Betekenis van maar | Babel Free
maːrDefinities
nevenschikkend voegwoord dat een tegenwerping inleidt, introduceert een zin(sdeel) dat het voorgaande zin(sdeel) tegenspreekt of daarmee inhoudelijk contrasteert
Voorbeelden
“Dat ging goed, maar het kan beter.”
That went well, but it could go better.
“Hij was maar een clown, maar nu is hij dood.”
He was just a clown, but now he is dead.
“Hij zou een succesvol zakenman kunnen worden, maar, hij zou ook zwerver kunnen worden.”
He could become a successful businessman, but, he could also become a vagrant.
“Het is zonnig vandaag, maar de wind maakt het kil.”
“Paus Franciscus, geboren als Jorge Mario Bergoglio, schudde het Vaticaan op en kwam op voor de zwakkeren in de samenleving. Maar kritiek was er ook, onder meer uit conservatieve hoek”
“Dat heeft Van de Laar overgenomen van Boer, zegt hij. "Ik sta, terwijl ik met jullie spreek, buiten kruiden te plukken. Wat ik van hem heb geleerd, is altijd werken met pure smaken en met de natuur om je heen. Maar ook om altijd 100 procent te geven."”
ERK-niveau
A1
Beginner
Dit woord behoort tot de ERK A1-woordenschat — niveau beginner.
Dit woord behoort tot de ERK A1-woordenschat — niveau beginner.
Know this word better than we do? Language is a living thing — help us keep it growing. Collaborate with Babel Free