HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← Terug naar zoeken

Betekenis van vak | Babel Free

Zelfstandig naamwoord CEFR B1 Frequent
vɑk

Definities

  1. beroep [1]
  2. ingedeeld stuk, bijv. schap, baanvak, supportersvak
  3. specifieke tak binnen de wetenschap, discipline [2]

Equivalenten

English business craft field subject

Voorbeelden

“Een vak uitoefenen.”
“Het is maar goed dat ik het in mijn vak niet van de sympathie van anderen hoef te hebben.”
“Ze gaan: de rookmelders vervangen, de waterzuiveringstank van vak 2 vervangen en een nieuwe tank installeren in vak 3 van het wateropslagsysteem, de badkamer en keuken schoonmaken, het toilet-dat- steeds-stukgaat repareren.”
“"Het dier was gelukkig ongedeerd, maar wel heel blij toen hij uit het vak gered werd", meldt de politie.”
“Het komt vaak voor dat docenten gevraagd wordt om een vak te geven waar ze niet bevoegd voor zijn.”

ERK-niveau

B1
Gemiddeld
Dit woord behoort tot de ERK B1-woordenschat — niveau gemiddeld.
See all B1 Nederlands words →

Zie ook

Leer dit woord in context

Bekijk vak gebruikt in echte gesprekken in onze gratis Spaanse cursus.

Gratis cursus starten

Know this word better than we do? Language is a living thing — help us keep it growing. Collaborate with Babel Free