HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← Terug naar zoeken

Betekenis van bezit | Babel Free

Zelfstandig naamwoord CEFR B1 Frequent
bəˈzɪt

Definities

  1. datgene wat men bezit of heeft
  2. het houden of genieten van een goed, dat iemand in persoon, of door een ander in zijn feitelijke macht heeft, alsof het aan hem toebehoort

Equivalenten

Voorbeelden

“De auto was niet zijn bezit.”
“Ik geef haar een knikje om te laten weten dat ik haar heb gehoord, en ga bij mezelf na: wat is eigenlijk houden van? Is het dat de ander doet wat jij wilt? Of juist dat je kunt accepteren dat de ander iets doet wat jou niet aanstaat en dat je toch aanwezig blijft, in liefde? Ik begrijp heel goed wat Bibi bedoelt, maar ik kan het niet goed rijmen dat zij deze wijsheid bezit en ernaar handelt, terwijl ik op mijn zesenveertigste nog steeds in de val trap die ik het 'Anne Frank-telefoontje' noem.”
“„Mam, je bezit 51 procent van alle aandelen! Hoe vinden we ooit een partij die dat zomaar ophoest?” Lauren kijkt me cynisch aan.”
“Zelf waren ze ook in het bezit van een computer met internetaansluiting.”

ERK-niveau

B1
Gemiddeld
Dit woord behoort tot de ERK B1-woordenschat — niveau gemiddeld.
See all B1 Nederlands words →

Zie ook

Leer dit woord in context

Bekijk bezit gebruikt in echte gesprekken in onze gratis Spaanse cursus.

Gratis cursus starten

Know this word better than we do? Language is a living thing — help us keep it growing. Collaborate with Babel Free