HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← willen — definición

Conjugation of willen

Regular CEFR A1
/ˈʋɪl.ə(n)/

verlangen vouloir désirer souhaiter Ze wil een pop voor haar verjaardag. Elle souhaite recevoir une poupée pour son anniversaire. ik verbied het Je dis non! <dit zeg je als iemand iets wenst wat ni Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik wil
jij / je wilt
hij / zij / het wil
wij / we willen
jullie willen
zij / ze willen
Verleden tijd (o.v.t.)
ik wilde
jij / je wilde
hij / zij / het wilde
wij / we wilden
jullie wilden
zij / ze wilden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik wille
jij / je wille
hij / zij / het wille
wij / we willen
jullie willen
zij / ze willen
Aanvoegende wijs — verleden
ik wilde
jij / je wilde
hij / zij / het wilde
wij / we wilden
jullie wilden
zij / ze wilden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij wil
jullie (archaïsch) wilt

Onbepaalde vormen

Infinitief
willen
Tegenwoordig deelwoord
willend
Voltooid deelwoord
gewild

Más conjugaciones

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary