Betekenis van bezit | Babel Free
bəˈzɪtDefinities
- datgene wat men bezit of heeft
- het houden of genieten van een goed, dat iemand in persoon, of door een ander in zijn feitelijke macht heeft, alsof het aan hem toebehoort
Equivalenten
Afrikaans
slaaf
Dansk
løsøre
Esperanto
propraĵo
Galego
tenza
עברית
קביעות
Italiano
durata di un incarico
durata di un mandato
essere di ruolo
essere titolare
gestione
godimento di un terreno
permanenza in carica
titolare di una cattedra
Română
ocupare
Svenska
lösöre
Voorbeelden
“De auto was niet zijn bezit.”
“Ik geef haar een knikje om te laten weten dat ik haar heb gehoord, en ga bij mezelf na: wat is eigenlijk houden van? Is het dat de ander doet wat jij wilt? Of juist dat je kunt accepteren dat de ander iets doet wat jou niet aanstaat en dat je toch aanwezig blijft, in liefde? Ik begrijp heel goed wat Bibi bedoelt, maar ik kan het niet goed rijmen dat zij deze wijsheid bezit en ernaar handelt, terwijl ik op mijn zesenveertigste nog steeds in de val trap die ik het 'Anne Frank-telefoontje' noem.”
“„Mam, je bezit 51 procent van alle aandelen! Hoe vinden we ooit een partij die dat zomaar ophoest?” Lauren kijkt me cynisch aan.”
“Zelf waren ze ook in het bezit van een computer met internetaansluiting.”
ERK-niveau
B1
Gemiddeld
Dit woord behoort tot de ERK B1-woordenschat — niveau gemiddeld.
Dit woord behoort tot de ERK B1-woordenschat — niveau gemiddeld.
Know this word better than we do? Language is a living thing — help us keep it growing. Collaborate with Babel Free