Betekenis van had | Babel Free
/ɦɑt/Definities
-
enkelvoud verleden tijd van hebben form-of
- vormt de gebiedende wijs van de voltooid verleden tijd
Voorbeelden
“Ik had.”
“Jij had.”
“Hij, zij, het had.”
“De meeste gezichten had ik nog nooit gezien.”
“"Dat wordt straks wel even wennen", zegt machinist Jos van der Veen tegen RTV Noord. Hij had gisteravond zijn laatste rit naar het "oude hoofdstation"". "Ik vind het mooi om een stukje spoorweggeschiedenis mee te maken, zowel aan het einde van iets of het begin van iets. Nu mag ik het einde meemaken, hartstikke leuk."”
“Had toch langsgekomen!”
ERK-niveau
A1
Beginner
Dit woord behoort tot de ERK A1-woordenschat — niveau beginner.
Dit woord behoort tot de ERK A1-woordenschat — niveau beginner.