Betekenis van was | Babel Free
ʋɑsDefinities
-
eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van wassen form-of
-
enkelvoud verleden tijd van zijn form-of
-
gebiedende wijs van wassen form-of
- vormt de gebiedende wijs van de voltooid verleden tijd van ergatieve werkwoorden
-
tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van wassen form-of, inversion
Voorbeelden
“Ik was.”
“Was!”
“Was je?”
“Jij was.”
“Hij, zij, het was.”
“Buikhuisen kwam eind jaren 70 in opspraak nadat hij had aangekondigd onderzoek te willen doen naar de rol die erfelijkheid speelt bij crimineel gedrag. Buikhuisen was op dat moment werkzaam als hoogleraar criminologie aan de Universiteit van Leiden. Zowel in het maatschappelijk debat als onder zijn collega's kregen zijn onderzoeksvoorstellen felle kritiek.”
“Was toch naar huis gegaan!”
ERK-niveau
A1
Beginner
Dit woord behoort tot de ERK A1-woordenschat — niveau beginner.
Dit woord behoort tot de ERK A1-woordenschat — niveau beginner.
Know this word better than we do? Language is a living thing — help us keep it growing. Collaborate with Babel Free