Boer
Definities
- landbouwer, agrariër, landman
- Zuid-Afrikaan die afstamt van Nederlandse kolonisten
- iedereen die iets levert of produceert (als uitbreiding van bet. 1)
-
persoon zonder of met weinig beschaving, lomperd pejorative
- speelkaart met daarop een boer [1] uitgebeeld, waarvan de waarde meestal tussen die van de 10 en de vrouw ligt
- geluid dat wordt geproduceerd als lucht vanuit de maag via de slokdarm naar buiten komt
Equivalenten
39 andere talen
AfrikaansBoer
العربيةزارع
Cymraeggwladwr
Esperantokamparanaĉo
Suomibuurikultivaattorilandepaukkumaalaistollomaanviljelijäperäsinkampiperäsinvarsipinnatalonpoikainenversoa
Bahasa Indonesiakampungan
Italianoaccestirearatorearatrobarra del timonebifolcoboerobuzzurrocafonecontadinescocontadinozappatore
日本語いなかもん
한국어시골뜨기
ไทยตาสีตาสา
Türkçeköy
Українськаселянський
Tiếng Việtdân quê
中文農民
繁體中文農民
Voorbeelden
“In Groningen wonen⟳ rijke boeren⟳ op het Hoogeland.”
“Ook boer Henk Koster kwam afscheid nemen⟳. "Ik heb de hele ontwikkeling meegemaakt, vanaf het begin. Lenie 't Hart kwam vroeger bij ons spullen lenen⟳ om zeehondenpups groot te krijgen⟳. Wat hier is opgebouwd, is een succes voor Pieterburen én voor de zeehonden. Voor de levendigheid in het dorp was het beter geweest als het hier was gebleven", zei hij.”
“Ik ga naar de patatboer, even een vette bek halen⟳”
“Wat is dat een lompe boer!”
“De supporters van PSV worden⟳ ook wel uitgescholden voor boeren⟳.”
“Bij klaverjassen⟳ heet de troef-boer ook wel jas vandaar de term klaverjassen⟳.”
“De ongemanierde man liet een luide boer.”
“Zeker te weten⟳,' beaamde Joop en hij liet een zachte boer zonder zich hiervoor te verontschuldigen⟳.”
ERK-niveau
B2
Bovengemiddeld
Dit woord behoort tot de ERK B2-woordenschat — niveau bovengemiddeld.
Dit woord behoort tot de ERK B2-woordenschat — niveau bovengemiddeld.
Know this word better than we do? Language is a living thing — help us keep it growing. Collaborate with Babel Free