HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← slaan — definición

Conjugation of slaan

Regular CEFR A2
/slaːn/

een klap uitdelen; met de arm of een vastgehouden voorwerp een snelle, rakende beweging maken Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik sla
jij / je slaat
hij / zij / het slaat
wij / we slaan
jullie slaan
zij / ze slaan
Verleden tijd (o.v.t.)
ik sloeg
jij / je sloeg
hij / zij / het sloeg
wij / we sloegen
jullie sloegen
zij / ze sloegen

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik sla
jij / je sla
hij / zij / het sla
wij / we slaan
jullie slaan
zij / ze slaan
Aanvoegende wijs — verleden
ik sloege
jij / je sloege
hij / zij / het sloege
wij / we sloegen
jullie sloegen
zij / ze sloegen

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij sla
jullie (archaïsch) slaat

Onbepaalde vormen

Infinitief
slaan
Tegenwoordig deelwoord
slaand
Voltooid deelwoord
geslagen

Más conjugaciones

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary