HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← waren — definition

Conjugation of waren

Regular CEFR A1
ˈʋaːrə(n)

doelloos en rusteloos ronddwalen Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik waar
jij / je waart
hij / zij / het waart
wij / we waren
jullie waren
zij / ze waren
Verleden tijd (o.v.t.)
ik waarde
jij / je waarde
hij / zij / het waarde
wij / we waarden
jullie waarden
zij / ze waarden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik ware
jij / je ware
hij / zij / het ware
wij / we waren
jullie waren
zij / ze waren
Aanvoegende wijs — verleden
ik waarde
jij / je waarde
hij / zij / het waarde
wij / we waarden
jullie waarden
zij / ze waarden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij waar
jullie (archaïsch) waart

Onbepaalde vormen

Infinitief
waren
Tegenwoordig deelwoord
warend
Voltooid deelwoord
gewaard

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary