HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← beginnen — definición

Conjugation of beginnen

Regular CEFR A1
/bəˈɣɪnə(n)/

in gang zetten, initiëren Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik begin
jij / je begint
hij / zij / het begint
wij / we beginnen
jullie beginnen
zij / ze beginnen
Verleden tijd (o.v.t.)
ik begon
jij / je begon
hij / zij / het begon
wij / we begonnen
jullie begonnen
zij / ze begonnen

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik beginne
jij / je beginne
hij / zij / het beginne
wij / we beginnen
jullie beginnen
zij / ze beginnen
Aanvoegende wijs — verleden
ik begonne
jij / je begonne
hij / zij / het begonne
wij / we begonnen
jullie begonnen
zij / ze begonnen

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij begin
jullie (archaïsch) begint

Onbepaalde vormen

Infinitief
beginnen
Tegenwoordig deelwoord
beginnend
Voltooid deelwoord
begonnen

Más conjugaciones

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary