HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
Terug naar zoeken

tijd

Zelfstandig naamwoord vrouwelijk CEFR A1 Common
tɛi̯t

Definities

  1. onstuitbare gang der dingen van toekomst door het heden naar het verleden
  2. duur van de gelegenheid om iets te doen
  3. gemeten duur waarbinnen een bepaalde prestatie is geleverd als maatstaf voor succes
  4. bepaalde periode waarin iets gebeurt
  5. bepaald moment waarop iets gebeurt

Equivalenten

Españolhoratiempo
30 andere talen
Afrikaanstyd
العربيةوقت
বাংলাবেলা
Catalàhora
Češtinačashodina
Dansktid
DeutschUhrZeit
Ελληνικάχρόνοςώρα
Esperantotempo
فارسیموقع
Gaeilgeuair
Gàidhliguair
Galegohora
Հայերենժամ
Italianotempo
日本語時
한국어시
Latinahōra
Nederlandsuur
Polskiczas
Portuguêshora
Românăora
Slovenčinačas
தமிழ்மணி
Tiếng Việtthôithổithốithời gian
isiXhosaixesha

Voorbeelden

“Hij heeft geen tijd om te wachten⟳.”

He doesn't have time to wait.

“We moeten⟳ meer tijd besteden⟳ aan het leren⟳ van nieuwe vaardigheden.”

We need to spend more time learning new skills.

“In deze zin wordt de tegenwoordige tijd gebruikt.”

In this sentence, the present tense is used.

“Hij heeft de werkwoordvorm naar de verleden tijd veranderd.”

He changed the verb form to the past tense.

“Doorheen de tijd heeft de aarde al heel wat evoluties meegemaakt.”
“Ze zeiden dat het de koudste winter sinds honderd jaar was of in elk geval zo ver terug in de tijd als iemand zich kon herinneren⟳. Het kwik daalde soms tot rond de -40, hoewel de wind minder erg was dan daarboven op de vlakte.”
“Je moet hem even de tijd gunnen⟳ om dit werk af te maken⟳.”
“Geen tijd meer om van de top af te komen⟳.”
“Zeebiologen waarschuwden begin vorig jaar al dat de aanhoudende recordtemperaturen van het zeewater tot grootschalige verbleking van het koraal zou leiden⟳. Die hoge temperaturen⟳ zijn⟳ het gevolg van de klimaatverandering en het periodieke weerfenomeen El Niño, dat gepaard gaat met opwarming van het zeewater in de Stille Oceaan. De daarop volgende La Niña die op haar beurt voor afkoeling zorgt, duurde korter dan normaal, waardoor de riffen geen tijd hadden om te herstellen⟳.”
“De wielrenner heeft ondanks zijn⟳ blessure een goede tijd gereden.”
“De estafettezwemsters bereikten de finale van de 4 x 100 meter vrije slag met de tweede tijd, achter Australië.”
“Het voorjaar is een goede tijd het huis schoon te maken⟳.”
“De universiteit legt de bezuiniging, ingegeven door structurele tekorten bij aardwetenschappen, uit als een "strategische keuze" waarbij onderzoek en onderwijs zich nu gaan⟳ richten⟳ op de hedendaagse klimaatverandering en urgente vraagstukken als natuurrampen en klimaatsystemen. "We begrijpen⟳ dat dit een ingrijpend plan is voor studenten en medewerkers. We doen⟳ onze uiterste best om in deze onzekere tijd betrokken medewerkers en studenten zo goed mogelijk te informeren⟳."”
“Dan kan hij er staan⟳ en zeggen⟳ dat hij zich in deze moeilijke tijden et cetera et cetera toch heeft opgeofferd uit liefde voor zowel zijn⟳ dochter als de tradities van zijn⟳ geslacht.”
“Het is nu tijd om te beginnen⟳.”

ERK-niveau

A1
Beginner
Dit woord behoort tot de ERK A1-woordenschat — niveau beginner.
See all A1 Nederlands words →

Zie ook

Leer dit woord in context

Bekijk tijd gebruikt in echte gesprekken in onze gratis Spaanse cursus.

Gratis cursus starten

Know this word better than we do? Language is a living thing — help us keep it growing. Collaborate with Babel Free