HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
Terug naar zoeken

haar

Voornaamwoord vrouwelijk CEFR A1 Common
ɦaːr

Definities

  1. accusatief van zij, derde persoon enkelvoud
  2. bezit aanduidend door een derde persoon vrouwelijk enkelvoud
  3. bezit aanduidend door derde persoon vrouwelijk meervoud
  4. datief van zij, derde persoon enkelvoud
  5. datief of accusatief van derde persoon meervoud

Equivalenten

Englishher
Españolellala
Françaisellelaleluisaonson
15 andere talen
العربيةإليها
Češtinajejís sebou
Deutschihrihresie
Ελληνικάαυτής
Galegoseu
日本語
한국어
Nederlandsd'r
Portuguêsalheseu
Русскийеёсвоисвой
Türkçeonaonuönüonunonunla
Tiếng Việt

Voorbeelden

“Ik zeg het tegen haar (1), maar je kunt haar (2) beter nog een mailtje sturen.”

I’ll mention it to her, but you’d better send her a mail as well.

Zij heet Anna. Haar man heet Jan.”
“De VU laat aan de NOS weten te waarderen dat het werkveld erg betrokken is. "De realiteit blijft echter dat de afdeling Aardwetenschappen langdurig te maken heeft met structurele financiële tekorten, ondanks eerdere reorganisaties en gedeeltelijk steun van andere afdelingen. Deze structurele tekorten zijn niet langer mogelijk gezien de bezuinigingsopgave waar we als faculteit, maar ook als universiteit in haar geheel, nu voor staan."”
Met haar metalen golfplaten dak leek deze plek me niet geschikt om bescherming te bieden, eerder een uitnodiging aan de bliksem om in te slaan.”
“De vrouwen en haar gevoelens.”
“Ik heb haar gisteren nog gezien.”
“Ik heb haar gisteren nog dat boek gegeven.”

ERK-niveau

A1
Beginner
Dit woord behoort tot de ERK A1-woordenschat — niveau beginner.
See all A1 Nederlands words →

Zie ook

Leer dit woord in context

Bekijk haar gebruikt in echte gesprekken in onze gratis Spaanse cursus.

Gratis cursus starten

Know this word better than we do? Language is a living thing — help us keep it growing. Collaborate with Babel Free