HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
Terug naar zoeken

Boer

Zelfstandig naamwoord CEFR B2 Frequent
bur

Definities

  1. landbouwer, agrariër, landman
  2. Zuid-Afrikaan die afstamt van Nederlandse kolonisten
  3. iedereen die iets levert of produceert (als uitbreiding van bet. 1)
  4. persoon zonder of met weinig beschaving, lomperd
    pejorative
  5. speelkaart met daarop een boer [1] uitgebeeld, waarvan de waarde meestal tussen die van de 10 en de vrouw ligt
  6. geluid dat wordt geproduceerd als lucht vanuit de maag via de slokdarm naar buiten komt

Equivalenten

39 andere talen
AfrikaansBoer
العربيةزارع
Cymraeggwladwr
Esperantokamparanaĉo
Bahasa Indonesiakampungan
한국어시골뜨기
LatinaansaPetro
KiswahiliKaburukanamkomboujari
Türkçeköy
Українськаселянський
Tiếng Việtdân quê
中文農民
繁體中文農民

Voorbeelden

“In Groningen wonen rijke boeren op het Hoogeland.”
Ook boer Henk Koster kwam afscheid nemen. "Ik heb de hele ontwikkeling meegemaakt, vanaf het begin. Lenie 't Hart kwam vroeger bij ons spullen lenen om zeehondenpups groot te krijgen. Wat hier is opgebouwd, is een succes voor Pieterburen én voor de zeehonden. Voor de levendigheid in het dorp was het beter geweest als het hier was gebleven", zei hij.”
“Ik ga naar de patatboer, even een vette bek halen
Wat is dat een lompe boer!”
“De supporters van PSV worden ook wel uitgescholden voor boeren.”
Bij klaverjassen heet de troef-boer ook wel jas vandaar de term klaverjassen.”
“De ongemanierde man liet een luide boer.”
Zeker te weten,' beaamde Joop en hij liet een zachte boer zonder zich hiervoor te verontschuldigen.”

ERK-niveau

B2
Bovengemiddeld
Dit woord behoort tot de ERK B2-woordenschat — niveau bovengemiddeld.
See all B2 Nederlands words →

Zie ook

Leer dit woord in context

Bekijk Boer gebruikt in echte gesprekken in onze gratis Spaanse cursus.

Gratis cursus starten

Know this word better than we do? Language is a living thing — help us keep it growing. Collaborate with Babel Free