HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← gaan — definición

Conjugation of gaan

Regular CEFR A1
/[xaːn]/

zich in een bepaalde richting bewegen, meestal van de spreker af Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik ga
jij / je gaat
hij / zij / het gaat
wij / we gaan
jullie gaan
zij / ze gaan
Verleden tijd (o.v.t.)
ik ging
jij / je ging
hij / zij / het ging
wij / we gingen
jullie gingen
zij / ze gingen

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik ga
jij / je ga
hij / zij / het ga
wij / we gaan
jullie gaan
zij / ze gaan
Aanvoegende wijs — verleden
ik ginge
jij / je ginge
hij / zij / het ginge
wij / we gingen
jullie gingen
zij / ze gingen

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij ga
jullie (archaïsch) gaat

Onbepaalde vormen

Infinitief
gaan
Tegenwoordig deelwoord
gaand
Voltooid deelwoord
gegaan

Más conjugaciones

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary