Betekenis van bezit | Babel Free
bəˈzɪtDefinities
Equivalenten
Afrikaans
slaaf
Dansk
løsøre
Deutsch
Amtszeit
Bekleidung
Besessenheit
besitz
Besitz
Besitzanspruch
Besitztitel
bewegliches Gut
Habe
innehaben
Esperanto
propraĵo
Suomi
hallinta
irtain
läänitys
omistajuus
omistusaika
orja
sielu
vakinaisuus
viranhaltijuus
virkakausi
Galego
tenza
עברית
קביעות
Italiano
durata di un incarico
durata di un mandato
essere di ruolo
essere titolare
gestione
godimento
godimento di un terreno
occupazione
permanenza in carica
possedimenti
possedimento
possessivo
possessivo
possesso
proprietà
titolare di una cattedra
한국어
동산
Nederlands
bezitting
een vaste benoeming hebben
eigendom
goed
have
possessie
vastbenoemd zijn
vermogen
Polski
dobro
kadencja
niewolnica
niewolnik
opanowanie
opętanie
posesja
posiadanie
posiadłość
ruchomość
Română
ocupare
Tiếng Việt
động sản
中文
財產
ZH-TW
財產
Voorbeelden
“De auto was niet zijn bezit.”
“Ik geef haar een knikje om te laten weten dat ik haar heb gehoord, en ga bij mezelf na: wat is eigenlijk houden van? Is het dat de ander doet wat jij wilt? Of juist dat je kunt accepteren dat de ander iets doet wat jou niet aanstaat en dat je toch aanwezig blijft, in liefde? Ik begrijp heel goed wat Bibi bedoelt, maar ik kan het niet goed rijmen dat zij deze wijsheid bezit en ernaar handelt, terwijl ik op mijn zesenveertigste nog steeds in de val trap die ik het 'Anne Frank-telefoontje' noem.”
“„Mam, je bezit 51 procent van alle aandelen! Hoe vinden we ooit een partij die dat zomaar ophoest?” Lauren kijkt me cynisch aan.”
“Zelf waren ze ook in het bezit van een computer met internetaansluiting.”
ERK-niveau
B1
Gemiddeld
Dit woord behoort tot de ERK B1-woordenschat — niveau gemiddeld.
Dit woord behoort tot de ERK B1-woordenschat — niveau gemiddeld.
Know this word better than we do? Language is a living thing — help us keep it growing. Collaborate with Babel Free