Betekenis van jou | Babel Free
jɑu̯Voorbeelden
“Ik zal dit wel even doen voor jou.”
I'll do this for you.
“Kan ik jou iets vragen?”
Can I ask you something?
“Ik geef jou mijn boek om te lezen.”
I'm giving you my book to read.
“Zij heeft een cadeau voor jou gekocht.”
She bought a gift for you.
“Hij heeft jou gezien (lijdend voorwerp).”
“Hij heeft jou dit gegeven (meewerkend voorwerp).”
“Hij heeft achter jou gelopen (na voorzetsel).”
ERK-niveau
A1
Beginner
Dit woord behoort tot de ERK A1-woordenschat — niveau beginner.
Dit woord behoort tot de ERK A1-woordenschat — niveau beginner.
Know this word better than we do? Language is a living thing — help us keep it growing. Collaborate with Babel Free