsel /oˈke/ verouderde spelling of vorm van oké tot 1996.
15 binnenkort Zelfstandig naamwoord, Bijwoord /ˌbɪ.nə(n)ˈkɔrt/ (Zelfstandig naamwoord).
16 doos Zelfstandig naamwoord /doːs/ kunststof bakje waarin de verbindingen in een elektrische installatie tot stand worden gebracht.
17 terecht Bijvoeglijk naamwoord, Bijwoord /təˈrɛxt/ gegrond op een juist oordeel, dat wat het goede is.
18 mening Zelfstandig naamwoord /ˈmeː.nɪŋ/ oordeel, opinie.
19 geweer Zelfstandig naamwoord /ɣəˈʋeːr/ een draagbaar vuurwapen dat met twee handen moet worden bediend.
20 bezit Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /bəˈzɪt/ het houden of genieten van een goed, dat iemand in persoon, of door een ander in zijn feitelijke macht heeft, alsof het…
21 top Zelfstandig naamwoord, Werkwoord, Bijvoeglijk naamwoord, Tussenwerpsel /tɔp/ naam van een van de zes quarks waaruit protonen en neutronen zijn opgebouwd.
22 wonder Zelfstandig naamwoord, Werkwoord, Bijvoeglijk naamwoord /ˈʋɔn.dər/ een gebeurtenis waaraan een bovennatuurlijke oorsprong toegeschreven wordt en die men niet anderszins logisch kan verkla…
23 vergeven Zelfstandig naamwoord, Werkwoord, Bijvoeglijk naamwoord /vərˈɣeː.və(n)/ (Zelfstandig naamwoord).
24 stopt Werkwoord tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van stoppen.
25 hopen Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈɦoː.pə(n)/ meervoud van het zelfstandig naamwoord hoop.
26 ophalen Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈɔpˌɦaː.lə(n)/ (Zelfstandig naamwoord).
27 wind Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ʋɪnt/ de stroming van lucht veroorzaakt door luchtdrukverschillen.
28 oplossen Werkwoord /ˈɔpˌlɔ.sə(n)/ een homogeen mengsel gaan vormen met een vloeistof, in een vloeistof verdwijnen.
29 jaloers Zelfstandig naamwoord, Bijvoeglijk naamwoord /jaːˈlurs/ (Zelfstandig naamwoord).
30 onmiddellijk Zelfstandig naamwoord, Bijvoeglijk naamwoord, Bijwoord /ɔ(n)ˈmɪdələk/ (Zelfstandig naamwoord).
31 gedrag Zelfstandig naamwoord /ɣəˈdrɑx/ hoe je je gedraagt comportement mannelijk conduite vrouwelijk onfatsoenlijk gedrag un comportement inconvenant zich gedr…
32 stemmen Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈstɛmə(n)/ een instrument op de juiste toonhoogte brengen, gelijkstemmen.
33 ontbijt Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ɔntˈbɛi̯t/ eerste maaltijd van de dag.
34 lol Zelfstandig naamwoord, Werkwoord, Tussenwerpsel /lɔl/ spottende aanduiding voor een persoon.
35 honden Zelfstandig naamwoord /ˈɦɔn.də(n)/ meervoud van het zelfstandig naamwoord hond.
36 ontvangen Werkwoord, Bijvoeglijk naamwoord /ɔntˈfɑŋə(n)/ het verkrijgen van zaken zoals loon en berichten.
37 verhalen Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /vərˈhalə(n)/ iets ~ op: schadevergoeding eisen, kosten laten betalen.
38 rivier Zelfstandig naamwoord /riˈviːr/ een natuurlijke waterstroom.
39 twaalf Zelfstandig naamwoord, Bijvoeglijk naamwoord /tʋaːl(ə)f/ dat wat in een (rang)ordening met 12 is aangeduid.
40 voedsel Zelfstandig naamwoord /ˈvut.səl/ alles wat een levend wezen tot zich neemt om aan bouwstof en energie te komen. Dit kan zowel een vaste of vloeibare subs…
41 gauw Zelfstandig naamwoord, Bijvoeglijk naamwoord, Bijwoord /ɣɑu̯/ Village des Pays-Bas situé dans la commune de Súdwest-Fryslân.
42 volgt Werkwoord tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van volgen.
43 vaker Bijvoeglijk naamwoord, Bijwoord /ˈva.kər/ vergrotende trap van vaak.
44 keren Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈkeːrə(n)/ meervoud van het zelfstandig naamwoord keer.
45 klanten Zelfstandig naamwoord meervoud van het zelfstandig naamwoord klant.
46 chef Zelfstandig naamwoord /ʃɛf/ de baas, iemand die de leiding heeft.
47 wint Werkwoord /ʋɪnt/ tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van winnen.
48 minuut Zelfstandig naamwoord /miˈnyt/ een oorspronkelijk document.
49 detective Zelfstandig naamwoord /deː.tɛkˈti.və/ speurder die tracht misdaden op te lossen of bewijsmateriaal te verzamelen.
50 verraden Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /vəˈradə(n)/ ontrouw worden aan wat men heeft voorgedaan te zullen steunen.
51 geweld Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ɣəˈʋɛlt/ elke dwangmatige kracht van meer dan geringe betekenis uitgeoefend op personen, goederen of zaken.
52 akkoord Zelfstandig naamwoord, Tussenwerpsel /ɑˈkoːrt/ samenklank van minimaal 3 verschillende tonen.
53 tonen Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈtoːnə(n)/ laten zien montrer (mɔtʀe) bij de douane je paspoort tonen présenter son passeport à la douane.
54 genoemd Werkwoord, Bijvoeglijk naamwoord /ɣəˈnumt/ vermelde, aangeduide.
55 gewone Bijvoeglijk naamwoord verbogen vorm van de stellende trap van gewoon.
56 papieren Zelfstandig naamwoord, Werkwoord, Bijvoeglijk naamwoord /paˈpirə(n)/ van papier vervaardigd.
57 verband Zelfstandig naamwoord /vərˈbɑnt/ het ten opzichte van elkaar laten verspringen van verbindingsnaden.
58 hoopte Werkwoord enkelvoud verleden tijd van hopen.
59 rare Zelfstandig naamwoord, Bijvoeglijk naamwoord /ˈraː.rə/ licht gebakken, zodat het van binnen nog bloedrood is.
60 brug Zelfstandig naamwoord, Bijvoeglijk naamwoord /brʏx/ (Bijvoeglijk naamwoord).
61 jas Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /jɑs/ kledingstuk voor in de buitenlucht, dat over andere kledingstukken heen gedragen wordt en dat zowel de romp als de armen…
62 bloemen Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈblu.mə(n)/ meervoud van het zelfstandig naamwoord bloem.
63 trap Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /trɑp/ verbinding tussen twee op verschillende hoogte liggende vloeren of terreinen, bestaande uit een reeks treden die zich (s…
64 mijnheer Zelfstandig naamwoord /mɛi̯ˈneːr/ een aanspreektitel voor een man.
65 aanvallen Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈaːnvɑlə(n)/ meervoud van het zelfstandig naamwoord aanval.
66 leer Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /leːr/ stof vervaardigd door het looien van een dierenhuid.
67 opnemen Werkwoord /ˈɔpˌneː.mə(n)/ opgespaarde vrije dagen gebruiken voor het vieren van een vakantie.
68 schade Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈsxaː.də/ geheel van beschadigingen.
69 blijkt Werkwoord tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van blijken.
70 bijzonder Zelfstandig naamwoord, Bijvoeglijk naamwoord /biˈzɔn.dər/ (Zelfstandig naamwoord).
71 huid Zelfstandig naamwoord /ɦœy̯t/ vel, de buitenste laag weefsel die het lichaam bedekt.
72 krachten Zelfstandig naamwoord meervoud van het zelfstandig naamwoord kracht.
73 zakken Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈzɑkə(n)/ in elkaar zakken: dood, zwaargewond of door een flauwte op de grond vallen.
74 openen Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈoːpənə(n)/ (Zelfstandig naamwoord).
75 arts Zelfstandig naamwoord /ɑrts/ een geneeskundige die bevoegd is een praktijk uit te oefenen.
76 hoer Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ɦur/ nare vrouw; vooral gebruikt met de bijgedachte dat ze relaties onderhoudt met een of meer mannen waarmee ze niet getrouw…
77 gestoord Zelfstandig naamwoord, Werkwoord, Bijvoeglijk naamwoord /ɣəˈstoːrt/ geestelijk niet in orde atteint/-einte Hij is geestelijk gestoord en moet worden opgenomen in een psychiatrische inricht…
78 gegeten Werkwoord /xə.ˈxeː.tə(n)/ voltooid deelwoord van eten.
79 echtgenoot Zelfstandig naamwoord /ˈɛ(xt)xəˌnoːt/ een mannelijke huwelijkspartner.
80 bedoeling Zelfstandig naamwoord /bəˈdulɪŋ/ het doel van een actie, dat wat men wil gaan doen of wil bereiken.
81 durf Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /dʏrf/ iets kunnen doen wat nuttig is maar ook gevaarlijk.
82 trouw Zelfstandig naamwoord, Werkwoord, Bijvoeglijk naamwoord /trɑu̯/ huwelijk en de uitsluitende gerichtheid op de partner in een huwelijk of vaste relatie.
83 bedenken Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /bəˈdɛŋkə(n)/ (Zelfstandig naamwoord).
84 ergste Zelfstandig naamwoord, Bijvoeglijk naamwoord /ˈɛrᵊxstə/ verbogen vorm van de overtreffende trap van erg.
85 bedacht Werkwoord, Bijvoeglijk naamwoord /bəˈdɑxt/ enkelvoud verleden tijd van bedenken.
86 tegenhouden Werkwoord iets of iemand stoppen.
87 vermoordde Werkwoord enkelvoud verleden tijd van vermoorden.
88 nachts Zelfstandig naamwoord /nɑxts/ genitief van nacht.
89 vertrokken Werkwoord meervoud verleden tijd van vertrekken.
90 knul Zelfstandig naamwoord /knʏl/ iemand die sullig en onhandig is.
91 start Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /stɑrt/ aanvang, begin, eerste fase van iets in het algemeen.
92 favoriete Bijvoeglijk naamwoord verbogen vorm van de stellende trap van favoriet.
93 persoonlijke Bijvoeglijk naamwoord verbogen vorm van de stellende trap van persoonlijk.
94 bepaalde Werkwoord, Bijvoeglijk naamwoord verbogen vorm van de stellende trap van bepaald.
95 sommigen Voornaamwoord /ˈsɔ.mə.ɣə(n)/ bepaalde personen, gewoonlijk een kleine minderheid.
96 momentje Zelfstandig naamwoord verkleinwoord enkelvoud van het zelfstandig naamwoord moment.
97 medische Bijvoeglijk naamwoord verbogen vorm van de stellende trap van medisch.
98 sexy Bijvoeglijk naamwoord /ˈsɛk.si/ seksueel aantrekkelijk.
99 burgemeester Zelfstandig naamwoord /ˌbʏr.ɣəˈmeːs.tər/ de naam van een tweetal meeuwensoorten:.
100 lee Zelfstandig naamwoord jongensnaam.
101 officier Zelfstandig naamwoord /ɔ.fiˈsir/ iemand die een rang (in het leger) bekleedt die hem of haar het bevel over een zeker aantal ondergeschikten geeft.
102 kussen Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈkʏsə(n)/ een kus of zoen geven.
103 date Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /deːt/ degene met wie men een afspraak heeft.
104 ster Zelfstandig naamwoord /stɛr/ een van de lichtpunten aan de nachtelijke hemel die maar heel traag van plaats lijken te veranderen, feitelijk een enorm…
105 gezocht Werkwoord, Bijvoeglijk naamwoord /ɣəˈzɔxt/ niet natuurlijk, gekunsteld.
106 captain Zelfstandig naamwoord /'kɛptən/ een aanvoerder van een sportploeg.
107 wezen Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈʋeː.zə(n)/ alternatieve onbepaalde wijs vanzijn.
108 roep Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /rup/ een vrij harde klank geproduceerd met stemgeluid.
109 details Zelfstandig naamwoord meervoud van het zelfstandig naamwoord detail.
110 zomer Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈzoːmər/ jaargetijde tussen lente en herfst.
111 dikke Werkwoord, Bijvoeglijk naamwoord /ˈdɪkə/ verbogen vorm van de stellende trap van dik.
112 ruikt Werkwoord /rœy̯kt/ tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van ruiken.
113 eigenaar Zelfstandig naamwoord /ˈɛi̯.ɣəˌnaːr/ iemand die iets in eigendom heeft.
114 motor Zelfstandig naamwoord /ˈmoːtɔr/ krachtbron die met behulp van een energiebron een werktuig, machine of vervoermiddel aandrijft.
115 universiteit Zelfstandig naamwoord /y.ni.vɛr.ziˈtɛi̯t/ een instelling voor hoger onderwijs, wetenschappelijk onderzoek en dienstverlening.
116 hielp Werkwoord /ɦilp/ enkelvoud verleden tijd van helpen.
117 kus Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /kʏs/ het de lippen ergens tegenaandrukken om affectie uit te drukken.
118 luistert Werkwoord /ˈlœystərt/ tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van luisteren.
119 gegevens Zelfstandig naamwoord, Bijvoeglijk naamwoord /ɣəˈɣevəns/ meervoud van het zelfstandig naamwoord gegeven.
120 beveiliging Zelfstandig naamwoord /bəˈvɛi̯ləɣɪŋ/ de genomen maatregelen die er zo goed mogelijk voor zorgen dat er niets verkeerds gebeurt.
121 nagedacht Werkwoord voltooid deelwoord van nadenken.
122 gekozen Werkwoord voltooid deelwoord van kiezen.
123 betaalt Werkwoord /bəˈtalt/ tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van betalen.
124 betekenen Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /bəˈteːkənə(n)/ (Zelfstandig naamwoord).
125 verborgen Zelfstandig naamwoord, Werkwoord, Bijvoeglijk naamwoord (Zelfstandig naamwoord).
126 publiek Zelfstandig naamwoord, Bijvoeglijk naamwoord /pyˈblik/ een groep toeschouwers; groep bezoekers.
127 carrière Zelfstandig naamwoord /ˌkɑ.riˈɛː.rə/ professionele loopbaan, ontwikkeling van de werkgerelateerde maatschappelijke positie.
128 tanden Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈtɑn.də(n)/ meervoud van het zelfstandig naamwoord tand.
129 rapport Zelfstandig naamwoord /rɑˈpɔrt/ zitting van een afdelingscommandant waar meldingen over verkeerde toestanden of gedragingen worden uitgebracht of waar d…
130 super Zelfstandig naamwoord, Bijvoeglijk naamwoord, Bijwoord /ˈsy.pər/ very, extremely, super.
131 vrije Werkwoord, Bijvoeglijk naamwoord verbogen vorm van de stellende trap van vrij.
132 geheimen Zelfstandig naamwoord meervoud van het zelfstandig naamwoord geheim.
133 opeens Zelfstandig naamwoord, Bijwoord /ɔˈpens/ (Zelfstandig naamwoord).
134 beest Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /beːst/ vaak mens, meestal een man, die wild, dierlijk en/of wreed gedrag vertoont Kan zowel een positieve als negatieve bijbete…
135 afgesproken Werkwoord voltooid deelwoord van afspreken.
136 halve Zelfstandig naamwoord, Bijvoeglijk naamwoord /ˈɦɑl.və/ verbogen vorm van de stellende trap van half.
137 rijdt Werkwoord /rɛi̯t/ tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van rijden.
138 belangrijkste Bijvoeglijk naamwoord verbogen vorm van de overtreffende trap van belangrijk.
139 kamp Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /kɑmp/ een persoon of groep die een overeenkomst, gevecht of strijd aangaat met een andere persoon of groep.
140 leef Werkwoord /leːf/ eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van leven.
141 steun Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /støːn/ iets om op te steunen, te rusten.
142 afdeling Zelfstandig naamwoord /ˈɑvˌdeː.lɪŋ/ groep van werknemers die aan dezelfde taken werken, een deel van een bedrijf of organisatie.
143 honderd Zelfstandig naamwoord, Bijvoeglijk naamwoord, Tussenwerpsel /ˈɦɔn.dərt/ honderd als hoeveelheid.
144 vorig Bijvoeglijk naamwoord degene die of datgene dat eerder een positie innam.
145 rook Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /roːk/ zichtbaar mengsel van gassen, dampen en fijne vaste deeltjes dat bij verbranding opstijgt.
146 boel Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /bul/ achtste maand van het jaar, in oktober-november; oude benaming, later marchesjvan (1 Kon. 6:38).
147 vecht Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /vɛxt/ enkelvoud tegenwoordige tijd van vechten.
148 strand Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /strɑnt/ strook met zand bedekt land langs de kust.
149 magie Zelfstandig naamwoord /maːˈɣi/ toverkunst; kracht waar een tovenaar over beschikt door met rituelen, symbolen en bezweringen de hulp van bovennatuurlij…
150 oplossing Zelfstandig naamwoord /ˈɔpˌlɔ.sɪŋ/ een mengsel van een stof met een vloeistof.
151 type Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈti.pə/ door bepaalde karakteristieken herkenbare soort.
152 rusten Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈrʏstə(n)/ werk of andere activiteit staken om het lichaam in staat te stellen weer op krachten te komen.
153 droeg Werkwoord /drux/ enkelvoud verleden tijd van dragen.
154 wellicht Bijwoord /ʋɛˈlɪxt/ misschien, mogelijk, mogelijkerwijs.
155 beelden Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈbeːldə(n)/ meervoud van het zelfstandig naamwoord beeld.
156 genaamd Zelfstandig naamwoord, Bijvoeglijk naamwoord /ɣəˈnamt/ (Zelfstandig naamwoord).
157 terugkomen Werkwoord /təˈrʏxˌkoːmə(n)/ ~ op/van: een eerder gemaakte afspraak, genomen beslissing of overeengekomen regel weer ongedaan maken.
158 voeren Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈvu.rə(n)/ faciliteitengemeente en exclave in het zuidoosten van Belgisch-Limburg tussen Nederlands-Limburg en de Belgische provinc…
159 waardeer Werkwoord eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van waarderen.
160 nauwelijks Bijwoord /ˈnɑu̯.ə.ləks/ net, op het nippertje, wel of niet.
161 bad Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /bɑt/ voorwerp waarin men zich wast met water, meestal in de vorm van een vat [1] of kuip en gemaakt van hout of een harder ma…
162 bieden Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈbidə(n)/ kaartspel waarbij de spelers eerst tegen elkaar opbieden en vervolgens spelen.
163 geïnteresseerd Zelfstandig naamwoord, Werkwoord, Bijvoeglijk naamwoord /ɣəˌʔɪntərɛˈsert/ (Zelfstandig naamwoord).
164 verlaat Zelfstandig naamwoord, Werkwoord, Bijvoeglijk naamwoord /vərˈlaːt/ afvoerinrichting voor water.
165 duivel Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈdœy̯vəl/ de personificatie van het kwaad.
166 overkomen Werkwoord /ˈoːvə(r)koːmə(n)/ aan iemand iets ~: getroffen worden door een bepaalde gebeurtenis.
167 speelde Werkwoord enkelvoud verleden tijd van spelen.
168 pond Zelfstandig naamwoord /pɔnt/ naam voor verschillende munteenheden die in het Verenigd Koninkrijk en sommige Engelstalige landen worden gebruikt.
169 ballen Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈbɑlə(n)/ meervoud van het zelfstandig naamwoord bal.
170 duizenden Zelfstandig naamwoord, Bijvoeglijk naamwoord meervoud van het zelfstandig naamwoord duizend.
171 gedoe Zelfstandig naamwoord /ɣəˈdu/ een geheel van omslachtigheden.
172 city Zelfstandig naamwoord /'sɪti/ stadscentrum.
173 nerveus Bijvoeglijk naamwoord, Bijwoord /nɛrˈvøːs/ lijdend aan gespannen zenuwen.
174 locatie Zelfstandig naamwoord /loːˈkaː(t)si/ een punt in de ruimte (waar iets bijzonders plaatsvindt).
175 blik Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /blɪk/ cilindervormig luchtdicht afgesloten vaatje van dun metaal voor het bewaren van voedsel, drank of andere waar die kan be…
176 doelwit Zelfstandig naamwoord /ˈdul.ʋɪt/ meer figuurlijk: het punt waarop men iets richt.
177 gekke Werkwoord, Bijvoeglijk naamwoord verbogen vorm van de stellende trap van gek.
178 meegemaakt Werkwoord /ˈmeɣɛˌmakt/ voltooid deelwoord van meemaken.
179 twintig Zelfstandig naamwoord, Bijvoeglijk naamwoord /ˈtʋɪn.təx/ "20", het getal tussen negentien en eenentwintig, twee maal tien.
180 klant Zelfstandig naamwoord /klɑnt/ iemand die iets koopt acheteur/-euse acquéreur klantenpas carte de fidélité klantenservice service (à la) clientèle Bij…
181 kerels Zelfstandig naamwoord meervoud van het zelfstandig naamwoord kerel.
182 loog Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /loːx/ een alkalische substantie.
183 post Zelfstandig naamwoord, Werkwoord, Voorzetsel /pɔst/ een boekhoudkundige term voor een geboekt (aantal) bedrag(en), uren of andere administratieve eenheden.
184 aangevallen Werkwoord /ˈaŋɣəˌvɑlə(n)/ voltooid deelwoord van aanvallen.
185 oren Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /oːrən/ meervoud van het zelfstandig naamwoord oor.
186 springen Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈsprɪŋə(n)/ meervoud van het zelfstandig naamwoord spring.
187 gevolgd Werkwoord, Bijvoeglijk naamwoord voltooid deelwoord van volgen.
188 releases Zelfstandig naamwoord meervoud van het zelfstandig naamwoord release.
189 lach Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /lɑx/ een vrolijkheidsuiting door middel van het optrekken van de mondhoeken en vaak het voortbrengen van een geluid.
190 ontmoette Werkwoord enkelvoud verleden tijd van ontmoeten.
191 zwak Zelfstandig naamwoord, Bijvoeglijk naamwoord /zʋɑk/ een zwakke plek, neiging tot.
192 ziekte Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈziktə/ een gezondheidsprobleem.
193 sterren Zelfstandig naamwoord /ˈstɛrə(n)/ meervoud van het zelfstandig naamwoord ster.
194 trekt Werkwoord tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van trekken.
195 toilet Zelfstandig naamwoord /tʋaːˈlɛt/ een plaats waar men kan urineren en zich kan ontlasten, meestal een kleine gesloten ruimte met een toiletpot.
196 steen Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /steːn/ als linkerdeel van een samengesteld bijvoeglijk naamwoord om de betekenis van het rechterdeel te versterken De eerste be…
197 logisch Bijvoeglijk naamwoord /ˈloːxis/ betrekking hebbend op de logica.
198 landen Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈlɑn.də(n)/ hoe bepaalde zaken, uitspraken door mensen worden ontvangen of beroordeeld.
199 geloofde Werkwoord verbogen vorm van geloofd, voltooid deelwoord van geloven.
200 fouten Zelfstandig naamwoord meervoud van het zelfstandig naamwoord fout.
201 verwachten Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /vərˈwɑxtə(n)/ (Zelfstandig naamwoord).
202 dankbaar Zelfstandig naamwoord, Bijvoeglijk naamwoord, Bijwoord /ˈdɑŋk.baːr/ (Zelfstandig naamwoord).
203 veroorzaakt Werkwoord tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van veroorzaken.
204 duizend Zelfstandig naamwoord, Bijvoeglijk naamwoord /ˈdœy̯.zənt/ zie ook het verkleinwoord duizendje: geldbiljet met een waarde van duizend frank, gulden of andere munteenheid.
205 wow Tussenwerpsel /ʋɑu̯/ uitroep van verbazing.
206 aangedaan Werkwoord, Bijvoeglijk naamwoord /ˈaːn.ɣəˌdaːn/ een staat waarin je verkeert als iets je emotioneel geraakt heeft.
207 jury Zelfstandig naamwoord /ˈʒyː.ri/ een groep mensen die oordeelkundig geacht wordt en gevraagd een oordeel ergens over uit te spreken.
208 verslaan Werkwoord /vərˈslaːn/ een definitieve overwinning boeken op een tegenstander.
209 vangen Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈvɑŋə(n)/ het te pakken krijgen van wilde dieren of mensen.
210 christus Zelfstandig naamwoord, Bijwoord /ˈkrɪs.tʏs/ in het christendom is Jezus Christus de eniggeboren Zoon van God en de door God in het Oude Testament (Tenach) bij monde…
211 testen Zelfstandig naamwoord, Werkwoord meervoud van het zelfstandig naamwoord test.
212 grens Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ɣrɛns/ uiterste mate (bijv. waarin men zich iets kan veroorloven).
213 paniek Zelfstandig naamwoord, Bijvoeglijk naamwoord /paːˈnik/ plotselinge hevige schrik voor een echt of vermeend gevaar.
214 nogmaals Zelfstandig naamwoord, Bijwoord /ˈnɔx.maːls/ (Zelfstandig naamwoord).
215 telefoontje Zelfstandig naamwoord /ˌteləˈfoɲcə/ verkleinwoord enkelvoud van het zelfstandig naamwoord telefoon.
216 steken Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈsteːkə(n)/ in brand ~: doen ontvlammen.
217 ontsnapt Werkwoord tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van ontsnappen.
218 herinnert Werkwoord tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van herinneren.
219 paarden Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈpaːr.də(n)/ meervoud van het zelfstandig naamwoord paard.
220 vaders Zelfstandig naamwoord /ˈvadərs/ meervoud van het zelfstandig naamwoord vader.
221 theorie Zelfstandig naamwoord /teː.oːˈri/ een wetenschappelijk model of uitspraak over waarnemingen in de empirie.
222 kleur Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /kløːr/ in de uitdrukking persoon, man, vrouw van ~: met een niet-blanke huidskleur (opgevat als etnisch of raciaal kenmerk).
223 prins Zelfstandig naamwoord /prɪns/ laagste koninklijke titel van een man of jongen.
224 vissen Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈvɪ.sə(n)/ iets proberen te weten te komen, proberen iemand iets te laten zeggen.
225 bron Zelfstandig naamwoord /brɔn/ een plaats waar water uit de grond komt.
226 lid Zelfstandig naamwoord /lɪt/ iemand die behoort tot een bepaalde groep, vereniging, organisatie of sekte.
227 drank Zelfstandig naamwoord /drɑŋk/ te drinken vloeistof om de dorst te lessen.
228 vergadering Zelfstandig naamwoord /vərˈɣaː.də.rɪŋ/ een georganiseerde bijeenkomst voor bespreking en overleg.
229 gebleven Werkwoord /ɣəˈblevə(n)/ voltooid deelwoord van blijven.
230 meerdere Zelfstandig naamwoord, Werkwoord, Bijvoeglijk naamwoord, Voornaamwoord, Lidwoord /ˈmeːr.də.rə/ more, several, multiple.
231 ondanks Voorzetsel, Voegwoord /ˈɔnˌdɑŋks/ drukt een tegenstelling met het voorafgaande uit.
232 machine Zelfstandig naamwoord /mɑˈʃin(ə)/ een mechanisme dat een vorm van beweging of energie in een andere vorm van beweging of energie kan omzetten.
233 moeders Zelfstandig naamwoord /ˈmudərs/ meervoud van het zelfstandig naamwoord moeder.
234 signaal Zelfstandig naamwoord /sɪnˈjaːl/ de elektrische spanning of stroom die afkomstig is van een detector, een microfoon, videocamera, dvd-speler, pc, sensor…
235 geslapen Werkwoord /[ɣəslaːpə(n)]/ voltooid deelwoord van slapen.
236 lijden Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈlɛi̯də(n)/ ervaren, ondergaan, ondervinden, verduren (zonder dat de ervaring zelf negatief hoeft te zijn, zoals wel in bet. 1).
237 stappen Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈstɑ.pə(n)/ meervoud van het zelfstandig naamwoord stap.
238 carter Zelfstandig naamwoord /ˈkɑrtər/ bak om het blok van een verbrandingsmotor, als afsluiting en ook vaak als reservoir voor de smeerolie van de motor.
239 eeuwig Zelfstandig naamwoord, Bijvoeglijk naamwoord, Bijwoord /ˈeːu̯.əx/ (Zelfstandig naamwoord).
240 vreselijke Bijvoeglijk naamwoord verbogen vorm van de stellende trap van vreselijk.
241 doodde Werkwoord enkelvoud verleden tijd van doden.
242 dik Zelfstandig naamwoord, Werkwoord, Bijvoeglijk naamwoord, Bijwoord /dɪk/ dun met een grotere omvang dan normaal gros ; grosse (gʀo, gʀos) een dik boek un gros livre een dikke boom un gros arbre…
243 verkoop Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /vərˈkoːp/ het verkopen (voor geld aan een ander geven).
244 rechtbank Zelfstandig naamwoord /ˈrɛxt.bɑŋk/ een instelling waar rechtgesproken wordt.
245 harde Zelfstandig naamwoord, Werkwoord, Bijvoeglijk naamwoord a hard one, e.g. a hard hit, a tough guy.
246 genezen Zelfstandig naamwoord, Werkwoord, Bijvoeglijk naamwoord /ɣəˈneːzə(n)/ (Zelfstandig naamwoord).
247 begrafenis Zelfstandig naamwoord /bəˈɣraː.fəˌnɪs/ ceremonie waarbij een overledene in een kist aan de aarde wordt toevertrouwd, de ceremonie wanneer de laatste eer aan ie…
248 veld Zelfstandig naamwoord /vɛlt/ een stuk land dat speciaal voor het bedrijven van een veldsport gereedgemaakt is.
249 straf Zelfstandig naamwoord, Werkwoord, Bijvoeglijk naamwoord /strɑf/ onprettige maatregel of behandeling ter vergelding van een misdaad of overtreding.
250 uitgenodigd Werkwoord voltooid deelwoord van uitnodigen.
251 laag Zelfstandig naamwoord, Bijvoeglijk naamwoord /laːx/ iets dat zich in twee richtingen uitstrekt maar in de derde een beperkte dikte heeft.
252 kies Zelfstandig naamwoord, Werkwoord, Bijvoeglijk naamwoord /kis/ in de natuur voorkomende verbinding van zwavel met een metaal.
253 wiens Voornaamwoord, Lidwoord genitief van wie: van wie, waarvan.
254 schattig Zelfstandig naamwoord, Bijvoeglijk naamwoord /ˈsxɑ.təx/ (Zelfstandig naamwoord).
255 dr. Zelfstandig naamwoord /ˈdɔk.tɔr/ academische titel van iemand die een wetenschappelijk proefschrift succesvol verdedigd heeft.
256 schot Zelfstandig naamwoord /sxɔt/ : vrouwelijk rund dat tweemaal gekalfd heeft.
257 vijanden Zelfstandig naamwoord meervoud van het zelfstandig naamwoord vijand.
258 neuken Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈnøːkə(n)/ (Zelfstandig naamwoord).
259 broers Zelfstandig naamwoord meervoud van het zelfstandig naamwoord broer.
260 jagen Werkwoord /ˈjaːɣə(n)/ bewegende wezens (m.n. wilde dieren) proberen te vangen.
261 tevreden Bijvoeglijk naamwoord, Bijwoord /təˈvreː.də(n)/ geen behoefte voelend om aanmerkingen te maken.
262 gaven Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈɣavə(n)/ meervoud van het zelfstandig naamwoord gave.
263 taart Zelfstandig naamwoord /taːrt/ meestal cirkelvormig zoet gebak, vooral voor feestelijke gelegenheden, gemaakt van deeg en afgewerkt met bijvoorbeeld sl…
264 domme Bijvoeglijk naamwoord verbogen vorm van de stellende trap van dom.
265 flat Zelfstandig naamwoord /ˈflɛt/ gebouw met een aantal opeengestapelde woonlagen (etages zn).
266 manieren Zelfstandig naamwoord /mɑ.ˈniː.rə(n)/ meervoud van het zelfstandig naamwoord manier.
267 afmaken Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈɑf.maː.kə(n)/ (Zelfstandig naamwoord).
268 vriendelijk Zelfstandig naamwoord, Bijvoeglijk naamwoord, Bijwoord /ˈvrindələk/ (Zelfstandig naamwoord).
269 san Zelfstandig naamwoord /sɑn/ verzamelnaam voor de oorspronkelijke bewoners van zuidelijk Afrika die als jagers en verzamelaars leefden.
270 sterker Bijvoeglijk naamwoord onverbogen vorm van de vergrotende trap van sterk.
271 vluchten Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /vlɵxtə(n)/ meervoud van het zelfstandig naamwoord vlucht.
272 pers Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /pɛrs/ inwoner van Perzië, of iemand afkomstig uit Perzië (de oude naam voor het land dat nu Iran heet).
273 project Zelfstandig naamwoord /proːˈjɛkt/ een zaak die men denkt uit te voeren of te onderzoeken binnen een bepaalde tijd.
274 st Tussenwerpsel /sːt/ een uitroep om stilte.
275 vertrekt Werkwoord /vər.ˈtrɛkt/ tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van vertrekken.
276 belang Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /bəˈlɑŋ/ iets wat belangrijk is voor een persoon, iets wat iemand veel voordeel (of nadeel) kan opleveren.
277 lukken Werkwoord /ˈlʏ.kə(n)/ tot een succes leiden.
278 geschoten Werkwoord /ɣəˈsxoː.tə(n)/ voltooid deelwoord van schieten.
279 prinses Zelfstandig naamwoord /prɪnˈsɛs/ de laagste koninklijke titel van een vrouw of meisje.
280 zwaard Zelfstandig naamwoord /zʋaːrt/ een lang en scherp voorwerp, vaak van ijzer gemaakt, dat vooral vroeger vaak werd gebruikt als wapen; tegenwoordig voorn…
281 aandoen Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈaːndun/ (Zelfstandig naamwoord).
282 makkelijker Bijvoeglijk naamwoord onverbogen vorm van de vergrotende trap van makkelijk.
283 gedragen Zelfstandig naamwoord, Werkwoord, Bijvoeglijk naamwoord /ɣəˈdraːɣə(n)/ (Zelfstandig naamwoord).
284 bende Zelfstandig naamwoord /ˈbɛn.də/ een informeel georganiseerde groep mensen, meestal met kwade of misdadige motieven.
285 ernstig Zelfstandig naamwoord, Bijvoeglijk naamwoord /ˈɛrn.stəx/ luchtig zonder grapjes sérieux/-ieuse (seʀjø/-jøz) een ernstig gezicht trekken prendre une mine sérieuse ernstige muziek…
286 gezond Zelfstandig naamwoord, Werkwoord, Bijvoeglijk naamwoord /ɣəˈzɔnt/ (Zelfstandig naamwoord).
287 jouwe Zelfstandig naamwoord, Werkwoord, Voornaamwoord, Lidwoord /ˈjɑu̯.ə/ zelfstandig gebruikt bezittelijk voornaamwoord: een persoon die tot jou behoort.
288 vingers Zelfstandig naamwoord /ˈvɪ.ŋərs/ meervoud van het zelfstandig naamwoord vinger.
289 las Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /lɑs/ vastverbonden voeg tussen twee metalen voorwerpen.
290 arresteren Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ɑrɛsˈteːrə(n)/ aanhouden en meenemen naar het politiebureau arrêter (aʀete) De politie arresteerde de relschoppers. La police a arrêté…
291 tuin Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /tœy̯n/ eigenlijk 'vlechttuin', opstaande rij palen op een zinkstuk met daardoorheen gevlochten rijshout, ter voorkoming van het…
292 ideeën Zelfstandig naamwoord /iˈdeːə(n)/ meervoud van het zelfstandig naamwoord idee.
293 korte Werkwoord, Bijvoeglijk naamwoord verbogen vorm van de stellende trap van kort.
294 gelaten Zelfstandig naamwoord, Werkwoord, Bijvoeglijk naamwoord, Bijwoord meervoud van het zelfstandig naamwoord gelaat.
295 vrijdag Zelfstandig naamwoord /ˈvrɛi̯dɑx/ dag van de week die na donderdag en voor zaterdag komt.
296 opstaan Werkwoord /ˈɔp.staːn/ wakker worden en uit bed gaan.
297 kunst Zelfstandig naamwoord /kʏnst/ toepassing van opvallende vaardigheid en verbeelding om iets moois of betekenisvols te scheppen.
298 sterke Werkwoord, Bijvoeglijk naamwoord verbogen vorm van de stellende trap van sterk.
299 afscheid Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈɑf.sxɛi̯t/ een begroeting bij het elkaar verlaten.
300 menselijke Bijvoeglijk naamwoord verbogen vorm van de stellende trap van menselijk.
301 minister Zelfstandig naamwoord /miˈnɪs.tər/ een persoon die deelneemt aan de regering van een land.
302 clark Zelfstandig naamwoord /ˈklɑrᵊk/ voertuig met een hefinrichting in de vorm van een tweetandige vork die beladen pallets kan optillen en vervoeren.
303 coach Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /koːtʃ/ iemand die beroepsmatig mensen of dieren begeleidt teneinde hun prestaties te verbeteren.
304 verboden Zelfstandig naamwoord, Werkwoord, Bijvoeglijk naamwoord /vərˈboː.də(n)/ meervoud van het zelfstandig naamwoord verbod.
305 kelder Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈkɛl.dər/ een ondergrondse bergruimte in een woning.
306 gezelschap Zelfstandig naamwoord /ɣəˈzɛlˌsxɑp/ iemand ~ houden': bij iemand blijven die anders alleen zou zijn.
307 bijvoorbeeld Zelfstandig naamwoord, Bijwoord /bɛi̯ˈvoːrbeːlt/ (Zelfstandig naamwoord).
308 achtergelaten Werkwoord /ˈɑxtərɣəˌlaːtə(n)/ voltooid deelwoord van achterlaten.
309 duur Zelfstandig naamwoord, Werkwoord, Bijvoeglijk naamwoord /dyr/ benodigd tijdbestek.
310 compleet Zelfstandig naamwoord, Bijvoeglijk naamwoord, Bijwoord /kɔmˈpleːt/ (Zelfstandig naamwoord).
311 eng Zelfstandig naamwoord, Bijvoeglijk naamwoord /ɛŋ/ het symbool en de letter ŋ en de bijbehorende klank.
312 toeval Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈtu.vɑl/ : een gebeurtenis of omstandigheid die vooraf niet te voorzien of niet te berekenen is geweest.
313 snapt Werkwoord tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van snappen.
314 hiervan Bijwoord van dit, van deze.
315 miljoenen Zelfstandig naamwoord meervoud van het zelfstandig naamwoord miljoen.
316 war Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ʋɑr/ kwast, knoest in hout.
317 melk Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /mɛlk/ witte vloeistof (suspensie) van andere herkomst, bijvoorbeeld van soja of kokosnoot.
318 lui Zelfstandig naamwoord, Werkwoord, Bijvoeglijk naamwoord /lœy̯/ geschikt om op zijn gemak in te zijn.
319 genieten Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ɣəˈnitə(n)/ (Zelfstandig naamwoord).
320 aannemen Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈaːˌneːmə(n)/ (Zelfstandig naamwoord).
321 uitstekend Zelfstandig naamwoord, Werkwoord, Bijvoeglijk naamwoord /œy̯tˈsteːkənt/ (Zelfstandig naamwoord).
322 tegenover Zelfstandig naamwoord, Bijwoord, Voorzetsel /ˌteː.ɣəˈnoː.vər/ aan de overzijde van.
323 dichterbij Bijvoeglijk naamwoord /ˌdɪxtərˈbɛɪ/ onverbogen vorm van de vergrotende trap van dichtbij.
324 kocht Werkwoord /kɔxt/ enkelvoud verleden tijd van kopen.
325 stuurt Werkwoord tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van sturen.
326 volle Werkwoord, Bijvoeglijk naamwoord verbogen vorm van de stellende trap van vol.
327 schijnt Werkwoord tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van schijnen.
328 lenen Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈleːnə(n)/ iets wat eigendom is van een ander tijdelijk gebruiken, al dan niet in ruil voor een kleine vergoeding.
329 moed Zelfstandig naamwoord /mut/ vertrouwen op een goede afloop.
330 vergissing Zelfstandig naamwoord /vərˈɣɪsɪŋ/ iets doen dat niet juist is, of een verkeerde conclusie trekken.
331 patiënten Zelfstandig naamwoord meervoud van het zelfstandig naamwoord patiënt.
332 toon Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /toːn/ een geluid met een bepaalde herkenbare hoogte, een trilling met een frequentie.
333 normale Bijvoeglijk naamwoord verbogen vorm van de stellende trap van normaal.
334 broeder Zelfstandig naamwoord /ˈbrudər/ soort oliebol: baksel van meel, melk, stroop en vaak nog andere zoetigheden met een bruine korst gebakken of in een zak…
335 kaarten Zelfstandig naamwoord, Werkwoord meervoud van het zelfstandig naamwoord kaart.
336 films Zelfstandig naamwoord /ˈfɪlᵊms/ meervoud van het zelfstandig naamwoord film.
337 reizen Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈrɛi̯.zə(n)/ gericht onderweg zijn naar een bepaalde bestemming.
338 ruim Zelfstandig naamwoord, Werkwoord, Bijvoeglijk naamwoord, Bijwoord /rœy̯m/ de laadruimte van een schip.
339 herinneringen Zelfstandig naamwoord meervoud van het zelfstandig naamwoord herinnering.
340 gedachte Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ɣəˈdɑx.tə/ hetgeen wat men denkt.
341 saai Zelfstandig naamwoord, Bijvoeglijk naamwoord /saːi/ oninteressant, eentonig.
342 roken Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈroːkə(n)/ meervoud van het zelfstandig naamwoord rook.
343 truck Zelfstandig naamwoord /tryk/ vrachtauto waarvan de aanhangwagen op een draaibaar onderstel zit.
344 gaaf Zelfstandig naamwoord, Bijvoeglijk naamwoord /ɣaːf/ (Zelfstandig naamwoord).
345 tegenwoordig Bijvoeglijk naamwoord, Bijwoord /ˌteː.ɣə(n)ˈʋoːr.dəx/ in de huidige tijd.
346 kwestie Zelfstandig naamwoord /ˈkʋɛs.ti/ geschil, ruzie, onenigheid.
347 zette Werkwoord /ˈzɛtə/ enkelvoud verleden tijd van zetten.
348 opzij Bijwoord /ɔpˈsɛi/ bijwoordelijk deel van een scheidbaar werkwoord.
349 gaande Werkwoord, Bijvoeglijk naamwoord, Voorzetsel /ˈɣandə/ verbogen vorm van gaand, het onvoltooid deelwoord van gaan.
350 omgeving Zelfstandig naamwoord /ˌɔmˈɣeː.vɪŋ/ een personenkring waarin iemand zich bevindt.
351 kip Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /kɪp/ munteenheid van Laos, eigenlijk Laotiaanse kip (code LAK volgens ISO 4217).
352 verstopt Werkwoord tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van verstoppen.
353 leerde Werkwoord enkelvoud verleden tijd van leren.
354 vanochtend Zelfstandig naamwoord, Bijwoord /vɑˈnɔxtənt/ (Zelfstandig naamwoord).
355 kast Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /kɑst/ een meubel om gebruiksvoorwerpen in op te bergen, meestal voorzien van horizontale schappen.
356 officieel Bijvoeglijk naamwoord, Bijwoord /ˌɔ.fiˈʃeːl/ erkend door bevoegd gezag.
357 aanbod Zelfstandig naamwoord /ˈaːm.bɔt/ het geheel aan beschikbare goederen en diensten op micro-economisch niveau.
358 SMS Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˌɛs.ɛmˈɛs/ dienst om met behulp van een mobiele telefoon korte berichten te versturen en te ontvangen.
359 vernietigd Werkwoord, Bijvoeglijk naamwoord destroyed.
360 verliest Werkwoord /vər.ˈlist/ tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van verliezen.
361 menselijk Zelfstandig naamwoord, Bijvoeglijk naamwoord /ˈmɛn.sə.lək/ (Zelfstandig naamwoord).
362 contract Zelfstandig naamwoord /kɔnˈtrɑkt/ een schriftelijk vastgelegde overeenkomst.
363 lady Zelfstandig naamwoord /ˈledi/ beleefde aanduiding voor een vrouw.
364 mooiste Bijvoeglijk naamwoord verbogen vorm van de overtreffende trap van mooi.
365 flink Zelfstandig naamwoord, Bijvoeglijk naamwoord, Bijwoord /flɪŋk/ A sturdy or stalwart person.
366 majesteit Zelfstandig naamwoord, Tussenwerpsel een vorst of vorstin waaraan als titel [1] wordt toegedicht.
367 sukkel Zelfstandig naamwoord, Werkwoord dom, onhandig persoon.
368 stopte Werkwoord enkelvoud verleden tijd van stoppen.
369 haalde Werkwoord /ˈhaɫdə/ enkelvoud verleden tijd van halen.
370 verdiend Werkwoord, Bijvoeglijk naamwoord /vərˈdint/ voltooid deelwoord van verdienen.
371 genoegen Zelfstandig naamwoord /ɣə.ˈnu.ɣə(n)/ iets waar men plezier aan beleeft.
372 senator Zelfstandig naamwoord /seˈnatɔr/ iemand die zitting heeft in de senaat, oorspronkelijk de raad van ouderen.
373 internet Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈɪn.tərˌnɛt/ een wereldwijd netwerk van computers met een gemeenschappelijk, gestandaardiseerd protocol (het Internet Protocol, IP).
374 vloer Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /vlur/ bodem van een ruimte in een gebouw.
375 zwemmen Werkwoord /ˈzʋɛ.mə(n)/ zich gecoördineerd door het water voortbewegen.
376 bedoeld Werkwoord, Bijvoeglijk naamwoord, Bijwoord /bəˈdult/ voltooid deelwoord van bedoelen.
377 opgesloten Werkwoord, Bijvoeglijk naamwoord, Bijwoord voltooid deelwoord van opsluiten.
378 ontslag Zelfstandig naamwoord /ˌɔntˈslɑx/ het verbreken van het dienstverband met een werknemer.
379 bekijk Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /bəˈkɛik/ eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van bekijken.
380 borst Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /bɔrst/ bovenste deel van de voorkant van de romp van mens (of vergelijkbaar deel bij dier), van onder begrensd door het middenr…
381 schreeuwen Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈsxreːu̯ə(n)/ luid en geforceerd gebruiken van het stemgeluid.
382 bevalt Werkwoord tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van bevallen.
383 hoger Bijvoeglijk naamwoord /ˈɦoːɣər/ onverbogen vorm van de vergrotende trap van hoog.
384 blanke Zelfstandig naamwoord, Bijvoeglijk naamwoord /ˈblɑŋ.kə/ iemand met een van nature bleke (pigmentarme) huid.
385 redenen Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈreːdənə(n)/ to discuss.
386 harder Zelfstandig naamwoord, Bijvoeglijk naamwoord, Bijwoord /'ɦɑrdər/ benaming voor zeevissen uit de familie Mugilidae.
387 ontvoerd Werkwoord voltooid deelwoord van ontvoeren.
388 vasthouden Werkwoord beletten dat iets losgaat.
389 behandelen Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /bəˈɦɑndələ(n)/ (Zelfstandig naamwoord).
390 berg Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /bɛrx/ een substantiële opzichzelfstaande verhoging van de aardkorst.
391 noorden Zelfstandig naamwoord /ˈnoːr.də(n)/ een van de windstreek, die op landkaarten overeenkomt met de bovenkant.
392 opgeven Werkwoord /ˈɔpˌxeːvə(n)/ de strijd/competitie e.d. staken en zich gewonnen geven.
393 bepaald Werkwoord, Bijvoeglijk naamwoord, Bijwoord /bəˈpaːlt/ om te verwijzen naar een specifiek geval dat uit de context duidelijk is (ter onderscheiding van de algemene betekenis…
394 spelletje Zelfstandig naamwoord /ˈspɛləcə/ verkleinwoord enkelvoud van het zelfstandig naamwoord spel.
395 maatje Zelfstandig naamwoord /ˈmacə/ alleen verkleinwoord iemand met wie je bij uitstek een nauwe vriendschappelijke relatie hebt.
396 daardoor Zelfstandig naamwoord, Bijwoord /daːrˈdoːr/ (Zelfstandig naamwoord).
397 omstandigheden Zelfstandig naamwoord meervoud van het zelfstandig naamwoord omstandigheid.
398 opgelost Werkwoord, Bijvoeglijk naamwoord voltooid deelwoord van oplossen.
399 heus Bijvoeglijk naamwoord, Bijwoord /ɦøːs/ hoffelijk, beleefd.
400 koken Werkwoord /ˈkoː.kə(n)/ een vloeistof (vooral water) net zolang verwarmen totdat er zich in de hele vloeistof bellen vormen die naar boven stijg…
401 vingerafdrukken Zelfstandig naamwoord meervoud van het zelfstandig naamwoord vingerafdruk.
402 trut Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /trɵt/ weinig aantrekkelijke en overdreven preutse vrouw.
403 eenvoudig Zelfstandig naamwoord, Bijvoeglijk naamwoord /ˌeːnˈvɑu̯.dəx/ (Zelfstandig naamwoord).
404 hiervoor Zelfstandig naamwoord, Bijwoord /ˈhiervor/ (Zelfstandig naamwoord).
405 stukken Zelfstandig naamwoord /ˈstʏkə(n)/ meervoud van het zelfstandig naamwoord stuk.
406 tent Zelfstandig naamwoord /tɛnt/ openbare plek (bijv. een café of restaurant) of andere openbare gelegenheid; bij uitbreiding ook een bepaalde leefruimte…
407 pauze Zelfstandig naamwoord /ˈpɑu̯.zə/ tijd waarin de hoofdactiviteit wordt onderbroken.
408 raden Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈraːdə(n)/ een gissing maken naar iets.
409 roepen Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈrupə(n)/ met verheffing van stem de aandacht van iemand trachten te verkrijgen.
410 leugenaar Zelfstandig naamwoord /ˈløɣəˌnar/ iemand die bewust dingen zegt die niet waar zijn.
411 bek Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /bɛk/ iets dat qua vorm of beweging overeenkomst vertoont met een bek.
412 vervangen Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /vərˈvɑŋə(n)/ (Zelfstandig naamwoord).
413 alarm Zelfstandig naamwoord /aːˈlɑrm/ een waarschuwing tegen gevaar.
414 interesse Zelfstandig naamwoord /ɪn.təˈrɛ.sə/ belang, belangrijkheid, importantie.
415 talent Zelfstandig naamwoord /taːˈlɛnt/ een bepaald gewicht en een geldsom.
416 bereikt Werkwoord tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van bereiken.
417 kanker Zelfstandig naamwoord, Werkwoord, Tussenwerpsel /ˈkɑŋ.kər/ gebruikt als eerste deel van samenstelling om het negatieve karakter van het tweede deel te versterken #:⚠️ Dit gebruik…
418 aangezien Zelfstandig naamwoord, Werkwoord, Voegwoord /ˈaːŋ.ɣə.ˌzin/ (Zelfstandig naamwoord).
419 beslissen Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /bəˈslɪsə(n)/ (Zelfstandig naamwoord).
420 des Zelfstandig naamwoord, Bijwoord, Voegwoord, Lidwoord /dɛs/ de afkorting voor di-ethylstilbestrol, een synthetisch hormoon dat gebruikt werd om dreigende miskramen te voorkomen en…
421 rose Bijvoeglijk naamwoord /ˈrɔːzə/ verouderde spelling of vorm van roze tot 1996, als variant.
422 cadeau Zelfstandig naamwoord /kaːˈdoː/ iets dat men aan iemand geeft zonder tegenprestatie, meestal ter gelegenheid van een feestelijke gebeurtenis.
423 kerst Zelfstandig naamwoord /kɛrst/ de periode van kerstavond tot en met tweede kerstdag.
424 invloed Zelfstandig naamwoord /ˈɪn.vlut/ inwerking van een persoon, zaak of omstandigheid op een andere.
425 geheugen Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ɣəˈɦøːɣə(n)/ snel toegankelijke plaats om data op te slaan waarin programma's worden opgeslagen die uitgevoerd worden.
426 station Zelfstandig naamwoord /staːˈʃɔn/ plaats waar voertuigen (met name treinen) kunnen stoppen voor het in- en uitstappen van reizigers en het in- en uitladen…
427 doorheen Zelfstandig naamwoord, Bijwoord, Voorzetsel /doːrˈɦeːn/ een ruimte helemaal doorkruisend.
428 vogel Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈvoːɣəl/ gewerveld dier behorend tot de klasse Aves met twee vleugels, twee poten, een snavel en een met veren bedekt lichaam dat…
429 verantwoordelijkheid Zelfstandig naamwoord /vərɑntˈʋoːrdələkɦɛi̯t/ de verplichting om ervoor te zorgen dat iets goed verloopt.
430 pillen Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈpɪlə(n)/ meervoud van het zelfstandig naamwoord pil.
431 rome Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈroː.mə/ de hoofdstad van Italië.
432 diner Zelfstandig naamwoord /diˈneː/ avondmaaltijd in het algemeen.
433 besluit Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /bəˈslœy̯t/ schriftelijke beslissing van een bestuursorgaan inhoudende een publiekrechtelijke rechtshandeling.
434 vlug Zelfstandig naamwoord, Bijvoeglijk naamwoord, Bijwoord /'vlɵ.ɣə/ (Zelfstandig naamwoord).
435 deuren Zelfstandig naamwoord /ˈdøːrən/ meervoud van het zelfstandig naamwoord deur.
436 woonde Werkwoord /ˈʋoːn.də/ enkelvoud verleden tijd van wonen.
437 west Zelfstandig naamwoord, Bijwoord /ʋɛst/ The direction opposite to that of the earth's rotation, specifically 270°.
438 huh Zelfstandig naamwoord, Tussenwerpsel /ɦʏ/
439 verstand Zelfstandig naamwoord /vərˈstɑnt/ denkkracht, denkvermogen (met betrekking tot het brein).
440 moeilijke Bijvoeglijk naamwoord /ˈmuːjləkə/ verbogen vorm van de stellende trap van moeilijk.
441 juffrouw Zelfstandig naamwoord /ˈjʏfrɑu̯/ gewoonlijk ongehuwde, vrouw.
442 bescherming Zelfstandig naamwoord /bəˈsxɛrmɪŋ/ een beveiliging.
443 stilte Zelfstandig naamwoord /ˈstɪl.tə/ het ontbreken van geluid.
444 bak Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /bɑk/ stevig voorwerp waarvan één zijde open is en waarin iets kan worden bewaard. Het grondvlak van dit object is meestal rec…
445 papier Zelfstandig naamwoord /paːˈpiːr/ een dun vezelachtig beschrijfbaar materiaal.
446 erom Bijwoord /əˈrɔm/ persoonlijk *om+het, *om+ze: om de reden.
447 volledige Bijvoeglijk naamwoord verbogen vorm van de stellende trap van volledig.
448 zojuist Zelfstandig naamwoord, Bijwoord /zoːˈjœy̯st/ (Zelfstandig naamwoord).
449 kilo Zelfstandig naamwoord /ˈkiloː/ informele afkorting van "kilogram" (kilogramkracht) een eenheid voor een gewicht of kracht, (niet volgens het SI-stelsel…
450 vormen Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈvɔrmə(n)/ deel uitmaken van, fungeren als bouwsteen van.
451 vaarwel Zelfstandig naamwoord, Tussenwerpsel /vaːrˈʋɛl/ a farewell, an occasion of saying goodbye; a departure.
452 storm Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /stɔrm/ erg harde wind tempête vrouwelijk een storm van windkracht 9 une tempête force 9 Door de storm kwamen schepen in de prob…
453 hoed Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ɦut/ het bovenste gedeelte van het vruchtlichaam van een zwam.
454 leugen Zelfstandig naamwoord /ˈløː.ɣə(n)/ mededeling die niet waar is, met de bedoeling om anderen te misleiden.
455 ambulance Zelfstandig naamwoord /ˌɑm.byˈlɑn.sə/ voertuig om gewonden of zieken van en naar het ziekenhuis te brengen.
456 opgenomen Werkwoord voltooid deelwoord van opnemen.
457 beslist Zelfstandig naamwoord, Werkwoord, Bijvoeglijk naamwoord, Bijwoord /bəˈslɪst/ (Zelfstandig naamwoord).
458 pizza Zelfstandig naamwoord /ˈpitsaː/ gerecht van een belegde broodbodem.
459 verdween Werkwoord enkelvoud verleden tijd van verdwijnen.
460 ontdekken Werkwoord /ɔnˈdɛ.kən/ iets vinden of leren waarvan het bestaan voorheen niet bekend was bij de ontdekker.
461 eenheid Zelfstandig naamwoord /ˈeːn.ɦɛi̯t/ een bij elkaar horend geheel (systeem) met kenmerkende eigenschappen.
462 verzoek Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /vərˈzuk/ document waarin wordt gevraagd om iets te doen, te laten of toe te staan.
463 overtuigen Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˌoː.vərˈtœy̯.ɣə(n)/ (Zelfstandig naamwoord).
464 militaire Bijvoeglijk naamwoord verbogen vorm van de stellende trap van militair.
465 kogels Zelfstandig naamwoord meervoud van het zelfstandig naamwoord kogel.
466 toegeven Werkwoord /ˈtuˌɣeː.və(n)/ erkennen, bekennen.
467 gedronken Werkwoord /ɣəˈdrɔŋkə(n)/ voltooid deelwoord van drinken.
468 high Zelfstandig naamwoord, Bijvoeglijk naamwoord /ɦɑi̯/ in een euforische toestand van veranderd bewustzijn verkerend (al dan niet door drugsgebruik).
469 gekeken Werkwoord /ɣə'kekə(n)/ voltooid deelwoord van kijken.
470 cent Zelfstandig naamwoord /sɛnt/ een duizendste logaritmisch deel van een octaaf.
471 punten Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈpʏn.tə(n)/ meervoud van het zelfstandig naamwoord punt.
472 reet Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /reːt/ heel erg, in de vorm "rete-" gebruikt als linkerdeel van samengestelde bijvoeglijke naamwoorden als versterker van het r…
473 garage Zelfstandig naamwoord /ˌɣaːˈraː.ʒə/ een bedrijf dat reparatieservices aan motorvoertuigen verricht.
474 vrees Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /vreːs/ het gevoel dat iets gevaarlijk is of kan zijn.
475 big Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /bɪx/ jong varken porcelet (pɔʀselɛt) mannelijk.
476 kluis Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /klœy̯s/ een kluizenarij, een woning waar een kluizenaar verblijft.
477 slaapkamer Zelfstandig naamwoord /ˈslaːpˌkaː.mər/ een kamer die hoofdzakelijk gebruikt wordt om in te slapen.
478 vandoor Bijwoord /vɑnˈdoːr/ prepositioneel deel van een voornaamwoordelijk bijwoord.
479 wit Zelfstandig naamwoord, Werkwoord, Bijvoeglijk naamwoord, Bijwoord /ʋɪt/ lichtst mogelijke kleur, kleur die wordt waargenomen bij een gelijkmatige vermenging van alle zichtbare kleurtinten in h…
480 bezoeken Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /bəˈzukə(n)/ bij iets of iemand langsgaan of langskomen.
481 politiek Zelfstandig naamwoord, Bijvoeglijk naamwoord /poːliˈtik/ datgene wat gerelateerd is aan het besturen van een samenleving.
482 mogelijkheid Zelfstandig naamwoord /ˈmoːɣələkˌɦɛi̯t/ iets wat gedaan kan worden of kan gebeuren.
483 vertrok Werkwoord enkelvoud verleden tijd van vertrekken.
484 verdomd Werkwoord, Bijvoeglijk naamwoord, Bijwoord /vərˈdɔmt/ waardeloos, teleurstellend.
485 vervelend Zelfstandig naamwoord, Werkwoord, Bijvoeglijk naamwoord /vərˈveːlənt/ (Zelfstandig naamwoord).
486 rekenen Werkwoord /ˈreːkənə(n)/ ~ op vast vertrouwen op de uitkomst van een berekening of afspraak.
487 klap Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /klɑp/ een bestraffing door slagen met de open hand.
488 aanbieden Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈaːnˌbidə(n)/ (Zelfstandig naamwoord).
489 streek Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /streːk/ deel van een entiteit (bijv. anatomisch) met specifieke eigenschappen (-> bilstreek, hartstreek, maagstreek, kompasstree…
490 zaterdag Zelfstandig naamwoord, Bijvoeglijk naamwoord /ˈzaːtərˌdɑx/ (Bijvoeglijk naamwoord).
491 uwe Zelfstandig naamwoord, Voornaamwoord, Lidwoord /ˈyu̯ə/ zelfstandige vorm van uw, tweede persoon beleefdheidsvorm.
492 zicht Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /zɪxt/ uit het zicht: dat wat men niet kan zien, onzichtbaar.
493 elf Zelfstandig naamwoord, Bijvoeglijk naamwoord /ɛl(ə)f/ vriendelijke natuurgeest, meestal in de gedaante van een meisje met vleugels.
494 gewend Zelfstandig naamwoord, Werkwoord, Bijvoeglijk naamwoord /ɣəˈwɛnt/ voltooid deelwoord van gewennen.
495 reactie Zelfstandig naamwoord /reːˈjɑksi/ een proces waarbij stoffen veranderen doordat er bindingen gevormd en/of verbroken worden.
496 jazeker Bijwoord, Tussenwerpsel /jaːˈzeːkər/ certainly, for sure.
497 blauw Zelfstandig naamwoord, Werkwoord, Bijvoeglijk naamwoord /blɑu̯/ primaire kleur die zich in het spectrum bevindt tussen cyaan en violet.
498 herken Werkwoord eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van herkennen.
499 verbonden Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /vərˈbɔndə(n)/ meervoud van het zelfstandig naamwoord verbond.
500 reken Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈreː.kən/ eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van rekenen.
501 schoonheid Zelfstandig naamwoord /ˈsxoːn.ɦɛi̯t/ iemand (in het bijzonder een vrouw) die schoonheid bezit.
502 ho Tussenwerpsel /ho/ uitroep die iets tot staan wil brengen.
503 klus Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /klʏs/ karwei, in het bijzonder met de hand en met behulp van gereedschap; bij uitbreiding ook andere soorten werkzaamheden.
504 verandering Zelfstandig naamwoord /vərˈɑndərɪŋ/ iets dat anders is geworden.
505 vermoordt Werkwoord tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van vermoorden.
506 accepteren Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ɑk.sɛpˈteːrə(n)/ (Zelfstandig naamwoord).
507 biertje Zelfstandig naamwoord /ˈbircə/ verkleinwoord enkelvoud van het zelfstandig naamwoord bier.
508 helen Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈɦeː.lə(n)/ jongensnaam.
509 gebouwd Werkwoord, Bijvoeglijk naamwoord /ɣəˈbɑut/ voltooid deelwoord van bouwen.
510 aankomen Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈaːŋkoːmə(n)/ (Zelfstandig naamwoord).
511 trok Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /trɔk/ current of air, draft.
512 verhuizen Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /vərˈɦœy̯ˌzə(n)/ (Zelfstandig naamwoord).
513 waarde Zelfstandig naamwoord, Werkwoord, Bijvoeglijk naamwoord /ˈʋaːr.də/ iets waar een persoon of een groep van personen belang aan hecht, dit leidt vaak tot het stellen van al dan niet geschre…
514 troep Zelfstandig naamwoord /trup/ vele waardeloze spullen door elkaar.
515 kust Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /kʏst/ de waterkant langs de zee.
516 graf Zelfstandig naamwoord, Bijwoord /ɣrɑf/ plaats waar één of meer lijken begraven liggen.
517 dans Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /dɑns/ een verzameling sierlijke bewegingen, meestal op basis van een muzikaal ritme.
518 verdediging Zelfstandig naamwoord /vərˈdeː.də.ɣɪŋ/ diegenen die een actie als onder [1] ondernemen of geacht worden te zullen ondernemen (bij de achterhoede).
519 bleek Zelfstandig naamwoord, Werkwoord, Bijvoeglijk naamwoord /bleːk/ grasveld waarop wasgoed in het zonlicht te bleken werd gelegd.
520 taal Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /taːl/ systeem van spraakklanken door middel waarvan mensen met elkaar communiceren en de schriftelijke vastlegging hiervan.
521 grotere Bijvoeglijk naamwoord verbogen vorm van de vergrotende trap van groot.
522 dier Zelfstandig naamwoord, Bijvoeglijk naamwoord, Voornaamwoord, Lidwoord /diːr/ met zintuigen uitgerust meercellig organisme dat zijn energie verkrijgt uit andere dierlijke of plantaardige organismen.
523 aanklacht Zelfstandig naamwoord /ˈaːŋ.klɑxt/ officiële beschuldiging accusation (akysasjɔ~) vrouwelijk een aanklacht indienen tegen degene die je mishandeld heeft dé…
524 overheid Zelfstandig naamwoord /ˈovərɦɛit/ een gezagvoerend lichaam als werkgever of bedrijf.
525 wed Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ʋɛt/ eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van wedden.
526 lossen Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈlɔ.sə(n)/ afhaken, achteropraken.
527 huizen Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈhœyzə(n)/ meervoud van het zelfstandig naamwoord huis.
528 uiteraard Zelfstandig naamwoord, Bijwoord /ˈœy̯.tər.aːrt/ (Zelfstandig naamwoord).
529 gerust Werkwoord, Bijvoeglijk naamwoord, Bijwoord zonder angst of zorg.
530 manager Zelfstandig naamwoord /ˈmɛ.nə.dʒər/ iemand die voor artiesten, beroepssportlui enz. zakelijke belangen behartigt, impressario.
531 verdedigen Werkwoord /ˌvərˈdeː.də.ɣə(n)/ beschermen tegen een aanval.
532 valse Bijvoeglijk naamwoord verbogen vorm van de stellende trap van vals.
533 lieten Werkwoord /ˈlitə(n)/ meervoud verleden tijd van laten.
534 westen Zelfstandig naamwoord /ˈʋɛs.tə(n)/ het niet-communistische, kapitalistische Europa, Noord-Amerika en Australië, Nieuw-Zeeland (evt. ook Japan).
535 amper Zelfstandig naamwoord, Bijvoeglijk naamwoord, Bijwoord /ˈɑmpər/ A tumour, often accompanied by inflammation; pustule; varicose vein; pus; atter.
536 bekeken Werkwoord /bəˈkekə(n)/ meervoud verleden tijd van bekijken.
537 stal Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /stɑl/ een (handels-)onderneming die deelneemt aan wedstrijden met paarden, auto’s en dergelijke.
538 job Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /dʒɔp/ man uit het land Us, die trouw is aan God, maar aan wie alles wordt ontnomen, waarna hij tot inzicht probeert te komen (…
539 maakten Werkwoord /ˈmaːk.tə(n)/ meervoud verleden tijd van maken.
540 niveau Zelfstandig naamwoord /niˈvoː/ rang in een hiërarchie, stadium van ontwikkeling, plaats in een rangschikking van hoog naar laag; rangschikking van groo…
541 binnenkomen Werkwoord /ˈbɪnə(n)koːmə(n)/ een ruimte betreden (vanuit die ruimte gezien).
542 poging Zelfstandig naamwoord /ˈpoː.ɣɪŋ/ een daad waarmee men tracht een doel te bereiken.
543 behandeld Werkwoord /bəˈɦɑndəlt/ voltooid deelwoord van behandelen.
544 overtuigd Werkwoord, Bijvoeglijk naamwoord voltooid deelwoord van overtuigen.
545 gewacht Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ɣəˈʋɑxt/ voltooid deelwoord van wachten.
546 stroom Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /stroːm/ elektrische stroom, het transport van elektrische lading door de beweging van elektronen door geleiders en halfgeleiders…
547 wetenschap Zelfstandig naamwoord /ˈʋeːtənˌsxɑp/ alle kennis die we hebben op een bepaald gebied en de systematische manier waarop we verdere kennis kunnen verkrijgen sc…
548 momenteel Bijvoeglijk naamwoord, Bijwoord op dit moment.
549 wauw Tussenwerpsel /ʋɑu̯/ uitroep van verbazing.
550 liedje Zelfstandig naamwoord /ˈlicə/ alleen verkleinwoord verklanking van een tekst op muziek, vooral bedoeld als vermaak.
551 vals Bijvoeglijk naamwoord /vɑls/ : snel geneigd tot wangedrag, zoals onverhoeds bijten; m.n. gezegd van honden.
552 onderzocht Werkwoord /ˌɔndərˈzɔxt/ enkelvoud verleden tijd van onderzoeken.
553 duurde Werkwoord /ˈdyrdə/ enkelvoud verleden tijd van duren.
554 keel Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /keːl/ /: lichaamsopening beginnend achter in de mondholte waardoor voedsel en drank het lichaam in komt.
555 schepen Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈsxeːpə(n)/ vroegere rechtsambtenaar en bestuurder in steden en dorpen.
556 gouden Zelfstandig naamwoord, Bijvoeglijk naamwoord /ˈɣɑu̯.də(n)/ (Zelfstandig naamwoord).
557 blind Zelfstandig naamwoord, Werkwoord, Bijvoeglijk naamwoord, Bijwoord /blɪnt/ vensterluik.
558 achterlaten Werkwoord /ˈɑxtərlaːtə(n)/ dumpen, weggaan van, verlaten, niet meenemen.
559 gevangene Zelfstandig naamwoord iemand die gevangen genomen is.
560 voordeel Zelfstandig naamwoord /ˈvoːr.deːl/ term die aangeeft dat een speler bij een 40-40-stand een punt heeft gescoord en dus maar één punt verwijderd is van de w…
561 gevangenen Zelfstandig naamwoord meervoud van het zelfstandig naamwoord gevangene.
562 eieren Zelfstandig naamwoord /ˈɛi̯.(j)ə.rə(n)/ meervoud van het zelfstandig naamwoord ei.
563 verbrand Werkwoord /vərˈbrɑnt/ eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van verbranden.
564 geduld Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ɣəˈdʏlt/ de rust en bereidheid om te wachten.
565 eeuw Zelfstandig naamwoord /eːu̯/ een periode van 100 jaar.
566 gescheiden Zelfstandig naamwoord, Werkwoord, Bijvoeglijk naamwoord /ɣəˈsxɛidə(n)/ (Zelfstandig naamwoord).
567 snelheid Zelfstandig naamwoord /ˈsnɛl.ɦɛi̯t/ mate waarin je vooruitkomt in een bepaalde tijd; hoe snel je vooruitgaat vitesse vrouwelijk De auto reed met een snelhei…
568 aardige Bijvoeglijk naamwoord /ˈardəɣə/ verbogen vorm van de stellende trap van aardig.
569 rotzooi Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈrɔt.zoːi̯/ wanordelijke zaak of toestand.
570 heette Werkwoord enkelvoud verleden tijd van heten.
571 brak Zelfstandig naamwoord, Werkwoord, Bijvoeglijk naamwoord /brɑk/ een jachthond die gebruikt wordt voor de jacht op lopend wild.
572 lichamen Zelfstandig naamwoord meervoud van het zelfstandig naamwoord lichaam.
573 bidden Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈbɪdə(n)/ Noun. [B1].
574 natuur Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /naːˈtyr/ alles wat niet door bewust menselijk handelen is ontstaan, zoals het bestudeerd en beschreven wordt door wetenschappen a…
575 wijs Zelfstandig naamwoord, Werkwoord, Bijvoeglijk naamwoord /ʋɛi̯s/ van groot inzicht getuigend.
576 buik Zelfstandig naamwoord /bœy̯k/ het onderste deel van de voorkant van de romp van mens of dier dat van boven door het middenrif en van onderen door de b…
577 vinger Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈvɪŋər/ elk van de 5 gelede extremiteiten waar de hand zich in splitst.
578 gespeeld Werkwoord, Bijvoeglijk naamwoord voltooid deelwoord van spelen.
579 feiten Zelfstandig naamwoord /fɛi̯tən/ meervoud van het zelfstandig naamwoord feit.
580 virus Zelfstandig naamwoord /ˈviː.rʏs/ computers computerprogramma dat naar je computer gestuurd wordt, die daardoor minder goed werkt virus mannelijk Help! Mi…
581 ha Zelfstandig naamwoord, Tussenwerpsel /ha/ Bantoetaal met een klein miljoen sprekers in Tanzania tegen de grens met Burundi.
582 plus Zelfstandig naamwoord, Werkwoord, Voorzetsel, Voegwoord /plʏs/ +: teken voor (optelling van) positieve getallen.
583 groene Zelfstandig naamwoord, Werkwoord, Bijvoeglijk naamwoord /ˈɣru.nə/ een persoon in het groen of geassocieerd met de kleur groen.
584 bomen Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈboː.mə(n)/ meervoud van het zelfstandig naamwoord boom.
585 personeel Zelfstandig naamwoord, Bijvoeglijk naamwoord /pɛr.soːˈneːl/ de personen die een bedrijf in loondienst heeft.
586 karen Zelfstandig naamwoord /ˈkaːrən/ meervoud van het zelfstandig naamwoord kaar.
587 pakt Werkwoord /pɑkt/ tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van pakken.
588 plekken Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈplɛkə(n)/ meervoud van het zelfstandig naamwoord plek.
589 commissaris Zelfstandig naamwoord /ˌkɔ.mɪˈsaː.rɪs/ een persoon die zitting heeft in een commissie van toezicht b.v. iemand die namens de aandeelhouders belast is met het t…
590 zuiden Zelfstandig naamwoord /ˈzœy̯.də(n)/ een van de windstreken, die op landkaarten overeenkomt met de onderkant.
591 rechten Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈrɛxtə(n)/ je lichaamshouding corrigeren.
592 veranderde Werkwoord verbogen vorm van veranderd, voltooid deelwoord van veranderen.
593 stof Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /stɔf/ verzameling heel kleine deeltjes.
594 badkamer Zelfstandig naamwoord /ˈbɑtˌkaː.mər/ een vertrek waar men zich kan wassen en verzorgen.
595 leugens Zelfstandig naamwoord meervoud van het zelfstandig naamwoord leugen.
596 zondag Zelfstandig naamwoord /ˈzɔndɑx/ een dag van de week die na zaterdag en voor maandag komt.
597 erheen Bijwoord /ərˈɦeːn/ persoonlijk: in de richting van + het.
598 smaak Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /smaːk/ gewaarwording bij het proeven van eten en drank.
599 aanwezig Zelfstandig naamwoord, Bijvoeglijk naamwoord /ˌaːnˈʋeː.zəx/ (Zelfstandig naamwoord).
600 leraar Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈleː.raːr/ iemand die lesgeeft.
601 maandag Zelfstandig naamwoord /ˈmaːn.dɑx/ een dag van de week, de eerste dag na het weekeinde.
602 verliet Werkwoord enkelvoud verleden tijd van verlaten.
603 leefde Werkwoord /ˈlefdə/, /ˈlevdə/ enkelvoud verleden tijd van leven.
604 pakte Werkwoord /ˈpɑktə/ enkelvoud verleden tijd van pakken.
605 bergen Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈbɛrɣə(n)/ een gemeente in de Noorse provincie Hordaland en tevens de op één na grootste stad van Noorwegen.
606 woede Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈʋudə/ gevoel van erge kwaadheid.
607 studeren Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /styˈdeːrə(n)/ (Zelfstandig naamwoord).
608 sliep Werkwoord /slip/ eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van sliepen.
609 kleding Zelfstandig naamwoord /ˈkleːdɪŋ/ wat je over je lichaam aantrekt, ter bescherming of voor het mooi vêtements mannelijk meervoud habits mannelijk meervoud…
610 stonden Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈstɔndə(n)/ meervoud van het zelfstandig naamwoord stonde.
611 troepen Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈtrupə(n)/ meervoud van het zelfstandig naamwoord troep.
612 eindigen Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈɛi̯ndəɣə(n)/ (Zelfstandig naamwoord).
613 feite Zelfstandig naamwoord /fɛi̯tə/ datief onzijdig van feit.
614 hemelsnaam Zelfstandig naamwoord in ~: bijwoordelijke uitdrukking die verbijstering, ontzetting of wrevel uitdrukt.
615 groeien Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈɣrui̯ə(n)/ (Zelfstandig naamwoord).
616 piloot Zelfstandig naamwoord /piˈloːt/ instrument dat een voertuig zelfstandig zonder tussenkomst van een mens kan besturen.
617 geesten Zelfstandig naamwoord /ˈɣestə(n)/ meervoud van het zelfstandig naamwoord geest.
618 controleer Werkwoord eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van controleren.
619 verslag Zelfstandig naamwoord /vərˈslɑx/ bericht over een gebeurtenis of toestand.
620 ex Zelfstandig naamwoord, Bijvoeglijk naamwoord, Voorzetsel /ɛks/ voormalige echtgenoot of geliefde.
621 heks Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ɦɛks/ een over het algemeen vrouwelijk persoon aan wie bovennatuurlijke krachten worden toegeschreven.
622 daarbij Zelfstandig naamwoord, Bijwoord /daːrˈbɛi̯/ (Zelfstandig naamwoord).
623 waarschuwen Werkwoord /ˈʋaːrˌsxyu̯ə(n)/ iemand verwittigen dat er mogelijke gevaren, problemen of gevolgen zijn.
624 melden Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈmɛldə(n)/ iets rapporteren, bekendmaken.
625 oceaan Zelfstandig naamwoord /ˌoː.seːˈjaːn/ een zeer grote zee tussen verschillende werelddelen.
626 gas Zelfstandig naamwoord, Werkwoord, Uitdrukking /ɣɑs/ brandbaar gas (1) dat gebruikt wordt als brandstof, bijvoorbeeld aardgas, butagas of lpg gaz mannelijk Vroeger kookte ik…
627 goden Zelfstandig naamwoord /ˈɣodə(n)/ meervoud van het zelfstandig naamwoord god.
628 mogelijke Bijvoeglijk naamwoord verbogen vorm van de stellende trap van mogelijk.
629 voorlopig Bijvoeglijk naamwoord, Bijwoord /vorˈlopəx/ tijdelijk in afwachting van iets definitiefs.
630 verslagen Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /vərˈslaɣə(n)/ meervoud van het zelfstandig naamwoord verslag.
631 gepland Werkwoord /ɣəˈplɛnt/ voltooid deelwoord van plannen.
632 verdacht Zelfstandig naamwoord, Werkwoord, Bijvoeglijk naamwoord, Bijwoord /vərˈdɑxt/ suspicion.
633 opgepakt Werkwoord voltooid deelwoord van oppakken.
634 privé Bijvoeglijk naamwoord /priˈveː/ alleen predicatief: voor persoonlijk gebruik gereserveerd.
635 voren Zelfstandig naamwoord, Bijwoord /ˈvoːrə(n)/ van ~: aan of van de voorzijde.
636 knappe Werkwoord, Bijvoeglijk naamwoord verbogen vorm van de stellende trap van knap.
637 koffer Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈkɔ.fər/ draagbare bergruimte van stevig materiaal met een handvat, waarin spullen kunnen worden meegenomen tijdens het reizen.
638 zonde Zelfstandig naamwoord, Werkwoord, Bijvoeglijk naamwoord /ˈzɔn.də/ overtreding van een door mensen gestelde norm.
639 naakt Zelfstandig naamwoord, Werkwoord, Bijvoeglijk naamwoord /naːkt/ afbeelding van een naakte persoon of groep, inz. als kunstwerk of porno.
640 neen Bijwoord, Tussenwerpsel /neːn/ The eyes.
641 plegen Werkwoord /ˈpleːɣə(n)/ begaan, een (gewoonlijk verboden) handeling uitvoeren.
642 excuus Zelfstandig naamwoord /ɛksˈkys/ de reden dat je iets fout hebt gedaan zonder er de verantwoordelijkheid voor te willen dragen.
643 verrast Werkwoord, Bijvoeglijk naamwoord /vəˈrɑst/ tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van verrassen.
644 dienen Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈdinə(n)/ militair soldaat zijn servir (sɛʀviʀ) Hij heeft twee jaar in het leger gediend. Il a servi pendant deux ans dans l'armée…
645 graden Zelfstandig naamwoord /ˈɣradə(n)/ meervoud van het zelfstandig naamwoord graad.
646 ongelofelijk Bijvoeglijk naamwoord /ˌɔŋɣəˈlofələk/ onmogelijk om geloof aan te schenken.
647 haten Werkwoord /ˈɦaːtə(n)/ kwade gevoelens jegens iemand koesteren.
648 ervandoor Bijwoord /ər.vɑnˈdoːr/ onvindbaar weg.
649 opgewonden Zelfstandig naamwoord, Werkwoord, Bijvoeglijk naamwoord /ˈɔp.xəˌʋɔn.də(n)/ (Zelfstandig naamwoord).
650 sterf Werkwoord eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van sterven.
651 dubbele Werkwoord, Bijvoeglijk naamwoord verbogen vorm van de stellende trap van dubbel.
652 boerderij Zelfstandig naamwoord /ˌbur.dəˈrɛi̯/ een woning met bedrijfsruimte van een boer.
653 rijke Zelfstandig naamwoord, Bijvoeglijk naamwoord /ˈrɛi̯kə/ verbogen vorm van de stellende trap van rijk.
654 bord Zelfstandig naamwoord /bɔrt/ vlak voorwerp (vaak van hout) gemaakt om daarop een bepaald spel te spelen; deze spelen noemt men dan ook bordspelen.
655 honderden Zelfstandig naamwoord /ˈhɔndərdə(n)/ aantal dat geschat wordt tussen 200 en 1000 te liggen.
656 klootzakken Zelfstandig naamwoord meervoud van het zelfstandig naamwoord klootzak.
657 herstellen Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ɦɛrˈstɛlə(n)/ (Zelfstandig naamwoord).
658 schrijft Werkwoord /sxrɛift/ tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van schrijven.
659 wc Zelfstandig naamwoord /ʋeːˈseː/ toilet [1].
660 ernaar Bijwoord /ərˈnaːr/ vervangt *naar+ het, naar + ze.
661 lord Zelfstandig naamwoord /lɔrd/ aanspreektitel voor een hoge Britse edelman, hoogwaardigheidsbekleder of hogere ambtenaar.
662 besloot Werkwoord enkelvoud verleden tijd van besluiten.
663 behandeling Zelfstandig naamwoord /bəˈɦɑn.də.lɪŋ/ een handeling gericht op herstel.
664 morgenochtend Bijwoord /ˌmɔrɣənˈɔxtənt/ in de vroege uren van de dag na heden.
665 orders Zelfstandig naamwoord meervoud van het zelfstandig naamwoord order.
666 tong Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /tɔŋ/ wat de vorm van een tong (1) heeft, bijvoorbeeld een landtong of de tong van een schoen.
667 vanmiddag Bijwoord /vɑˈmɪdɑx/ tijdens de middag van de lopende dag.
668 redt Werkwoord /rɛt/ tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van redden.
669 ruil Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /rœy̯l/ een uitwisseling van goederen.
670 verklaren Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /vərˈklaː.rə(n)/ (Zelfstandig naamwoord).
671 lieg Werkwoord /lix/ eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van liegen.
672 kim Zelfstandig naamwoord, Werkwoord, Tussenwerpsel /kɪm/ de rand van een scheepsromp die de overgang vormt van de bodem naar de boorden of, bij ronde rompvormen, het overgangsge…
673 sync Werkwoord /sɪŋk/ eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van syncen.
674 leert Werkwoord /leːrt/ tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van leren.
675 tegelijk Zelfstandig naamwoord, Bijwoord /təɣəˈlɛɪk/ (Zelfstandig naamwoord).
676 marine Zelfstandig naamwoord, Bijvoeglijk naamwoord /maːˈri.nə/ strijdmacht die voor oorlogvoering op zee kan worden ingezet, zeemacht.
677 Champagne Zelfstandig naamwoord, Bijvoeglijk naamwoord /ˌʃɑmˈpɑn.jə/ een witte of rosé schuimwijn uit de champagnestreek in Frankrijk, die in het bijzonder bij feestelijke aangelegenheden w…
678 liefste Bijvoeglijk naamwoord verbogen vorm van de overtreffende trap van lief.
679 genade Zelfstandig naamwoord /ɣəˈnaːdə/ de onverdiende gunst of gave van God die de mens verheft en doet deelnemen aan het goddelijk leven.
680 chauffeur Zelfstandig naamwoord /ʃoːˈføːr/ de bestuurder van een motorvoertuig (ook ).
681 wensen Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈʋɛn.sən/ op iets hopen voor iemand, toewensen.
682 verdien Werkwoord eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van verdienen.
683 godverdomme Tussenwerpsel /ˌɣɔt.vərˈdɔ.mə/ een grove vloek die grote boosheid en/of sterke verontwaardiging uitdrukt.
684 eenzaam Zelfstandig naamwoord, Bijvoeglijk naamwoord /ˈeːn.zaːm/ (Zelfstandig naamwoord).
685 wegens Zelfstandig naamwoord, Voorzetsel /ˈʋeːɣə(n)s/ (Zelfstandig naamwoord).
686 voorstel Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈvoːr.stɛl/ het voorste stuk of gedeelte van iets (net als voordeel).
687 gouverneur Zelfstandig naamwoord /ˌɣu.vərˈnøːr/ het hoofd van een regering, van een kolonie, staat of andere subnationale staatseenheid.
688 graven Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈɣraː.və(n)/ meervoud van het zelfstandig naamwoord graaf.
689 terrein Zelfstandig naamwoord /tɛˈrɛi̯n/ een onderwerp waarmee men zich bezighoudt.
690 ontmoeting Zelfstandig naamwoord /ˌɔntˈmu.tɪŋ/ het in contact komen met elkaar; de keer dat men contact heeft met elkaar.
691 telt Werkwoord /tɛlt/ tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van tellen.
692 handel Zelfstandig naamwoord, Werkwoord, Bijwoord /ˈɦɑn.dəl/ winkel, onderneming die goederen koopt om ze met winst te verkopen.
693 zwijgen Werkwoord /ˈzʋɛi̯.ɣə(n)/ ervan afzien te spreken.
694 ademen Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈaːdəmə(n)/ lucht door je mond naar binnen en naar buiten laten gaan respirer (ʀɛspiʀe).
695 koos Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /kos/ jongensnaam.
696 um Tussenwerpsel um (expressing hesitation).
697 horloge Zelfstandig naamwoord /ɦɔrˈloː.ʒə/ een draagbaar voorwerp waarop de tijd kan worden afgelezen.
698 staten Zelfstandig naamwoord /ˈstatə(n)/ gewestelijke standenvergadering (volksvertegenwoordiging), oorspronkelijk bestaande uit de drie standen: adel, geestelij…
699 ronde Zelfstandig naamwoord, Werkwoord, Bijvoeglijk naamwoord /ˈrɔndə/ een afgebakend onderdeel van een groter geheel.
700 daarover Bijwoord /ˌdaːrˈoː.vər/ over dat, over die.
701 verloofde Zelfstandig naamwoord, Werkwoord, Bijvoeglijk naamwoord /vərˈloːf.də/ iemand die toegezegd heeft met een partner in het huwelijk te willen treden.
702 pot Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /pɔt/ cilindervormig voorwerp van glas of aardewerk dat meestal dient om iets te bewaren (verpakking).
703 donkere Werkwoord, Bijvoeglijk naamwoord verbogen vorm van de stellende trap van donker.
704 afspraakje Zelfstandig naamwoord /ˈɑfsprakjə/ alleen verkleinwoord belofte van twee verliefde mensen om elkaar op een bepaalde tijd en plaats te ontmoeten.
705 pensioen Zelfstandig naamwoord /pɛnˈʃun/ loon uitgesteld tot de tijd dat iemand niet langer actief is op de arbeidsmarkt.
706 vrolijk Zelfstandig naamwoord, Bijvoeglijk naamwoord /ˈvroːˌlək/ in een opgewekte stemming; blijheid oproepend of uitstralend.
707 poort Zelfstandig naamwoord /poːrt/ logische poort: een elektrische schakeling die werkt volgens de Booleaanse Logica.
708 hoefde Werkwoord enkelvoud verleden tijd van hoeven.
709 gunst Zelfstandig naamwoord, Tussenwerpsel /ɣʏnst/ vrijwillig iemand ter wille te zijn door het verlenen van een dienst of goed, zonder dat de ontvanger er recht op heeft…
710 artikel Zelfstandig naamwoord /ɑrˈtikəl/ product in een winkel article (aʀtikl) mannelijk artikelen voor sport en vrije tijd articles de sport et de loisirs kant…
711 overval Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈoː.vərˌvɑl/ poging tot de overname van een bedrijf tegen de zin van de bestuurders daarvan.
712 belangrijker Bijvoeglijk naamwoord onverbogen vorm van de vergrotende trap van belangrijk.
713 netjes Zelfstandig naamwoord, Bijvoeglijk naamwoord, Bijwoord, Tussenwerpsel /ˈnɛ.tjəs/ verkleinwoord meervoud van het zelfstandig naamwoord net.
714 knieën Zelfstandig naamwoord /ˈkni.ə(n)/ meervoud van het zelfstandig naamwoord knie.
715 slimme Bijvoeglijk naamwoord verbogen vorm van de stellende trap van slim.
716 aanraken Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈaːnraːkə(n)/ (Zelfstandig naamwoord).
717 reputatie Zelfstandig naamwoord /reː.pyˈtaː.tsi/ de manier waarop iemand bekend is.
718 ontdekte Werkwoord verbogen vorm van ontdekt, voltooid deelwoord van ontdekken.
719 ruik Werkwoord /rœy̯k/ eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van ruiken.
720 brood Zelfstandig naamwoord /broːt/ een meelproduct dat gemaakt wordt door meeldeeg te bakken, te koken of te stomen.
721 partij Zelfstandig naamwoord, Bijwoord, Lidwoord /pɑrˈtɛi̯/ vereniging van gelijkgezinden die binnen een bepaald gebied hun politieke doelstellingen proberen te verwezenlijken.
722 verstoppen Werkwoord /vərˈstɔ.pə(n)/ iets ~: iets stoppen waar het niet gemakkelijk gevonden zal worden.
723 komst Zelfstandig naamwoord /kɔmst/ het feit dat iemand of iets komt.
724 verdieping Zelfstandig naamwoord /vərˈdi.pɪŋ/ alle ruimten op één hoogte in een gebouw.
725 dief Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /dif/ bandiet, boef, schelm, schurk.
726 voorbeeld Zelfstandig naamwoord /ˈvoːrbeːlt/ iets dat bestaat of kan bestaan, als uitleg bij een abstracte uitleg.
727 geur Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ɣøːr/ gewaarwording met de neus van de aanwezigheid van een gasvormige uitwaseming.
728 dichter Zelfstandig naamwoord, Bijvoeglijk naamwoord, Bijwoord /ˈdɪx.tər/ iemand die poëtische kunst voortbrengt.
729 vliegveld Zelfstandig naamwoord /ˈvliːxfɛlt/ een terrein waar vliegtuigen kunnen landen en opstijgen.
730 markt Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /mɑrkt/ het geheel van omstandigheden waaronder gevraagde en aangeboden hoeveelheden van een bepaald product of een bepaalde die…
731 centrum Zelfstandig naamwoord /ˈsɛn.trʏm/ plaats waar bepaalde activiteiten geconcentreerd zijn.
732 volgde Werkwoord enkelvoud verleden tijd van volgen.
733 ontzettend Zelfstandig naamwoord, Werkwoord, Bijvoeglijk naamwoord, Bijwoord (Zelfstandig naamwoord).
734 beer Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /beːr/ gemetselde dam in een vestinggracht die het water in de gracht scheidt van zout of sterk stromend water van de zee, meer…
735 alibi Zelfstandig naamwoord /ˈaː.liˌbi/ het kunnen aantonen dat men elders was tijdens het zich voltrekken van een misdaad, waardoor men uitgesloten kan worden…
736 terugkomt Werkwoord tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van terugkomen.
737 brieven Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈbrivə(n)/ meervoud van het zelfstandig naamwoord brief.
738 minstens Zelfstandig naamwoord, Bijwoord /ˈmɪnstə(n)s/ (Zelfstandig naamwoord).
739 whisky Zelfstandig naamwoord /ˈʋɪski/ een sterke drank die uit gerst of uit maïs en rogge gestookt is.
740 onschuldige Zelfstandig naamwoord, Bijvoeglijk naamwoord /ɔnˈsxʏl.də.ɣə/ verbogen vorm van de stellende trap van onschuldig.
741 stenen Zelfstandig naamwoord, Werkwoord, Bijvoeglijk naamwoord /ˈsteːnə(n)/ gemaakt van steen.
742 universum Zelfstandig naamwoord /ˌy.niˈvɛr.zʏm/ gehele tijd-ruimtecontinuüm waarin wij bestaan, samen met alle materie en energie.
743 gezondheid Zelfstandig naamwoord, Tussenwerpsel /ɣəˈzɔntˌɦɛi̯t/ welbevinden, in goede staat zijn.
744 daarheen Zelfstandig naamwoord, Bijwoord /daːrˈɦeːn/ (Zelfstandig naamwoord).
745 wijze Zelfstandig naamwoord, Werkwoord, Bijvoeglijk naamwoord bij wijze van: als.
746 britse Zelfstandig naamwoord, Werkwoord, Bijvoeglijk naamwoord een vrouwelijke inwoner van Verenigd Koninkrijk, of een vrouw afkomstig uit Verenigd Koninkrijk.
747 b Zelfstandig naamwoord, Uitdrukking /beː/ de twaalfde toon van de chromatische, en de zevende toon van de diatonische toonladder.
748 komende Werkwoord, Bijvoeglijk naamwoord verbogen vorm van komend, het onvoltooid deelwoord van komen.
749 haven Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈɦaːvə(n)/ natuurlijke of aangelegde aanlegplaats voor schepen.
750 huur Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ɦyr/ het tijdelijk gebruik van goederen of diensten tegen betaling.
751 plicht Zelfstandig naamwoord /plɪxt/ een taak die men op zich genomen heeft of opgelegd heeft gekregen, iets wat je moet doen.
752 assistent Zelfstandig naamwoord /ˌɑ.siˈstɛnt/ iemand die een ander in diens taak ondersteunt.
753 omgaan Werkwoord /ˈɔmˌɣaːn/ passeren door een route rond iets of iemand te volgen.
754 fan Zelfstandig naamwoord /fɑn/ een enthousiaste aanhanger.
755 materiaal Zelfstandig naamwoord /ˌmaː.teː.riˈaːl/ geheel van zaken die men voor een bepaald doel nodig heeft, benodigdheden.
756 hartelijk Zelfstandig naamwoord, Bijvoeglijk naamwoord, Bijwoord /ˈɦɑrtələk/ (Zelfstandig naamwoord).
757 online Bijvoeglijk naamwoord, Bijwoord /ɔnˈlɑi̯n/ online (on, via or connected to the Internet or another network).
758 onszelf Voornaamwoord eerste persoon meervoud, versterkte vorm van ons.
759 stelde Werkwoord /ˈstɛldə/ enkelvoud verleden tijd van stellen.
760 shirt Zelfstandig naamwoord /ʃʏrt/ een hemdachtig kledingstuk voor het bovenlijf dat soms de armen deels ontbloot laat.
761 bevelen Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /bəˈveːlə(n)/ meervoud van het zelfstandig naamwoord bevel.
762 vergat Werkwoord enkelvoud verleden tijd van vergeten.
763 priester Zelfstandig naamwoord /ˈpris.tər/ iemand die de religieuze (offer) rituelen verzorgt.
764 meent Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /meːnt/ weidegrond in gemeenschappelijk bezit.
765 zelfde Voornaamwoord, Lidwoord /ˈzɛlf.də/ like, alike.
766 dossiers Zelfstandig naamwoord meervoud van het zelfstandig naamwoord dossier.
767 proost Zelfstandig naamwoord, Werkwoord, Tussenwerpsel /proːst/ heildronk, dronk op iemands gezondheid.
768 kloppen Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈklɔ.pə(n)/ door slaan in een bepaalde toestand brengen.
769 gekend Werkwoord, Bijvoeglijk naamwoord /ɣəˈkɛnt/ voltooid deelwoord van kennen.
770 vierde Zelfstandig naamwoord, Werkwoord, Bijvoeglijk naamwoord /ˈvirdə/ one in four parts, a quarter.
771 kaas Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /kaːs/ hoeveelheid kaas in de vorm waarin die gewoonlijk gemaakt of verhandeld wordt.
772 opzoeken Werkwoord zoeken op een plaats waar je denkt dat je het kunt vinden chercher een vertaling opzoeken in het woordenboek chercher un…
773 schrikken Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈsxrɪkə(n)/ een achterwaartse beweging in de lengterichting maken.
774 gepleegd Werkwoord voltooid deelwoord van plegen.
775 daarin Bijwoord /daːrˈɪn/ aanwijzend (ver af) in+dat, in+die:.
776 optreden Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈɔptredə(n)/ voor een publiek bepaalde handelingen verrichten, bijvoorbeeld in kunstzinnige zin.
777 april Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ɑˈprɪl/ vierde maand van het jaar.
778 veilige Bijvoeglijk naamwoord /ˈvɛi̯.lə.ɣə/ verbogen vorm van de stellende trap van veilig.
779 beroep Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /bəˈrup/ in hoger beroep gaan: verzoek bij een hogere rechtsinstantie om herziening van een vonnis of beschikking (een rechtsmidd…
780 motief Zelfstandig naamwoord /moːˈtif/ onderwerp dat in een verhaal etc. wordt uitgediept, leidmotief.
781 betaalde Werkwoord, Bijvoeglijk naamwoord verbogen vorm van betaald, voltooid deelwoord van betalen.
782 verderop Bijwoord /ˌvɛrdəˈrɔp/ op een zekere afstand van de genoemde plaats.
783 jacht Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /jɑxt/ / het achtervolgen van wilde dieren met als doel ze te doden en op te eten.
784 scheiden Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈsxɛi̯.də(n)/ (Zelfstandig naamwoord).
785 jeugd Zelfstandig naamwoord /ˈjøːxt/ de tijd van iemands leven dat iemand nog jong is.
786 lokale Bijvoeglijk naamwoord verbogen vorm van de stellende trap van lokaal.
787 engel Zelfstandig naamwoord /ˈɛŋəl/ geestelijk hemels wezen dat God dient en bemiddelt tussen God en mens.
788 kerstman Zelfstandig naamwoord /ˈkɛrst.mɑn/ sprookjesfiguur die tijdens kerst volgens de meest bekende traditie cadeaus uitdeelt.
789 doei Zelfstandig naamwoord, Tussenwerpsel /dui̯/ (Zelfstandig naamwoord).
790 toestand Zelfstandig naamwoord /ˈtu.stɑnt/ de informatie die men over een systeem moet hebben om het gedrag ervan te kunnen bepalen.
791 technologie Zelfstandig naamwoord /ˌtɛx.noː.loːˈɣi/ een bepaalde systematische en praktische toepassing van wetenschappelijke kennis.
792 gebaseerd Werkwoord, Bijvoeglijk naamwoord /ɣəbaˈsert/ voltooid deelwoord van baseren.
793 lichten Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈlɪx.tən/ meervoud van het zelfstandig naamwoord licht.
794 mars Zelfstandig naamwoord, Tussenwerpsel /mɑrs/ regelmatige manier van lopen met afgemeten passen, vooral gebruikt door soldaten en bij plechtigheden.
795 bovendien Zelfstandig naamwoord, Bijwoord /ˌboː.və(n)ˈdin/ (Zelfstandig naamwoord).
796 cijfers Zelfstandig naamwoord /ˈsɛifərs/ meervoud van het zelfstandig naamwoord cijfer.
797 bewaren Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /bəˈʋaːrə(n)/ (Zelfstandig naamwoord).
798 belofte Zelfstandig naamwoord /bəˈlɔf.tə/ een mondelinge of schriftelijke verklaring waarin men iets belooft.
799 vertaald Werkwoord /vərˈtalt/ voltooid deelwoord van vertalen.
800 teleurgesteld Werkwoord, Bijvoeglijk naamwoord, Bijwoord /təˈlørɣəˌstɛlt/ een onaangenaam gevoel hebbend omdat een verwachting of hoop niet uitgekomen is.
801 vriendschap Zelfstandig naamwoord /ˈvrint.sxɑp/ gelijkwaardige relatie tussen personen die elkaar wederzijds genegen zijn en een vergelijkbare relatie tegelijkertijd oo…
802 medelijden Zelfstandig naamwoord /ˈmeː.dəˌlɛi̯.də(n)/ verdriet over het leed van anderen.
803 ramp Zelfstandig naamwoord /rɑmp/ een grote catastrofale gebeurtenis met ernstige gevolgen.
804 ren Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /rɛn/ een snelheidsproef op de weg of in het terrein.
805 verzet Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /vərˈzɛt/ de van de stand van de versnellingen afhangende afstand in meters (verplaatsing) die wordt afgelegd als de pedalen van e…
806 richten Werkwoord /ˈrɪxtə(n)/ zich ~ op: een bepaald doel nastreven.
807 steunen Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈstøː.nə(n)/ van vermoeidheid of pijn een kreunend geluid maken.
808 wolf Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ʋɔlf/ sterrenbeeld zuidelijk van de dierenriem (tussen rechte klimming 14ᵘ13ᵐ en 16ᵘ05ᵐ en tussen declinatie −55° en −33°).
809 advocaten Zelfstandig naamwoord /ˌɑtfoˈkatə(n)/ meervoud van het zelfstandig naamwoord advocaat.
810 dwars Zelfstandig naamwoord, Bijvoeglijk naamwoord, Bijwoord /dʋɑrs/ (Zelfstandig naamwoord).
811 oefenen Werkwoord /ˈufənə(n)/ proberen zonder fouten uit te voeren, leren door te doen.
812 bezwaar Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /bəˈzʋaːr/ moeilijkheid, nadeel.
813 bevestigen Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /bəˈvɛstəɣə(n)/ (Zelfstandig naamwoord).
814 wijzen Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈʋɛi̯zə(n)/ meervoud van het zelfstandig naamwoord wijs.
815 nachtmerrie Zelfstandig naamwoord /ˈnɑxtˌmɛ.ri/ een zeer angstige droom, angstdroom.
816 groen Zelfstandig naamwoord, Werkwoord, Bijvoeglijk naamwoord /ɣrun/ kleur zoals bladeren van planten die meestal hebben, geel met blauw gemengd; secundaire kleur, in het spectrum gelegen t…
817 minst Bijvoeglijk naamwoord /mɪnst/ overtreffende trap van weinig: het geringst in aantal of hoeveelheid.
818 eindigt Werkwoord /ˈɛindəxt/ tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van eindigen.
819 verkoopt Werkwoord /vər.ˈkoːpt/ tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van verkopen.
820 zwembad Zelfstandig naamwoord /ˈzʋɛm.bɑt/ een inrichting om te zwemmen.
821 verdriet Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /vərˈdrit/ een gevoel van droefheid.
822 winter Zelfstandig naamwoord /ˈʋɪn.tər/ het vierde van de vier seizoenen: op het noordelijk halfrond van 21 december tot 20 maart, op het zuidelijk halfrond van…
823 afgesloten Werkwoord /'ɑf.xə.slo.tə(n)/ voltooid deelwoord van afsluiten.
824 geheel Zelfstandig naamwoord, Bijvoeglijk naamwoord, Bijwoord /ɣəˈhel/ compleet, volkomen.
825 min Zelfstandig naamwoord, Werkwoord, Bijvoeglijk naamwoord, Bijwoord, Voorzetsel /mɪn/ vrouw die tegen betaling het kind van een andere vrouw zoogt.
826 verwijderd Werkwoord, Bijvoeglijk naamwoord voltooid deelwoord van verwijderen.
827 donder Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈdɔn.dər/ het menselijk lichaam (voornamelijk in op zijn ~ krijgen).
828 mobiel Zelfstandig naamwoord, Bijvoeglijk naamwoord /moːˈbil/ kunstwerk dat door trillingen of luchtstromingen in beweging blijft, vaak doordat de samenstellende delen zo zijn verbon…
829 okee Bijvoeglijk naamwoord /oˈkejə/ verbogen vorm van de stellende trap van oké.
830 interesseert Werkwoord tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van interesseren.
831 leden Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈledən/ meervoud van het zelfstandig naamwoord lid.
832 gooide Werkwoord enkelvoud verleden tijd van gooien.
833 muren Zelfstandig naamwoord meervoud van het zelfstandig naamwoord muur.
834 koers Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /kurs/ ontwikkeling van de waarde van verhandelbare waardepapieren als obligaties, aandelen en opties.
835 nat Zelfstandig naamwoord, Werkwoord, Bijvoeglijk naamwoord /nɑt/ gedrenkt in een vloeistof, meestal water.
836 bekende Zelfstandig naamwoord, Werkwoord, Bijvoeglijk naamwoord /bəˈkɛndə/ een persoon waarvan je weet wie het is.
837 waarheen Bijwoord /ʋaːrˈɦeːn/ betrekkelijk: in welke richting.
838 hierin Zelfstandig naamwoord, Bijwoord /ˈhirɪn/ (Zelfstandig naamwoord).
839 uniform Zelfstandig naamwoord, Bijvoeglijk naamwoord /ˈy.niˌfɔrm/ gelijke, vaak voorgeschreven, kleding.
840 voorbereid Werkwoord, Bijvoeglijk naamwoord eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van voorbereiden.
841 wild Zelfstandig naamwoord, Bijvoeglijk naamwoord, Bijwoord /ʋɪlt/ dieren die niet onder menselijke beheersing zijn opgegroeid.
842 regen Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈreː.ɣə(n)/ neerslag van tot druppels gecondenseerde waterdamp.
843 drinkt Werkwoord /drɪŋkt/ tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van drinken.
844 studenten Zelfstandig naamwoord meervoud van het zelfstandig naamwoord student.
845 bepalen Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /bəˈpaːlə(n)/ (Zelfstandig naamwoord).
846 briefje Zelfstandig naamwoord /ˈbrifjə/ verkleinwoord enkelvoud van het zelfstandig naamwoord brief.
847 fuck Zelfstandig naamwoord, Werkwoord, Tussenwerpsel /fʏk/ An act of sexual intercourse.
848 berichten Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /bəˈrɪxtə(n)/ meervoud van het zelfstandig naamwoord bericht.
849 gok Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ɣɔk/ een keuze zonder het juiste antwoord te weten.
850 voldoende Zelfstandig naamwoord, Werkwoord, Bijvoeglijk naamwoord, Bijwoord, Voornaamwoord, Lidwoord /vɔlˈdun.də/ een beoordeling die aangeeft dat een test gehaald is of voldoende kennis is getoond.
851 samenwerken Werkwoord ~ met met een of meer aan hetzelfde werken.
852 lekkere Bijvoeglijk naamwoord verbogen vorm van de stellende trap van lekker.
853 ruiken Werkwoord /ˈrœy̯.kə(n)/ ~ naar een bepaalde geur verspreiden die met de neus waargenomen kan worden.
854 klok Zelfstandig naamwoord, Werkwoord, Tussenwerpsel /klɔk/ een akoustisch waarschuwingsmiddel waarmee men geluidssignalen aan de bevolking kan geven.
855 gemeenschap Zelfstandig naamwoord /ɣəˈmeːnˌsxɑp/ geheel van personen of zaken die tot elkaar in een bepaald opzicht in een geregelde betrekking staan.
856 redelijk Zelfstandig naamwoord, Bijvoeglijk naamwoord, Bijwoord /ˈreːdələk/ (Zelfstandig naamwoord).
857 wezens Zelfstandig naamwoord /ˈʋeːzə(n)s/ meervoud van het zelfstandig naamwoord wezen.
858 echter Zelfstandig naamwoord, Bijvoeglijk naamwoord, Bijwoord, Voegwoord /ˈɛx.tər/ (Zelfstandig naamwoord).
859 getekend Werkwoord, Bijvoeglijk naamwoord /ɣəˈtekənt/ door tekenen ontstaan.
860 overwinning Zelfstandig naamwoord /ˌoːvərˈʋɪnɪŋ/ keer dat je wint.
861 klonk Werkwoord /klɔŋk/ enkelvoud verleden tijd van klinken.
862 onderwerp Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈɔndərˌwɛrᵊp/ zinsdeel waarnaar de persoonsvorm zich richt en dat bijv. de handelende persoon of zaak beschrijft.
863 verklaart Werkwoord tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van verklaren.
864 olie Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈoː.li/ benaming voor uiteenlopende soorten vettige vloeistoffen die niet of nauwelijks met water mengen.
865 bewust Zelfstandig naamwoord, Bijvoeglijk naamwoord, Bijwoord /bəˈʋʏst/ (Zelfstandig naamwoord).
866 bemanning Zelfstandig naamwoord /bəˈmɑ.nɪŋ/ de personen die het benodigde werk aan boord van een schip of vliegtuig verrichten.
867 tellen Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈtɛ.lə(n)/ getallen oplopend opnoemen.
868 degenen Voornaamwoord als antecedent van een beperkende bijzin; de personen.
869 overkomt Werkwoord tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van overkomen.
870 vertrouwt Werkwoord /vərˈtrɑut/ tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van vertrouwen.
871 hang Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ɦɑŋ/ rond, metalen slaginstrument dat met de handen bespeeld wordt.
872 schoten Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈsxotə(n)/ meervoud van het zelfstandig naamwoord schoot.
873 seconde Zelfstandig naamwoord /ˌsəˈkɔn.də/ een interval met een toonafstand zoals die van de eerste naar de tweede toon van een diatonische toonladder.
874 geldt Werkwoord /ɣɛlt/ tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van gelden.
875 delict Zelfstandig naamwoord /dəˈlɪkt/ een gedraging die bij de wet verboden is zowel de ernstige misdaden als de minder ernstige overtredingen.
876 groeten Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈɣrutə(n)/ meervoud van het zelfstandig naamwoord groet.
877 maag Zelfstandig naamwoord /maːx/ de organen van het maag-darmstelsel die in de buik zijn gelegen.
878 beantwoorden Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /bəˈɑntʋoːrdə(n)/ (Zelfstandig naamwoord).
879 allerlei Voornaamwoord, Lidwoord /ˌɑ.lərˈlɛi̯/ all kinds of.
880 wandelen Werkwoord /ˈʋɑn.də.lə(n)/ ongericht een wandeling maken.
881 waarschuwing Zelfstandig naamwoord /ˈʋaːrˌsxyu̯.ɪŋ/ een mededeling dat er onaangename of gevaarlijke gevolgen op til zijn.
882 gewaarschuwd Werkwoord /ɣəˈʋaːrsxyu̯t/ voltooid deelwoord van waarschuwen.
883 begreep Werkwoord enkelvoud verleden tijd van begrijpen.
884 kist Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /kɪst/ grote bak van hout of ander materiaal caisse vrouwelijk een kist appels une caisse de pommes gereedschapskist boîte/cais…
885 middelbare Zelfstandig naamwoord, Bijvoeglijk naamwoord /ˌmɪ.dəlˈbaː.rə/ ellipsis of middelbare school (“secondary school”).
886 jay Zelfstandig naamwoord jongensnaam.
887 training Zelfstandig naamwoord /ˈtreː.nɪŋ/ opleiding in een vaardigheid.
888 pik Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /pɪk/ geslachtsdeel van de man, penis.
889 race Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /reːs/ wedstrijd waarbij het erom gaat een bepaald traject of parcours zo snel mogelijk af te leggen.
890 geliefde Zelfstandig naamwoord, Werkwoord, Bijvoeglijk naamwoord /ɣəˈlif.də/ een persoon waarmee men een liefdesrelatie onderhoudt.
891 nationale Bijvoeglijk naamwoord verbogen vorm van de stellende trap van nationaal.
892 gedeelte Zelfstandig naamwoord minder dan het geheel.
893 wassen Zelfstandig naamwoord, Werkwoord, Bijvoeglijk naamwoord /'ʋɑsə(n)/ groeien, stijgen, voornamelijk i.v.m. de maan of een waterloop.
894 verwachtte Werkwoord enkelvoud verleden tijd van verwachten.
895 scheelt Werkwoord /sxeːlt/ tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van schelen.
896 ophangen Werkwoord /ˈɔpˌɦɑ.ŋə(n)/ iets in een hangende positie bevestigen.
897 douche Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /duʃ/ bad [1] in de vorm van een neerwaartse waterstraal die op het lichaam belandt.
898 reageren Werkwoord /ˌreːjaːˈɣeːrə(n)/ ~ met: bij samenvoeging een chemisch proces van verandering ondergaan.
899 zwijg Werkwoord eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van zwijgen.
900 alcohol Zelfstandig naamwoord /ˈɑl.koːˌɦɔl/ elk van de verbindingen uit een groep koolwaterstoffen die gekenmerkt zijn door de aanwezigheid van een -O-H-verbinding.
901 stoor Werkwoord /stoːr/ eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van storen.
902 verdiende Werkwoord, Bijvoeglijk naamwoord verbogen vorm van verdiend, voltooid deelwoord van verdienen.
903 gave Zelfstandig naamwoord, Werkwoord, Bijvoeglijk naamwoord /ˈɣaːvə/ een geschenk van God, van een godheid.
904 sprong Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /sprɔŋ/ een afwijking van de normale volgorde waarbij een aantal tussenliggende zaken overgeslagen worden.
905 bewakers Zelfstandig naamwoord meervoud van het zelfstandig naamwoord bewaker.
906 aangenomen Werkwoord, Bijvoeglijk naamwoord, Voegwoord /ˈaŋɣəˌnomə(n)/ voltooid deelwoord van aannemen.
907 model Zelfstandig naamwoord /moːˈdɛl/ : wiskundige uitdrukking die met behulp van aan te passen grootheden de waargenomen gegevens tracht te verklaren.
908 data Zelfstandig naamwoord /ˈdaːtaː/ meervoud van het zelfstandig naamwoord datum.
909 oor Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /oːr/ oude Nederlandse munt ter waarde van een kwart stuiver ofwel twee duiten.
910 jeetje Tussenwerpsel /ˈjecə/ uitdrukking van milde ontsteltenis en verbazing.
911 spelletjes Zelfstandig naamwoord verkleinwoord meervoud van het zelfstandig naamwoord spel.
912 noch Voegwoord /nɔx/ en (ook) niet.
913 wedden Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈwɛdə(n)/ geld inzetten op een toekomstige gebeurtenis.
914 meedoen Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈmedun/ (Zelfstandig naamwoord).
915 winst Zelfstandig naamwoord /ʋɪnst/ het verschil tussen de verkoopsprijs en alle kosten die men heeft gemaakt.
916 gereed Werkwoord, Bijvoeglijk naamwoord /ɣəˈreːt/ als predicaat: voor gebruik klaar gemaakt.
917 middag Zelfstandig naamwoord /ˈmɪ.dɑx/ het gedeelte van de dag tussen 12.00 en 18.00 uur; namiddag.
918 lijf Zelfstandig naamwoord /lɛi̯f/ het menselijk lichaam.
919 donna Zelfstandig naamwoord /ˈdɔna/ respectvolle aanduiding voor een vrouw.
920 onthouden Werkwoord /ˌɔntˈɦɑu̯.də(n)/ zich ~: bewust iets niet doen of van iets afzien, hoewel er een wens of behoefte naar is.
921 daarop Zelfstandig naamwoord, Bijwoord /daːrˈɔp/ (Zelfstandig naamwoord).
922 identiteit Zelfstandig naamwoord /ˌidɛntiˈtɛit/ geheel van eigenschappen dat je onderscheidt van anderen en bepaalt wie je bent.
923 crimineel Zelfstandig naamwoord, Bijvoeglijk naamwoord /ˌkri.miˈneːl/ iemand die de wet breekt.
924 openbaar Werkwoord, Bijvoeglijk naamwoord /ˌopə(n)ˈbar/ vrij toegankelijk.
925 verpesten Werkwoord /vərˈpɛstə(n)/ ervoor zorgen dat iets niet leuk meer is.
926 moordenaars Zelfstandig naamwoord meervoud van het zelfstandig naamwoord moordenaar.
927 bewaker Zelfstandig naamwoord /bəˈʋaː.kər/ een persoon die ervoor zorgt dat gevangenen niet ontsnappen, cipier, gevangenbewaarder.
928 beloofde Werkwoord verbogen vorm van beloofd, voltooid deelwoord van beloven.
929 gods Zelfstandig naamwoord, Bijwoord /ɣɔts/ genitief van God.
930 zowel Bijwoord, Voegwoord /zoːˈʋɛl/ both, as well as.
931 media Zelfstandig naamwoord /ˈmedija/ meervoud van het zelfstandig naamwoord medium.
932 Letten Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈlɛtə(n)/ meervoud verleden tijd van letten.
933 breekt Werkwoord tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van breken.
934 sprake Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈspraː.kə/ datief vrouwelijk van spraak.
935 kansen Zelfstandig naamwoord /ˈkɑnsə(n)/ meervoud van het zelfstandig naamwoord kans.
936 explosie Zelfstandig naamwoord /ɛksˈploːzi/ het barsten van een onder druk staande gastank, of een heftige chemische reactie waarbij plotseling zeer grote gasdruk o…
937 indrukwekkend Zelfstandig naamwoord, Bijvoeglijk naamwoord /ˌɪndrʏkˈʋɛkənt/ (Zelfstandig naamwoord).
938 plotseling Zelfstandig naamwoord, Bijvoeglijk naamwoord, Bijwoord /ˈplɔtsəlˌɪŋ/ (Zelfstandig naamwoord).
939 schutter Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈsxʏtər/ sterrenbeeld van de dierenriem (tussen rechte klimming 7ᵘ41ᵐ en 20ᵘ25ᵐ en tussen declinatie −45° en −12°).
940 hekel Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈhekəl/ een werktuig gebruikt bij het verwerken van hennep of vlas.
941 fort Zelfstandig naamwoord /fɔrt/ groot woonhuis voor meerdere gezinnen tegelijk, vaak begonnen als eengezinswoning.
942 ingewikkeld Zelfstandig naamwoord, Werkwoord, Bijvoeglijk naamwoord /ˌɪn.ɣəˈʋɪ.kəlt/ (Zelfstandig naamwoord).
943 lied Zelfstandig naamwoord /liːt/ muzikale vorm waarin tekst op muziek wordt verklankt, vaak vormgegeven in couplet en refrein.
944 vriendinnen Zelfstandig naamwoord meervoud van het zelfstandig naamwoord vriendin.
945 besef Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /bəˈsɛf/ een reëel bewustzijn, notitie.
946 spiegel Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈspi.ɣəl/ voorwerp dat licht (en andere soorten elektromagnetische straling) weerkaatst volgens de regel: "hoek van inval = hoek v…
947 gevochten Werkwoord voltooid deelwoord van vechten.
948 lege Werkwoord, Bijvoeglijk naamwoord /ˈleː.ɣə/ verbogen vorm van de stellende trap van leeg.
949 onlangs Zelfstandig naamwoord, Bijwoord /ɔnlaŋs/ (Zelfstandig naamwoord).
950 stand Zelfstandig naamwoord /stɑnt/ puntentelling bij een wedstrijd of een aantal cijfers op een paneel (meter).
951 woestijn Zelfstandig naamwoord /ʋusˈtɛi̯n/ grote dorre vlakte, met weinig neerslag (relatief t.a.v. de daar heersende temperatuur) en weinig vegetatie.
952 gedwongen Zelfstandig naamwoord, Werkwoord, Bijvoeglijk naamwoord (Zelfstandig naamwoord).
953 idioten Zelfstandig naamwoord meervoud van het zelfstandig naamwoord idioot.
954 gezellig Zelfstandig naamwoord, Bijvoeglijk naamwoord /ɣəˈzɛ.ləx/ (Zelfstandig naamwoord).
955 lunchen Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈlʏn.ʃə(n)/ meervoud van het zelfstandig naamwoord lunch.
956 hielden Werkwoord /hiɫ.də(n)/ meervoud verleden tijd van houden.
957 seizoen Zelfstandig naamwoord /sɛi̯ˈzun/ elk van de vier periodes waarin het jaar verdeeld wordt, en gekenmerkt wordt door astronomische en klimatologische eigen…
958 resultaten Zelfstandig naamwoord meervoud van het zelfstandig naamwoord resultaat.
959 pagina Zelfstandig naamwoord /ˈpaːɣinaː/ bladzijde, zowel met betrekking tot de volgorde als tot het oppervlak.
960 vlieg Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /vlix/ overige vliegende insecten die niet tot de tweevleugeligen behoren maar wel met die naam worden aangeduid zoals haften e…
961 bril Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /brɪl/ voorwerp met glazen op je neus om goed te kunnen zien of ter bescherming paire vrouwelijk de lunettes (pɛʀd(ə)lynɛt) een…
962 spannend Werkwoord, Bijvoeglijk naamwoord /ˈspɑnənt/ emotionele opwinding veroorzakend.
963 doodt Werkwoord tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van doden.
964 mensheid Zelfstandig naamwoord /ˈmɛns.ɦɛi̯t/ alle mensen, het menselijk ras humanité vrouwelijk Dit geneesmiddel is een zegen voor de mensheid. Ce médicament est un…
965 botten Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈbɔtə(n)/ meervoud van het zelfstandig naamwoord botte.
966 busje Zelfstandig naamwoord /ˈbʏʃə/ verkleinwoord enkelvoud van het zelfstandig naamwoord bus.
967 herinnering Zelfstandig naamwoord /ˌɦɛˈrɪ.nə.rɪŋ/ het weer in het bewustzijn oproepen van een gebeurtenis van het verleden, het herinneren.
968 kaartje Zelfstandig naamwoord /ˈkarcə/ papier(tje) of digitaal document als bewijs dat je ergens recht op hebt, zoals toegang of deelname.
969 pop Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /pɔp/ Persoonlijk Ontwikkelingsplan; een plan waarin de lerende zelf vaststelt wat hij wil leren, hoe hij dat wenst te leren e…
970 verschuldigd Bijvoeglijk naamwoord /vərˈsxʏl.dəxt/ verplicht om aan iemand te geven.
971 gesteld Werkwoord, Bijvoeglijk naamwoord /ɣəˈstɛlt/ voltooid deelwoord van stellen.
972 hee Zelfstandig naamwoord, Tussenwerpsel /ɦe/ vijfde letter van het alfabet.
973 tweeën Zelfstandig naamwoord /ˈtwejə(n)/ datief van twee: bij tijdsaanduidingen na voorzetsels.
974 zielig Bijvoeglijk naamwoord /ˈzi.ləx/ aanstellerig, belachelijk, idioot bn.
975 my Voornaamwoord /mɛi̯/ obsolete spelling of mij.
976 hal Zelfstandig naamwoord /ɦɑl/ hardheid van de grond tengevolge van de vorst, plek bevroren grond, hardbevroren aardkorst.
977 letterlijk Bijvoeglijk naamwoord, Bijwoord /ˈlɛ.tər.lək/ literally.
978 banden Zelfstandig naamwoord, Werkwoord meervoud verleden tijd van bannen.
979 route Zelfstandig naamwoord /ˈru.tə/ weg naar de plaats waar je naartoe wilt itinéraire mannelijk de kortste route naar het station le chemin le plus court p…
980 vliegt Werkwoord /vlixt/ tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van vliegen.
981 walgelijk Zelfstandig naamwoord, Bijvoeglijk naamwoord /ˈʋɑlɣələk/ (Zelfstandig naamwoord).
982 gegooid Werkwoord /ɣəˈ.ɣoːi̯t/ voltooid deelwoord van gooien.
983 smerig Zelfstandig naamwoord, Bijvoeglijk naamwoord /ˈsmɛrəx/ (Zelfstandig naamwoord).
984 verwijderen Werkwoord /vərˈʋɛi̯.də.rə(n)/ zich ~ van: afstand scheppen tot iets.
985 uitzien Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈœy̯tsin/ (Zelfstandig naamwoord).
986 beweegt Werkwoord /bəˈwext/ tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van bewegen.
987 hierover Bijwoord over dit, over deze.
988 mannetje Zelfstandig naamwoord /ˈmɑ.nə.tjə/ iemand van het mannelijk geslacht die tegen betaling klusjes verricht.
989 genie Zelfstandig naamwoord /ʒeːˈni/ iemand die buitengewoon slim is of die ergens uitzonderlijk goed in is.
990 burger Zelfstandig naamwoord /ˈbʏr.ɣər/ in twee helften gesneden broodje met daartussen een schijf gebakken of gegrild rundergehakt of iets vergelijkbaars, met…
991 bedreiging Zelfstandig naamwoord /bəˈdrɛi̯.ɣɪŋ/ een mogelijk gevaar.
992 lef Zelfstandig naamwoord, Bijvoeglijk naamwoord /lɛf/ durf, branie, moed.
993 vlakbij Bijwoord, Voorzetsel /vlɑɡˈbɛi/ in de directe nabijheid.
994 gevolgen Zelfstandig naamwoord /ɣəˈvɔl.ɣə(n)/ meervoud van het zelfstandig naamwoord gevolg.
995 gedag Zelfstandig naamwoord /ɣəˈdɑx/ ~ zeggen iemand begroeten of afscheid van iemand nemen.
996 ontslaan Werkwoord /ˌɔntˈslaːn/ de arbeidsovereenkomst beëindigen van, meestal wegens onbekwaamheid of wangedrag van de werknemer.
997 nummers Zelfstandig naamwoord /ˈnʏmərs/ meervoud van het zelfstandig naamwoord nummer.
998 verzamelen Werkwoord /vərˈzaː.mə.lə(n)/ bij elkaar brengen; aan een voorraad toevoegen.
999 jongeman Zelfstandig naamwoord een jeugdig persoon van het mannelijk geslacht.
1000 huiswerk Zelfstandig naamwoord /ˈɦœy̯s.ʋɛrk/ schoolwerk dat thuis verricht moet worden.
1001 house Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ɦɑu̯s/ housemuziek.
1002 koude Zelfstandig naamwoord, Bijvoeglijk naamwoord /ˈkɑu̯də/ het koud zijn.
1003 verontschuldigen Werkwoord /vərˌɔntˈsxʏldəɣə(n)/ spijt betuigend meedelen dat men niet kan komen of juist weg moet gaan.
1004 gevaarlijke Bijvoeglijk naamwoord verbogen vorm van de stellende trap van gevaarlijk.
1005 lelijk Bijvoeglijk naamwoord, Bijwoord /ˈleː.lək/ onprettig om naar te kijken, niet mooi.
1006 verbaasd Werkwoord, Bijvoeglijk naamwoord, Bijwoord zeer verwonderd.
1007 vuil Zelfstandig naamwoord, Bijvoeglijk naamwoord /vœy̯l/ viezigheid, onreine materie.
1008 ondertussen Zelfstandig naamwoord, Bijwoord /ˌɔn.dərˈtʏ.sə(n)/ (Zelfstandig naamwoord).
1009 gelukkige Zelfstandig naamwoord, Bijvoeglijk naamwoord verbogen vorm van de stellende trap van gelukkig.
1010 leest Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /leːst/ een houten of metalen vorm waarop een schoen vervaardigd of gerepareerd wordt.
1011 at Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ɑt/ enkelvoud tegenwoordige tijd van atten.
1012 verplaatsen Werkwoord /vərˈplaːt.sə(n)/ iets van de ene plaats naar de andere brengen.
1013 starten Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈstɑrtə(n)/ (Zelfstandig naamwoord).
1014 gerechtigheid Zelfstandig naamwoord /ɣəˈrɛx.təx.ɦɛi̯t/ het handelen of behandeld worden volgens bepaalde normen aangaande wat recht en eerlijk is.
1015 onderdeel Zelfstandig naamwoord /ˈɔndərdeːl/ een (gespecialiseerd) deel (component) van een groter geheel.
1016 wijst Werkwoord, Bijvoeglijk naamwoord /wɛist/ tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van wijzen.
1017 scheiding Zelfstandig naamwoord /ˈsxɛi̯.dɪŋ/ de lijn aan weerszijden waarvan haar naar de ene of de andere kant valt, de haarscheiding.
1018 welnee Zelfstandig naamwoord, Tussenwerpsel /ʋɛlˈneː/ (Zelfstandig naamwoord).
1019 partners Zelfstandig naamwoord meervoud van het zelfstandig naamwoord partner.
1020 hoogste Bijvoeglijk naamwoord verbogen vorm van de overtreffende trap van hoog.
1021 snijden Werkwoord /ˈsnɛi̯də(n)/ de tegenstander een hoge kaart, gewoonlijk de koning, uit handen spelen.
1022 soorten Zelfstandig naamwoord meervoud van het zelfstandig naamwoord soort.
1023 touw Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /tɑu̯/ een middel om zaken bij elkaar te binden.
1024 zijde Zelfstandig naamwoord /ˈzɛi̯.də/ grenslijn van een tweedimensionale figuur of het grensvlak van een lichaam.
1025 ellende Zelfstandig naamwoord /ˌɛˈlɛn.də/ beklagenswaardige (armoedige enz.) omstandigheden die zorgen voor lijden en verdriet.
1026 nep Zelfstandig naamwoord, Werkwoord, Bijvoeglijk naamwoord /nɛp/ uitjes die alleen nog geschikt zijn om in te maken.
1027 joden Zelfstandig naamwoord /ˈjodə(n)/ meervoud van het zelfstandig naamwoord Jood.
1028 klagen Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈklaːɣə(n)/ (Zelfstandig naamwoord).
1029 zacht Bijvoeglijk naamwoord, Bijwoord /zɑxt/ gemakkelijk samen te drukken en/of te buigen.
1030 aap Zelfstandig naamwoord /aːp/ min of meer vierkant zeil dat op oude zeilschepen gebruikt werd om meer zeil bij te zetten.
1031 won Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /wɔn/ enkelvoud verleden tijd van winnen.
1032 dringend Zelfstandig naamwoord, Werkwoord, Bijvoeglijk naamwoord /ˈdrɪ.ŋənt/ (Zelfstandig naamwoord).
1033 teruggaan Werkwoord /təˈrʏxaːn/ naar het punt van vertrek gaan.
1034 eisen Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈɛi̯sə(n)/ meervoud van het zelfstandig naamwoord eis.
1035 veroordeeld Werkwoord, Bijvoeglijk naamwoord condemned.
1036 neerschieten Werkwoord /ˈneːrˌsxi.tə(n)/ door te schieten op de grond doen belanden.
1037 vloek Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /vluk/ godslasterende uiting als iemand schrikt, zich bezeert of heel ontevreden is.
1038 stijl Zelfstandig naamwoord /stɛi̯l/ buisvormige, middelste gedeelte van de stamper.
1039 smeek Werkwoord eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van smeken.
1040 rand Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /rɑnt/ afvalmateriaal, overgebleven aan de zijkant van de strook, om een of meer uitgesneden producten heen.
1041 verrader Zelfstandig naamwoord /vəˈraːdər/ iemand die verraad pleegt.
1042 tel Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /tɛl/ ruïneheuvel, gevormd door opeenvolgende lagen van bewoning.
1043 romantisch Bijvoeglijk naamwoord /roːˈmɑntis/ met betrekking tot de hofmakerij.
1044 zorgde Werkwoord enkelvoud verleden tijd van zorgen.
1045 stelletje Zelfstandig naamwoord verkleinwoord enkelvoud van het zelfstandig naamwoord stel.
1046 hersens Zelfstandig naamwoord /ˈɦɛr.səns/ waarnemend, aansturend, controlerend en informatieverwerkend orgaan in dieren.
1047 verdwijnt Werkwoord tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van verdwijnen.
1048 middelen Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈmɪdələ(n)/ het gemiddelde nemen van een reeks getallen.
1049 roept Werkwoord tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van roepen.
1050 leveren Werkwoord /ˈleː.və.rə(n)/ iemand iets ~ iemand iets vervelends aandoen.
1051 dekking Zelfstandig naamwoord /ˈdɛ.kɪŋ/ een gebeurtenis valt onder de dekking van een verzekering als de verzekeringsmaatschappij geld moet uitkeren als die geb…
1052 onthoud Werkwoord eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van onthouden.
1053 politieke Bijvoeglijk naamwoord verbogen vorm van de stellende trap van politiek.
1054 cheque Zelfstandig naamwoord /ʃɛk/ schriftelijke betalingsopdracht waardoor een bedrag via de bank wordt overgeschreven of uitbetaald.
1055 schaduw Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈsxaː.dyu̯/ bepaald archetype in de jungiaanse psychologie, een onbewust aspect van de persoonlijkheid.
1056 kasteel Zelfstandig naamwoord /kɑˈsteːl/ middeleeuwse versterkte woning.
1057 lagen Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈlaɣə(n)/ meervoud van het zelfstandig naamwoord laag.
1058 dertig Zelfstandig naamwoord, Bijvoeglijk naamwoord /ˈdɛr.təx/ dat wat in een (rang)ordening met 30 is aangeduid.
1059 branden Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈbrɑndə(n)/ langzaam aan vuur blootstellen (van cacao- en koffiebonen, noten, e.d.).
1060 leidde Werkwoord enkelvoud verleden tijd van leiden.
1061 resultaat Zelfstandig naamwoord /reː.zʏlˈtaːt/ een uitkomst.
1062 aangekomen Werkwoord /ˈaŋɣəˌkomə(n)/ voltooid deelwoord van aankomen.
1063 constant Zelfstandig naamwoord, Bijvoeglijk naamwoord /kɔnˈstɑnt/ jongensnaam.
1064 waarbij Bijwoord betrekkelijk: bij wat, bij hetwelk.
1065 wanhopig Zelfstandig naamwoord, Bijvoeglijk naamwoord /ˌʋɑnˈɦoː.pəx/ (Zelfstandig naamwoord).
1066 verkracht Werkwoord /vər.ˈkrɑxt/ enkelvoud tegenwoordige tijd van verkrachten.
1067 winnaar Zelfstandig naamwoord /ˈʋɪ.naːr/ degene die een strijd of wedstrijd in zijn voordeel beslist.
1068 waardeloos Zelfstandig naamwoord, Bijvoeglijk naamwoord /ˈʋardəˌlos/ (Zelfstandig naamwoord).
1069 merken Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈmɛrkə(n)/ iets waarnemen of herkennen, gewaarworden.
1070 doctor Zelfstandig naamwoord /ˈdɔk.tɔr/ een academicus die een goedgekeurd proefschrift heeft geschreven.
1071 ongerust Bijvoeglijk naamwoord bezorgd dat iemand iets zal overkomen.
1072 snelle Werkwoord, Bijvoeglijk naamwoord verbogen vorm van de stellende trap van snel.
1073 slet Zelfstandig naamwoord /slɛt/ een vrouw die met vele mannen verkeert.
1074 fiets Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /fits/ vervoermiddel waarvan je de wielen via een kettingsysteem aan het draaien brengt door op pedalen te trappen vélo manneli…
1075 vocht Zelfstandig naamwoord, Werkwoord, Bijvoeglijk naamwoord /vɔxt/ water dat iets doordrenkt of als damp aanwezig is.
1076 opruimen Werkwoord /ˈɔpˌrœy̯.mə(n)/ iemand uit het publieke zicht laten verdwijnen, al dan niet door diegene van het leven te beroven.
1077 daaraan Bijwoord /daːrˈaːn/ aan dat, aan die.
1078 gsm Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ɣeː.ɛsˈɛm/ verouderde spelling of vorm van gsm tot 2015.
1079 gewild Zelfstandig naamwoord, Werkwoord, Bijvoeglijk naamwoord /ɣəˈʋɪlt/ (Zelfstandig naamwoord).
1080 overeenkomst Zelfstandig naamwoord /ˌoː.vərˈeːn.kɔmst/ bindende afspraak waarbij partijen jegens elkaar of de ene jegens de andere de wil geuit hebben om verbintenissen (iets…
1081 spring Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /sprɪŋ/ tros die wordt uitgebracht in een richting tegen die van een landvast in, om het doorschieten van een schip te voorkomen.
1082 schilderij Zelfstandig naamwoord /sxɪl.dəˈrɛi̯/ een met verf op doek of andere achtergrond gemaakte afbeelding.
1083 middernacht Zelfstandig naamwoord /ˈmɪdərˌnɑxt/ het midden van de nacht, twaalf uur 's nachts.
1084 brein Zelfstandig naamwoord /brɛi̯n/ iemand met een goed denkvermogen wiens denken achter een bepaalde organisatie of gebeurtenis te zoeken is.
1085 richt Werkwoord enkelvoud tegenwoordige tijd van richten.
1086 onbekende Zelfstandig naamwoord, Bijvoeglijk naamwoord verbogen vorm van de stellende trap van onbekend.
1087 vervolgens Bijwoord /vərˈvɔl.ɣə(n)s/ in de tijd na een eerdere gebeurtenis of handeling.
1088 iemands Zelfstandig naamwoord, Voornaamwoord, Lidwoord (Zelfstandig naamwoord).
1089 fabriek Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /faːˈbrik/ plaats waar op industriële schaal productie bedreven wordt.
1090 geschikt Zelfstandig naamwoord, Werkwoord, Bijvoeglijk naamwoord /ɣəˈsxɪkt/ goed bruikbaar (voor iets) personen apte zaken approprié/-ée geschikt zijn voor het beroep van verpleegkundige être apte…
1091 ontspannen Werkwoord, Bijvoeglijk naamwoord /ˌɔntˈspɑnə(n)/ trachten de spanningen van de dag weg te laten vloeien.
1092 win Werkwoord /ʋɪn/ eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van winnen.
1093 broertje Zelfstandig naamwoord /ˈbrurcə/ verkleinwoord enkelvoud van het zelfstandig naamwoord broer.
1094 gelopen Werkwoord /ˌɣəˈloː.pə(n)/ voltooid deelwoord van lopen.
1095 apparaat Zelfstandig naamwoord /ˌɑ.paːˈraːt/ een door mensen gemaakt voorwerp dat is samengesteld uit verschillende onderdelen en een bepaalde functie heeft.
1096 storen Werkwoord /ˈstoː.rə(n)/ het functioneren nadelig beïnvloeden.
1097 handelen Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈɦɑndələ(n)/ dat wat iets of iemand doet.
1098 dwingen Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈdʋɪŋə(n)/ (Zelfstandig naamwoord).
1099 optie Zelfstandig naamwoord /ˈɔp.si/ een contract dat de houder het recht geeft een bepaald goed te kopen of te verkopen tegen een vooraf bepaalde prijs.
1100 slang Zelfstandig naamwoord, Bijvoeglijk naamwoord /slɑŋ/ Language outside of conventional usage and in the informal register.
1101 amen Zelfstandig naamwoord, Tussenwerpsel /ˈaː.mə(n)/ term waarmee de geldigheid wordt bevestigd van iets dat gezegd is: het zij zo, het is zo (30×: Num. 5:22, Deut. 27:15 +…
1102 student Zelfstandig naamwoord /styˈdɛnt/ iemand die hoger onderwijs volgt.
1103 hoorden Werkwoord /ˈhɔːrdə(n)/ meervoud verleden tijd van horen.
1104 opdagen Werkwoord /ˈɔpˌdaː.ɣə(n)/ op de verwachte tijd en plaats verschijnen.
1105 volkomen Werkwoord, Bijvoeglijk naamwoord, Bijwoord /vɔlˈkomə(n)/ zonder dat er iets aan ontbreekt.
1106 makker Zelfstandig naamwoord, Bijvoeglijk naamwoord /mɑkər/ iemand aan wie men door persoonlijke voorkeur verbonden is.
1107 duisternis Zelfstandig naamwoord /ˈdœy̯stərˌnɪs/ een toestand van weinig of geen geestelijke verlichting.
1108 briljant Zelfstandig naamwoord, Bijvoeglijk naamwoord /brɪlˈjɑnt/ slijpvorm voor onder andere diamant.
1109 schouder Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈsxɑu̯.dər/ elk van de bovenste delen van de romp van de hals tot en met het begin van de bovenarm.
1110 godzijdank Zelfstandig naamwoord, Bijwoord, Tussenwerpsel /ˌɣɔt.zɛi̯ˈdɑŋk/ (Zelfstandig naamwoord).
1111 lacht Werkwoord /lɑxt/ tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van lachen.
1112 dwaas Zelfstandig naamwoord, Bijvoeglijk naamwoord /dʋaːs/ iemand die onverstandig denkt en/of handelt.
1113 wachtte Werkwoord enkelvoud verleden tijd van wachten.
1114 verdrietig Bijvoeglijk naamwoord /vərˈdri.təx/ in sombere stemming.
1115 bereik Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /bəˈrɛi̯k/ de afstand die afgelegd kan worden, de invloed die uitgeoefend kan worden.
1116 gozer Zelfstandig naamwoord /ˈɣoː.zər/ vent, kerel.
1117 gezorgd Werkwoord voltooid deelwoord van zorgen.
1118 spion Zelfstandig naamwoord /spiˈjɔn/ persoon die vertrouwelijke informatie vergaart in een ander land in opdracht van zijn/haar regering.
1119 wond Zelfstandig naamwoord, Werkwoord, Bijvoeglijk naamwoord /ʋɔnt/ een beschadiging in of aan het lichaam.
1120 campagne Zelfstandig naamwoord /kɑmˈpɑ.njə/ een actie voor een bepaald doel, vaak als onderdeel van een verkiezingsstrijd.
1121 Boston Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈbɔs.tən/ in de negentiende eeuw populair kaartspel in Europa.
1122 mogelijkheden Zelfstandig naamwoord meervoud van het zelfstandig naamwoord mogelijkheid.
1123 dinsdag Zelfstandig naamwoord /ˈdɪns.dɑx/ dag van de week die na maandag en voor woensdag komt.
1124 lever Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈleːvər/ vitaal orgaan voor opslag van bloed, galproductie en stofwisseling.
1125 avonds Zelfstandig naamwoord genitief van avond.
1126 weggegaan Werkwoord voltooid deelwoord van weggaan.
1127 verbinding Zelfstandig naamwoord /vərˈbɪn.dɪŋ/ een chemische stof die bestaat uit twee of meer scheikundig elementen, het gaat hierbij om een stof met andere eigenscha…
1128 dek Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /dɛk/ laag van haren of veren op de rug van een dier (-> verendek.
1129 meegaan Werkwoord /ˈmeɣan/ op hetzelfde moment dezelfde richting uitgaan.
1130 nieuwsgierig Zelfstandig naamwoord, Bijvoeglijk naamwoord /ˌniu̯ˈsxiː.rəx/ (Zelfstandig naamwoord).
1131 helder Zelfstandig naamwoord, Bijvoeglijk naamwoord /ˈɦɛldər/ niet met wolken bedekt, onbewolkt.
1132 omlaag Zelfstandig naamwoord, Bijwoord /ɔmˈlax/ (Zelfstandig naamwoord).
1133 borsten Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈbɔrstə(n)/ meervoud van het zelfstandig naamwoord borst.
1134 oosten Zelfstandig naamwoord /ˈoːs.tə(n)/ gebiedsdeel of regio gelegen ten oosten van Nederland, o.m. Oost-Europa, Midden-Oosten, Azië, e.d.
1135 namelijk Bijwoord /ˈnaː.mə.lək/ met name genoemd: luidt een nadere precisering in.
1136 schande Zelfstandig naamwoord /ˈsxɑndə/ iets wat bij het publiek minachting oproept, iets oneervols.
1137 ondertiteling Zelfstandig naamwoord /ˌɔn.dərˈti.tə.lɪŋ/ een geschreven tekst (vaak vertaling) die bij een film(pje) in beeld wordt gebracht en die vaak betrekking heeft op de g…
1138 overeen Bijwoord /ˌovəˈren/ bijwoordelijk deel van een scheidbaar werkwoord: tot een afspraak; accoord.
1139 kanten Zelfstandig naamwoord, Werkwoord, Bijvoeglijk naamwoord /ˈkɑn.tə(n)/ meervoud van het zelfstandig naamwoord kant.
1140 warme Werkwoord, Bijvoeglijk naamwoord verbogen vorm van de stellende trap van warm.
1141 gewicht Zelfstandig naamwoord /ɣəˈʋɪxt/ de kracht die een voorwerp op zijn ondersteuning of ophanging uitoefent.
1142 bedrijven Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /bəˈdrɛi̯və(n)/ meervoud van het zelfstandig naamwoord bedrijf.
1143 stront Zelfstandig naamwoord /strɔnt/ versterkt als eerste deel van een samenstelling een negatieve eigenschap die het tweede deel aangeeft.
1144 vet Zelfstandig naamwoord, Werkwoord, Bijvoeglijk naamwoord, Bijwoord /vɛt/ een groep van chemische stoffen bestaande uit verbindingen tussen glycerol en vetzuren.
1145 geschenk Zelfstandig naamwoord /ɣəˈsxɛŋk/ iets dat men iemand geeft, meestal ter gelegenheid van een speciale gebeurtenis.
1146 negeren Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /nəˈɣeː.rə(n)/ (Zelfstandig naamwoord).
1147 goeds Bijvoeglijk naamwoord /ɣuts/ partitief van de stellende trap van goed.
1148 justitie Zelfstandig naamwoord /jʏˈsti(t)si/ de macht waar binnen een territoriaal gebied de rechtspraak aan toegewezen is.
1149 sneeuw Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /sneːu̯/ koolzuursneeuw, sneeuw van vast methaan, sneeuw van vaste stikstof.
1150 aanklager Zelfstandig naamwoord /ˈaːnˌklaː.ɣər/ iemand die een strafzaak aanspant.
1151 zand Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /zɑnt/ losse massa die bestaat uit miljoenen stukjes steen, schelpen [1], kwarts en glimmer [1].
1152 sport Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /spɔrt/ lichamelijke bezigheid ter ontspanning of als beroep met spel- of wedstrijdelement waarbij conditie en vaardigheid verei…
1153 besefte Werkwoord verbogen vorm van beseft, voltooid deelwoord van beseffen.
1154 versie Zelfstandig naamwoord /ˈvɛr.zi/ bepaalde verklaring of interpretatie van een gebeurtenis.
1155 minste Bijvoeglijk naamwoord verbogen vorm van de overtreffende trap van weinig.
1156 hartaanval Zelfstandig naamwoord /ˈɦɑrt.aːnˌvɑl/ situatie dat je hart plotseling niet goed werkt crise vrouwelijk cardiaque doodgaan aan een hartaanval mourir d'une cris…
1157 bo Zelfstandig naamwoord /boː/ : een taal uit de Mon-Khmer-tak van de Austroaziatische taalfamilie die gesproken wordt door circa 3000 personen in de p…
1158 c Zelfstandig naamwoord, Uitdrukking /seː/ de eerste toon van de chromatische, en van de diatonische toonladder.
1159 as Zelfstandig naamwoord, Voorzetsel, Voegwoord /ɑs/ de grondtoon van het “as-mineurakkoord”, de kleine drieklank op de eerste trap (tonica-akkoord) van de kleinetertstoonla…
1160 illegaal Zelfstandig naamwoord, Bijvoeglijk naamwoord /ˌi.ləˈɣaːl/ in weerwil van de wet, onwettig, door de wet verboden.
1161 vertrouwde Zelfstandig naamwoord, Werkwoord, Bijvoeglijk naamwoord persoon die men vertrouwt.
1162 voort Zelfstandig naamwoord, Bijwoord /voːrt/ bijwoordelijk deel van een scheidbaar werkwoord: verder gaan met een handeling, in richting naar voren gaand.
1163 varken Zelfstandig naamwoord /ˈvɑrkə(n)/ tam zwijn, gehouden voor zijn vet en vlees behorend tot de familie Suidae.
1164 prettig Zelfstandig naamwoord, Bijvoeglijk naamwoord, Bijwoord /ˈprɛtəx/ (Zelfstandig naamwoord).
1165 moge Werkwoord /ˈmoɣə/ aanvoegende wijs van mogen.
1166 donderdag Zelfstandig naamwoord /ˈdɔndərˌdɑx/ een dag van de week die na woensdag en voor vrijdag komt.
1167 straten Zelfstandig naamwoord /ˈstraː.tə(n)/ meervoud van het zelfstandig naamwoord straat.
1168 hout Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ɦɑu̯t/ materiaal in het binnenste van houtige planten (bomen, struiken, etc.).
1169 bovenop Zelfstandig naamwoord, Bijwoord, Voorzetsel /ˌboː.vənˈɔp/ (Zelfstandig naamwoord).
1170 etentje Zelfstandig naamwoord /ˈetəɲcə/ alleen verkleinwoord vrij informele bijeenkomst waarbij men een gezamenlijke maaltijd nuttigt.
1171 sindsdien Zelfstandig naamwoord, Bijwoord (Zelfstandig naamwoord).
1172 vaste Zelfstandig naamwoord, Werkwoord, Bijvoeglijk naamwoord /ˈvɑs.tə/ single crochet (US sense).
1173 moeilijker Bijvoeglijk naamwoord onverbogen vorm van de vergrotende trap van moeilijk.
1174 merk Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /mɛrk/ een symbool of naam voor producten van een bepaalde producent of handelsonderneming.
1175 verdachten Zelfstandig naamwoord, Werkwoord meervoud van het zelfstandig naamwoord verdachte.
1176 durft Werkwoord tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van durven.
1177 opgegeven Werkwoord voltooid deelwoord van opgeven.
1178 weggaat Werkwoord tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van weggaan.
1179 truc Zelfstandig naamwoord /tryk/ een handeling om op een slimme manier een doel te bereiken.
1180 el Zelfstandig naamwoord /ɛl/ een oude lengtemaat gebaseerd op de lengte van de menselijke ellepijp, gewoonlijk 60 à 70 centimeter.
1181 wegen Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈʋeːɣə(n)/ een bepaald gewicht/massa als eigenschap hebben.
1182 planten Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈplɑntə(n)/ in de aarde zetten om te laten groeien of bloeien.
1183 pen Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /pɛn/ dat gedeelte van een vulpen waarmee de inkt over het papier verdeeld wordt.
1184 aanwezigheid Zelfstandig naamwoord /ˌaːnˈʋeː.zəx.ɦɛi̯t/ het aanwezig zijn op een bepaald tijdstip en plaats.
1185 stemming Zelfstandig naamwoord /ˈstɛ.mɪŋ/ de hoogte van de standaardtoon en de onderlinge toonhoogteverhoudingen van een muziekinstrument of toonladder.
1186 bravo Zelfstandig naamwoord, Tussenwerpsel /ˈbraːvoː/ Italiaanse sluipmoordenaar.
1187 overleefd Werkwoord voltooid deelwoord van overleven.
1188 gedurende Zelfstandig naamwoord, Voorzetsel /ɣəˈdyrəndə/ (Zelfstandig naamwoord).
1189 magische Bijvoeglijk naamwoord verbogen vorm van de stellende trap van magisch.
1190 levende Zelfstandig naamwoord, Werkwoord, Bijvoeglijk naamwoord /ˈlevəndə/ verbogen vorm van de stellende trap van levend.
1191 therapie Zelfstandig naamwoord een methode om aan de genezing van zieken te werken.
1192 geplaatst Werkwoord, Bijvoeglijk naamwoord /ɣəˈplatst/ voltooid deelwoord van plaatsen.
1193 grijp Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ɣrɛip/ eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van grijpen.
1194 gericht Zelfstandig naamwoord, Werkwoord, Bijvoeglijk naamwoord /ɣəˈrɪxt/ gerecht, rechtbank, de rechter.
1195 voorafging Werkwoord enkelvoud verleden tijd van voorafgaan.
1196 duwen Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈdyu̯ə(n)/ trekken (iets of iemand) verplaatsen door ertegen te drukken pousser (puse) Je moet duwen, niet trekken! Il faut pousser…
1197 tip Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /tɪp/ stukje rubber in de hak- of schoenzool tegen scheef afslijten.
1198 sociale Bijvoeglijk naamwoord verbogen vorm van de stellende trap van sociaal.
1199 euh Zelfstandig naamwoord, Tussenwerpsel /ə/ an onomatopoeia of the filler sound.
1200 opeten Werkwoord /ˈɔpˌeː.tə(n)/ door eten opmaken.
1201 daarbinnen Bijwoord /ˌdaːrˈbɪ.nə(n)/ binnen dat, binnen die.
1202 beloning Zelfstandig naamwoord /bəˈloː.nɪŋ/ iets wat men krijgt na het verrichten van een goede daad.
1203 dapper Bijvoeglijk naamwoord /ˈdɑ.pər/ geen angst voor gevaar tonend.
1204 concentreren Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /kɔnsɛnˈtreːrə(n)/ (Zelfstandig naamwoord).
1205 heleboel Bijvoeglijk naamwoord, Voornaamwoord /ˌɦeː.ləˈbul/ een ~: veel.
1206 beschikbaar Zelfstandig naamwoord, Bijvoeglijk naamwoord /bəˈsxɪkˌbaːr/ (Zelfstandig naamwoord).
1207 seksuele Bijvoeglijk naamwoord verbogen vorm van de stellende trap van seksueel.
1208 bezorgen Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /bəˈzɔrɣə(n)/ naar een plek brengen livrer (livʀe) pizza's bezorgen livrer des pizzas maaltijden aan huis bezorgen distribuer des repa…
1209 koopt Werkwoord /koːpt/ tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van kopen.
1210 hek Zelfstandig naamwoord /ɦɛk/ draaibaar deel van een omheining, het deel dat als toegang gebruikt wordt.
1211 bied Werkwoord /bit/ eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van bieden.
1212 huidige Bijvoeglijk naamwoord verbogen vorm van de stellende trap van huidig.
1213 on Bijwoord rarely used as shorthand for oneven (odd), the prefix on- means not (corresponds to English un-).
1214 achterna Bijwoord /ˌɑx.tərˈnaː/ iemand of iets volgend.
1215 verenigde Werkwoord, Bijvoeglijk naamwoord /vərˈeːnɪɣdə/ masculine/feminine singular attributive.
1216 golf Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ɣɔlf/ balspel waarbij een golfbal met een golfclub in een aantal slagen in de hole moet worden geslagen.
1217 café Zelfstandig naamwoord /kaːˈfeː/ gebouw waar je allerlei dranken kunt drinken café (kafe) mannelijk studentencafé café d'étudiants café waar het donker e…
1218 suiker Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈsœy̯.kər/ oplosbare zoetstof hoofdzakelijk verkregen uit suikerbieten en suikerriet.
1219 lippen Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈlɪpə(n)/ meervoud van het zelfstandig naamwoord lip.
1220 zuurstof Zelfstandig naamwoord /ˈzyːr.stɔf/ een scheikundig element met symbool O en atoomnummer 8, en een bij kamertemperatuur kleurloos twee-atomig gas O₂ en bij…
1221 gevoelig Zelfstandig naamwoord, Bijvoeglijk naamwoord /ɣəˈvuləx/ (Zelfstandig naamwoord).
1222 herhaal Werkwoord eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van herhalen.
1223 gras Zelfstandig naamwoord /ɣrɑs/ benaming voor planten uit de familie Poaceae die een oppervlak met sprietvormige groene bladeren begroeien.
1224 gekwetst Werkwoord, Bijvoeglijk naamwoord /ɣəˈkwɛtst/ voltooid deelwoord van kwetsen.
1225 smerige Bijvoeglijk naamwoord verbogen vorm van de stellende trap van smerig.
1226 filmen Werkwoord /ˈfɪl.mə(n)/ bewegende beelden opnemen en vastleggen.
1227 tunnel Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈtʏ.nəl/ een kunstmatige ondergrondse doorgang, m.n. op autowegen.
1228 rock Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /rɔk/ een muziekstijl gekarakteriseerd door een 4/4-maat en gebruik van (vaak elektrische) gitaren.
1229 verstandig Zelfstandig naamwoord, Bijvoeglijk naamwoord /vərˈstɑndəx/ (Zelfstandig naamwoord).
1230 organisatie Zelfstandig naamwoord /ˌɔr.ɣaː.niˈsaː.(t)si/ een groep, instantie e.d. die een bepaald doel of een bepaalde (vaak economische) rol in de maatschappij heeft (zoals ee…
1231 voorgoed Zelfstandig naamwoord, Bijwoord /vorˈɣut/ (Zelfstandig naamwoord).
1232 families Zelfstandig naamwoord meervoud van het zelfstandig naamwoord familie.
1233 betwijfel Werkwoord eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van betwijfelen.
1234 meekomen Werkwoord met iemand ergens heen gaan.
1235 geruchten Zelfstandig naamwoord meervoud van het zelfstandig naamwoord gerucht.
1236 redde Werkwoord /ˈrɛdə/ enkelvoud verleden tijd van redden.
1237 doorbrengen Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈdoːrbrɛŋə(n)/ (Zelfstandig naamwoord).
1238 puur Werkwoord, Bijvoeglijk naamwoord /pyr/ neat, free from contaminants; unadulterated, undiluted.
1239 stak Werkwoord /stɑk/ enkelvoud verleden tijd van steken.
1240 diamanten Zelfstandig naamwoord, Bijvoeglijk naamwoord /ˌdijaˈmɑntə(n)/ meervoud van het zelfstandig naamwoord diamant.
1241 lading Zelfstandig naamwoord /ˈladɪŋ/ de bijbetekenis die door een bepaald woord of een bepaalde zinsnede opgeroepen wordt.
1242 bevestigd Werkwoord voltooid deelwoord van bevestigen.
1243 stinkt Werkwoord tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van stinken.
1244 inclusief Zelfstandig naamwoord, Bijvoeglijk naamwoord, Voorzetsel /ˌɪŋklyˈzif/ (Zelfstandig naamwoord).
1245 oudere Zelfstandig naamwoord, Bijvoeglijk naamwoord /ˈɑudərə/ een persoon op leeftijd.
1246 verraad Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /vəˈraːt/ het schenden van trouw.
1247 interview Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈɪn.tərˌvju/ vraaggesprek met iemand over diens opvattingen en ervaringen.
1248 middel Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈmɪ.dəl/ fase in de geschiedenis van sommige talen tussen de oudste vorm daarvan ("oud") en de meest recente verleden ("nieuw").
1249 geboorte Zelfstandig naamwoord /ɣəˈboːr.tə/ bevalling, actie waarbij een organisme uit zijn/haar moeder komt en aan zijn zelfstandige leven begint.
1250 nicht Zelfstandig naamwoord /nɪxt/ mannelijke homoseksueel, met de connotatie dat die zich "verwijfd" gedraagt.
1251 momenten Zelfstandig naamwoord meervoud van het zelfstandig naamwoord moment.
1252 podium Zelfstandig naamwoord /ˈpoː.di.(j)ʏm/ een gewoonlijk verhoogde open ruimte waarop iets voor een publiek aanschouwelijk gemaakt kan worden.
1253 effect Zelfstandig naamwoord /ɛˈfɛkt/ een op de kapitaalmarkt verhandeld waardepapier, zoals een obligatie of een aandeel.
1254 vijftien Zelfstandig naamwoord, Bijvoeglijk naamwoord /ˈvɛi ̯ftin/ "15", het getal tussen veertien en zestien, tien plus vijf.
1255 houding Zelfstandig naamwoord stand van je lichaam attitude vrouwelijk een slechte houding hebben avoir une mauvaise tenue (van soldaten) rechtop stil…
1256 veroorzaken Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /vərˈoːrˌzaːkə(n)/ (Zelfstandig naamwoord).
1257 verpleegster Zelfstandig naamwoord /vərˈpleːx.stər/ vrouw die zorg verleent aan zieken of gewonden.
1258 lig Werkwoord /lɪx/ eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van liggen.
1259 bibliotheek Zelfstandig naamwoord /ˌbi.bli.joːˈteːk/ instelling waar je boeken kunt lenen bibliothèque (biblijɔtɛk) vrouwelijk bibliotheekcatalogus catalogue d'une / de la b…
1260 schrijver Zelfstandig naamwoord /ˈsxrɛi̯vər/ een persoon die beroepsmatig schrijft.
1261 beloven Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /bəˈloːvə(n)/ (Zelfstandig naamwoord).
1262 identificeren Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˌidɛntifiˈserə(n)/ (Zelfstandig naamwoord).
1263 hut Zelfstandig naamwoord /ɦʏt/ primitieve behuizing voor mens en huisdier, gemaakt van ter plaatse aanwezig materiaal: hout, plaggen, leem e.d. (een be…
1264 goedenacht Zelfstandig naamwoord, Tussenwerpsel /ˌɣu.dəˈnɑxt/ (Zelfstandig naamwoord).
1265 volgend Zelfstandig naamwoord, Werkwoord, Bijvoeglijk naamwoord /ˈvɔlɣənt/ (Zelfstandig naamwoord).
1266 gecontroleerd Werkwoord, Bijvoeglijk naamwoord /ɣəˌkɔntroˈlert/ waarvan is nagegaan dat het in orde is.
1267 beroemd Werkwoord, Bijvoeglijk naamwoord /bəˈrumt/ bekend en bewonderd; = befaamd célèbre (selɛbʀ) beroemd worden devenir célèbre.
1268 masker Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈmɑs.kər/ een voorwerp geplaatst voor het gelaat dat de indruk wekt van een andere identiteit van de drager.
1269 scherp Zelfstandig naamwoord, Werkwoord, Bijvoeglijk naamwoord, Bijwoord /sxɛrp/ de zintuigen sterk, vaak negatief, prikkelend.
1270 trainen Werkwoord /ˈtreː.nə(n)/ door middel van oefeningen een bepaalde vaardigheid opbouwen.
1271 kamers Zelfstandig naamwoord /ˈkamərs/ meervoud van het zelfstandig naamwoord kamer.
1272 kampioen Zelfstandig naamwoord /kɑm.piˈjun/ de winnaar van een kampioenschap.
1273 graaf Zelfstandig naamwoord, Werkwoord, Bijvoeglijk naamwoord, Bijwoord /ɣraːf/ edelman, erfelijk bestuurder van een graafschap; oorspronkelijk leenman van een vorst, één rang lager dan markies, één r…
1274 oproep Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /'ɔprup/ een dringende vraag om iets te doen.
1275 achterin Zelfstandig naamwoord, Bijwoord, Voorzetsel /ˌɑx.təˈrɪn/ a hamlet in Hardenberg, Overijssel, Netherlands.
1276 beters Bijvoeglijk naamwoord /ˈbetərs/ partitief van de vergrotende trap van goed.
1277 veroorloven Werkwoord zich ~ zichzelf iets toestaan, gewoonlijk een financiële uitgave.
1278 helikopter Zelfstandig naamwoord /ɦeːliˈkɔptər/ luchtvaartuig met een hefschroef waardoor het verticaal kan opstijgen en landen.
1279 zekere Zelfstandig naamwoord, Werkwoord, Bijvoeglijk naamwoord /ˈzɛkərə/ verbogen vorm van de stellende trap van zeker.
1280 gelegd Werkwoord /ɣəˈlɛxt/ voltooid deelwoord van leggen.
1281 miljard Zelfstandig naamwoord, Bijvoeglijk naamwoord /mɪlˈjɑrt/ het getal 1.000.000.000.
1282 vies Bijvoeglijk naamwoord /vis/ een onaangename smaak hebbend.
1283 geintje Zelfstandig naamwoord /ˈɣɛi̯n.tjə/ onaangenaam voorval.
1284 uitgaan Werkwoord /ˈœy̯txaːn/ uitgaan met: het beëindigen van een liefdes relatie.
1285 weleens Bijwoord /ʋɛˈleːns/ een enkele keer (maar vaker is niet uitgesloten).
1286 bruid Zelfstandig naamwoord /brœy̯t/ een vrouw die in het huwelijk treedt.
1287 voer Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /vur/ voedsel, in het bijzonder voor huisdieren en vee.
1288 praatte Werkwoord /ˈpratə/ enkelvoud verleden tijd van praten.
1289 aanwijzingen Zelfstandig naamwoord /ˈaɱwɛizɪŋə(n)/ meervoud van het zelfstandig naamwoord aanwijzing.
1290 eva Zelfstandig naamwoord /ˈeː.vaː/ eerste vrouw door God geschapen die samen met Adam tot de zondeval in het paradijs verbleef.
1291 benzine Zelfstandig naamwoord /bɛnˈzi.nə/ een aardolieproduct bestaande uit een mengsel van alifatische koolwaterstoffen met een ketenlegte tussen vijf en twaalf…
1292 wegging Werkwoord /ˈwɛxɪŋ/ enkelvoud verleden tijd van weggaan.
1293 keizer Zelfstandig naamwoord /ˈkɛi̯.zər/ een monarch van de allerhoogste rang, oorspronkelijk die van het Romeinse rijk.
1294 vrouwelijke Bijvoeglijk naamwoord verbogen vorm van de stellende trap van vrouwelijk.
1295 voeden Werkwoord /ˈvudə(n)/ een systeem voorzien van invoer zodat werking mogelijk wordt.
1296 studio Zelfstandig naamwoord /ˈstydioː/ plaats waar geluidsopnamen, films of televisie- of radioprogramma's gemaakt worden.
1297 gif Zelfstandig naamwoord /ɣɪf/ bestand waarin een rasterafbeelding of een animatie daarvan in een bepaalde codering is vastgelegd.
1298 uitnodiging Zelfstandig naamwoord /ˈœy̯tˌnoː.də.ɣɪŋ/ een verzoek om iets bij te wonen.
1299 probeerden Werkwoord meervoud verleden tijd van proberen.
1300 datje Zelfstandig naamwoord /'dɑcə/ kleine hoeveelheid weinig opzienbarende informatie.
1301 ketting Zelfstandig naamwoord /ˈkɛ.tɪŋ/ een eindeloze band van schakels met rollen of haken, die over kettingwielen gespannen, kracht overbrengt.
1302 schitterend Zelfstandig naamwoord, Werkwoord, Bijvoeglijk naamwoord /ˈsxɪ.tə.rənt/ (Zelfstandig naamwoord).
1303 velen Werkwoord, Bijvoeglijk naamwoord, Voornaamwoord /ˈveːlə(n)/ tolereren, verdragen, dulden.
1304 zekerheid Zelfstandig naamwoord /ˈzeː.kərˌɦɛi̯t/ het uitgesloten zijn van andere mogelijkheden.
1305 kliniek Zelfstandig naamwoord /kliˈnik/ inrichting waar patiënten medische zorg krijgen en worden verpleegd.
1306 museum Zelfstandig naamwoord /ˌmyˈzeː.ʏm/ een gebouw waarin voorwerpen van culturele waarde tentoongesteld worden.
1307 handtekening Zelfstandig naamwoord /ˈɦɑnˌteː.kə.nɪŋ/ een ondertekening die per persoon uniek is.
1308 bevrijden Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /bəˈvrɛi̯.dən/ (Zelfstandig naamwoord).
1309 ramen Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈraːmə(n)/ inschatten, vaak middels berekening.
1310 rechtszaak Zelfstandig naamwoord /ˈrɛxt.saːk/ een geschil dat twee of meer partijen hebben over hun rechten en dat zij aan de uitspraak van een rechter onderwerpen.
1311 dokters Zelfstandig naamwoord /ˈdoktərs/ meervoud van het zelfstandig naamwoord dokter.
1312 rijd Werkwoord /rɛi̯t/ eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van rijden.
1313 kopie Zelfstandig naamwoord /koːˈpi/ Goupia glabra een boom die groeit in Midden-Amerika. Het verspreidingsgebied strekt zich uit over Brazilië, Bolivia, Per…
1314 rende Werkwoord /ˈrɛndə/ enkelvoud verleden tijd van rennen.
1315 vampier Zelfstandig naamwoord /vɑmˈpiːr/ uit schijnbare dood herrijzend wezen dat zijn slachtoffers in de nek bijt met zijn kenmerkende hoektanden en zich dan vo…
1316 personen Zelfstandig naamwoord meervoud van het zelfstandig naamwoord persoon.
1317 tieten Zelfstandig naamwoord meervoud van het zelfstandig naamwoord tiet.
1318 expert Zelfstandig naamwoord /ɛkˈspɛːr/ iemand die bijzonder goed bekend is met een bepaald onderwerp.
1319 feesten Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈfeːstə(n)/ meervoud van het zelfstandig naamwoord feest.
1320 zegen Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈzeːɣə(n)/ breed en naar verhouding niet erg hoog sleepnet Vistuig bestaande uit een van drijvers voorziene bovenpees en een verzwa…
1321 rommel Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈrɔməl/ vele waardeloze spullen door elkaar.
1322 mijl Zelfstandig naamwoord /mɛi̯l/ een Angelsaksische lengtemaat: 1 Engelse mijl is circa 1,6 kilometer.
1323 daarbuiten Zelfstandig naamwoord, Bijwoord /ˌdaːrˈbœy̯.tə(n)/ (Zelfstandig naamwoord).
1324 opleiding Zelfstandig naamwoord vorm van onderwijs.
1325 bedenk Werkwoord eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van bedenken.
1326 live Bijvoeglijk naamwoord /lɑjf/ rechtstreeks zonder eerst opnames te maken.
1327 beschermd Werkwoord, Bijvoeglijk naamwoord /bəˈsxɛrᵊmt/ voltooid deelwoord van beschermen.
1328 roze Zelfstandig naamwoord, Bijvoeglijk naamwoord /rɔːzə/ met een heel bleke of lichte rode kleur, met soms ook blauwe tinten.
1329 legt Werkwoord /lɛxt/ tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van leggen.
1330 walker Zelfstandig naamwoord /ˈwɑlkər/ volder, lakenarbeider, voller.
1331 flauw Zelfstandig naamwoord, Bijvoeglijk naamwoord /flɑu/ (Zelfstandig naamwoord).
1332 gewoonlijk Zelfstandig naamwoord, Bijwoord /ɣəˈʋoːn.lək/ (Zelfstandig naamwoord).
1333 telefoontjes Zelfstandig naamwoord verkleinwoord meervoud van het zelfstandig naamwoord telefoon.
1334 pech Zelfstandig naamwoord /pɛx/ toestand waarin er tegenslag te verwerken is die niet door eigen schuld veroorzaakt is.
1335 grootvader Zelfstandig naamwoord /ˈɣroːtˌfaːdər/ de vader van een ouder.
1336 junior Zelfstandig naamwoord, Bijvoeglijk naamwoord /ˈjyniˌjɔr/ iemand in een jongere leeftijdsklasse.
1337 voorzitter Zelfstandig naamwoord /ˈvorzɪtər/ hoofd van een bestuur, leider van een vergadering.
1338 miste Zelfstandig naamwoord, Werkwoord, Bijvoeglijk naamwoord /ˈmɪs.tə/ enkelvoud verleden tijd van missen.
1339 bodem Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈboː.dəm/ het begin, de basis van waaruit men verder kan werken.
1340 gevoeld Werkwoord /ɣəˈvult/ voltooid deelwoord van gevoelen.
1341 repareren Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˌreː.paːˈreː.rə(n)/ (Zelfstandig naamwoord).
1342 bewusteloos Zelfstandig naamwoord, Bijvoeglijk naamwoord, Bijwoord /bəˈʋʏs.təˌloːs/ (Zelfstandig naamwoord).
1343 bommen Zelfstandig naamwoord, Werkwoord meervoud van het zelfstandig naamwoord bom.
1344 zusje Zelfstandig naamwoord verkleinwoord enkelvoud van het zelfstandig naamwoord zus.
1345 opname Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈɔpˌnaː.mə/ de afdeling van een ziekenhuis die zich met het opnemen van patiënten bezighoudt.
1346 pols Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /pɔls/ een klopping in de polsslagader, polsslag.
1347 herkennen Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˌɦɛrˈkɛ.nə(n)/ door horen of zien weer weten wie iemand is of wat iets is reconnaître Ik herkende de plaats waar het ongeluk gebeurd is…
1348 hartslag Zelfstandig naamwoord /ˈɦɑrt.slɑx/ het ritme waarmee het hart klopt.
1349 hete Werkwoord, Bijvoeglijk naamwoord /ˈɦeːtə/ verbogen vorm van de stellende trap van heet.
1350 behoefte Zelfstandig naamwoord /bəˈɦuf.tə/ behoefte hebben aan: iets heel erg nodig hebben.
1351 oorzaak Zelfstandig naamwoord /ˈorzak/ datgene wat noodzakelijk en voldoende is om een zeker gevolg te hebben.
1352 kiest Werkwoord, Bijvoeglijk naamwoord /kist/ tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van kiezen.
1353 brave Bijvoeglijk naamwoord /ˈbraːvə/ verbogen vorm van de stellende trap van braaf.
1354 centrale Zelfstandig naamwoord, Bijvoeglijk naamwoord /ˌsɛnˈtraː.lə/ centraal punt in een stervormig netwerk met de belangrijkste functies b.v. een telefooncentrale.
1355 dochters Zelfstandig naamwoord meervoud van het zelfstandig naamwoord dochter.
1356 bewezen Werkwoord, Bijvoeglijk naamwoord meervoud verleden tijd van bewijzen.
1357 danken Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈdɑŋkə(n)/ To make dank (all senses).
1358 gestoken Werkwoord voltooid deelwoord van steken.
1359 rat Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /rɑt/ muisachtig knaagdier uit het geslacht Rattus dat vaak gezien wordt als ongedierte.
1360 koekjes Zelfstandig naamwoord verkleinwoord meervoud van het zelfstandig naamwoord koek.
1361 weglopen Werkwoord /ˈʋɛxˌloː.pə(n)/ ~ van iemand of iets verlaten (al dan niet lopend).
1362 leuker Bijvoeglijk naamwoord /ˈløːkər/ onverbogen vorm van de vergrotende trap van leuk.
1363 medisch Zelfstandig naamwoord, Bijvoeglijk naamwoord /ˈmeː.dis/ (Zelfstandig naamwoord).
1364 kopje Zelfstandig naamwoord, Bijwoord /ˈkɔ.pjə/ verkleinwoord enkelvoud van het zelfstandig naamwoord kop.
1365 gelegenheid Zelfstandig naamwoord /ɣəˈleː.ɣə(n)ˌɦɛi̯t/ mogelijkheid tot.
1366 zijne Zelfstandig naamwoord, Voornaamwoord, Lidwoord /ˈzɛi̯.nə/ zelfstandige vorm van zijn, derde persoon enkelvoud mannelijk.
1367 grenzen Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈɣrɛn.zə(n)/ meervoud van het zelfstandig naamwoord grens.
1368 betrapt Werkwoord tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van betrappen.
1369 achteren Bijwoord /ˈɑx.tə.rə(n)/ van ~ aan de achterzijde, vanaf de achterzijde.
1370 bijeenkomst Zelfstandig naamwoord /bɛi̯ˈeːnˌkɔmst/ het bij elkaar komen van een groep van personen.
1371 uitdaging Zelfstandig naamwoord /ˈœy̯tˌdaː.ɣɪŋ/ een daad gericht op het ontlokken van een (specifieke) reactie.
1372 onderhandelen Werkwoord /ˌɔn.dərˈɦɑn.də.lə(n)/ overleggen om tot een afspraak te komen.
1373 overvallen Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈoː.vərˌvɑ.lə(n)/ bij verrassing een pand (bank, woning e.d.) aanvallen (om bijv. te beroven).
1374 Triëst Zelfstandig naamwoord, Bijvoeglijk naamwoord /trist/ somber stemmend.
1375 slagen Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈslaːɣə(n)/ het examen succesvol beëindigen.
1376 kruis Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /krœy̯s/ teken in de muzieknotatie dat de verhoging van een toon met een halve stap aangeeft.
1377 technisch Bijvoeglijk naamwoord /[ˈtɛxnis]/ op de directe uitvoeringsprakijk betrekking hebbend.
1378 gooit Werkwoord /ɣoːi̯t/ tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van gooien.
1379 fantastische Bijvoeglijk naamwoord verbogen vorm van de stellende trap van fantastisch.
1380 beschermt Werkwoord tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van beschermen.
1381 beantwoord Werkwoord /bə.ʔˈɑnt.ʋɔːrt/ eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van beantwoorden.
1382 positief Zelfstandig naamwoord, Bijvoeglijk naamwoord /ˌpoː.ziˈtif/ deel van een orgel, bestaande uit een aantal bijeenbehorende pijpen (zie b.v. rugpositief).
1383 vieze Bijvoeglijk naamwoord verbogen vorm van de stellende trap van vies.
1384 bewijst Werkwoord /bəˈʋɛ͡i̯st/ tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van bewijzen.
1385 brigadier Zelfstandig naamwoord /ˈbri.ɣaːˈdiːr/ een rang bij de Nederlandse politie tussen hoofdagent en inspecteur.
1386 ogenblik Zelfstandig naamwoord /ˌoː.ɣənˈblɪk/ moment, een bepaald tijdstip.
1387 kalmeer Werkwoord eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van kalmeren.
1388 hoogheid Zelfstandig naamwoord /ˈɦoːx.ɦɛi̯t/ iemand die een zeer hoge adellijke rang bekleedt.
1389 droog Zelfstandig naamwoord, Werkwoord, Bijvoeglijk naamwoord /droːx/ A violent young gang member or a hooligan.
1390 admiraal Zelfstandig naamwoord /ˌɑt.miˈraːl/ opperbevelhebber van een oorlogsvloot.
1391 schaam Werkwoord /sxaːm/ eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van zich schamen.
1392 excuseren Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˌɛks.kyˈzeː.rə(n)/ (Zelfstandig naamwoord).
1393 vroegen Werkwoord /ˈvruɣə(n)/ meervoud verleden tijd van vragen.
1394 kleed Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /kleːt/ gebruikt als lichaamsbedekking, meestal meervoud, gewaad, kleding.
1395 leid Werkwoord /lɛi̯t/ eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van leiden.
1396 blake Werkwoord aanvoegende wijs van blaken.
1397 maaltijd Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈmaːltɛi̯t/ een hoeveelheid toebereid voedsel die voldoende is geruime tijd de lichamelijke behoefte te bevredigen.
1398 gereden Werkwoord /ɣəˈredə(n)/ voltooid deelwoord van rijden.
1399 interessante Bijvoeglijk naamwoord /ˌɪn.tə.rɛˈsɑn.tə/ verbogen vorm van de stellende trap van interessant.
1400 vuren Zelfstandig naamwoord, Werkwoord, Bijvoeglijk naamwoord /ˈvy.rə(n)/ schoten lossen.
1401 gezichten Zelfstandig naamwoord meervoud van het zelfstandig naamwoord gezicht.
1402 fantasie Zelfstandig naamwoord /fɑntaːˈzi/ vermogen om nieuwe gedachten te kunnen vormen, mogelijk niet altijd op waarheid berust.
1403 aanpakken Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈaːmˌpɑkə(n)/ meervoud van het zelfstandig naamwoord aanpak.
1404 namens Voorzetsel /ˈnaməns/ iemand in naam vertegenwoordigend.
1405 afhandelen Werkwoord /ˈɑfˌɦɑndələ(n)/ regelen zodat het tot een einde komt.
1406 stress Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /strɛs/ zware spanning, geestelijke druk (uit de omgeving).
1407 waarschuw Werkwoord /ˈʋaːrsxyu/ eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van waarschuwen.
1408 bijbel Zelfstandig naamwoord /ˈbɛi̯.bəl/ boek of andere publicatie dat het belangrijkste is in zijn onderwerp, of dat alle belangrijke informatie over het onderw…
1409 studie Zelfstandig naamwoord /ˈsty.di/ tijd die men besteedt aan het uitzoeken van een bepaald onderwerp of probleem; onderzoek.
1410 ofwel Zelfstandig naamwoord, Voegwoord /ɔfˈwɛl/ (Zelfstandig naamwoord).
1411 kaartjes Zelfstandig naamwoord verkleinwoord meervoud van het zelfstandig naamwoord kaart.
1412 schema Zelfstandig naamwoord /ˈsxeː.maː/ een grafische weergave van de relaties tussen de onderdelen van een plan, theorie of organisatie.
1413 gelul Zelfstandig naamwoord /ɣəlʏl/ onzinnig gepraat.
1414 vers Zelfstandig naamwoord, Bijvoeglijk naamwoord /vɛrs/ partitief van de stellende trap van ver.
1415 biedt Werkwoord /bit/ tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van bieden.
1416 aangeraakt Werkwoord /ˈaŋɣəˌrakt/ voltooid deelwoord van aanraken.
1417 besteld Werkwoord /bəˈstɛlt/ voltooid deelwoord van bestellen.
1418 overnemen Werkwoord /ˈovərˌnemə(n)/ het bezit of de leiding van iets afpakken van iets of iemand anders.
1419 waarderen Werkwoord /ˌʋaːrˈdeː.rə(n)/ op prijs stellen, appreciëren.
1420 tranen Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈtraː.nə(n)/ meervoud van het zelfstandig naamwoord traan.
1421 ontspan Werkwoord eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van ontspannen.
1422 geopend Werkwoord, Bijvoeglijk naamwoord /ɣəˈʔopənt/ voltooid deelwoord van openen.
1423 documenten Zelfstandig naamwoord meervoud van het zelfstandig naamwoord document.
1424 mammie Zelfstandig naamwoord /ˈmɑ.mi/ granny, grandma.
1425 groots Zelfstandig naamwoord, Bijvoeglijk naamwoord (Zelfstandig naamwoord).
1426 eventjes Bijwoord /ˈeː.və(n).tjəs/ in weinig tijd of met weinig inspanning.
1427 boeten Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈbutə(n)/ meervoud van het zelfstandig naamwoord boete.
1428 staart Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /staːrt/ ietwat schampere bijnaam voor een jongen die zijn haar in een staart [3] draagt.
1429 prettige Bijvoeglijk naamwoord /ˈprɛ.tə.ɣə/ verbogen vorm van de stellende trap van prettig.
1430 ondervragen Werkwoord /ɔndərˈvraːɣə(n)/ iemand aan een intensieve reeks vragen onderwerpen.
1431 schedel Zelfstandig naamwoord /ˈsxeː.dəl/ skelet van een mensenhoofd of van een dierenkop, dat vorm geeft aan het hoofd resp. de kop.
1432 tijdelijk Zelfstandig naamwoord, Bijvoeglijk naamwoord, Bijwoord /ˈtɛidələk/ (Zelfstandig naamwoord).
1433 overleed Werkwoord enkelvoud verleden tijd van overlijden.
1434 klinken Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈklɪŋ.kə(n)/ een glas tegen dat van een ander stoten bij een heildronk, proosten.
1435 demon Zelfstandig naamwoord /ˈdeː.mɔn/ een boze geest of gevallen engel of ander bovennatuurlijk wezen.
1436 morgenavond Zelfstandig naamwoord, Bijwoord /ˌmɔrɣənˈaːvɔnt/ (Zelfstandig naamwoord).
1437 vergist Werkwoord tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van zich vergissen.
1438 aanslag Zelfstandig naamwoord /ˈaːn.slɑx/ een voorziening op een rail of as die de bewegingsruimte van een of ander mobiel onderdeel beperkt.
1439 proef Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /pruf/ het verrichten van een handeling om een verschijnsel te achterhalen of zichtbaar te maken, proefneming, experiment.
1440 Steven Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈsteːvə(n)/ langsscheeps constructiedeel, dat een voortzetting vormt van de kielbalk.
1441 ontstaan Werkwoord, Bijvoeglijk naamwoord /ɔntˈstaːn/ de verandering ondergaan van niet bestaan naar wel bestaan.
1442 kennelijk Zelfstandig naamwoord, Bijvoeglijk naamwoord, Bijwoord /ˈkɛnələk/ (Zelfstandig naamwoord).
1443 beslissingen Zelfstandig naamwoord meervoud van het zelfstandig naamwoord beslissing.
1444 smaakt Werkwoord /smaːkt/ tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van smaken.
1445 soep Zelfstandig naamwoord /sup/ vloeibaar gerecht dat bereid wordt door bepaalde ingrediënten, met name groenten en/of vlees, met bouillon en veel water…
1446 nul Zelfstandig naamwoord, Bijvoeglijk naamwoord /nʏl/ toestand waarbij de tegenstander in een wedstrijd nog geen doelpunt heeft kunnen maken.
1447 green Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ɣreːn/ aanduiding van een complete golfbaan met meerdere holes.
1448 oordeel Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈoːr.deːl/ uitspraak van een rechtbank, vonnis.
1449 bloeddruk Zelfstandig naamwoord /ˈblu(t).drʏk/ de hydrostatische druk die het bloed op het vaatstelsel van de slagaderen uitoefent.
1450 wegkomt Werkwoord /ˈʋɛx.kɔmt/ tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van wegkomen.
1451 hoofdpijn Zelfstandig naamwoord /ˈɦoːft.pɛi̯n/ pijn in het hoofd.
1452 vijfde Bijvoeglijk naamwoord /ˈvɛi̯f.də/ nummer vijf in een rij.
1453 penny Zelfstandig naamwoord kleinste Britse munt, Engelse stuiver.
1454 hieruit Bijwoord uit dit, uit deze.
1455 terroristen Zelfstandig naamwoord meervoud van het zelfstandig naamwoord terrorist.
1456 rekeningen Zelfstandig naamwoord meervoud van het zelfstandig naamwoord rekening.
1457 pijnlijk Bijvoeglijk naamwoord /ˈpɛi̯n.lək/ een onaangenaam gevoel, pijn gevend.
1458 fase Zelfstandig naamwoord /ˈfaːzə/ verschijningsvorm van een stof met homogene chemische en fysische eigenschappen.
1459 blazen Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈblaːzə(n)/ meervoud van het zelfstandig naamwoord blaas.
1460 teef Zelfstandig naamwoord /teːf/ scheldwoord voor een meisje of een vrouw #:⚠️ Dit gebruik van het woord roept twijfels op over de gebruiker.
1461 jo Zelfstandig naamwoord, Tussenwerpsel jongensnaam.
1462 bot Zelfstandig naamwoord, Werkwoord, Bijvoeglijk naamwoord /bɔt/ een computerprogramma dat bepaalde handelingen automatisch uitvoert op basis van bepaalde reacties van externe gebruiker…
1463 ei Zelfstandig naamwoord, Tussenwerpsel /ɛi̯/ min of meer ronde huls met daarin een embryo en voedingsstoffen, zoals die door vrouwelijke dieren wordt gelegd of afgez…
1464 mr. Zelfstandig naamwoord /ˈmestər/ vroegere academische titel op masterniveau, gevoerd voor de naam door een meester in de rechten, vervangen door LLM acht…
1465 beroemde Werkwoord, Bijvoeglijk naamwoord verbogen vorm van de stellende trap van beroemd.
1466 chaos Zelfstandig naamwoord /ˈxaː.ɔs/ praktisch onvoorspelbaarheid van uitkomsten die in sommige ingewikkelde stelsels van vaste rekenregels ontstaat door min…
1467 verbaast Werkwoord tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van verbazen.
1468 gedumpt Werkwoord voltooid deelwoord van dumpen.
1469 tekst Zelfstandig naamwoord /tɛkst/ de woorden van een compositie voor stemmen, liedtekst.
1470 scène Zelfstandig naamwoord /ˈsɛːnə/ een deel van een toneelstuk of film dat eenzelfde plaats, tijd en handeling voorstelt.
1471 uitzicht Zelfstandig naamwoord /ˈœy̯t.sɪxt/ wat men van de omgeving vanaf een bepaalde plek kan zien.
1472 vooruitgang Zelfstandig naamwoord /voːˈrœy̯tˌxɑŋ/ proces van technologische en economische groei van een samenleving.
1473 maagd Zelfstandig naamwoord /maːxt/ sterrenbeeld van de dierenriem (tussen rechte klimming 11ᵘ35ᵐ en 15ᵘ08ᵐ en tussen declinatie −22° en +14°).
1474 bijzondere Bijvoeglijk naamwoord verbogen vorm van de stellende trap van bijzonder.
1475 sex Zelfstandig naamwoord alternative spelling of seks.
1476 e-mail Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈimeːl/ systeem voor het verzenden van berichten via een computernetwerk.
1477 lafaard Zelfstandig naamwoord /ˈlɑf.aːrt/ iemand die door zijn angst wegvlucht uit gevaarlijke situaties.
1478 mei Zelfstandig naamwoord /mɛi̯/ de vijfde maand van het jaar.
1479 dodelijk Zelfstandig naamwoord, Bijvoeglijk naamwoord /ˈdoː.də.lək/ (Zelfstandig naamwoord).
1480 geleid Werkwoord, Bijvoeglijk naamwoord /ɣəˈlɛit/ eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van geleiden.
1481 bestellen Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /bəˈstɛlə(n)/ meervoud van het zelfstandig naamwoord bestel.
1482 plassen Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈplɑ.sə(n)/ meervoud van het zelfstandig naamwoord plas.
1483 opgegroeid Werkwoord /ˈɔpˌɣəɣrui̯t/ voltooid deelwoord van opgroeien.
1484 teddy Zelfstandig naamwoord /ˈtɛdi/ een pop in de vorm van een beer gemaakt van pluche.
1485 ontvoering Zelfstandig naamwoord /ˌɔntˈvu.rɪŋ/ het, tegen iemands zin, wederrechtelijk verplaatsen van een persoon.
1486 boze Zelfstandig naamwoord, Bijvoeglijk naamwoord /ˈbozə/ verbogen vorm van de stellende trap van boos.
1487 affaire Zelfstandig naamwoord /ˌɑˈfɛː.rə/ zakelijke of vervelende aangelegenheid die langere tijd aandacht vraagt.
1488 kreng Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /krɛŋ/ het – vaak al deels ontbonden – stoffelijk overschot van bepaalde dieren (vooral vogels en zoogdieren).
1489 verzinnen Werkwoord /vərˈzɪnə(n)/ bedenken van een fictief iets.
1490 sigaret Zelfstandig naamwoord /ˌsi.ɣaːˈrɛt/ rolletje fijngekorven tabak in een omhulsel van speciaal papier, om daarin gerookt te worden.
1491 vat Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /vɑt/ standaard inhoudsmaat voor ruwe aardolie of bier: 1 vat aardolie = 159 liter.
1492 verspreiden Werkwoord in omloop brengen, over een groter oppervlak uitbreiden.
1493 vullen Werkwoord /ˈvʏlə(n)/ vol maken.
1494 vermogen Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /vərˈmoːɣə(n)/ de hoeveelheid verrichte arbeid per tijdseenheid, vaak uitgedrukt in de SI-eenheid watt.
1495 realiteit Zelfstandig naamwoord /ˌreː.aː.liˈtɛi̯t/ werkelijkheid.
1496 doodgaan Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈdoːtɣaːn/ (Zelfstandig naamwoord).
1497 diegene Voornaamwoord /ˌdiˈɣeː.nə/ als antecedent van een beperkende bijzin, die persoon.
1498 betekend Werkwoord /bə.ˈteː.kənt/ voltooid deelwoord van betekenen.
1499 pakje Zelfstandig naamwoord /ˈpɑk.jə/ alleen verkleinwoord klein geschenk in een tijdelijk omhulsel van papier of vergelijkbaar materiaal, ter verfraaiing en…
1500 buitenlandse Bijvoeglijk naamwoord /ˈbœy̯.tə(n)ˌlɑnt.sə/ verbogen vorm van de stellende trap van buitenlands.
1501 telkens Zelfstandig naamwoord, Bijwoord, Voegwoord /ˈtɛl.kə(n)s/ (Zelfstandig naamwoord).
1502 slechter Bijvoeglijk naamwoord /ˈslɛx.tər/ onverbogen vorm van de vergrotende trap van slecht.
1503 verander Werkwoord eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van veranderen.
1504 promotie Zelfstandig naamwoord /proˈmotsi/ de bevordering naar een hogere spel- of toernooicompetitie vanwege uitstekende sportieve prestaties.
1505 overstuur Werkwoord, Bijvoeglijk naamwoord /ˌovərˈstyr/ emotioneel aangedaan.
1506 dominee Zelfstandig naamwoord /ˈdoːmineː/ benaming voor het mannetje dat de leider is van een groep brulapen Alouatta macconnelli.
1507 keuzes Zelfstandig naamwoord meervoud van het zelfstandig naamwoord keuze.
1508 bekennen Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /bəˈkɛnə(n)/ (Zelfstandig naamwoord).
1509 levert Werkwoord /ˈlevərt/ tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van leveren.
1510 verdwaald Werkwoord, Bijvoeglijk naamwoord /vər.ˈdʋaːlt/ niet meer weten waar men is en hoe men moet gaan, de weg kwijt zijn.
1511 federale Bijvoeglijk naamwoord /ˌfeː.dəˈraː.lə/ verbogen vorm van de stellende trap van federaal.
1512 kranten Zelfstandig naamwoord meervoud van het zelfstandig naamwoord krant.
1513 patroon Zelfstandig naamwoord /paːˈtroːn/ : tekening die als basis dient om meerdere dezelfde eindproducten te maken, sjabloon, template.
1514 relaties Zelfstandig naamwoord /rəˈlaː.tsis/ meervoud van het zelfstandig naamwoord relatie.
1515 bedreigd Werkwoord, Bijvoeglijk naamwoord voltooid deelwoord van bedreigen.
1516 wetten Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈʋɛ.tə(n)/ het aanscherpen [1] van een mes op een wetsteen.
1517 herkent Werkwoord tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van herkennen.
1518 boodschappen Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈboːtˌsxɑ.pə(n)/ meervoud van het zelfstandig naamwoord boodschap.
1519 zenuwachtig Zelfstandig naamwoord, Bijvoeglijk naamwoord /ˈzeːnyu̯ˌɑxtəx/ (Zelfstandig naamwoord).
1520 koninkrijk Zelfstandig naamwoord /ˈkoːnɪŋkˌrɛi̯k/ aanduiding voor de staat waar het land Nederland toe behoort Deze staat omvatte bij het begin (1813) verder nog België (…
1521 aanwijzing Zelfstandig naamwoord /ˈaːn.ʋɛi̯.zɪŋ/ inlichting of voorschrift over hoe men moet handelen.
1522 breek Werkwoord /breːk/ eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van breken.
1523 Chinees Zelfstandig naamwoord, Werkwoord, Bijvoeglijk naamwoord /ʃiˈneːs/ eten uit restaurant waar Chinese gerechten worden gemaakt.
1524 uitvoeren Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈœy̯tˌvu.rə(n)/ meervoud verleden tijd van uitvaren.
1525 haatte Werkwoord enkelvoud verleden tijd van haten.
1526 vrachtwagen Zelfstandig naamwoord /ˈvrɑxtˌʋaː.ɣə(n)/ een wagen voor goederenvervoer.
1527 tank Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /tɑŋk/ een vrij groot afsluitbaar en meestal metalen vat voor de opslag van vloeistoffen.
1528 vanzelf Bijwoord /vɑnzɛlf/ zonder actieve keuzen of handelingen.
1529 schone Zelfstandig naamwoord, Werkwoord, Bijvoeglijk naamwoord /ˈsxoː.nə/ vrouw met een fraai uiterlijk.
1530 beschadigd Werkwoord, Bijvoeglijk naamwoord /bəˈsxadəxt/ voltooid deelwoord van beschadigen.
1531 realiseerde Werkwoord enkelvoud verleden tijd van realiseren.
1532 verbranden Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /vərˈbrɑndə(n)/ (Zelfstandig naamwoord).
1533 e Zelfstandig naamwoord /eː/ de vijfde toon van de chromatische, en de derde toon van de diatonische toonladder.
1534 klasse Zelfstandig naamwoord, Bijvoeglijk naamwoord, Tussenwerpsel /ˈklɑ.sə/ alle elementen van een wiskundige groep die door een similariteitstransformatie in elkaar over te voeren zijn.
1535 riep Werkwoord /rip/ enkelvoud verleden tijd van roepen.
1536 onbekend Bijvoeglijk naamwoord /ˌɔn.bəˈkɛnt/ van iets dat je het niet herkent.
1537 humor Zelfstandig naamwoord /ˈɦymɔr/ het vermogen om grappig te zijn.
1538 theater Zelfstandig naamwoord /teːˈ(j)aːtər/ een uitgaansgelegenheid waar theatervoorstellingen gegeven worden.
1539 koorts Zelfstandig naamwoord /koːrts/ verhoging van de lichaamstemperatuur.
1540 overheen Zelfstandig naamwoord, Bijwoord /oː.vərˈɦeːn/ across, over.
1541 ingang Zelfstandig naamwoord /ˈɪŋɣɑŋ/ een opening waar iets doorheen kan of waardoor men binnenkomt (toegang); vaak is dit tevens een uitgang.
1542 stabiel Bijvoeglijk naamwoord /staːˈbil/ niet of slechts licht aan verandering onderhevig.
1543 openbare Werkwoord, Bijvoeglijk naamwoord verbogen vorm van de stellende trap van openbaar.
1544 dure Werkwoord, Bijvoeglijk naamwoord /ˈdy.rə/ verbogen vorm van de stellende trap van duur.
1545 noodgeval Zelfstandig naamwoord /ˈnoːt.xəˌvɑl/ een situatie waarbij groot gevaar of hinder kan ontstaan en waarbij snel ingrijpen noodzakelijk is.
1546 reageert Werkwoord /ˌrejaˈɣert/ tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van reageren.
1547 uitweg Zelfstandig naamwoord overdrachtelijk een manier om uit een benarde situatie te geraken.
1548 psychiater Zelfstandig naamwoord een arts die zich gespecialiseerd heeft in de psychiatrie.
1549 gedraagt Werkwoord tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van zich gedragen.
1550 datum Zelfstandig naamwoord /ˈdaːtʏm/ een tijdsaanduiding die bestaat uit een dag(nummer), een maand en een jaar.
1551 correct Bijvoeglijk naamwoord /kɔˈrɛkt/ burgerlijk, saai, onberispelijk uit moreel oogpunt, zonder af te wijken van de etiquette, politiek correct.
1552 gedraag Werkwoord eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van zich gedragen.
1553 nood Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /noːt/ levensbedreigende situatie waaruit men zichzelf niet meer kan redden en onmiddellijke hulp vereist is.
1554 wiet Zelfstandig naamwoord /ʋit/ benaming voor de als roesmiddel gebruikte gedroogde toppen van de vrouwelijke hennepplant, Cannabis sativa.
1555 woning Zelfstandig naamwoord /ˈʋoː.nɪŋ/ een doorgaans afgesloten constructie waarin men kan leven.
1556 betekende Werkwoord /bə.ˈteː.kən.də/ verbogen vorm van betekend, voltooid deelwoord van betekenen.
1557 instructies Zelfstandig naamwoord meervoud van het zelfstandig naamwoord instructie.
1558 natuurlijke Bijvoeglijk naamwoord verbogen vorm van de stellende trap van natuurlijk.
1559 wonden Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈwɔndə(n)/ meervoud verleden tijd van winden.
1560 afdrukken Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈɑfdrʏkə(n)/ meervoud van het zelfstandig naamwoord afdruk.
1561 netwerk Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈnɛt.ʋɛrk/ stelsel van zaken of personen die nauw met elkaar in contact staan.
1562 info Zelfstandig naamwoord /ˈɪn.foː/ informatie.
1563 periode Zelfstandig naamwoord /ˌpeːriˈjoːdə/ hoeveelheid tijd période vrouwelijk vakantieperiode période/saison des vacances In de periode na de zomervakantie zijn d…
1564 uitziet Werkwoord tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van uitzien.
1565 meende Werkwoord enkelvoud verleden tijd van menen.
1566 doorlopen Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /'dɔːrlopən/ meervoud van het zelfstandig naamwoord doorloop.
1567 simpele Bijvoeglijk naamwoord verbogen vorm van de stellende trap van simpel.
1568 achtergrond Zelfstandig naamwoord /ˈɑx.tərˌɣrɔnt/ figuurlijk, iets dat naar de achtergrond verdwijnt of raakt, iets dat uit de aandacht raakt (vaak doordat iets niet bela…
1569 bijzonders Bijvoeglijk naamwoord /biˈzɔn.dərs/ partitief van de stellende trap van bijzonder.
1570 broeders Zelfstandig naamwoord meervoud van het zelfstandig naamwoord broeder.
1571 dubbel Zelfstandig naamwoord, Werkwoord, Bijvoeglijk naamwoord /ˈdɵbəl/ enkel twee keer double (dubl) alles dubbel zien voir double ruimschoots amplement Je hebt het dubbel en dwars verdiend!…
1572 afgewezen Werkwoord voltooid deelwoord van afwijzen.
1573 kerstfeest Zelfstandig naamwoord /ˈkɛrstˌfeːst/ een belangrijk christelijk feest in het kerkelijk jaar waarin de geboorte van Jezus-Christus gevierd wordt.
1574 lou Zelfstandig naamwoord, Bijwoord /ˈlɑu/ taal die in Papoea-Nieuw-Guinea gesproken wordt.
1575 hartstikke Bijwoord /ˈɦɑrtˌstɪ.kə/ in bijzonder sterke mate.
1576 schuur Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /sxyr/ een bijgebouw bij het huis of de boerderij om veldvruchten, landbouwproducten en -werktuigen in op te slaan.
1577 veronderstel Werkwoord eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van veronderstellen.
1578 emoties Zelfstandig naamwoord /eˈmo(t)sis/ meervoud van het zelfstandig naamwoord emotie.
1579 achterkant Zelfstandig naamwoord /ˈɑxtərˌkɑnt/ achterzijde, keerzijde, kant tegenover de voorkant.
1580 schudden Werkwoord /ˈsxʏdə(n)/ heen en weer bewegen van het hoofd als teken van instemming (van boven naar beneden) of ontkenning (van links naar recht…
1581 beschuldigd Werkwoord voltooid deelwoord van beschuldigen.
1582 kwetsen Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈkʋɛtsə(n)/ beledigen, schofferen.
1583 negatief Zelfstandig naamwoord, Bijvoeglijk naamwoord /ˌneː.xaːˈtif/ een in het kader van een fotografisch procédé ontwikkelde plaat of film met een lichtgevoelige laag, waarop de lichtwaar…
1584 arrestatie Zelfstandig naamwoord /ˌɑ.rɛˈstaː.(t)si/ een aanhouding door de sterke arm der wet.
1585 communicatie Zelfstandig naamwoord /ˌkɔ.my.niˈkaː.(t)si/ het uitwisselen van informatie waarbij zender, ontvanger, inhoud en communicatiemedium betrokken zijn.
1586 vloog Werkwoord /vlox/ enkelvoud verleden tijd van vliegen.
1587 nachten Zelfstandig naamwoord meervoud van het zelfstandig naamwoord nacht.
1588 uitmaken Werkwoord /ˈœy̯tˌmaː.kə(n)/ een einde maken aan bijvoorbeeld een relatie.
1589 vermiste Zelfstandig naamwoord, Werkwoord, Bijvoeglijk naamwoord iemand waarvan het niet zeker is wat ermee gebeurd is tijdens een ongeval, gevecht of andere tijd van levensgevaar.
1590 hierbij Zelfstandig naamwoord, Bijwoord /ˈhierbɛi/ (Zelfstandig naamwoord).
1591 hebbes Zelfstandig naamwoord, Tussenwerpsel /ˈhɛbəs/ (Zelfstandig naamwoord).
1592 allang Zelfstandig naamwoord, Bijwoord /ɑˈlɑŋ/ (Zelfstandig naamwoord).
1593 trappen Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈtrɑpə(n)/ met een krachtige beweging van de voet raken of verplaatsen# met een krachtige beweging van de voet het pedaal van een f…
1594 langskomen Werkwoord /lɑŋskomə(n)/ gedurende een korte tijd zichtbaar of hoorbaar zijn.
1595 coma Zelfstandig naamwoord /ˈkoː.maː/ vertekening in het beeld als lichtbundels schuin invallen, waarbij punten een wat vagere, meer ovale vorm krijgen.
1596 daad Zelfstandig naamwoord /daːt/ doelbewust en doelgericht gepleegde handeling, vaak met name in negatieve zin (zoals in het strafrecht).
1597 kut Zelfstandig naamwoord, Werkwoord, Bijvoeglijk naamwoord, Tussenwerpsel /kʏt/ gebruikt als eerste deel van samenstelling om het negatieve karakter van het tweede deel te versterken.
1598 knop Zelfstandig naamwoord /knɔp/ klein, meestal rond, uitstekend deel van een apparaat bedoeld om in te drukken ter besturing ervan.
1599 bevriend Zelfstandig naamwoord, Bijvoeglijk naamwoord /bəˈvrint/ (Zelfstandig naamwoord).
1600 geraken Werkwoord /ɣəˈraːkə(n)/ in een toestand terechtkomen.
1601 creëren Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /kreːˈeːrə(n)/ (Zelfstandig naamwoord).
1602 beslag Zelfstandig naamwoord /bəˈslɑx/ kleine metalen elementen zoals krukken, knoppen, schilden, rozetten, sleutelgatplaatjes op deur of raam (Hang-en-sluitwe…
1603 artsen Zelfstandig naamwoord meervoud van het zelfstandig naamwoord arts.
1604 beet Zelfstandig naamwoord, Werkwoord, Bijwoord /beːt/ steek door de monddelen van een kaakloos wezen, zoals een insect.
1605 doodsbang Bijvoeglijk naamwoord /doːtsˈbɑŋ/ zeer bevreesd.
1606 bewaar Werkwoord eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van bewaren.
1607 casino Zelfstandig naamwoord /kaːˈzi.noː/ zaken die gekenmerkt worden door de (te) grote risico's die er een rol bij spelen.
1608 afschuwelijk Zelfstandig naamwoord, Bijvoeglijk naamwoord, Bijwoord /ɑfˈsxyu̯ələk/ (Zelfstandig naamwoord).
1609 diefstal Zelfstandig naamwoord /ˈdif.stɑl/ het zich onrechtmatig toe-eigenen van goederen of andere bezittingen die aan een ander toebehoren.
1610 legende Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˌləˈɣɛn.də/ tot de verbeelding sprekende beschrijving van een gebeurtenis uit het verleden die gangbaar is, maar waarvan de juisthei…
1611 grot Zelfstandig naamwoord /ɣrɔt/ een onderaardse holte.
1612 proeven Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈpru.və(n)/ onderzoeken hoe iets smaakt.
1613 gesprekken Zelfstandig naamwoord meervoud van het zelfstandig naamwoord gesprek.
1614 grijpen Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈɣrɛi̯pə(n)/ meervoud van het zelfstandig naamwoord grijp.
1615 oppakken Werkwoord /ˈɔpɑkə(n)/ iemand gevangen nemen.
1616 terugtrekken Werkwoord een eerder binnengetroken of veroverd gebied verlaten.
1617 applaus Zelfstandig naamwoord /ɑˈplɑu̯s/ geklap in de handen als teken van goedkeuring of bewondering.
1618 zoenen Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈzu.nə(n)/ met de mond liefkozen.
1619 toren Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈtoː.rə(n)/ een bepaald schaakstuk in de vorm van een toren.
1620 eeuwen Zelfstandig naamwoord meervoud van het zelfstandig naamwoord eeuw.
1621 eigendom Zelfstandig naamwoord /ˈɛi̯ɣə(n)ˌdɔm/ het recht op de heerschappij over een zaak, de omstandigheid dat een zaak iemand toebehoort.
1622 verschrikkelijke Bijvoeglijk naamwoord /vər.ˈsxrɪ.kə.lə.kə/ verbogen vorm van de stellende trap van verschrikkelijk.
1623 criminelen Zelfstandig naamwoord meervoud van het zelfstandig naamwoord crimineel.
1624 bood Werkwoord /bot/ enkelvoud verleden tijd van bieden.
1625 verplicht Werkwoord, Bijvoeglijk naamwoord /vərˈplɪxt/ door iets of iemand gedwongen.
1626 zieke Zelfstandig naamwoord, Werkwoord, Bijvoeglijk naamwoord /ˈzi.kə/ iemand die ziek is.
1627 beweert Werkwoord tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van beweren.
1628 strafblad Zelfstandig naamwoord een registratie van de wetsovertredingen waar iemand voor veroordeeld is.
1629 voorbereiden Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈvoːr.bəˌrɛi̯.də(n)/ (Zelfstandig naamwoord).
1630 vijftig Zelfstandig naamwoord, Bijvoeglijk naamwoord /ˈfɛi̯ftəx/ dat wat in een (rang)ordening met 50 is aangeduid.
1631 zone Zelfstandig naamwoord /ˈzɔː.nə/ bepaald gebied dat is afgebakend van aangrenzend gebied.
1632 loslaten Werkwoord /ˈlɔsˌlaː.tə(n)/ niet langer ergens emotioneel bij betrokken zijn.
1633 portemonnee Zelfstandig naamwoord /ˌpɔr.tə.mɔˈneː/ meestal van leder vervaardigde kleine buidel [1] waarin men munten, papiergeld en andere kleine dingen bewaart.
1634 longen Zelfstandig naamwoord /ˈlɔŋə(n)/ meervoud van het zelfstandig naamwoord long.
1635 ingehuurd Werkwoord /ˈɪn.ɣə.ɦyrt/ voltooid deelwoord van inhuren.
1636 meegebracht Werkwoord /ˈmeɣəˌbrɑxt/ voltooid deelwoord van meebrengen.
1637 gebrek Zelfstandig naamwoord /ɣəˈbrɛk/ een defect, een mankement.
1638 ruilen Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈrœy̯.lə(n)/ meervoud van het zelfstandig naamwoord ruil.
1639 mankeert Werkwoord tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van mankeren.
1640 zwakke Zelfstandig naamwoord, Bijvoeglijk naamwoord verbogen vorm van de stellende trap van zwak.
1641 aantrekkelijk Zelfstandig naamwoord, Bijvoeglijk naamwoord /ˌaːnˈtrɛ.kə.lək/ (Zelfstandig naamwoord).
1642 verplaatst Werkwoord tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van verplaatsen.
1643 no Zelfstandig naamwoord, Bijwoord, Uitdrukking /nɔ/ initialism of noordoost; NE.
1644 uitgeschakeld Werkwoord voltooid deelwoord van uitschakelen.
1645 vliegtuigen Zelfstandig naamwoord meervoud van het zelfstandig naamwoord vliegtuig.
1646 tja Tussenwerpsel /ca/ drukt uit dat men dit eigenlijk had kunnen weten.
1647 dronk Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /drɔŋk/ toost, toast.
1648 riskeren Werkwoord /ˌrɪsˈkeː.rə(n)/ bewust de kans lopen dat iets onaangenaams gebeurt risquer Door valse gegevens op te geven, riskeer je een flinke boete…
1649 weghalen Werkwoord /ˈwɛxhalə(n)/ van zijn plaats halen.
1650 passie Zelfstandig naamwoord /ˈpɑ.si/ een zaak, onderwerp, activiteit of hobby waar iemand veel interesse in heeft en veel tijd en inspanningen aan wil bested…
1651 kandidaat Zelfstandig naamwoord /ˌkɑn.diˈdaːt/ iemand die zich beschikbaar geteld heeft voor een baan of functie.
1652 smeerlap Zelfstandig naamwoord /ˈsmeːr.lɑp/ vette lap waarmee men iets insmeert om wrijving te verminderen.
1653 sigaretten Zelfstandig naamwoord meervoud van het zelfstandig naamwoord sigaret.
1654 toont Werkwoord /tont/ tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van tonen.
1655 serie Zelfstandig naamwoord /ˈseːri/ delen van een geheel in een bepaalde volgorde.
1656 status Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈstaː.tʏs/ actueel overzicht van aandoeningen en behandelingen, dossier over patiënt in ziekenhuis.
1657 voorzien Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /vɔːr.'zin/ (Zelfstandig naamwoord).
1658 mooier Bijvoeglijk naamwoord /ˈmoːjər/ onverbogen vorm van de vergrotende trap van mooi.
1659 rit Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /rɪt/ een korte reis te paard, op een fiets of in een voertuig.
1660 bescherm Werkwoord eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van beschermen.
1661 discussie Zelfstandig naamwoord /ˌdɪsˈkʏ.si/ een gedachtewisseling waarbij doorgaans verschillende meningen worden uitgewisseld.
1662 medicijn Zelfstandig naamwoord /meː.diˈsɛi̯n/ chemische stof die een bepaalde, gewenste werking op het (dierlijk of menselijk) lichaam uitoefent.
1663 rijbewijs Zelfstandig naamwoord /ˈrɛi̯.bəˌʋɛi̯s/ een officieel document waarmee de bezitter bevoegd is om een motorvoertuig te besturen.
1664 televisie Zelfstandig naamwoord, Bijwoord /teːləˈvizi/ communicatiemedium dat het versturen van beelden en geluiden mogelijk maakt.
1665 meld Werkwoord /mɛlt/ eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van melden.
1666 verzonnen Werkwoord meervoud verleden tijd van verzinnen.
1667 h Zelfstandig naamwoord, Uitdrukking /ɦaː/ hoofdletter van de h, de achtste letter van het alfabet.
1668 aangeboden Werkwoord /ˈaŋɣəˌbodə(n)/ voltooid deelwoord van aanbieden.
1669 ellen Zelfstandig naamwoord /ˈɛlən/ meervoud van het zelfstandig naamwoord el.
1670 ministerie Zelfstandig naamwoord /ˌmi.nɪsˈteː.ri/ een afdeling van een overheid waar het beleid van de regering wordt uitgevoerd.
1671 daden Zelfstandig naamwoord /ˈdaːdə(n)/ meervoud van het zelfstandig naamwoord daad.
1672 krankzinnig Zelfstandig naamwoord, Bijvoeglijk naamwoord /kraŋkˈsinəx/ (Zelfstandig naamwoord).
1673 populair Bijvoeglijk naamwoord /poːpyˈlɛːr/ algemeen begrijpelijk (zie bijv. -> populairwetenschappelijk).
1674 indianen Zelfstandig naamwoord meervoud van het zelfstandig naamwoord indiaan.
1675 verzekering Zelfstandig naamwoord /vərˈzeː.kə.rɪŋ/ overeenkomst waarmee men zorgt voor vergoeding van schade, diefstal e.d. door het betalen van een premie aan degene die…
1676 koelkast Zelfstandig naamwoord /ˈkul.kɑst/ een huishoudelijk apparaat voorzien van een koelinstallatie, waarin men consumptiemiddelen kan plaatsen die koel moeten…
1677 duistere Werkwoord, Bijvoeglijk naamwoord /ˈdœy̯.stə.rə/ verbogen vorm van de stellende trap van duister.
1678 pest Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /pɛst/ Dodelijke en besmettelijke ziekten veroorzaakt door de bacterie Yersinia pestis, die verspreid wordt door vlooien die me…
1679 overgeven Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈoː.vərˌɣeː.və(n)/ (Zelfstandig naamwoord).
1680 arresteer Werkwoord eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van arresteren.
1681 nut Zelfstandig naamwoord, Werkwoord, Bijvoeglijk naamwoord /nʏt/ baat, voordeel; een bijdrage aan het bereiken van een doel.
1682 stervende Zelfstandig naamwoord, Werkwoord, Bijvoeglijk naamwoord /ˈstɛrvəndə/ verbogen vorm van stervend, het onvoltooid deelwoord van sterven.
1683 ondergoed Zelfstandig naamwoord /ˈɔndərˌɣut/ de bladeren van de tabaksplant vlak boven de grond of net daarboven, die een tabak van mindere kwaliteit opleveren.
1684 euro Zelfstandig naamwoord /ˈøːroː/ Macropus robustus, ook gekend als wallaroe of bergkangoeroe, een kangoeroe uit het geslacht Macropus die in grote delen…
1685 incident Zelfstandig naamwoord /ˌɪn.siˈdɛnt/ twistpunt naast het hoofdgeschil in een geding [1].
1686 zing Werkwoord /zɪŋ/ eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van zingen.
1687 mijzelf Zelfstandig naamwoord, Voornaamwoord /mɛi̯ˈzɛlf/ (Zelfstandig naamwoord).
1688 homer Zelfstandig naamwoord /ˈhomər/ slag die de slagman in staat stelt in een keer langs alle honken te lopen.
1689 commentaar Zelfstandig naamwoord /ˌkɔ.mɛnˈtaːr/ toelichting of verklaring, uitleg.
1690 ervaren Zelfstandig naamwoord, Werkwoord, Bijvoeglijk naamwoord /ɛrˈvaːrə(n)/ (Zelfstandig naamwoord).
1691 doorzoeken Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˌdoːrˈzukə(n)/ (Zelfstandig naamwoord).
1692 vak Zelfstandig naamwoord /vɑk/ ingedeeld stuk, bijv. schap, baanvak, supportersvak.
1693 vriendjes Zelfstandig naamwoord verkleinwoord meervoud van het zelfstandig naamwoord vriend.
1694 dorst Zelfstandig naamwoord, Werkwoord, Bijvoeglijk naamwoord /dɔrst/ een groot verlangen naar iets, zoals geld, goud of succes.
1695 koe Zelfstandig naamwoord /ku/ wijfje van andere grote zoogdieren, b.v. de walvis, neushoorn, olifant.
1696 tenslotte Bijwoord /tɛnˈslɔtə/ in the end, finally, in conclusion, after all.
1697 vandaar Bijwoord /vɑnˈdar/ duidt een causaal verband aan met een voorafgaande zinsnede.
1698 jonger Bijvoeglijk naamwoord /ˈjɔŋər/ onverbogen vorm van de vergrotende trap van jong.
1699 flinke Bijvoeglijk naamwoord verbogen vorm van de stellende trap van flink.
1700 check Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /tʃɛk/ een controlerende actie.
1701 titel Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈtitəl/ academische, adellijke of sportieve aanduiding van een persoon.
1702 privacy Zelfstandig naamwoord /ˈpraːi̯.vəˌsi/ de sfeer van persoonlijke afzonderlijkheid hetgeen betekent dat iemand dingen kan doen zonder dat de buitenwereld daar w…
1703 heelal Zelfstandig naamwoord /ɦeːˈlɑl/ ruimte waarin de aarde, planeten en sterren zich bevinden univers mannelijk espace mannelijk.
1704 verspillen Werkwoord /vərˈspɪ.lə(n)/ door nalatigheid verloren laten gaan; niet nuttig gebruiken.
1705 speelgoed Zelfstandig naamwoord /ˈspeːl.ɣut/ één of meer voorwerpen voor kinderen om mee te spelen.
1706 dagboek Zelfstandig naamwoord /ˈdɑx.buk/ een boek waarin men dagelijks zijn wederwaardigheden neerschrijft.
1707 voorwaarden Zelfstandig naamwoord meervoud van het zelfstandig naamwoord voorwaarde.
1708 gemerkt Werkwoord, Bijvoeglijk naamwoord voltooid deelwoord van merken.
1709 tape Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈtepə/ magneetband van een opnameapparaat bijv. audiotape, cassettetape, filmtape, mastertape, videotape.
1710 hol Zelfstandig naamwoord, Werkwoord, Bijvoeglijk naamwoord, Bijwoord /ɦɔl/ ondergrondse woonruimte of schuilplaats van bepaalde diersoorten.
1711 bewustzijn Zelfstandig naamwoord /bəˈʋʏstˌsɛi̯n/ een toestand waarin men gewaarwordingen uit zijn omgeving ondergaat en besef heeft van het eigen ik, wakker.
1712 vlag Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /vlɑx/ lap stof met een vast patroon van kleuren die gevoerd wordt als symbool van een organisatie, beweging of natie.
1713 werkten Werkwoord /ʋɛrktə(n)/ meervoud verleden tijd van werken.
1714 moderne Bijvoeglijk naamwoord /ˈmoːˈdɛrnə/ verbogen vorm van de stellende trap van modern.
1715 rollen Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈrɔ.lə(n)/ Met rollen wordt in de luchtvaart een beweging om de langsas aangeduid.
1716 angel Zelfstandig naamwoord /ˈɑŋəl/ orgaan waarmee wespen, bijen en soortgelijke dieren steken.
1717 gespannen Zelfstandig naamwoord, Werkwoord, Bijvoeglijk naamwoord /ɣə'spɑnɘ/ meervoud van het zelfstandig naamwoord gespan.
1718 terugkeren Werkwoord /t(ə)ˈrʏxkerə(n)/ opnieuw verschijnen na gedurende enige tijd te zijn weggeweest.
1719 crisis Zelfstandig naamwoord /ˈkri.zɪs/ een zware noodsituatie waarbij het functioneren van een stelsel ernstig verstoord raakt maar die in principe van voorbij…
1720 zoektocht Zelfstandig naamwoord /ˈzukˌtɔxt/ een reis die men onderneemt op zoek naar iets.
1721 emotioneel Zelfstandig naamwoord, Bijvoeglijk naamwoord /eːˌmoː.ʃoːˈneːl/ (Zelfstandig naamwoord).
1722 overkant Zelfstandig naamwoord /ˈovərˌkɑnt/ de andere zijde van een weg of water.
1723 premier Zelfstandig naamwoord /prəˈmjeː/ de minister die het kabinet aanvoert.
1724 greep Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ɣrep/ grijpende beweging om iets te omvatten, te bemachtigen.
1725 eenheden Zelfstandig naamwoord meervoud van het zelfstandig naamwoord eenheid.
1726 beseft Werkwoord tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van beseffen.
1727 rechtstreeks Zelfstandig naamwoord, Bijvoeglijk naamwoord, Bijwoord /rɛx'streks/ (Zelfstandig naamwoord).
1728 love Werkwoord /loːv/ aanvoegende wijs van loven.
1729 weigeren Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈʋɛi̯.ɣə.rə(n)/ (Zelfstandig naamwoord).
1730 avontuur Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /aːvɔnˈtyr/ een onderneming waarvan de uitkomst niet bij voorbaat vaststaat, onverwacht gebeurt en gevaarlijk zijn.
1731 lust Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /lʏst/ behoefte of verlangen (zin om) iets te doen.
1732 tevoorschijn Bijwoord /təˈvorsxɛin/ in het zicht, zichtbaar.
1733 roman Zelfstandig naamwoord /roːˈmɑn/ een lang soort verhaal in boekvorm.
1734 glimlach Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈɣlɪm.lɑx/ een gelaatsuitdrukking die een geluidloze lach verraadt.
1735 groeit Werkwoord tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van groeien.
1736 ras Zelfstandig naamwoord, Bijvoeglijk naamwoord /rɑs/ een vermeende hoofdgroep van mensen die op basis van uiterlijke (fenotypische) en innerlijk-geestelijke eigenschappen, e…
1737 plat Zelfstandig naamwoord, Werkwoord, Bijvoeglijk naamwoord, Bijwoord /plɑt/ van weinig culturele diepgang getuigend, boers, dialectisch.
1738 goedkoop Bijvoeglijk naamwoord /ɣutˈkoːp/ eenvoudig en/of slecht bedacht.
1739 strak Bijvoeglijk naamwoord /strɑk/ streng, strikt, zonder dat er veel vrijheid wordt geboden.
1740 spanning Zelfstandig naamwoord /ˈspɑ.nɪŋ/ een toestand van grote aandacht, meestal bij onzekerheid over de afloop van een gebeurtenis.
1741 inbraak Zelfstandig naamwoord /ˈɪnˌbraːk/ het zich, met geweld, onbevoegd toegang verschaffen tot een gebouw.
1742 karakter Zelfstandig naamwoord /ˌkaːˈrɑk.tər/ een glief zoals een letter, figuur, symbool.
1743 opzet Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈɔpsɛt/ het onderdeel zijn van een zo gewenst plan.
1744 lessen Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈlɛsə(n)/ stad en gemeente in het noorden van de Belgische provincie Henegouwen.
1745 college Zelfstandig naamwoord /ˌkɔˈleː.ʒə/ groep mensen die een bestuur vormen comité (kɔmite) mannelijk college van burgemeester en wethouders maire et ses adjoin…
1746 boy Zelfstandig naamwoord /bɔi̯/ jongensnaam.
1747 ernstige Bijvoeglijk naamwoord verbogen vorm van de stellende trap van ernstig.
1748 geweren Zelfstandig naamwoord meervoud van het zelfstandig naamwoord geweer.
1749 verlegen Zelfstandig naamwoord, Werkwoord, Bijvoeglijk naamwoord /vərˈleːɣə(n)/ (Zelfstandig naamwoord).
1750 toestaan Werkwoord /ˈtustan/ goed vinden dat iets gebeurt permettre autoriser niet toestaan dat je dochter alleen in het donker over straat gaat ne p…
← A2 Level B1 of 6 B2 →

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, CEFR level, and more.

Open Dictionary