HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← geven — definición

Conjugation of geven

Regular CEFR A1
/ˈɣeːvə(n)/

overdragen van het bezit van iets aan iemand anders Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik geef
jij / je geeft
hij / zij / het geeft
wij / we geven
jullie geven
zij / ze geven
Verleden tijd (o.v.t.)
ik gaf
jij / je gaf
hij / zij / het gaf
wij / we gaven
jullie gaven
zij / ze gaven

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik geve
jij / je geve
hij / zij / het geve
wij / we geven
jullie geven
zij / ze geven
Aanvoegende wijs — verleden
ik gave
jij / je gave
hij / zij / het gave
wij / we gaven
jullie gaven
zij / ze gaven

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij geef
jullie (archaïsch) geeft

Onbepaalde vormen

Infinitief
geven
Tegenwoordig deelwoord
gevend
Voltooid deelwoord
gegeven

Más conjugaciones

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary