HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← gelopen — definition

Conjugation of gelopen

Regular CEFR B1
ˌɣəˈloː.pə(n)

voltooid deelwoord van lopen Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik geloop
jij / je geloopt
hij / zij / het geloopt
wij / we gelopen
jullie gelopen
zij / ze gelopen
Verleden tijd (o.v.t.)
ik geliep
jij / je geliep
hij / zij / het geliep
wij / we geliepen
jullie geliepen
zij / ze geliepen

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik gelope
jij / je gelope
hij / zij / het gelope
wij / we gelopen
jullie gelopen
zij / ze gelopen
Aanvoegende wijs — verleden
ik geliepe
jij / je geliepe
hij / zij / het geliepe
wij / we geliepen
jullie geliepen
zij / ze geliepen

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij geloop
jullie (archaïsch) geloopt

Onbepaalde vormen

Infinitief
gelopen
Tegenwoordig deelwoord
gelopend
Voltooid deelwoord
gelopen

Practice in context

Fill in the verb in real sentences — correct answers count toward the table above.

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary