HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← smaken — definition

Conjugation of smaken

Regular CEFR C1
ˈsmaː.kə(n)

met meewerkend voorwerp, aanstaan [1], behagen, bevallen [1] Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik smaak
jij / je smaakt
hij / zij / het smaakt
wij / we smaken
jullie smaken
zij / ze smaken
Verleden tijd (o.v.t.)
ik smaakte
jij / je smaakte
hij / zij / het smaakte
wij / we smaakten
jullie smaakten
zij / ze smaakten

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik smake
jij / je smake
hij / zij / het smake
wij / we smaken
jullie smaken
zij / ze smaken
Aanvoegende wijs — verleden
ik smaakte
jij / je smaakte
hij / zij / het smaakte
wij / we smaakten
jullie smaakten
zij / ze smaakten

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij smaak
jullie (archaïsch) smaakt

Onbepaalde vormen

Infinitief
smaken
Tegenwoordig deelwoord
smakend
Voltooid deelwoord
gesmaakt

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary