HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← Dutch Dictionary
CEFR Level
B2

Dutch — Upper Intermediate Vocabulary

2,000 words

Can understand the main ideas of complex text on both concrete and abstract topics.

# Word Type IPA Definition
1 paspoort Zelfstandig naamwoord /ˈpɑsˌpoːrt/ officieel document dat de houder identificeert als burger van een bepaald land, en toestemming vraagt in de naam van de…
2 county Zelfstandig naamwoord /'kɔunti/ een bestuurlijk gebied in veel Engelstalige landen.
3 vleugels Zelfstandig naamwoord /ˈvløɣəls/ meervoud van het zelfstandig naamwoord vleugel.
4 madame Zelfstandig naamwoord /maˈdam/ mevrouw, aanspreekvorm voor een dame.
5 juni Zelfstandig naamwoord /ˈjy.ni/ de zesde maand van het jaar volgens de gregoriaanse kalender.
6 snoep Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /snup/ een meestal grotendeels van suiker vervaardigde lekkernij.
7 apart Zelfstandig naamwoord, Bijvoeglijk naamwoord /aːˈpɑrt/ Excluded from consideration.
8 oudste Zelfstandig naamwoord, Bijvoeglijk naamwoord /ˈɑu̯t.stə/ verbogen vorm van de overtreffende trap van oud.
9 uitschakelen Werkwoord /ˈœy̯tˌsxaː.kə.lə(n)/ buiten competitie stellen.
10 voertuig Zelfstandig naamwoord /ˈvur.tœy̯x/ door de mens gemaakt vervoermiddel, gewoonlijk op wielen of glijvlakken, voor het verplaatsen over land van personen en…
11 kostte Werkwoord enkelvoud verleden tijd van kosten.
12 september Zelfstandig naamwoord /sɛpˈtɛm.bər/ negende maand van het jaar.
13 jochie Zelfstandig naamwoord /ˈjɔxi/ verkleinwoord enkelvoud van het zelfstandig naamwoord joch.
14 link Zelfstandig naamwoord, Werkwoord, Bijvoeglijk naamwoord /lɪŋk/ gevaarlijk, riskant.
15 puinhoop Zelfstandig naamwoord /ˈpœy̯nˌɦoːp/ een hoop puin, meestal door de verwoesting van bouwwerken.
16 agenda Zelfstandig naamwoord /ɑˈɣɛn.daː/ een lijst van te bespreken punten op een vergadering.
17 steekt Werkwoord tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van steken.
18 nazi Zelfstandig naamwoord /ˈnaː.zi/ oorspronkelijk: aanhanger, lid van de Nationalsozialistische Deutsche Arbeiterpartei (NSDAP) een politieke partij in het…
19 spraken Zelfstandig naamwoord, Werkwoord meervoud verleden tijd van spreken.
20 chirurg Zelfstandig naamwoord /ʃiˈrʏrx/ een specialist die operaties verricht.
21 jee Zelfstandig naamwoord, Tussenwerpsel /jeː/ Alternative spelling of gee.
22 mochten Werkwoord /ˈmɔxtə(n)/ meervoud verleden tijd van mogen.
23 misdaden Zelfstandig naamwoord meervoud van het zelfstandig naamwoord misdaad.
24 brachten Werkwoord meervoud verleden tijd van brengen.
25 bekentenis Zelfstandig naamwoord /bəˈkɛn.təˌnɪs/ een verklaring waarin men toegeeft een bepaalde daad gepleegd te hebben.
26 laptop Zelfstandig naamwoord /ˈlɛp.tɔp/ kleine draagbare computer.
27 vergeleken Werkwoord meervoud verleden tijd van vergelijken.
28 diepe Werkwoord, Bijvoeglijk naamwoord verbogen vorm van de stellende trap van diep.
29 stukjes Zelfstandig naamwoord verkleinwoord meervoud van het zelfstandig naamwoord stuk.
30 robot Zelfstandig naamwoord /ˈroː.bɔt/ machine die beschikt over een stoffelijke vorm ('lichaam') en een beslissingsmodel (programma).
31 nuttig Werkwoord, Bijvoeglijk naamwoord /ˈnʏtəx/ van nut zijnde; van iets of iemand dat het een bijdrage levert aan het behalen van een doel.
32 uitslag Zelfstandig naamwoord /ˈœy̯t.slɑx/ afloop (van een wedstrijd), resultaat (van een onderzoek, een examen of een raadpleging).
33 zout Zelfstandig naamwoord, Werkwoord, Bijvoeglijk naamwoord /zɑu̯t/ alledaagse naam voor keukenzout bedoeld (natriumchloride).
34 ratten Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈrɑtə(n)/ meervoud van het zelfstandig naamwoord rat.
35 slimmer Bijvoeglijk naamwoord onverbogen vorm van de vergrotende trap van slim.
36 afval Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈɑfɑl/ het afvallen, verlating van een persoon of overtuiging waaraan men eerder was toegewijd.
37 gebeurtenissen Zelfstandig naamwoord meervoud van het zelfstandig naamwoord gebeurtenis.
38 temperatuur Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈtɛmpɛrɑtyːr/ grootheid die aangeeft hoe warm het is gerelateerd aan de beweging van de moleculen.
39 bemoei Werkwoord eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van bemoeien.
40 ongelukkig Bijvoeglijk naamwoord /ˌɔn.ɣəˈlʏ.kəx/ met een gevoel van bedroefde onvrede.
41 bezocht Werkwoord, Bijvoeglijk naamwoord /bəˈzɔxt/ enkelvoud verleden tijd van bezoeken.
42 financiële Bijvoeglijk naamwoord verbogen vorm van de stellende trap van financieel.
43 tijdstip Zelfstandig naamwoord /ˈtɛi̯tˌstɪp/ een punt in de tijd.
44 overste Zelfstandig naamwoord iemand die de hoogste leiding van iets heeft.
45 verbergt Werkwoord tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van verbergen.
46 drukken Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈdrʏkə(n)/ meervoud van het zelfstandig naamwoord druk.
47 snappen Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /snɑ.pə(n)/ (Zelfstandig naamwoord).
48 knuffel Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈknʏ.fəl/ van zacht materiaal vervaardigde speelgoedpop.
49 diensten Zelfstandig naamwoord meervoud van het zelfstandig naamwoord dienst.
50 erdoor Bijwoord /ɛrˈdoːr/ binnen het genoemde van de ene naar de andere kant.
51 betekenis Zelfstandig naamwoord /bəˈteː.kə.nɪs/ wat iets betekent, waar iets voor staat.
52 veiliger Bijvoeglijk naamwoord onverbogen vorm van de vergrotende trap van veilig.
53 aard Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /aːrt/ met betrekking tot de aarde.
54 opgegeten Werkwoord voltooid deelwoord van opeten.
55 gevolg Zelfstandig naamwoord /ɣəˈvɔlx/ resultaat dat voortkomt uit iets anders (de oorzaak).
56 moedig Bijvoeglijk naamwoord /ˈmudəx/ laf als je iets nuttigs durft te doen dat veel anderen niet durven courageux/-euse.
57 teruggekomen Werkwoord voltooid deelwoord van terugkomen.
58 loon Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /loːn/ financiële vergoeding voor geleverde arbeid.
59 frisse Bijvoeglijk naamwoord verbogen vorm van de stellende trap van fris.
60 daarboven Bijwoord /ˌdaːrˈboː.və(n)/ boven dat, boven die.
61 herkende Werkwoord verbogen vorm van herkend, voltooid deelwoord van herkennen.
62 lelijke Bijvoeglijk naamwoord verbogen vorm van de stellende trap van lelijk.
63 woensdag Zelfstandig naamwoord /ˈʋuns.dɑx/ een dag van de week die na dinsdag en voor donderdag komt.
64 handig Zelfstandig naamwoord, Bijvoeglijk naamwoord /ˈɦɑn.dəx/ (Zelfstandig naamwoord).
65 fortuin Zelfstandig naamwoord /fɔrˈtœyn/ een grote hoeveelheid geld.
66 vrijgelaten Werkwoord voltooid deelwoord van vrijlaten.
67 journalist Zelfstandig naamwoord /ʒurnaːˈlɪst/ iemand die als beroep nieuws verzamelt en daarover vertelt in een krant of voor de radio of televisie journaliste mannel…
68 vielen Werkwoord /vilə(n)/ meervoud verleden tijd van vallen.
69 wennen Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈʋɛnə(n)/ gewoon worden, vertrouwd raken.
70 bleven Werkwoord meervoud verleden tijd van blijven.
71 ambassadeur Zelfstandig naamwoord /ˌɑm.bɑ.saːˈdøːr/ iemand die door de ene staat is aangesteld om deze staat bij een andere staat te vertegenwoordigen.
72 acteur Zelfstandig naamwoord /ɑkˈtøːr/ persoon die een personage uitbeeldt in een verhaal of rollenspel, toneelspeler, iemand die acteert.
73 geslaagd Zelfstandig naamwoord, Werkwoord, Bijvoeglijk naamwoord (Zelfstandig naamwoord).
74 hing Werkwoord /ɦɪŋ/ enkelvoud verleden tijd van hangen.
75 computers Zelfstandig naamwoord meervoud van het zelfstandig naamwoord computer.
76 schoonmaken Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈsxoː(n)ˌmaː.kə(n)/ meervoud van het zelfstandig naamwoord schoonmaak.
77 snelweg Zelfstandig naamwoord /ˈsnɛl.ʋɛx/ een grote brede weg speciaal voor motorvoertuigen.
78 plastic Zelfstandig naamwoord, Bijvoeglijk naamwoord /ˈplɛs.tɪk/ oorspronkelijk: plastisch vervormbare polymere kunststof, in uitgebreidere zin op alle polymeren toegepast.
79 experiment Zelfstandig naamwoord /ˌɛks.peː.riˈmɛnt/ wetenschappelijke proefneming.
80 morgenvroeg Bijwoord /ˌmɔr.ɣə(n)ˈvrux/ in de eerste uren van de dag volgend op vandaag.
81 undercover Zelfstandig naamwoord, Bijwoord /ˌɑn.dərˈkɑ.vər/ undercover (in a covert fashion, not using one's real identity).
82 commando Zelfstandig naamwoord /kɔˈmɑn.doː/ iemand uit een eenheid die extra getraind wordt voor speciale missies.
83 gekleed Werkwoord, Bijvoeglijk naamwoord /ɣəˈklet/ voltooid deelwoord van kleden.
84 star Zelfstandig naamwoord, Bijvoeglijk naamwoord /stɑr/ verstijfd en onbuigzaam.
85 gemak Zelfstandig naamwoord /ɣəˈmɑk/ op een rustige en eenvoudige manier.
86 overleeft Werkwoord Weet je, zegt ze: “Je overleeft drie weken zonder eten, drie dagen zonder water, drie minuten zonder lucht maar amper dr…
87 eerwaarde Zelfstandig naamwoord, Bijvoeglijk naamwoord /erˈwardə/ verbogen vorm van de stellende trap van eerwaard.
88 motel Zelfstandig naamwoord /moːˈtɛl/ gebouw met aan elkaar geschakelde kamers met de deuren aan een parkeerplaats of gemeenschappelijke ruimte.
89 long Zelfstandig naamwoord, Bijvoeglijk naamwoord /lɔŋ/ orgaan waarin gaswisseling plaatsvindt tussen lucht en bloed ten behoeve van het metabolisme.
90 tweeling Zelfstandig naamwoord /ˈtʋeː.lɪŋ/ iemand met het sterrenbeeld Tweelingen, dus traditioneel met een geboortedatum van ongeveer 19 februari tot 21 maart.
91 draak Zelfstandig naamwoord /draːk/ afschrikwekkend fabeldier, voorgesteld als een gevleugeld, vuurspuwend reptielachtig wezen met spitse tong en lange staa…
92 schakel Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈsxaː.kəl/ de verbinding tussen een aantal verschijnselen etc.
93 favoriet Zelfstandig naamwoord, Bijvoeglijk naamwoord /faːvoːˈrit/ persoon die je beter vindt dan de anderen; persoon de geprefereerd wordt boven anderen.
94 heten Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈɦeː.tə(n)/ (Zelfstandig naamwoord).
95 officiële Bijvoeglijk naamwoord /ˌɔfiˈʃelə/ verbogen vorm van de stellende trap van officieel.
96 legde Werkwoord enkelvoud verleden tijd van leggen.
97 zusters Zelfstandig naamwoord meervoud van het zelfstandig naamwoord zuster.
98 kooi Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /koːi̯/ uit tralies of gaas gemaakt voorwerp dat een ruimte omsluit.
99 opgehangen Werkwoord voltooid deelwoord van ophangen.
100 beheersen Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /bəˈɦeːrsə(n)/ (Zelfstandig naamwoord).
101 demonen Zelfstandig naamwoord meervoud van het zelfstandig naamwoord demon.
102 drankjes Zelfstandig naamwoord verkleinwoord meervoud van het zelfstandig naamwoord drank.
103 wetenschappers Zelfstandig naamwoord meervoud van het zelfstandig naamwoord wetenschapper.
104 concert Zelfstandig naamwoord /kɔnˈsɛrt/ een muziekstuk voor een solo-instrument in samenspel met een orkest.
105 vermijden Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /vərˈmɛi̯.də(n)/ (Zelfstandig naamwoord).
106 katten Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈkɑ.tə(n)/ meervoud van het zelfstandig naamwoord kat.
107 kwetsbaar Bijvoeglijk naamwoord /ˈkʋɛts.baːr/ na een spel gewonnen te hebben onderworpen aan een andere puntentelling die verlies zwaarder bestraft en winst sterker b…
108 kleuren Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈklørə(n)/ van kleur voorzien met potloden, stiften, waskrijt etc.
109 raket Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /raːˈkɛt/ steel met daaraan een ovaal raam dat met een net is bespannen, gebruikt om een balletje of pluimpje te kaatsen.
110 straffen Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈstrɑfə(n)/ negatieve consequenties verbinden aan een als verkeerd geziene daad.
111 bestuur Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /bəˈstyːr/ groep van mensen die gezamenlijk de leiding hebben over een bedrijf of ander soort organisatie.
112 verloofd Werkwoord, Bijvoeglijk naamwoord /vərˈloːft/ voltooid deelwoord van verloven.
113 zonden Zelfstandig naamwoord, Werkwoord meervoud van het zelfstandig naamwoord zonde.
114 verspreid Werkwoord, Bijvoeglijk naamwoord eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van verspreiden.
115 draaide Werkwoord enkelvoud verleden tijd van draaien.
116 heerlijke Bijvoeglijk naamwoord verbogen vorm van de stellende trap van heerlijk.
117 augustus Zelfstandig naamwoord /ɑu̯ˈɣʏs.tʏs/ de achtste maand van het jaar.
118 cadeautje Zelfstandig naamwoord /ka'docə/ verkleinwoord enkelvoud van het zelfstandig naamwoord cadeau.
119 centimeter Zelfstandig naamwoord /ˈsɛntiˌmeːtər/ een lengtemaat die gelijk is aan één honderdste van een meter, weergegeven met symbool cm.
120 contant Bijvoeglijk naamwoord, Bijwoord /kɔnˈtɑnt/ in contanten betalen: in munten en biljetten betalen.
121 testament Zelfstandig naamwoord /tɛs.taːˈmɛnt/ notariële of onderhandse akte met persoonlijke, eenzijdig herroepbare verklaring(en), de uiterste wilsbeschikkingen, waa…
122 meesten Bijvoeglijk naamwoord /ˈmeːstə(n)/ het grootste aantal personen.
123 juli Zelfstandig naamwoord /jyˈlɛi/ de zevende maand van het jaar volgens de gregoriaanse kalender.
124 waanzin Zelfstandig naamwoord /ˈʋaːn.zɪn/ het lijden aan een geestesstoornis, krankzinnigheid.
125 gedroomd Werkwoord, Bijvoeglijk naamwoord voltooid deelwoord van dromen.
126 handschoenen Zelfstandig naamwoord /ˈhɑntsxunə(n)/ meervoud van het zelfstandig naamwoord handschoen.
127 zender Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈzɛn.dər/ bedrijf dat een zender [2] gebruikt om radio- of televisieprogramma's om te roepen.
128 wreed Bijvoeglijk naamwoord, Bijwoord /vreːt/ meedogenloos.
129 pappa Zelfstandig naamwoord /ˈpɑ.paː/ benaming voor mannelijke ouder door zijn kind.
130 eerlijke Bijvoeglijk naamwoord verbogen vorm van de stellende trap van eerlijk.
131 rotzak Zelfstandig naamwoord /ˈrɔt.sɑk/ iemand die zeer verwerpelijk gedrag vertoont.
132 mysterie Zelfstandig naamwoord /mɪsˈteri/ naam van een zekere eredienst in de oudheid, waaraan men niet mocht deelnemen behalve na voorafgaande inwijding.
133 symbool Zelfstandig naamwoord /sɪmˈboːl/ een figuur, karakter of teken dat een bepaald idee, concept of object representeert.
134 profiel Zelfstandig naamwoord /proːˈfil/ de verlagingen en verhogingen van een zijaanzicht of doorsnede.
135 opties Zelfstandig naamwoord meervoud van het zelfstandig naamwoord optie.
136 traditie Zelfstandig naamwoord /ˌtraːˈdi.(t)si/ gebruiken en gewoonten die van de ene generatie op de andere worden doorgegeven tradition vrouwelijk volgens de traditie…
137 schulden Zelfstandig naamwoord /ˈsxɵldə(n_/ meervoud van het zelfstandig naamwoord schuld.
138 hup Zelfstandig naamwoord, Werkwoord, Tussenwerpsel /ɦʏp/ The first beat of a 4/4 military cadence, commanding either the lead-off step in a march or some other action.
139 waag Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ʋaːx/ plaats waar vroeger van overheidswege handelsgoederen gewogen werden, waaggebouw.
140 go Zelfstandig naamwoord, Tussenwerpsel /ɡoː/ Japans bordspel.
141 massa Zelfstandig naamwoord /ˈmɑ.saː/ bepaalde substantie masse vrouwelijk biomassa biomasse meel en water mengen tot een homogene massa mélanger la farine et…
142 gewonden Zelfstandig naamwoord, Werkwoord meervoud van het zelfstandig naamwoord gewonde.
143 ontkennen Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˌɔntˈkɛ.nə(n)/ (Zelfstandig naamwoord).
144 getrokken Werkwoord /ɣəˈtrɔ.kə(n)/ voltooid deelwoord van trekken.
145 bezet Werkwoord, Bijvoeglijk naamwoord /bəˈzɛt/ enkelvoud tegenwoordige tijd van bezetten.
146 opgevoed Werkwoord /ˈɔpxəˌvut/ voltooid deelwoord van opvoeden.
147 verkeer Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /vərˈkeːr/ het overbrengen van berichten via een communicatiekanaal (post, telefoon, telegram etc.) -> dataverkeer.
148 knie Zelfstandig naamwoord /kni/ gewricht in het midden van het been dat het bovenbeen met het onderbeen verbindt.
149 heuvel Zelfstandig naamwoord /ˈɦøː.vəl/ verhoging in het landschap die wat lager is dan een berg zn (tot ± 500 m).
150 bid Werkwoord /bɪt/ eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van bidden.
151 verdwijn Werkwoord eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van verdwijnen.
152 accepteer Werkwoord eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van accepteren.
153 timing Zelfstandig naamwoord /ˈtɑi̯.mɪŋ/ exact op het juiste moment.
154 slechtste Zelfstandig naamwoord, Bijvoeglijk naamwoord verbogen vorm van de overtreffende trap van slecht.
155 penis Zelfstandig naamwoord /ˈpeː.nɪs/ het mannelijk geslachtsdeel.
156 benieuwd Werkwoord, Bijvoeglijk naamwoord /bəˈniu̯t/ reikhalzend uitziend naar iets, iets graag willen weten.
157 steden Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈsteːdə(n)/ to hold in place.
158 aangeven Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈaːŋɣeːvə(n)/ laten weten indiquer (ɛ~dike) De dirigent geeft de maat aan. Le chef d'orchestre marque la mesure. Je moet maar aangeven…
159 uitkomen Werkwoord /ˈœy̯tˌkoː.mə(n)/ tevoorschijn komen, uitlopen (bijvoorbeeld van knoppen van planten).
160 glazen Zelfstandig naamwoord, Werkwoord, Bijvoeglijk naamwoord /ˈɣlaː.zə(n)/ meervoud van het zelfstandig naamwoord glas.
161 hitte Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈhɪtə/ overdreven warmte.
162 set Zelfstandig naamwoord /sɛt/ klein aantal bij elkaar passende voorwerpen die samen een geheel vormen.
163 maling Zelfstandig naamwoord /ˈmɑlɪŋ/ de wijze waarop of de mate waarin iets gemalen wordt of is.
164 wade Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈʋaː.də/ holte boven de kuit.
165 ton Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /tɔn/ een gewichteenheid van 1000 kilogram, gelijk aan een megagram.
166 mm Tussenwerpsel /ˌmoləkyˌlɛːrəmeˈxanika/ drukt uit dat iets goed smaakt of een prettig gevoel oproept.
167 chocolade Zelfstandig naamwoord /ˌʃoː.koːˈlaː.də/ een lekkernij die gemaakt is van cacao, suiker en cacaoboter.
168 bedrogen Werkwoord meervoud verleden tijd van bedriegen.
169 brandstof Zelfstandig naamwoord /ˈbrɑn(t).stɔf/ stof waaruit door middel van verbranding of een ander chemisch proces energie wordt gewonnen.
170 verwoest Werkwoord, Bijvoeglijk naamwoord /vərˈwust/ enkelvoud tegenwoordige tijd van verwoesten.
171 verf Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /vɛrf/ algemene benaming voor een product dat bedoeld is om voorwerpen te beschermen tegen de weersomstandigheden of te kleuren…
172 k Zelfstandig naamwoord, Voornaamwoord /kaː/ hoofdletter van de k, de elfde letter van het alfabet.
173 munitie Zelfstandig naamwoord /mʏˈnitsi/ schietbenodigdheden.
174 paleis Zelfstandig naamwoord /paːˈlɛi̯s/ een aanzienlijk gebouw dat een openbare functie heeft of een (woon)huis voor een staatshoofd is.
175 werkelijkheid Zelfstandig naamwoord /ˈʋɛr.kə.ləkˌɦɛi̯t/ de omstandigheden zoals deze daadwerkelijk bestaan.
176 yo Tussenwerpsel /joː/ yo (informal greeting, interjection similar to hey).
177 gewapend Werkwoord, Bijvoeglijk naamwoord /ɣəˈʋaː.pənt/ voorzien van voorwerp om mee te vechten.
178 gekost Werkwoord voltooid deelwoord van kosten.
179 toespraak Zelfstandig naamwoord /ˈtu.spraːk/ een voordracht voor een groter publiek.
180 recept Zelfstandig naamwoord /rəˈsɛpt/ bepaalde combinatie van factoren en omstandigheden die een bepaald gevolg zullen veroorzaken.
181 Helden Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈɦɛl.dən/ meervoud van het zelfstandig naamwoord held.
182 enthousiast Zelfstandig naamwoord, Bijvoeglijk naamwoord /ˌɑn.tuˈʒɑst/ iemand die over iets of iemand geestdriftig is (vaak gebruikt als tweede deel van een samengesteld begrip).
183 scherm Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈsxɛrᵊm/ soort van doek zn wat iets anders aan het zicht moet onttrekken, of gebruikt wordt ter bescherming.
184 goedemiddag Zelfstandig naamwoord, Tussenwerpsel /ˌɣu.dəˈmɪ.dɑx/ (Zelfstandig naamwoord).
185 gele Werkwoord, Bijvoeglijk naamwoord /ˈɣeː.lə/ verbogen vorm van de stellende trap van geel.
186 actief Zelfstandig naamwoord, Bijvoeglijk naamwoord, Bijwoord /ɑkˈtif/ uitstaand tegoed.
187 politieagent Zelfstandig naamwoord /poː.ˈli(t).si.aːˌɣɛnt/ een persoon die belast is met hulpverlening en met de handhaving van de openbare orde en veiligheid.
188 kleiner Bijvoeglijk naamwoord onverbogen vorm van de vergrotende trap van klein.
189 joch Zelfstandig naamwoord /jɔx/ jongen gamin mannelijk gosse mannelijk Wat een leuk joch! Quel chouette gamin!.
190 lokken Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈlɔ.kə(n)/ bij een persoon die als aantrekkelijk slachtoffer of contact voor misdadigers moet dienen.
191 oefening Zelfstandig naamwoord /ˈufənɪŋ/ activiteit die erop gericht is om een vaardigheid te leren of te verbeteren.
192 varen Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈvaː.rə(n)/ gezegd van iemands gesteldheid in het algemeen.
193 kwart Zelfstandig naamwoord, Bijvoeglijk naamwoord /kʋɑrt/ een interval met een toonafstand zoals die van de eerste naar de vierde toon van een diatonische toonladder.
194 commissie Zelfstandig naamwoord /ˌkɔˈmɪ.si/ vergoeding voor het werk van iemand die voor een ander iets koopt of verkoopt in de vorm van een klein deel van de koops…
195 stiekem Bijvoeglijk naamwoord, Bijwoord /ˈstikəm/ secretly, sneakily.
196 afsluiten Werkwoord /ˈɑfslœy̯tə(n)/ zorgen dat iets of iemand niet in, uit of door iets kan gaan, alle openingen dicht doen.
197 inpakken Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈɪn.pɑk.ə(n)/ (Zelfstandig naamwoord).
198 bewaard Werkwoord voltooid deelwoord van bewaren.
199 winkelen Werkwoord /ˈʋɪŋkələ(n)/ van winkel tot winkel gaan en inkopen doen.
200 beesten Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈbestə(n)/ meervoud van het zelfstandig naamwoord beest.
201 vrijen Werkwoord /ˈvrɛi̯ə(n)/ relatie met iemand hebben.
202 techniek Zelfstandig naamwoord /tɛxˈnik/ de bewerkingen en verrichtingen die horen bij de industrie en de exacte wetenschap.
203 Brandt Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /brɑnt/ a hamlet in Maasgouw, Limburg, Netherlands.
204 mobiele Bijvoeglijk naamwoord verbogen vorm van de stellende trap van mobiel.
205 luisterde Werkwoord enkelvoud verleden tijd van luisteren.
206 interne Bijvoeglijk naamwoord /ɪnˈtɛr.nə/ verbogen vorm van de stellende trap van intern.
207 toegestaan Zelfstandig naamwoord, Werkwoord, Bijvoeglijk naamwoord /ˈtuɣəˌstan/ (Zelfstandig naamwoord).
208 beleefd Zelfstandig naamwoord, Werkwoord, Bijvoeglijk naamwoord, Bijwoord /bəˈleːft/ onbeleefd met goede manieren poli/-ie (pɔli) iemand beleefd groeten saluer quelqu'un poliment.
209 blok Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /blɔk/ draaischijf waaromheen een touw kan worden gevoerd om een goede trekrichting te verkrijgen of om de benodigde trekkracht…
210 zielen Zelfstandig naamwoord meervoud van het zelfstandig naamwoord ziel.
211 generatie Zelfstandig naamwoord /ɣeː.nə.ˈraː.(t)si/ geheel van individuen die via hetzelfde aantal tussenstappen van één bepaald individu afstammen.
212 verlangen Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /vərˈlɑ.ŋə(n)/ graag iets willen hebben.
213 revolutie Zelfstandig naamwoord /reː.voːˈly.(t)si/ een omwenteling in de politieke machtsverhoudingen.
214 pastoor Zelfstandig naamwoord /pɑsˈtoːr/ een lid van de katholieke geestelijkheid die zich aan de zielzorg van zijn parochie wijdt.
215 drama Zelfstandig naamwoord /ˈdraː.maː/ een droevige of aangrijpende gebeurtenis.
216 maal Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /maːl/ de handeling van eten zoals die dagelijks op geregelde tijden plaatsvindt.
217 laden Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈlaːdə(n)/ van elektrische energie voorzien.
218 moeilijkheden Zelfstandig naamwoord meervoud van het zelfstandig naamwoord moeilijkheid.
219 bedrag Zelfstandig naamwoord /bəˈdrɑx/ som geld, geldsom.
220 aandelen Zelfstandig naamwoord /ˈandelə(n)/ meervoud van het zelfstandig naamwoord aandeel.
221 bevallen Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /bəˈvɑlə(n)/ (Zelfstandig naamwoord).
222 schoft Zelfstandig naamwoord /sxɔft/ iemand (over het algemeen van het mannelijk geslacht) die zich door bepaalde gedragingen bij de spreker gehaat maakt.
223 lawaai Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /la'ʋaj/ luid en storend geluid.
224 eeuwige Zelfstandig naamwoord, Bijvoeglijk naamwoord /ˈeːʋəxə/ verbogen vorm van de stellende trap van eeuwig.
225 uzelf Voornaamwoord /yˈzɛlf/ de versterkte wederkerende vorm van u, alleen gebruikt bij de gebiedende wijs.
226 attentie Zelfstandig naamwoord /ˌɑˈtɛn.(t)si/ oplettendheid.
227 plant Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /plɑnt/ van stengel en bladeren voorzien gewas dat zijn voedsel uit de aarde opneemt.
228 staren Werkwoord /ˈstaːrə(n)/ langdurig naar één punt kijken, soms zonder iets op te merken.
229 konijn Zelfstandig naamwoord /koːˈnɛi̯n/ bepaald soort zoogdier Oryctolagus cuniculus dat ook gedomesticeerd kan worden gehouden.
230 beroofd Werkwoord /bəˈroft/ voltooid deelwoord van beroven.
231 zussen Zelfstandig naamwoord meervoud van het zelfstandig naamwoord zus.
232 huren Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈɦyrə(n)/ meervoud van het zelfstandig naamwoord huur.
233 misdrijf Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈmɪz.drɛi̯f/ een misdaad of delict.
234 overlijden Werkwoord /ˌoː.vərˈlɛi̯.də(n)/ ophouden met leven, meestal gezegd van mensen (oorspronkelijk als eufemisme).
235 doodgeschoten Werkwoord /ˈdoːt.xəˌsxoː.tə(n)/ voltooid deelwoord van doodschieten.
236 toekomstige Bijvoeglijk naamwoord /tuˈkɔmstəɣə/ verbogen vorm van de stellende trap van toekomstig.
237 procedure Zelfstandig naamwoord /ˌproːsəˈdyːrə/ onafhankelijk opererend programmablok met een eigen naam en code binnen een groter computerprogramma.
238 trouwde Werkwoord enkelvoud verleden tijd van trouwen.
239 douchen Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈduʃə(n)/ (Zelfstandig naamwoord).
240 stierven Werkwoord meervoud verleden tijd van sterven.
241 jongetje Zelfstandig naamwoord verkleinwoord enkelvoud van het zelfstandig naamwoord jongen.
242 gokken Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈɣɔkə(n)/ meervoud van het zelfstandig naamwoord gok.
243 beweeg Werkwoord /bəˈwex/ eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van bewegen.
244 duiken Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈdœy̯kə(n)/ het zich onder water voortbewegen (van bijvoorbeeld duikboten) of zwemmen (van mensen).
245 kindje Zelfstandig naamwoord /ˈkɪn.tjə/ verkleinwoord enkelvoud van het zelfstandig naamwoord kind.
246 fruit Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /frœy̯t/ voedsel dat bestaat uit eetbare vruchten echter let op!.
247 bevroren Werkwoord, Bijvoeglijk naamwoord /bəˈvrorə(n)/ meervoud verleden tijd van bevriezen.
248 erbuiten Bijwoord /ɛrˈbœy̯.tə(n)/ vervangt *buiten het, buiten ze.
249 sloot Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /sloːt/ smalle watergang om of tussen weilanden.
250 steelt Werkwoord tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van stelen.
251 grappen Zelfstandig naamwoord, Werkwoord meervoud van het zelfstandig naamwoord grap.
252 vloot Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /vloːt/ ondiepe kuip of ondiep bakje, met name gebruikt voor het bewaren van boter zn.
253 uiterlijk Zelfstandig naamwoord, Bijvoeglijk naamwoord, Bijwoord /ˈœy̯.tər.lək/ zoals iets of iemand er vanbuiten uitziet.
254 verhuisd Werkwoord voltooid deelwoord van verhuizen.
255 doof Zelfstandig naamwoord, Werkwoord, Bijvoeglijk naamwoord /doːf/ A simpleton.
256 terugbrengen Werkwoord /təˈrʏxbrɛŋə(n)/ een eerdere of lagere toestand herstellen.
257 schamen Werkwoord /ˈsxamə(n)/ schaamte voelen, iets van jezelf niet goed vinden zodat je het niet aan anderen wilt tonen.
258 machtige Werkwoord, Bijvoeglijk naamwoord aanvoegende wijs van machtigen.
259 tempel Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈtɛm.pəl/ een gebouw voor godsverering.
260 Walt Zelfstandig naamwoord, Werkwoord jongensnaam.
261 volwassenen Zelfstandig naamwoord /vɔlˈʋɑsənə(n)/ meervoud van het zelfstandig naamwoord volwassene.
262 wetenschapper Zelfstandig naamwoord /ˈʋeːtənˌsxɑpər/ iemand die voor zijn beroep wetenschappelijk werk doet scientifique mannelijk-vrouwelijk homme/femme mannelijk-vrouwelij…
263 weduwe Zelfstandig naamwoord /ˈʋeːdyʋə/ vrouw wier huwelijkspartner overleden is.
264 kanaal Zelfstandig naamwoord /kaːˈnaːl/ in de informatietheorie een entiteit tussen zender en ontvanger met een bandbreedte via welke het (na bemonstering) moge…
265 gemeld Werkwoord, Bijvoeglijk naamwoord /ɣəˈmɛlt/ van iets dat men het heeft gerapporteerd of bekendgemaakt.
266 watje Zelfstandig naamwoord een stukje ongesponnen katoen of synthetische vervanging daarvan.
267 dient Werkwoord /dint/ tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van dienen.
268 speech Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /spitʃ/ redevoering, toespraak, rede, mondelinge voordracht in het openbaar.
269 goedendag Zelfstandig naamwoord, Tussenwerpsel /ɣu.də(n)ˈdɑx/ staf die zowel als slag- als steekwapen kan dienen omdat het uiteinde is verzwaard met een ijzeren punt Wordt bij uitbre…
270 versterking Zelfstandig naamwoord /vərˈstɛr.kɪŋ/ de mate waarin een schakeling van elektronische componenten, een toegevoerd signaal in spanning doet toenemen.
271 voorraad Zelfstandig naamwoord /ˈvoːraːt/ wat voor later gebruik wordt opgeslagen.
272 legaal Zelfstandig naamwoord, Bijvoeglijk naamwoord /leˈɣal/ (Zelfstandig naamwoord).
273 bevat Werkwoord enkelvoud tegenwoordige tijd van bevatten.
274 dollars Zelfstandig naamwoord meervoud van het zelfstandig naamwoord dollar.
275 korporaal Zelfstandig naamwoord /ˌkɔr.poːˈraːl/ een rang in de hiërarchie net boven die van soldaat.
276 overwegen Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /oː.vərˈʋeː.ɣə(n)/ de voor- en nadelen bezien alvorens een beslissing te nemen.
277 vee Zelfstandig naamwoord /veː/ door de mens om economische redenen gehouden dieren, m.n runderen, varkens en kippen.
278 metro Zelfstandig naamwoord /ˈmeː.troː/ ondergronds openbaar vervoer, meestal per trein of tram.
279 afhankelijk Zelfstandig naamwoord, Bijvoeglijk naamwoord /ɑfˈɦɑŋ.kə.lək/ (Zelfstandig naamwoord).
280 weigerde Werkwoord enkelvoud verleden tijd van weigeren.
281 speler Zelfstandig naamwoord /ˈspeː.lər/ apparaat dat kan (af)spelen b.v. een mp3-speler, cassettespeler, cd-speler, dvd-speler, filmspeler of platenspeler.
282 gereedschap Zelfstandig naamwoord /ɣəˈreːtˌsxɑp/ een (soms mechanisch) instrument dat gebruikt wordt om werk te kunnen doen.
283 misbruik Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈmɪs.brœy̯k/ het laakbare gebruik van iets voor een doel waarvoor het niet bedoeld was (van naamgeving, macht e.d.).
284 besproken Werkwoord voltooid deelwoord van bespreken.
285 aflevering Zelfstandig naamwoord /ˈɑfˌleːvərɪŋ/ elk onderdeel van een tv-serie dat op regelmatige tijden wordt uitgebracht of uitgezonden.
286 chip Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /tʃɪp/ klein stukje halfgeleiderkristal waarop geïntegreerde circuits zijn aangebracht.
287 mobieltje Zelfstandig naamwoord /moːˈbiltjə/ verkleinwoord enkelvoud van het zelfstandig naamwoord mobiel.
288 santa Zelfstandig naamwoord /ˈsɑnta/
289 reclame Zelfstandig naamwoord /rəˈklaː.mə/ het onder de aandacht brengen en oproepen tot het deelnemen of bijdragen aan ideële (hulp-) acties, deelname aan sociale…
290 combinatie Zelfstandig naamwoord /ˌkɔm.biˈnaː.(t)si/ het samenvoegen of verbinden van twee of meer afzonderlijke zaken of personen tot een eenheid of een geheel.
291 behouden Zelfstandig naamwoord, Werkwoord, Bijvoeglijk naamwoord /bəˈɦɑu̯də(n)/ (Zelfstandig naamwoord).
292 durven Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈdʏrvə(n)/ (Zelfstandig naamwoord).
293 gebouwen Zelfstandig naamwoord /ɣəˈbɑuwə(n)/ meervoud van het zelfstandig naamwoord gebouw.
294 goedmaken Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈɣutmakə(n)/ (Zelfstandig naamwoord).
295 verkrachting Zelfstandig naamwoord /vər.ˈkrɑx.tɪŋ/ door geweld of een andere feitelijkheid of bedreiging met geweld of een andere feitelijkheid iemand [dwingen] tot het on…
296 jersey Zelfstandig naamwoord /ˈdʒʏːrsi/ zelfbesturend Brits kroondomein, verbonden met het Verenigd Koninkrijk, dat naast het gelijknamige hoofdeiland ook een a…
297 pure Werkwoord, Bijvoeglijk naamwoord /ˈpy.rə/ verbogen vorm van de stellende trap van puur.
298 weggelopen Werkwoord /ˈʋɛ.xəˌloːpə(n)/ voltooid deelwoord van weglopen.
299 opgeblazen Werkwoord /ˈɔpxəˌblazə(n)/ voltooid deelwoord van opblazen.
300 getraind Werkwoord, Bijvoeglijk naamwoord voltooid deelwoord van trainen.
301 illegale Bijvoeglijk naamwoord /ˌi.ləˈɣaː.lə/ verbogen vorm van de stellende trap van illegaal.
302 website Zelfstandig naamwoord /ˈʋɛp.sɑi̯t/ plaats waar zich informatie bevindt op het internet, aangeduid met een URL.
303 firma Zelfstandig naamwoord /ˈfɪrma/ een handelsvennootschap waarbij de vennoten hoofdelijk voor het geheel aansprakelijk zijn.
304 bloeden Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈbludə(n)/ meervoud van het zelfstandig naamwoord bloed.
305 schop Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /sxɔp/ gewoonlijk schoppen, een van beide zwarte speelkleuren, ♠.
306 wiskunde Zelfstandig naamwoord /ˈʋɪsˌkʏn.də/ schoolvak op de middelbare school betreffende rekenen, algebra en meetkunde.
307 originele Bijvoeglijk naamwoord /ˌɔ.ri.ʒiˈneː.lə/ verbogen vorm van de stellende trap van origineel.
308 verwondingen Zelfstandig naamwoord meervoud van het zelfstandig naamwoord verwonding.
309 nest Zelfstandig naamwoord, Werkwoord, Bijvoeglijk naamwoord /nɛst/ de verblijf- en broedplaats van bepaalde diersoorten zoals vogels.
310 kostuum Zelfstandig naamwoord /kɔsˈtym/ de kleding van iemand die bij een bepaalde activiteit, een ambt of een toneelrol hoort.
311 hoofdinspecteur Zelfstandig naamwoord /ˈɦoːft.ɪn.spɛkˌtøːr/ een rang, vaak op twee na de hoogste.
312 standaard Zelfstandig naamwoord, Bijvoeglijk naamwoord, Bijwoord /ˈstɑn.daːrt/ geldstelsel waarin een edel metaal tot wettelijke maatstaf van waarde is aangenomen, bijv. een goudstandaard.
313 zochten Werkwoord /ˈzɔxtə(n)/ meervoud verleden tijd van zoeken.
314 stok Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /stɔk/ een gedeelte van een stuk (effect, cheque) zonder het betalings- of ontvangstbewijs, souche, talon.
315 blaas Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /blaːs/ hol orgaan dat gevuld is met een hoeveelheid gas en/of vloeistof (hiermee wordt in het dagelijks spraakgebruik meestal d…
316 gloria Zelfstandig naamwoord /ˈɣlorija/ gezang van de engelen bij Christus' geboorte en bepaald deel van de mis, waarbij vaak gezongen wordt.
317 weigert Werkwoord tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van weigeren.
318 time Werkwoord /tɑjm/ eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van timen.
319 afspreken Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈɑfspreːkə(n)/ (Zelfstandig naamwoord).
320 hoofdkwartier Zelfstandig naamwoord plaats waar de hoogste leiding van een uitgebreide organisatie bijeenkomt.
321 heroïne Zelfstandig naamwoord /ˌheroˈwinə/ een zeer verslavend verdovend middel gewonnen uit gezuiverde morfine.
322 bossen Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈbɔsə(n)/ meervoud van het zelfstandig naamwoord bos.
323 verzeker Werkwoord eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van verzekeren.
324 zenuwen Zelfstandig naamwoord /ˈzeːnyʋən/ meervoud van het zelfstandig naamwoord zenuw.
325 vermoeden Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /vərˈmudə(n)/ een gedachte koesteren waarvan men niet zeker is maar die een zekere waarschijnlijkheid inhoudt.
326 hoofdstuk Zelfstandig naamwoord /ˈhoftstʏk/ elk van de delen waarin een boek verdeeld is chapitre mannelijk Dit boek telt tien hoofdstukken. Ce livre comporte dix c…
327 symptomen Zelfstandig naamwoord meervoud van het zelfstandig naamwoord symptoom.
328 plekje Zelfstandig naamwoord verkleinwoord enkelvoud van het zelfstandig naamwoord plek.
329 bemoeien Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /bəˈmui̯ə(n)/ (Zelfstandig naamwoord).
330 kern Zelfstandig naamwoord /kɛrn/ het uit protonen en neutronen bestaande inwendige van een atoom.
331 behandelt Werkwoord /bəˈɦɑndəlt/ tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van behandelen.
332 bagage Zelfstandig naamwoord /ˌbaːˈɣaː.ʒə/ iets dat men voortdurend in zich meedraagt en ervaart.
333 gehele Bijvoeglijk naamwoord verbogen vorm van de stellende trap van geheel.
334 voorgesteld Werkwoord, Bijvoeglijk naamwoord /ˈvorɣəˌstɛlt/ voltooid deelwoord van voorstellen.
335 jasje Zelfstandig naamwoord /ˈjɑʃə/ alleen verkleinwoord kledingstuk dat romp en armen bedekt, van voren met knopen wordt gesloten en over andere kledingstu…
336 begrip Zelfstandig naamwoord /bəˈɣrɪp/ datgene wat men ergens onder verstaat of hoe men iets kent.
337 sowieso Bijwoord /ˈzoːʋizoː/ daadwerkelijk.
338 braaf Zelfstandig naamwoord, Bijvoeglijk naamwoord, Bijwoord /braːf/ (Zelfstandig naamwoord).
339 opsluiten Werkwoord /ˈɔpˌslœy̯.tə(n)/ zich opsluiten: zichzelf vrijwillig dwingen ergens op een vaste plaats te blijven.
340 gij Zelfstandig naamwoord, Voornaamwoord /ɣɛi̯/ (Zelfstandig naamwoord).
341 misverstand Zelfstandig naamwoord /ˈmɪs.vərˌstɑnt/ het verkeerd begrijpen van elkaars bedoelingen.
342 laarzen Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈlaːr.zə(n)/ meervoud van het zelfstandig naamwoord laars.
343 uitgevoerd Werkwoord, Bijvoeglijk naamwoord /ˈœytxəˌvurt/ voltooid deelwoord van uitvoeren.
344 borg Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /bɔrx/ ketting of touw om iets mee vast te zetten, of een daarvoor bedoeld machineonderdeel.
345 doodsoorzaak Zelfstandig naamwoord /ˈdoːts.oːrˌzaːk/ datgene wat iemands dood veroorzaakt heeft.
346 bevrijd Werkwoord /bə'vrɛɪt/ eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van bevrijden.
347 gewoonte Zelfstandig naamwoord /ɣəˈʋoːn.tə/ vaste wijze om dingen te doen.
348 cirkel Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈsɪr.kəl/ een reeks van punten in een tweedimensionaal vlak die alle even ver van het middelpunt verwijderd zijn.
349 moordwapen Zelfstandig naamwoord /ˈmoːrtˌʋaː.pə(n)/ het wapen waarmee een moord gepleegd wordt.
350 telefoons Zelfstandig naamwoord /teːləˈfoːns/ meervoud van het zelfstandig naamwoord telefoon.
351 boeren Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈbu.rə(n)/ meervoud van het zelfstandig naamwoord boer.
352 gerucht Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ɣə'rɵxt/ een mededeling of nieuwtje dat de ronde doet maar nog niet bevestigd is, zodat je niet zeker bent of het waar is.
353 bijten Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈbɛi̯tə(n)/ meervoud van het zelfstandig naamwoord bijt.
354 stone Zelfstandig naamwoord /ston/ Engelse stone, ongeveer 6,35 kg.
355 explosieven Zelfstandig naamwoord meervoud van het zelfstandig naamwoord explosief.
356 motoren Zelfstandig naamwoord /mo.'to.rə(n)/ meervoud van het zelfstandig naamwoord motor.
357 opzetten Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈɔpˌzɛ.tə(n)/ op touw zetten, oprichten, stichten, vestigen [1].
358 trekker Zelfstandig naamwoord /ˈtrɛ.kər/ onderdeel van bepaalde, vooral wat oudere toiletpotten waaraan na het toiletgebruik moet worden gerukt, zodat de spoelba…
359 vermoed Werkwoord /vərˈmut/ eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van vermoeden.
360 internationale Zelfstandig naamwoord, Bijvoeglijk naamwoord verbogen vorm van de stellende trap van internationaal.
361 lesje Zelfstandig naamwoord /ˈlɛsjə/ verkleinwoord enkelvoud van het zelfstandig naamwoord les.
362 wegkomen Werkwoord /ˈʋɛxˌkoː.mə(n)/ op gelukkige wijze ontsnappen.
363 flikker Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈflɪ.kər/ iemand van het mannelijke geslacht met een seksuele voorkeur voor andere mannen #:⚠️ Dit gebruik van het woord roept twi…
364 lager Zelfstandig naamwoord, Bijvoeglijk naamwoord /ˈlaː.ɣər/ en een constructie die er voor zorgt dat verschillende delen van die constructie beter ten opzichte van elkaar kunnen be…
365 schoppen Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈsxɔ.pə(n)/ het ver schoppen: succesvol zijn in het leven.
366 fans Zelfstandig naamwoord meervoud van het zelfstandig naamwoord fan.
367 opereren Werkwoord aan een chirurgische ingreep onderwerpen.
368 borrel Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈbɔ.rəl/ gezellige samenkomst waar ook alcoholische dranken worden geschonken, meestal vergezeld van een hapje.
369 noemden Werkwoord meervoud verleden tijd van noemen.
370 kok Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /kɔk/ iemand die het bereiden van maaltijden als beroep heeft.
371 dozen Zelfstandig naamwoord meervoud van het zelfstandig naamwoord doos.
372 hoeren Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ɦurən/ meervoud van het zelfstandig naamwoord hoer.
373 broodje Zelfstandig naamwoord /ˈbroːtjə/ alleen verkleinwoord klein brood, vaak versierd, belegd of in een speciale vorm, voor één persoon.
374 zingt Werkwoord /zɪŋt/ tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van zingen.
375 dieper Bijvoeglijk naamwoord /ˈdipər/ onverbogen vorm van de vergrotende trap van diep.
376 toestel Zelfstandig naamwoord /ˈtuˌstɛl/ een werktuig dat uit meer dan één onderdeel bestaat.
377 happy Bijvoeglijk naamwoord /ˈhɛpi/ blij, gelukkig.
378 belangrijks Bijvoeglijk naamwoord /bəˈlɑŋ.rɛi̯ks/ partitief van de stellende trap van belangrijk.
379 hogere Bijvoeglijk naamwoord verbogen vorm van de vergrotende trap van hoog.
380 stevig Zelfstandig naamwoord, Werkwoord, Bijvoeglijk naamwoord, Bijwoord /ˈstevəx/ (Zelfstandig naamwoord).
381 hoeveelheid Zelfstandig naamwoord /ˌɦuˈveːl.ɦɛi̯t/ de kwantiteit waarin iets aanwezig is.
382 waaraan Bijwoord /ʋaːˈraːn/ aan wat, aan hetwelk, aan dewelke.
383 hufter Zelfstandig naamwoord /ˈɦʏftər/ man die zich lomp, onbehouwen en/of aanstootgevend gedraagt.
384 ontworpen Werkwoord voltooid deelwoord van ontwerpen.
385 dankjewel Zelfstandig naamwoord, Tussenwerpsel /ˌdɑŋk.jəˈʋɛl/ informele dankbetuiging.
386 mamma Zelfstandig naamwoord /ˈmɑ.maː/ benaming voor vrouwelijke ouder door haar kind.
387 rots Zelfstandig naamwoord, Bijvoeglijk naamwoord /rɔts/ een grote ruwe steen.
388 boer Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /bur/ speelkaart met daarop een boer [1] uitgebeeld, waarvan de waarde meestal tussen die van de 10 en de vrouw ligt.
389 buurman Zelfstandig naamwoord /ˈbyːr.mɑn/ een man naast wie men woont.
390 bouw Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /bɑu̯/ het bouwbedrijf; alle bedrijvigheid die gericht is op het (ver)bouwen van gebouwen.
391 versieren Werkwoord /vɛrˈsi:rə(n)/ iets meer aantrekkelijk of mooier maken.
392 ontploffen Werkwoord /ˌɔntˈplɔ.fə(n)/ plotseling sterk uitdijen en tegelijkertijd desintegreren, vaak in combinatie met een explosie.
393 ochtends Zelfstandig naamwoord genitief van ochtend, in de ochtend.
394 make-up Zelfstandig naamwoord schoonheidsproducten die worden gebruikt voor het in orde maken van het gezicht, ogen.
395 dumpen Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈdʏmpə(n)/ (Zelfstandig naamwoord).
396 gisterenavond Zelfstandig naamwoord, Bijwoord (Zelfstandig naamwoord).
397 gevuld Zelfstandig naamwoord, Werkwoord, Bijvoeglijk naamwoord /ɣəˈvʏlt/ (Zelfstandig naamwoord).
398 klacht Zelfstandig naamwoord /klɑxt/ uiting van pijn of smart.
399 bestond Werkwoord enkelvoud verleden tijd van bestaan.
400 dodelijke Bijvoeglijk naamwoord /ˈdoː.də.lə.kə/ verbogen vorm van de stellende trap van dodelijk.
401 strategie Zelfstandig naamwoord /ˌstraː.teːˈɣi/ een plan om iets te bereiken.
402 volhouden Werkwoord doorgaan met iets ondanks tegenslag, tegenspraak of vermoeidheid.
403 begaan Zelfstandig naamwoord, Werkwoord, Bijvoeglijk naamwoord /bəˈɣaːn/ doen (iets slechts) commettre (kɔmɛtʀ) een stommiteit begaan commettre une erreur een misdaad begaan commettre un crime.
404 das Zelfstandig naamwoord /dɑs/ gebruikt als benaming voor grotere marterachtig roofdieren met een lange snuit.
405 informant Zelfstandig naamwoord /ˌɪn.fɔrˈmɑnt/ iemand die informeert (= inlichtingen verstrekt) (aan de autoriteiten over het gebeuren in de onderwereld of het verzet).
406 verwerken Werkwoord /vərˈʋɛr.kə(n)/ overdrachtelijk: geestelijk in het reine komen met een moeilijkheid of verandering.
407 trouwt Werkwoord /trɑu̯t/ tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van trouwen.
408 halt Zelfstandig naamwoord, Tussenwerpsel /ɦɑlt/ een ~ toeroepen: laten stoppen, tot stilstand brengen (ook fig.).
409 auditie Zelfstandig naamwoord /ˌɑu̯ˈdi.(t)si/ bij uitbreiding een examen in een andere uitvoerende kunstvorm, zoals toneel of dans.
410 lijdt Werkwoord /lɛi̯t/ tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van lijden.
411 draad Zelfstandig naamwoord /draːt/ de meestal geïsoleerd uitgevoerde, betrekkelijk dunne elektrische geleider in verbindingsmateriaal zoals snoeren en kabe…
412 ertoe Bijwoord /ɛrˈtu/ persoonlijk: *tot+het, tot+ze:.
413 uitgeput Werkwoord, Bijvoeglijk naamwoord, Bijwoord /ˈœy̯t.xəˌpʏt/ voltooid deelwoord van uitputten.
414 pikken Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈpɪ.kə(n)/ iets wegnemen van iemand en het zich wederrechtelijk toe-eigenen.
415 ruimen Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈrœy̯mə(n)/ alle dieren uit een veestapel doodmaken en hun kadavers vernietigen als maatregel bij een uitbraak van besmettelijke zie…
416 inzet Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈɪnzɛt/ het moment waarop een muziekinstrument zijn partij begint begint te spelen.
417 haren Zelfstandig naamwoord, Werkwoord, Bijvoeglijk naamwoord, Voornaamwoord, Lidwoord /ˈɦaː.rə(n)/ deelgemeente van Brussel in het noorden van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest.
418 slaaf Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /slaːf/ iemand die behoort tot de Slavische volken (in Oost- en Zuidoost-Europa).
419 schreeuw Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /sxreːu̯/ een luide (uit)roep, vaak geassocieerd met angst, pijn, schrik of woede.
420 koninklijke Bijvoeglijk naamwoord verbogen vorm van de stellende trap van koninklijk.
421 lage Zelfstandig naamwoord, Werkwoord, Bijvoeglijk naamwoord /ˈlaɣə/ verbogen vorm van de stellende trap van laag.
422 liepen Werkwoord /ˈlipə(n)/ meervoud verleden tijd van lopen.
423 bewerkt Werkwoord tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van bewerken.
424 concentreer Werkwoord eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van concentreren.
425 zaal Zelfstandig naamwoord /zaːl/ het publiek in een grote ruimte.
426 jarig Zelfstandig naamwoord, Bijvoeglijk naamwoord /ˈjaːrəx/ jongensnaam.
427 grapjes Zelfstandig naamwoord verkleinwoord meervoud van het zelfstandig naamwoord grap.
428 piano Zelfstandig naamwoord, Bijwoord /piˈaːnoː/ algemene benaming voor een groot snaarinstrument waarvan de snaren via een toetsenbord (klavier) door hamertjes zacht of…
429 ontwikkeld Werkwoord, Bijvoeglijk naamwoord /ɔntˈwɪkəlt/ voltooid deelwoord van ontwikkelen.
430 kou Zelfstandig naamwoord /kɑu̯/ Cordia subcordata een plant uit de ruwbladigenfamilie (Boraginaceae).
431 vaardigheden Zelfstandig naamwoord meervoud van het zelfstandig naamwoord vaardigheid.
432 gestraft Werkwoord voltooid deelwoord van straffen.
433 omdraaien Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ɔmdrajə(n)/ in het tegenovergestelde doen veranderen.
434 besmet Werkwoord, Bijvoeglijk naamwoord /bəˈsmɛt/ enkelvoud tegenwoordige tijd van besmetten.
435 spoedig Bijvoeglijk naamwoord, Bijwoord /ˈspu.dəx/ snel voltooid.
436 beurs Zelfstandig naamwoord, Bijvoeglijk naamwoord /bøːrs/ tentoonstelling waar producenten in een bepaalde branche, nieuwe producten tonen, of het gebouw waarin zulke tentoonstel…
437 schietpartij Zelfstandig naamwoord /ˈsxit.pɑr.tɛi̯/ een confrontatie waarbij partijen elkaar beschieten.
438 opblazen Werkwoord /'ɔp.bla.zə(n)/ een gas in een bepaalde richting laten stromen.
439 up Zelfstandig naamwoord /ʏp/ naam van een van de zes quarks waaruit protonen en neutronen zijn opgebouwd.
440 vergiftigd Werkwoord voltooid deelwoord van vergiftigen.
441 leerling Zelfstandig naamwoord /ˈleːr.lɪŋ/ iemand die onderwijs volgt.
442 algemeen Zelfstandig naamwoord, Bijvoeglijk naamwoord /ˌɑl.ɣəˈmeːn/ iedereen betreffend, van iedereen.
443 zonen Zelfstandig naamwoord /ˈzonə(n)/ meervoud van het zelfstandig naamwoord zoon.
444 ongemakkelijk Bijvoeglijk naamwoord, Bijwoord moeilijk, waar veel inspanning en moeite voor nodig is.
445 indien Zelfstandig naamwoord, Werkwoord, Voegwoord /ɪnˈdin/ verouderde spelling of vorm van induen tot 2006.
446 prooi Zelfstandig naamwoord /proːi̯/ dat wat door een dier wordt buitgemaakt.
447 bevindt Werkwoord /bəˈvɪnt/ tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van bevinden.
448 aankomt Werkwoord /ˈaŋkɔmt/ tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van aankomen.
449 uitgang Zelfstandig naamwoord /ˈœy̯txɑŋ/ een opening waar iets doorheen kan of waardoor men een ruimte verlaten kan; vaak is dit tevens een ingang.
450 jongedame Zelfstandig naamwoord /ˌjɔ.ŋəˈdaː.mə/ een jonge vrouw van aanzienlijke beschaving.
451 goedkope Bijvoeglijk naamwoord verbogen vorm van de stellende trap van goedkoop.
452 bewaking Zelfstandig naamwoord /bəˈʋaː.kɪŋ/ de mensen of de systemen die ergens op letten of op iemand letten.
453 by Zelfstandig naamwoord, Bijvoeglijk naamwoord, Bijwoord, Voorzetsel verouderde spelling of vorm van bij tot 1864/83.
454 huil Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ɦœy̯l/ eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van huilen.
455 klimmen Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈklɪ.mə(n)/ bewegen in een omhooggaande richting dan wel over obstakels.
456 november Zelfstandig naamwoord /noˈvɛmbər/ elfde maand van het jaar.
457 uitkomt Werkwoord tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van uitkomen.
458 spelers Zelfstandig naamwoord meervoud van het zelfstandig naamwoord speler.
459 bijt Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /bɛi̯t/ gat dat geslagen werd door een mens in het ijs van een bevroren wateroppervlak.
460 schreeuwde Werkwoord /ˈsxreːu̯də/ enkelvoud verleden tijd van schreeuwen.
461 professionele Bijvoeglijk naamwoord verbogen vorm van de stellende trap van professioneel.
462 bestanden Zelfstandig naamwoord /bəˈstɑndə(n)/ meervoud van het zelfstandig naamwoord bestand.
463 voordeur Zelfstandig naamwoord /ˈvoːr.døːr/ de hoofddeur aan de voorzijde van een gebouw of woning.
464 Slaven Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈslavə(n)/ meervoud van het zelfstandig naamwoord slaaf.
465 regelmatig Bijvoeglijk naamwoord, Bijwoord /ˌreː.ɣəlˈmaː.təx/ aan een bepaalde regel gehoorzamend.
466 mysterieuze Bijvoeglijk naamwoord /ˌmɪster(i)ˈjøzə/ verbogen vorm van de stellende trap van mysterieus.
467 doorgeven Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈdoːrɣeːvə(n)/ aan iemand geven via een ander passer (pɑse) Wil je de suiker even doorgeven? Passe-moi le sucre, s'il te plaît. een wij…
468 modder Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈmɔ.dər/ mengsel van aarde, vuil en water.
469 kroon Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /kroːn/ benaming voor verschillende munteenheden gebruikt in Denemarken, IJsland, Noorwegen, Tsjechië en Zweden.
470 maffia Zelfstandig naamwoord /ˈmɑ.fi.aː/ criminele organisatie, oorspronkelijk van Sicilië, later ook in de Verenigde Staten.
471 functie Zelfstandig naamwoord /ˈfʏŋk.(t)si/ een subroutine (als eenheid beschouwd deel van een computerprogramma dat aangeroepen kan worden) die een waarde oplevert.
472 verward Zelfstandig naamwoord, Werkwoord, Bijvoeglijk naamwoord, Bijwoord (Zelfstandig naamwoord).
473 veranderingen Zelfstandig naamwoord meervoud van het zelfstandig naamwoord verandering.
474 sectie Zelfstandig naamwoord /ˈsɛk.si/ een onderzoek waarbij een lichaam van een overledene opengesneden wordt.
475 vreugde Zelfstandig naamwoord /ˈvrøːɣ.də/ een blij gevoel.
476 serieuze Bijvoeglijk naamwoord verbogen vorm van de stellende trap van serieus.
477 nuchter Zelfstandig naamwoord, Bijvoeglijk naamwoord, Bijwoord /ˈnʏx.tər/ (Zelfstandig naamwoord).
478 typisch Zelfstandig naamwoord, Bijvoeglijk naamwoord /ˈti.pis/ (Zelfstandig naamwoord).
479 rechtszaal Zelfstandig naamwoord de ruimte waar een rechtszitting gehouden wordt.
480 overdreven Werkwoord, Bijvoeglijk naamwoord /ˌovərˈdrevə(n)/ buiten proportie weergegeven.
481 beu Zelfstandig naamwoord, Bijvoeglijk naamwoord, Bijwoord /bøː/ Cannabis sous forme de fleurs sèches.
482 buitenaardse Bijvoeglijk naamwoord verbogen vorm van de stellende trap van buitenaards.
483 vergelijken Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /vər.ɣəˈlɛi̯.kə(n)/ de overeenkomsten en verschillen van twee zaken in beschouwing nemen.
484 nagels Zelfstandig naamwoord meervoud van het zelfstandig naamwoord nagel.
485 telefoonnummer Zelfstandig naamwoord /teː.ləˈfoːˌnʏ.mər/ een uniek nummer toegewezen aan een telefoonaansluiting, waarmee naar deze aansluiting gebeld kan worden.
486 snij Werkwoord eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van snijden.
487 droomde Werkwoord enkelvoud verleden tijd van dromen.
488 zeep Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /zeːp/ substantie met een desinfecterende werking, gebruikt als schoonmaakmiddel of voor de persoonlijke hygiëne.
489 accent Zelfstandig naamwoord /ɑkˈsɛnt/ een diakritisch teken dat op een geschreven klinker kan worden geplaatst.
490 gefaald Werkwoord /ɣəˈfalt/ voltooid deelwoord van falen.
491 drieën Zelfstandig naamwoord, Bijvoeglijk naamwoord /ˈdrijə(n)/ meervoud van het zelfstandig naamwoord drie.
492 werknemers Zelfstandig naamwoord /ˈwɛrᵊkˌnemərs/ meervoud van het zelfstandig naamwoord werknemer.
493 krachtig Zelfstandig naamwoord, Bijvoeglijk naamwoord, Bijwoord /ˈkrɑx.təx/ (Zelfstandig naamwoord).
494 cliënten Zelfstandig naamwoord /kliˈjɛntə(n)/ meervoud van het zelfstandig naamwoord cliënt.
495 geneukt Werkwoord voltooid deelwoord van neuken.
496 bronnen Zelfstandig naamwoord meervoud van het zelfstandig naamwoord bron.
497 zelden Zelfstandig naamwoord, Bijwoord /ˈzɛl.də(n)/ (Zelfstandig naamwoord).
498 falen Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈfaːlə(n)/ (Zelfstandig naamwoord).
499 congres Zelfstandig naamwoord /kɔŋˈɣrɛs/ een grote vergadering van deskundigen op een bepaald vakgebied.
500 verlof Zelfstandig naamwoord /vərˈlɔf/ een periode waarin werknemers van hogerhand toestemming krijgen of gevraagd worden om (voor een bepaalde periode) de reg…
501 secretaresse Zelfstandig naamwoord /sɪkrətaːˈrɛsə/ vrouwelijke werknemer die het secretariaatswerk voor een persoon of een instantie opneemt.
502 schouders Zelfstandig naamwoord /ˈsxɑudərs/ meervoud van het zelfstandig naamwoord schouder.
503 afleiding Zelfstandig naamwoord /ˈɑfˌlɛi̯.dɪŋ/ een serie logisch uit elkaar volgende uitdrukkingen die laten zien hoe een bepaalde formule volgt uit definities en axio…
504 schakelen Werkwoord /ˈsxaː.kə.lə(n)/ een verbinding tot stand brengen.
505 gestoorde Zelfstandig naamwoord, Werkwoord, Bijvoeglijk naamwoord /ɣəˈstoːr.də/ iemand die volgens de geldende normen niet normaal is.
506 jungle Zelfstandig naamwoord /ˈdʒʏŋ.ɡəl/ overdrachtelijk een omgeving waar het wild toegaat.
507 juwelen Zelfstandig naamwoord, Bijvoeglijk naamwoord /jyˈʋeːlən/ meervoud van het zelfstandig naamwoord juweel.
508 riem Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /rim/ steel zn [1] met een bladvormig uiteinde, bedoeld om een vaartuig voort te bewegen door het blad in het water te steken…
509 geleefd Werkwoord /ɣəˈleft/ voltooid deelwoord van leven.
510 oproepen Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈɔprupə(n)/ mensen aanmoedigen om iets te doen of te laten.
511 schoen Zelfstandig naamwoord /sxun/ wat je draagt aan een voet als je buiten loopt chaussure vrouwelijk soulier mannelijk kinderschoen chaussure d'enfant sp…
512 opgevallen Werkwoord voltooid deelwoord van opvallen.
513 herhalen Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˌɦɛrˈɦaːlə(n)/ (Zelfstandig naamwoord).
514 relax Werkwoord eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van relaxen.
515 exact Zelfstandig naamwoord, Bijvoeglijk naamwoord /ɛkˈsɑkt/ Precisely agreeing with a standard, a fact, or the truth; perfectly conforming; neither exceeding nor falling short in a…
516 enge Bijvoeglijk naamwoord /ˈɛŋə/ verbogen vorm van de stellende trap van eng.
517 avenue Zelfstandig naamwoord, Bijvoeglijk naamwoord /avə'ny/ brede laan met aanweerszijden een of meer bomenrijen in een grote stad.
518 troost Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /troːst/ steun bij verdriet of pijn.
519 aangeklaagd Werkwoord /ˈaŋɣəˌklaxt/ voltooid deelwoord van aanklagen.
520 verre Bijvoeglijk naamwoord, Bijwoord /ˈvɛ.rə/ in hoge mate.
521 hakken Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈɦɑ.kə(n)/ meervoud van het zelfstandig naamwoord hak.
522 gewapende Werkwoord, Bijvoeglijk naamwoord verbogen vorm van de stellende trap van gewapend.
523 oktober Zelfstandig naamwoord /ˌɔkˈtoː.bər/ de tiende maand van het jaar.
524 uniek Bijvoeglijk naamwoord, Bijwoord /yˈnik/ enige in zijn soort.
525 professioneel Bijvoeglijk naamwoord /proːˌfɛ.ʃoːˈneːl/ in het kader van de uitoefening van een beroep.
526 recente Bijvoeglijk naamwoord verbogen vorm van de stellende trap van recent.
527 duw Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /dyu̯/ een zet, een stoot.
528 cocaïne Zelfstandig naamwoord /ˌkoː.kaːˈi.nə/ een drug die bereid wordt uit de bladeren van de coca die euforie en ongevoeligheid voor pijn veroorzaakt en leidt tot v…
529 opsporen Werkwoord /ˈɔpˌspoː.rə(n)/ tot vindens toe het spoor van iets of iemand volgen.
530 lek Zelfstandig naamwoord, Werkwoord, Bijvoeglijk naamwoord /lɛk/ vloeistof of gas doorlatend.
531 cellen Zelfstandig naamwoord /ˈsɛlən/ meervoud van het zelfstandig naamwoord cel.
532 teams Zelfstandig naamwoord meervoud van het zelfstandig naamwoord team.
533 allemachtig Zelfstandig naamwoord, Bijwoord, Tussenwerpsel /ˌɑ.ləˈmɑx.təx/ (Zelfstandig naamwoord).
534 kenden Werkwoord /ˈkɛndə(n)/ meervoud verleden tijd van kennen.
535 voetbal Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈvut.bɑl/ een balsport waarbij twee teams van 11 spelers met hun voeten (of hoofd) een bal in het doel van de tegenstander probere…
536 achternaam Zelfstandig naamwoord /ˈɑx.tərˌnaːm/ een naam die van geslacht op geslacht en indien gewenst door het huwelijk overgedragen wordt.
537 levenslang Zelfstandig naamwoord, Bijvoeglijk naamwoord /ˌlevə(n)sˈlɑŋ/ een heel leven durend, tot de dood durend.
538 defensie Zelfstandig naamwoord /ˌdeːˈfɛn.si/ verdediging, verweer, afweer.
539 bond Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /bɔnt/ samenwerkingsverband van mensen of landen.
540 turner Zelfstandig naamwoord /ˈtʏrnər/ iemand die de turnsport beoefend.
541 earl Zelfstandig naamwoord A British or Irish nobleman next in rank above a viscount and below a marquess; equivalent to a European count. A female…
542 opent Werkwoord tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van openen.
543 parkeerplaats Zelfstandig naamwoord /pɑrˈkeːrˌplaːts/ plek waar auto's of andere voertuigen geparkeerd kunnen worden.
544 grazen Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈɣraː.zə(n)/ a hamlet in Alphen-Chaam, North Brabant, Netherlands.
545 ambassade Zelfstandig naamwoord /ˌɑm.bɑˈsaː.də/ de officiële vertegenwoordiging van de ene regering in de hoofdstad van de andere.
546 verdragen Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /vərˈdraːɣə(n)/ meervoud van het zelfstandig naamwoord verdrag.
547 bloem Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /blum/ fijngemalen gezeefd poeder, meestal van granen.
548 vrijwillig Werkwoord, Bijvoeglijk naamwoord /ˌvrɛi̯ˈʋɪ.ləx/ niet gedwongen.
549 geobsedeerd Werkwoord voltooid deelwoord van obsederen.
550 pierce Werkwoord eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van piercen.
551 pleegde Werkwoord enkelvoud verleden tijd van plegen.
552 bloedt Werkwoord /blut/ tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van bloeden.
553 regelt Werkwoord tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van regelen.
554 aanvaard Werkwoord, Bijvoeglijk naamwoord /aɱˈvart/ eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van aanvaarden.
555 kalmeren Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /kɑlˈmeː.rə(n)/ (Zelfstandig naamwoord).
556 hersteld Werkwoord voltooid deelwoord van herstellen.
557 tijger Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈtɛi̯ɣər/ bepaald soort zoogdier, Panthera tigris, een grote katachtige met een geelachtige huid en donkere strepen.
558 monsieur Zelfstandig naamwoord /məˈsjø/ benaming voor een heer met een Franse achtergrond, bijvoorbeeld een leraar Frans.
559 overeind Bijwoord /ˌovəˈrɛint/ in verticale toestand.
560 klop Zelfstandig naamwoord, Werkwoord, Tussenwerpsel /klɔp/ nederlaag of pak slaag.
561 wenst Werkwoord tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van wensen.
562 stille Zelfstandig naamwoord, Werkwoord, Bijvoeglijk naamwoord /ˈstɪlə/ politieagent die geen uniform draagt en zodoende onherkenbaar is als agent.
563 terugkwam Werkwoord enkelvoud verleden tijd van terugkomen.
564 pet Zelfstandig naamwoord, Bijvoeglijk naamwoord /pɛt/ de afkorting voor positronemissietomografie, een beeldvormende techniek m.b.v. radioactive isotopen.
565 kleintje Zelfstandig naamwoord /ˈklɛi̯n.tjə/ persoon van klein formaat, kind, peuter.
566 kwartier Zelfstandig naamwoord /kʋɑrˈtiːr/ elk van de twee fasen of schijngestalten van de maan (of een planeet) waarbij het verlichte en het donkere gedeelte even…
567 doorgaat Werkwoord /ˈdorɣat/ tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van doorgaan.
568 verblijf Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /vərˈblɛi̯f/ het verblijven.
569 script Zelfstandig naamwoord /skrɪpt/ een hoeveelheid code geschreven in een taal op hoog peil zoals Perl, Python enz.
570 innemen Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈɪˌneːmə(n)/ (Zelfstandig naamwoord).
571 tekort Zelfstandig naamwoord /təˈkɔrt/ een ontbrekende hoeveelheid.
572 ritje Zelfstandig naamwoord /ˈrɪcə/ verkleinwoord enkelvoud van het zelfstandig naamwoord rit.
573 porno Zelfstandig naamwoord, Bijvoeglijk naamwoord /ˈpɔr.noː/ de afkorting voor pornografie.
574 vrouwtje Zelfstandig naamwoord /ˈvrɑucə/ verkleinwoord enkelvoud van het zelfstandig naamwoord vrouw.
575 tof Zelfstandig naamwoord, Bijvoeglijk naamwoord, Tussenwerpsel /tɔf/ goed, mooi, leuk, fijn.
576 streng Zelfstandig naamwoord, Werkwoord, Bijvoeglijk naamwoord, Bijwoord /strɛŋ/ zonder ruimte voor tegenspraak.
577 grootmoeder Zelfstandig naamwoord /ˈɣroːtˌmu.dər/ maternale grootmoeder: moeder van moeder.
578 clown Zelfstandig naamwoord /klɑu̯n/ komische wit geschminkte artiest, oorspronkelijk uit het circus.
579 loyaliteit Zelfstandig naamwoord /ˌloː.jaː.liˈtɛi̯t/ het trouw blijven aan iets of iemand.
580 zweet Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /zʋeːt/ vocht dat door de huid wordt uitgescheiden als koeling en middel om sommige afvalstoffen kwijt te raken Omdat de uitsche…
581 cultuur Zelfstandig naamwoord /kʏlˈtyr/ het patroon van menselijke activiteit en de symbolische structuren, die deze activiteiten een zekere betekenis geven met…
582 tiener Zelfstandig naamwoord /ˈti.nər/ jongere tussen 10 en 20 jaar oud.
583 wijf Zelfstandig naamwoord /ʋɛi̯f/ echtgenote, vrouw [2].
584 doorstaan Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /doːrˈstaːn/ (Zelfstandig naamwoord).
585 drijven Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈdrɛi̯və(n)/ (Zelfstandig naamwoord).
586 plots Zelfstandig naamwoord, Bijvoeglijk naamwoord, Bijwoord /plɔts/ meervoud van het zelfstandig naamwoord plot.
587 verhouding Zelfstandig naamwoord /vərˈɦɑu̯.dɪŋ/ een intieme, veelal duurzame liefdesrelatie tussen meestal twee personen.
588 geladen Zelfstandig naamwoord, Werkwoord, Bijvoeglijk naamwoord (Zelfstandig naamwoord).
589 totale Bijvoeglijk naamwoord /toˈtalə/ verbogen vorm van de stellende trap van totaal.
590 respecteren Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /rɛspɛkˈterə(n)/ (Zelfstandig naamwoord).
591 doorzocht Werkwoord /doːrˈzɔxt/ enkelvoud verleden tijd van doorzoeken.
592 beledigd Werkwoord voltooid deelwoord van beledigen.
593 gebeten Werkwoord /ɣəˈbeːtə(n)/ voltooid deelwoord van bijten.
594 verstop Werkwoord eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van verstoppen.
595 coördinaten Zelfstandig naamwoord /ˌkoː.ɔr.diˈnaː.tə(n)/ meervoud van het zelfstandig naamwoord coördinaat.
596 complete Bijvoeglijk naamwoord /kɔmˈpleː.tə/ verbogen vorm van de stellende trap van compleet.
597 beleid Zelfstandig naamwoord /bəˈlɛi̯t/ manier waarop je iets regelt en leidt politique (pɔlitik) vrouwelijk een beleid uitstippelen/uitzetten dessiner/définir…
598 detail Zelfstandig naamwoord /deːˈtɑi̯/ onderdeel, kleinigheid.
599 apparatuur Zelfstandig naamwoord /ˌɑ.paː.raːˈtyːr/ geheel aan toestellen en toebehoren dat men voor een bepaalde taak benodigt.
600 achterhalen Werkwoord /ˌɑxtərˈɦaːlə(n)/ iets weten komen, op te sporen, naspeuren, ontdekken waarvan je al weet dat het bestaat.
601 voortdurend Zelfstandig naamwoord, Werkwoord, Bijvoeglijk naamwoord, Bijwoord /voːrˈdy.rə(n)t/ (Zelfstandig naamwoord).
602 scholen Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈsxolə(n)/ meervoud verleden tijd van schuilen.
603 traceren Werkwoord de gang of oorsprong van iets nagaan.
604 praktijk Zelfstandig naamwoord /prɑkˈtɛi̯k/ hoe dingen werkelijk gaan, soms in tegenstelling tot hoe zaken in theorie zouden moeten functioneren.
605 bewijsmateriaal Zelfstandig naamwoord /bəˈʋɛi̯s.maː.teː.riˌaːl/ alles wat de juistheid van een bewering onweerlegbaar vastlegt.
606 smeris Zelfstandig naamwoord /ˈsmeː.rəs/ politieagent.
607 seksueel Zelfstandig naamwoord, Bijvoeglijk naamwoord /sɛksyˈeːl/ (Zelfstandig naamwoord).
608 klappen Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈklɑpə(n)/ meervoud van het zelfstandig naamwoord klap.
609 keken Werkwoord /ˈkekə(n)/ meervoud verleden tijd van kijken.
610 verstaan Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /vərˈstaːn/ (Zelfstandig naamwoord).
611 troon Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /troːn/ zetel waar een vorst op zit tijdens formele plechtigheden.
612 elkaars Voornaamwoord, Lidwoord /ɛlˈkaːrs/ each other's.
613 verrassen Werkwoord /vəˈrɑ.sə(n)/ onverwachts confronteren, overrompelen.
614 bedank Werkwoord /bəˈdɑŋk/ eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van bedanken.
615 kwijtgeraakt Werkwoord voltooid deelwoord van kwijtraken.
616 warren Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈʋɑrən/ meervoud van het zelfstandig naamwoord war.
617 liefst Bijvoeglijk naamwoord, Bijwoord onverbogen vorm van de overtreffende trap van lief.
618 se Zelfstandig naamwoord /se/ deel van het eindexamen dat door de onderwijsinstelling zelf wordt afgenomen.
619 bevolking Zelfstandig naamwoord /bəˈvɔl.kɪŋ/ alle inwoners van een bepaald land, staat of gebied.
620 verbeteren Werkwoord /vərˈbetərə/ zich ~ een zelfgemaakte fout of verspreking rechtzetten.
621 trauma Zelfstandig naamwoord /ˈtrɑu̯.maː/ psychische stoornis, ontstaan door een schokkende ervaring.
622 elektrische Bijvoeglijk naamwoord /eˈlɛktrisə/ verbogen vorm van de stellende trap van elektrisch.
623 cowboy Zelfstandig naamwoord /ˈkɑu̯.bɔi̯/ wielrenner die zich tegen alles in naar voren werkt in het peloton [2].
624 bitch Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /bɪtʃ/ lastig probleem, vervelende situatie.
625 salaris Zelfstandig naamwoord /ˌsaːˈlaː.rɪs/ regelmatige, meestal maandelijkse beloning voor werk verricht in een werkverband.
626 voortaan Zelfstandig naamwoord, Bijwoord /ˈvoːrtaːn/ (Zelfstandig naamwoord).
627 bruin Zelfstandig naamwoord, Werkwoord, Bijvoeglijk naamwoord /brœy̯n/ kleur zoals die van koffie of chocola, tertiaire kleur die wordt verkregen door rood, geel en blauw te combineren.
628 emotionele Bijvoeglijk naamwoord verbogen vorm van de stellende trap van emotioneel.
629 blank Zelfstandig naamwoord, Bijvoeglijk naamwoord /ˈblɑŋk/ bedekt met water, overspoeld; in deze bet. uitsluitend in de uitdrukking blank staan.
630 lamp Zelfstandig naamwoord /lɑmp/ een voorwerp gemaakt om licht te geven, meestal bestaand uit een lichtbron en een armatuur [2].
631 district Zelfstandig naamwoord /dɪsˈtrɪkt/ het gebied met een eigen lokale overheid.
632 vermoorde Werkwoord, Bijvoeglijk naamwoord verbogen vorm van vermoord, voltooid deelwoord van vermoorden.
633 arrest Zelfstandig naamwoord /ɑˈrɛst/ een uitspraak van een hogere rechter (in hoger beroep of in cassatie).
634 stoer Bijvoeglijk naamwoord, Tussenwerpsel /stuːr/ indruk maken door sterk te zijn of sterk proberen te zijn.
635 verklaar Werkwoord eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van verklaren.
636 banen Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈbaːnə(n)/ meervoud van het zelfstandig naamwoord baan.
637 lente Zelfstandig naamwoord /ˈlɛn.tə/ eerste jaargetijde, een van de vier seizoenen.
638 geniaal Zelfstandig naamwoord, Bijvoeglijk naamwoord /ɣeː.niˈjaːl/ (Zelfstandig naamwoord).
639 beëindigen Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /bəˈɛi̯ndəɣə(n)/ (Zelfstandig naamwoord).
640 achteraan Zelfstandig naamwoord, Bijwoord, Voorzetsel /ˌɑx.təˈraːn/ after, behind, following.
641 dekken Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈdɛkə(n)/ meervoud van het zelfstandig naamwoord dek.
642 lake Werkwoord /ˈlaːkə/ aanvoegende wijs van laken.
643 onbeleefd Zelfstandig naamwoord, Bijvoeglijk naamwoord /ˌɔn.bəˈleːft/ (Zelfstandig naamwoord).
644 bestand Zelfstandig naamwoord, Bijvoeglijk naamwoord /bəˈstɑnt/ een verzameling van gegevens die een eenheid vormen (en geschikt zijn voor (computer)verwerking), computerbestand, datab…
645 machines Zelfstandig naamwoord /mɑˈʃinəs/ meervoud van het zelfstandig naamwoord machine.
646 radar Zelfstandig naamwoord /ˈraː.dɑr/ techniek waarmee uit de weerkaatsing van radiogolven de positie van een al dan niet bewegend voorwerp kan worden bepaald.
647 extreem Zelfstandig naamwoord, Bijvoeglijk naamwoord, Bijwoord /ɛksˈtreːm/ tot het uiterste extrême (ɛkstʀɛm) extreem rechts l'extrême droite.
648 ingebroken Werkwoord /ˈɪn.ɣəˌbroː.kə(n)/ voltooid deelwoord van inbreken.
649 militair Zelfstandig naamwoord, Bijvoeglijk naamwoord /miliˈtɛːr/ lid van het leger, soldaat.
650 gebruikten Werkwoord meervoud verleden tijd van gebruiken.
651 morgens Zelfstandig naamwoord /ˈmɔrɣəns/ meervoud van het zelfstandig naamwoord morgen.
652 getuigenis Zelfstandig naamwoord /ɣəˈtœy̯.ɣəˌnɪs/ een verklaring over een persoon of zaak.
653 bod Zelfstandig naamwoord /bɔt/ door een koper voorgestelde prijs.
654 gebakken Werkwoord, Bijvoeglijk naamwoord /ɣə.ˈbɑ.kə(n)/ voltooid deelwoord van bakken.
655 stapel Zelfstandig naamwoord, Werkwoord, Bijvoeglijk naamwoord /ˈstaː.pəl/ een houten stokje ingeklemd tussen het boven- en onderblad van de klankkast van een snaarinstrument.
656 jen Werkwoord /jɛn/ eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van jennen.
657 misselijk Bijvoeglijk naamwoord /ˈmɪsələk/ een nare indruk makend, onuitstaanbaar.
658 front Zelfstandig naamwoord /frɔnt/ de begrenzing tussen twee luchtmassa's met een andere temperatuur.
659 bingo Zelfstandig naamwoord, Werkwoord, Tussenwerpsel /ˈbɪŋ.ɡoː/ kansspel, waarbij elke speler een eigen formulier met rijen nummers heeft en hierop die nummers aftekent die door een sp…
660 wolven Zelfstandig naamwoord /ˈʋɔlvə(n)/ meervoud van het zelfstandig naamwoord wolf.
661 plaat Zelfstandig naamwoord /plaːt/ meestal verkleinwoord: een afbeelding, meestal gedrukt (door gravering op een metaalplaat).
662 rob Zelfstandig naamwoord /rɔp/ benaming voor zoogdieren uit de familie zeehonden (Phocidae).
663 paus Zelfstandig naamwoord /pɑu̯s/ hoofd van de Koptisch-Orthodoxe Kerk en bisschop van Alexandrië.
664 overdag Bijwoord /oːvərˈdɑx/ tijdens de uren van de dag.
665 beschuldigen Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /bəˈsxʏldəɣə(n)/ (Zelfstandig naamwoord).
666 getest Werkwoord voltooid deelwoord van testen.
667 treffen Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈtrɛfə(n)/ raak schieten; raken en daardoor kapot of beschadigd worden.
668 succesvol Zelfstandig naamwoord, Bijvoeglijk naamwoord /sykˈsɛsfɔl/ (Zelfstandig naamwoord).
669 opening Zelfstandig naamwoord /ˈoːpənɪŋ/ het openstellen van iets wat nog niet toegankelijk of in functie was.
670 terrorist Zelfstandig naamwoord /ˌtɛ.rɔˈrɪst/ iemand die terroristische aanslagen beraamt, pleegt of wil plegen met een godsdienstig of politiek doel.
671 Dale Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈdaː.lə/ a hamlet in Aalten, Gelderland, Netherlands.
672 heksen Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈɦɛk.sə(n)/ meervoud van het zelfstandig naamwoord heks.
673 politiebureau Zelfstandig naamwoord /poːˈli.(t)si.byˌroː/ een gebouw van waaruit de politie haar activiteiten ontplooit.
674 beroven Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /bəˈroːvə(n)/ (Zelfstandig naamwoord).
675 schaal Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /sxaːl/ verhouding van de grootte tussen een model en een echt voorwerp.
676 reageerde Werkwoord enkelvoud verleden tijd van reageren.
677 ontsnapte Werkwoord verbogen vorm van ontsnapt, voltooid deelwoord van ontsnappen.
678 verschijnen Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /vərˈsxɛi̯.nə(n)/ (Zelfstandig naamwoord).
679 janet Zelfstandig naamwoord /ˈʒɑ.nɛt/ homoseksueel.
680 maart Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /maːrt/ derde maand van het jaar.
681 insecten Zelfstandig naamwoord /ɪnˈsɛktə(n)/ een klasse Insecta van zespotige, ongewervelde dieren die behoren tot de geleedpotigen (Arthropoda). Met meer dan een mi…
682 schok Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /sxɔk/ een gebeurtenis die iemand hevig van de wijs brengt.
683 zeldzaam Zelfstandig naamwoord, Bijvoeglijk naamwoord, Bijwoord /ˈzɛlt.saːm/ (Zelfstandig naamwoord).
684 kritiek Zelfstandig naamwoord, Bijvoeglijk naamwoord /kriˈtik/ uitingen waarmee bepaald gedrag, een bepaalde zienswijze e.d. van anderen worden veroordeeld of in twijfel getrokken.
685 smeken Werkwoord /smekə(n)/ nederig om een gunst verzoeken.
686 put Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈpʏt/ een geprefabriceerd reservoir, bijvoorbeeld uit beton of kunststof, bedoeld om in de grond in te graven, bijvoorbeeld ee…
687 superman Zelfstandig naamwoord /ˈsyperˌmɑn/ held die uitzonderlijke capaciteiten toont.
688 ontbreekt Werkwoord tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van ontbreken.
689 bijeen Zelfstandig naamwoord, Bijwoord /bɛi̯ˈeːn/ (Zelfstandig naamwoord).
690 besparen Werkwoord /bəˈspaːrə(n)/ niet met iets geconfronteerd willen worden, zorgen dat iets niet gebeurt of hoeft te gebeuren.
691 naaien Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈnaːi̯ə(n)/ (Zelfstandig naamwoord).
692 offer Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈɔfər/ een zet waarmee men bewust een damschijf of schaakstuk laat slaan om een gunstigere positie op het bord te krijgen.
693 autopsie Zelfstandig naamwoord /ˌɑu̯.tɔpˈsi/ een lijkschouwing.
694 manny Zelfstandig naamwoord man die op kinderen past, mannelijke nanny.
695 zowat Bijwoord /zoːˈʋɑt/ bij benadering.
696 verse Bijvoeglijk naamwoord verbogen vorm van de stellende trap van vers.
697 zwaartekracht Zelfstandig naamwoord /ˈzʋaːr.təˌkrɑxt/ de kracht die de wederzijdse aantrekking van massa veroorzaakt.
698 vanwaar Bijwoord /vɑnˈʋaːr/ van welke afstamming.
699 helm Zelfstandig naamwoord /ɦɛlm/ / Ammophila arenaria een vaste plant, die tot de grassenfamilie (Poaceae) behoort. Het is een pioniersplant die belangri…
700 gesneden Zelfstandig naamwoord, Werkwoord, Bijvoeglijk naamwoord /ɣə.ˈsneː.də(n)/ (Zelfstandig naamwoord).
701 sue Werkwoord eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van sueën.
702 regent Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈreːɣənt/ een lid van de heersende klasse, met name maar niet uitsluitend tijdens de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden.
703 verhoor Zelfstandig naamwoord, Werkwoord een indringende ondervraging van een gevangene of verdachte.
704 riskant Bijvoeglijk naamwoord /rɪsˈkɑnt/ waaraan een kans kleeft dat het misgaat.
705 dieven Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈdivə(n)/ meervoud van het zelfstandig naamwoord dief.
706 leerlingen Zelfstandig naamwoord /ˈlerlɪŋə(n)/ meervoud van het zelfstandig naamwoord leerling.
707 inzetten Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈɪnzɛtə(n)/ meervoud van het zelfstandig naamwoord inzet.
708 opstand Zelfstandig naamwoord /ˈɔp.stɑnt/ een massale, vaak gewelddadige, poging om het heersende gezag omver te werpen.
709 sukkels Zelfstandig naamwoord meervoud van het zelfstandig naamwoord sukkel.
710 zinloos Bijvoeglijk naamwoord /ˈzɪn.loːs/ iets dat geen zin (nut) heeft.
711 versta Werkwoord eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van verstaan.
712 mannelijke Bijvoeglijk naamwoord verbogen vorm van de stellende trap van mannelijk.
713 verkiezingen Zelfstandig naamwoord /vərˈkizɪŋə(n)/ meervoud van het zelfstandig naamwoord verkiezing.
714 fysiek Zelfstandig naamwoord, Bijvoeglijk naamwoord /fiˈzik/ (Zelfstandig naamwoord).
715 paradijs Zelfstandig naamwoord /ˌpaː.raːˈdɛi̯s/ in het christendom (en andere religies) de plaats waar iemand na zijn dood naar toe kan gaan, een plaats waar God is, de…
716 actrice Zelfstandig naamwoord /ˌɑkˈtri.sə/ vrouw die een personage uitbeeldt in een verhaal of rollenspel, vrouw die acteert.
717 jager Zelfstandig naamwoord /ˈjaːɣər/ sterrenbeeld zuidelijk van de dierenriem (tussen rechte klimming 4ᵘ4 en 6ᵘ35ᵐ en tussen declinatie −11° en +23°).
718 leiders Zelfstandig naamwoord /ˈlɛidərs/ meervoud van het zelfstandig naamwoord leider.
719 staf Zelfstandig naamwoord /stɑf/ leiding van een legereenheid die bestaat uit de bevelhebber en zijn directe omgeving.
720 aanklagen Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈaːŋklaːɣə(n)/ (Zelfstandig naamwoord).
721 toezicht Zelfstandig naamwoord /ˈtu.zɪxt/ het in de gaten houden, het letten op.
722 geluisterd Werkwoord voltooid deelwoord van luisteren.
723 lichte Werkwoord, Bijvoeglijk naamwoord verbogen vorm van de stellende trap van licht.
724 activiteiten Zelfstandig naamwoord meervoud van het zelfstandig naamwoord activiteit.
725 nutteloos Zelfstandig naamwoord, Bijvoeglijk naamwoord /ˈnʏtəˌlos/ (Zelfstandig naamwoord).
726 apen Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈaːpə(n)/ Simiiformes een infraorde uit de orde der primaten (Primates). Alle primaten die niet tot de infraorde van de apen behor…
727 sokken Zelfstandig naamwoord /ˈsɔkə(n)/ meervoud van het zelfstandig naamwoord sok.
728 opgezet Werkwoord, Bijvoeglijk naamwoord /ˈɔpxəˌzɛt/ voltooid deelwoord van opzetten.
729 onzichtbaar Bijvoeglijk naamwoord /ˌɔnˈzɪxt.baːr/ niet waarneembaar voor het oog.
730 echo Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈɛ.xoː/ een hoorbare terugkaatsing van een gemaakt geluid.
731 wonderen Zelfstandig naamwoord, Werkwoord meervoud van het zelfstandig naamwoord wonder.
732 luid Zelfstandig naamwoord, Werkwoord, Bijvoeglijk naamwoord /lœy̯t/ assertion.
733 straling Zelfstandig naamwoord /ˈstralɪŋ/ energie in de vorm van elektromagnetische golven of subatomaire deeltjes.
734 beseffen Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /bəˈsɛfən/ goed begrijpen se rendre compte de (s(ə)rɑ~dʀəkɔ~tdə) Besef je wel wat je gedaan hebt? En fait, est-ce que tu te rends c…
735 nichtje Zelfstandig naamwoord /ˈnɪxtjə/ verkleinwoord enkelvoud van het zelfstandig naamwoord nicht.
736 boeien Zelfstandig naamwoord, Werkwoord, Tussenwerpsel /ˈbui̯ə(n)/ meervoud van het zelfstandig naamwoord boei.
737 behoort Werkwoord tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van behoren.
738 charmant Zelfstandig naamwoord, Bijvoeglijk naamwoord /ʃɑrˈmɑnt/ A village and former commune in Boisné-la-Tude commune, Charente department, Nouvelle-Aquitaine, France.
739 planeten Zelfstandig naamwoord meervoud van het zelfstandig naamwoord planeet.
740 daag Werkwoord, Tussenwerpsel /daːx/ eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van dagen.
741 verslaafd Werkwoord, Bijvoeglijk naamwoord /vərˈslaft/ lichamelijk of geestelijk afhankelijk geworden.
742 voorkeur Zelfstandig naamwoord /ˈvoːrkør/ de neiging tot kiezen van het één boven het ander.
743 genaaid Werkwoord /ɣəˈnajt/ voltooid deelwoord van naaien.
744 vredesnaam Zelfstandig naamwoord /ˈvredəsˌnam/ als onderdeel van de onderstaande vaste verbinding.
745 kwade Bijvoeglijk naamwoord verbogen vorm van de stellende trap van kwaad.
746 noodzakelijk Zelfstandig naamwoord, Bijvoeglijk naamwoord, Bijwoord /notˈzakələkˌhɛit/ (Zelfstandig naamwoord).
747 gebeden Zelfstandig naamwoord, Werkwoord meervoud van het zelfstandig naamwoord gebed.
748 tovenaar Zelfstandig naamwoord /ˈtoːvənaːr/ een mannelijk iemand die kan toveren.
749 prijzen Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈprɛi̯zə(n)/ van een prijs voorzien, de prijs van iets bepalen.
750 gemene Bijvoeglijk naamwoord verbogen vorm van de stellende trap van gemeen.
751 ontwikkelen Werkwoord /ɔntˈʋɪ.kə.lə(n)/ een film ~: het latente beeld van een belicht fotografisch materiaal chemisch zichtbaar maken.
752 ademt Werkwoord tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van ademen.
753 stapte Werkwoord enkelvoud verleden tijd van stappen.
754 technische Bijvoeglijk naamwoord verbogen vorm van de stellende trap van technisch.
755 praktisch Bijvoeglijk naamwoord, Bijwoord /ˈprɑk.tis/ op een manier die ook echt uitgevoerd kan worden, en zodoende nuttig.
756 circus Zelfstandig naamwoord /ˈsɪr.kʏs/ attractie in een circustent waar artiesten van allerlei aard hun kunsten en behendigheden vertonen in een ronde arena.
757 ongeval Zelfstandig naamwoord /ˈɔn.ɣəˌvɑl/ een ongeluk.
758 teruggeven Werkwoord weer aan de oorspronkelijke eigenaar overhandigen.
759 protocol Zelfstandig naamwoord /ˌproː.toːˈkɔl/ inleidend deel van een oorkonde, met de namen van de oorkonder en die van degene voor wie het stuk bestemd is en een gro…
760 schut Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /sxɵt/ een houten afsluiting tegen water of wind.
761 biologische Bijvoeglijk naamwoord /ˌbi.oːˈloː.ɣi.sə/ verbogen vorm van de stellende trap van biologisch.
762 duidelijkheid Zelfstandig naamwoord /ˈdœy̯.də.ləkˌɦɛi̯t/ het evident en vanzelfsprekend zijn.
763 rondje Zelfstandig naamwoord /ˈrɔntjə/ alleen verkleinwoord traktatie, gewoonlijk van alcoholische aard aan de aanwezigen in een café.
764 checken Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈtʃɛkə(n)/ (Zelfstandig naamwoord).
765 ai Zelfstandig naamwoord, Tussenwerpsel /ɑi̯/ drievingerige zoogdier Bradypus tridactylus, tandarm dier uit het Amazonegebied (Drievingerige luiaard).
766 doordat Voegwoord /doːrˈdɑt/ geeft onderschikkend een oorzaak aan.
767 bruine Werkwoord, Bijvoeglijk naamwoord /ˈbrœy̯.nə/ verbogen vorm van de stellende trap van bruin.
768 klaarmaken Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈklaːrˌmaː.kə(n)/ (Zelfstandig naamwoord).
769 leed Zelfstandig naamwoord, Werkwoord, Bijvoeglijk naamwoord /leːt/ verdriet en pijn.
770 marge Zelfstandig naamwoord opengelaten ruimte aan de rand van een bladzijde.
771 schijn Zelfstandig naamwoord, Werkwoord, Bijwoord /sxɛi̯n/ een zijrivier uit het stroomgebied van de Schelde in Antwerpen.
772 infectie Zelfstandig naamwoord /ɪnˈfɛksi/ besmetting met een virus of bacterie, waardoor je ziek kunt worden infection vrouwelijk een infectie aan de luchtwegen u…
773 dagelijks Zelfstandig naamwoord, Bijvoeglijk naamwoord, Bijwoord /ˈdaː.ɣəˌləks/ (Zelfstandig naamwoord).
774 voert Werkwoord tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van voeren.
775 mislukt Werkwoord, Bijvoeglijk naamwoord /mɪsˈlʏkt/ tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van mislukken.
776 stapt Werkwoord tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van stappen.
777 daarnet Zelfstandig naamwoord, Bijwoord /daːrˈnɛt/ (Zelfstandig naamwoord).
778 bedekt Werkwoord, Bijvoeglijk naamwoord /bəˈdɛkt/ tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van bedekken.
779 opwindend Werkwoord, Bijvoeglijk naamwoord /ɔpˈwɪndənt/ emoties oproepend.
780 zogenaamde Bijvoeglijk naamwoord verbogen vorm van de stellende trap van zogenaamd.
781 baker Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈbaː.kər/ een ongeschoolde vrouw die aan kraamverpleging deelnam.
782 ogenblikje Zelfstandig naamwoord verkleinwoord enkelvoud van het zelfstandig naamwoord ogenblik.
783 amber Zelfstandig naamwoord /ˈɑm.bər/ hard wasachtig grijs product gevonden in de maag van potvissen dat bestaat uit verteerde rugschilden van reuzeninktvisse…
784 autoriteiten Zelfstandig naamwoord meervoud van het zelfstandig naamwoord autoriteit.
785 medicatie Zelfstandig naamwoord /meː.diˈkaː.(t)si/ het voorschrijven van geneesmiddelen.
786 ontploft Werkwoord tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van ontploffen.
787 contacten Zelfstandig naamwoord /kɔnˈtɑktə(n)/ meervoud van het zelfstandig naamwoord contact.
788 operaties Zelfstandig naamwoord meervoud van het zelfstandig naamwoord operatie.
789 raketten Zelfstandig naamwoord, Werkwoord meervoud van het zelfstandig naamwoord raket.
790 prioriteit Zelfstandig naamwoord een rangschikking naar belangrijkheid, een zaak gerangschikt naar zijn ingeschat belang.
791 special Zelfstandig naamwoord /ˈspɛ.ʃɔl/ publicatie of tv-programma dat aan één onderwerp is gewijd en daardoor een aparte plaats binnen een reeks of gebruikelij…
792 intelligent Zelfstandig naamwoord, Bijvoeglijk naamwoord /ˌɪn.tə.liˈɣɛnt/ als je moeilijke dingen gauw begrijpt intelligent/-ente Zij is intelligent genoeg om aan de universiteit te kunnen stude…
793 therapeut Zelfstandig naamwoord /ˌteː.raːˈpøːt/ iemand die een patiënt behandelt.
794 huilt Werkwoord /ɦœy̯lt/ tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van huilen.
795 koper Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈkoːpər/ : , een scheikundig element met symbool Cu en atoomnummer 29. Het is een roodgeel overgangsmetaal.
796 vervloekt Zelfstandig naamwoord, Werkwoord, Bijvoeglijk naamwoord, Tussenwerpsel /vərˈvlukt/ (Zelfstandig naamwoord).
797 tegenstander Zelfstandig naamwoord /ˈteː.ɣə(n)ˌstɑn.dər/ vijand, rivaal.
798 au Zelfstandig naamwoord, Tussenwerpsel /ɑu̯/ Abbreviation of atomic unit.
799 satelliet Zelfstandig naamwoord /ˌsaː.təˈlit/ land dat zich in de invloedsfeer van een machtiger land bevindt en zich sterk op dat land richt.
800 afnemen Werkwoord /ˈɑfneːmə(n)/ plechtig laten afleggen, doen ondergaan (examen, verhoor, eed).
801 uitleg Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈœy̯t.lɛx/ een verhaal bedoeld om iets begrijpelijk te maken.
802 kofferbak Zelfstandig naamwoord /ˈkɔ.fərˌbɑk/ het gedeelte van een auto waar de bagage in geplaatst wordt.
803 fascinerend Werkwoord, Bijvoeglijk naamwoord, Bijwoord de aandacht opeisend.
804 service Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈsʏːrvɪs/ het de lucht inspelen van de bal om deze zo in het spel te brengen.
805 schuilplaats Zelfstandig naamwoord /ˈsxœylplats/ plek om ergens voor te schuilen.
806 schilderen Werkwoord /ˈsxɪldərə(n)/ een kunstwerk vervaardigen door met verf een beeld op een oppervlak te maken.
807 mekaar Zelfstandig naamwoord, Voornaamwoord /məˈkar/ (Zelfstandig naamwoord).
808 boekje Zelfstandig naamwoord /ˈbukjə/ verkleinwoord enkelvoud van het zelfstandig naamwoord boek.
809 hope Werkwoord aanvoegende wijs van hopen.
810 kruipen Werkwoord /ˈkrœy̯pə(n)/ zich laag bij de grond, meest op handen en knieën ongericht voortbewegen.
811 tempo Zelfstandig naamwoord /ˈtɛm.poː/ relatieve snelheid rythme mannelijk in hoog/snel/rap/razend tempo à un rythme élevé/vif/rrapide/effréné het tempo versne…
812 depressief Zelfstandig naamwoord, Bijvoeglijk naamwoord /ˌdeː.prɛˈsif/ (Zelfstandig naamwoord).
813 huisje Zelfstandig naamwoord /ˈhœyʃə/ verkleinwoord enkelvoud van het zelfstandig naamwoord huis.
814 shock Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ʃɔk/ een toestand die ontstaat door acute te geringe bloedtoevoer naar weefsels door ondervulling van het slagaderlijk systee…
815 afgeleid Werkwoord voltooid deelwoord van afleiden.
816 product Zelfstandig naamwoord /proːˈdʏkt/ voortbrengsel van de natuur, van arbeid of nijverheid, van kunst, van een chemisch proces.
817 passagiers Zelfstandig naamwoord meervoud van het zelfstandig naamwoord passagier.
818 aanpassen Werkwoord /ˈaːmˌpɑsə(n)/ geschikt maken voor een bepaald doel adapter (adapte) een woning aanpassen voor een invalide adapter un logement pour un…
819 paranoïde Zelfstandig naamwoord, Bijvoeglijk naamwoord /ˌpaː.raː.noːˈi.də/ (Zelfstandig naamwoord).
820 uitmaakt Werkwoord tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van uitmaken.
821 ongetwijfeld Zelfstandig naamwoord, Bijwoord /ˌɔŋɣəˈtwɛifəlt/ (Zelfstandig naamwoord).
822 aankwam Werkwoord /ˈaŋkwɑm/ enkelvoud verleden tijd van aankomen.
823 overlevenden Zelfstandig naamwoord /ˌoː.vərˈleː.vən.də(n)/ meervoud van het zelfstandig naamwoord overlevende.
824 bestemming Zelfstandig naamwoord /bəˈstɛ.mɪŋ/ het eindpunt van een route, het doel.
825 gewelddadig Zelfstandig naamwoord, Bijvoeglijk naamwoord, Bijwoord /ɣəʋɛlˈdaːdəx/ (Zelfstandig naamwoord).
826 winkelcentrum Zelfstandig naamwoord /ˈʋɪŋ.kəlˌsɛn.trʏm/ gebied of overdekte galerij waar meerdere winkels en horecazaken zijn gevestigd.
827 sparen Werkwoord /ˈspaːrə(n)/ ontzien, niet straffen of geweld aandoen.
828 spreuk Zelfstandig naamwoord /sprøːk/ een kort, kernachtig, zinrijk gezegde.
829 papierwerk Zelfstandig naamwoord /paːˈpiːrˌʋɛrk/ het verwerken van formulieren, brieven, facturen en andere papieren.
830 tandarts Zelfstandig naamwoord /ˈtɑn.dɑrts/ medisch specialist met universitair diploma op het gebied van de tandheelkunde.
831 analyse Zelfstandig naamwoord /aːnaːˈliːzə/ de studie van functies, rijen, reeksen, limieten, afgeleides en integralen.
832 menigte Zelfstandig naamwoord /ˈmenəxtə/ grote groep mensen dicht op elkaar.
833 baard Zelfstandig naamwoord /baːrt/ sleutelblad, het uitstekende onderdeel aan de stang van een sleutel.
834 oppas Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈɔpɑs/ iemand die voor korte tijd zorgt voor iets (kinderen, een huis etc.).
835 goeiemorgen Zelfstandig naamwoord, Tussenwerpsel /ˌɣujəˈmɔrɣə(n)/ (Zelfstandig naamwoord).
836 ceremonie Zelfstandig naamwoord /ˌseː.rəˈmoː.ni/ een plechtige bijeenkomst om bijvoorbeeld iets te vieren, te herdenken of in te wijden, dan wel als religieus ritueel.
837 omgekomen Werkwoord voltooid deelwoord van omkomen.
838 bakken Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈbɑkə(n)/ eten in een koekenpan op heet vuur of in een hete oven gaar laten worden cuire (kɥiʀ) een ei bakken cuire un oeuf à la p…
839 officiëren Zelfstandig naamwoord, Werkwoord meervoud van het zelfstandig naamwoord officier.
840 verknald Werkwoord /vərˈknɑlt/ voltooid deelwoord van verknallen.
841 vrijwel Zelfstandig naamwoord, Bijwoord /ˈvrɛi̯.ʋɛl/ (Zelfstandig naamwoord).
842 vergif Zelfstandig naamwoord /vərˈɣɪf/ iets dat levende wezens schaadt.
843 mariniers Zelfstandig naamwoord meervoud van het zelfstandig naamwoord marinier.
844 scan Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈskɛn/ het resultaat van voornoemde handeling.
845 tenen Zelfstandig naamwoord, Bijvoeglijk naamwoord /ˈteː.nə(n)/ meervoud van het zelfstandig naamwoord teen.
846 tegelijkertijd Bijwoord /təɣəˌlɛikərˈtɛit/ op hetzelfde moment, gelijktijdig.
847 gene Zelfstandig naamwoord, Bijvoeglijk naamwoord, Voornaamwoord, Lidwoord /ˈʒɛː.nə/ embarrassment.
848 beschrijven Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /bəˈsxrɛi̯.və(n)/ (Zelfstandig naamwoord).
849 eenzame Bijvoeglijk naamwoord verbogen vorm van de stellende trap van eenzaam.
850 chips Zelfstandig naamwoord, Tussenwerpsel /ʃɪps/ dunne aardappelschijfjes, gebakken in vet of olie gebruikt als snack.
851 grootte Zelfstandig naamwoord /ˈɣroːtə/ mate waarin iets of iemand groot is, de afmeting.
852 verrot Werkwoord, Bijvoeglijk naamwoord, Tussenwerpsel /vəˈrɔt/ enkelvoud tegenwoordige tijd van verrotten.
853 gezonde Werkwoord, Bijvoeglijk naamwoord verbogen vorm van de stellende trap van gezond.
854 luxe Zelfstandig naamwoord, Bijvoeglijk naamwoord /ˈlyk.sə/ niet alledaagse dingen die gebruikt worden voor het persoonlijk genot.
855 pijp Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /pɛi̯p/ broekspijp.
856 afgenomen Werkwoord voltooid deelwoord van afnemen.
857 huilde Werkwoord /ˈɦœy̯ldə/ enkelvoud verleden tijd van huilen.
858 vampiers Zelfstandig naamwoord meervoud van het zelfstandig naamwoord vampier.
859 speelden Werkwoord meervoud verleden tijd van spelen.
860 am Zelfstandig naamwoord /ɑm/ manier om radiosignalen via de middengolf uit te zenden en te ontvangen.
861 bekijkt Werkwoord tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van bekijken.
862 veertig Zelfstandig naamwoord, Bijvoeglijk naamwoord /ˈfeːr.təx/ "40", het getal tussen negenendertig en eenenveertig, vier maal tien.
863 terugkeer Zelfstandig naamwoord, Werkwoord het terugkeren naar een plaats of toestand waar men in het verleden al eens is geweest.
864 oprecht Bijvoeglijk naamwoord /ɔpˈrɛxt/ gemeend, niet gespeeld.
865 maten Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈmaːtə(n)/ meervoud van het zelfstandig naamwoord maat.
866 gelegen Zelfstandig naamwoord, Werkwoord, Bijvoeglijk naamwoord /ɣəˈleː.ɣə(n)/ (Zelfstandig naamwoord).
867 verzekeren Werkwoord /vərˈzeː.kə.rə(n)/ tegen betaling van een (meestal vaste) premie een contract afsluiten bij een verzekeringsmaatschappij, waarbij bepaald w…
868 vergunning Zelfstandig naamwoord /vərˈɣʏ.nɪŋ/ een officiële (noodzakelijke) toestemming om een bepaalde activiteit uit te voeren.
869 geschorst Werkwoord voltooid deelwoord van schorsen.
870 werelden Zelfstandig naamwoord meervoud van het zelfstandig naamwoord wereld.
871 geleend Werkwoord, Bijvoeglijk naamwoord /ɣəˈlent/ voltooid deelwoord van lenen.
872 alvast Bijwoord /ɑlˈvɑst/ in advance (to do something before an ensuing event).
873 pil Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /pɪl/ elke vorm van medicament die in vaste vorm oraal wordt ingenomen zij het tablet, dragee, capsule of iets anders.
874 beschermde Werkwoord, Bijvoeglijk naamwoord verbogen vorm van beschermd, voltooid deelwoord van beschermen.
875 oppassen Zelfstandig naamwoord, Werkwoord bij de kinderen blijven en op ze letten.
876 egoïstisch Zelfstandig naamwoord, Bijvoeglijk naamwoord /ˌeːɣoːˈ(ʋ)ɪstis/ (Zelfstandig naamwoord).
877 uitnodigen Werkwoord /'ʌʏt.no.də.ɣə(n)/ iemand verzoeken iets bij te wonen.
878 nucleaire Bijvoeglijk naamwoord /ˌny.kleːˈɛː.rə/ verbogen vorm van de stellende trap van nucleair.
879 verklaard Werkwoord voltooid deelwoord van verklaren.
880 minuutje Zelfstandig naamwoord verkleinwoord enkelvoud van het zelfstandig naamwoord minuut.
881 uitstappen Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈœytstɑpə(n)/ zich uit een verband terugtrekken.
882 dadelijk Zelfstandig naamwoord, Bijwoord /ˈdaː.də.lək/ (Zelfstandig naamwoord).
883 noord Zelfstandig naamwoord, Bijwoord /noːrt/ Noorden, als aanduiding van een gebied dat in het Noorden ligt; de precieze betekenis hangt af van de context.
884 vastgebonden Werkwoord voltooid deelwoord van vastbinden.
885 eikels Zelfstandig naamwoord /ˈɛikəls/ een van de vier Duitse kleuren in het kaartspel.
886 gijzelaars Zelfstandig naamwoord /ˈɣɛizəlars/ meervoud van het zelfstandig naamwoord gijzelaar.
887 mazzel Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈmɑ.zəl/ geluk, goed geluk.
888 blinde Zelfstandig naamwoord, Werkwoord, Bijvoeglijk naamwoord /ˈblɪn.də/ iemand die niet kan zien.
889 lost Werkwoord, Bijvoeglijk naamwoord tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van lossen.
890 lijkschouwer Zelfstandig naamwoord forensisch arts die het lichaam van een overledene onderzoekt om de doodsoorzaak vast te stellen.
891 naald Zelfstandig naamwoord /naːlt/ soort gereedschap dat gebruikt wordt voor het aan elkaar bevestigen (naaien) van kledingstukken of andere voorwerpen van…
892 vreemden Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈvreːmdə(n)/ to estrange, to alienate.
893 koeien Zelfstandig naamwoord /ˈkui̯ə(n)/ meervoud van het zelfstandig naamwoord koe.
894 pan Zelfstandig naamwoord /pɑn/ in de Griekse oudheid god van de natuur en de herders.
895 heilig Zelfstandig naamwoord, Werkwoord, Bijvoeglijk naamwoord /ˈɦɛi̯.ləx/
896 sterkste Bijvoeglijk naamwoord verbogen vorm van de overtreffende trap van sterk.
897 lukte Werkwoord enkelvoud verleden tijd van lukken.
898 wachtwoord Zelfstandig naamwoord /ˈʋɑxt.ʋoːrt/ een geheim woord dat men moet produceren om ergens toegelaten te worden.
899 instinct Zelfstandig naamwoord /ɪnˈstɪŋ(k)t/ gedrag dat geheel genetisch bepaald is.
900 beperkt Zelfstandig naamwoord, Werkwoord, Bijvoeglijk naamwoord /bəˈpɛrkt/ (Zelfstandig naamwoord).
901 hamer Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈɦaː.mər/ werktuig dat kan worden gebruikt om te slaan.
902 bewaken Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /bəˈʋaːkə(n)/ (Zelfstandig naamwoord).
903 slaag Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /slaːx/ het uitdelen of ontvangen van klappen.
904 leeuw Zelfstandig naamwoord /leːu̯/ sterrenbeeld van de dierenriem (tussen rechte klimming 9ᵘ18ᵐ en 11ᵘ56ᵐ en tussen declinatie −6° en +33°).
905 wisselen Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈʋɪsələ(n)/ (Zelfstandig naamwoord).
906 metaal Zelfstandig naamwoord /meːˈtaːl/ ieder element dat gekenmerkt wordt door glans en het vermogen om warmte en elektriciteit te geleiden.
907 creditcard Zelfstandig naamwoord /ˈkrɛ.dɪtˌkɑrt/ een kaart waarmee men op voorschot een betaling kan doen.
908 jarenlang Bijvoeglijk naamwoord, Bijwoord /ˌjaː.rə(n)ˈlɑŋ/ jaren durend.
909 staal Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /staːl/ een monster van een stof, een kleine hoeveelheid van iets als proef.
910 chemische Bijvoeglijk naamwoord verbogen vorm van de stellende trap van chemisch.
911 zeuren Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈzøː.rə(n)/ meervoud van het zelfstandig naamwoord zeur.
912 sector Zelfstandig naamwoord /ˈsɛk.tɔr/ de kleinste eenheid van een harddisk die in één bewerking door een lees/schrijfkop kan verwerkt worden.
913 vreemds Bijvoeglijk naamwoord partitief van de stellende trap van vreemd.
914 rondlopen Werkwoord herhaaldelijk ongericht lopen door een bepaald gebied.
915 gênant Bijvoeglijk naamwoord /ʒəˈnɑnt/ schaamte of verlegenheid opwekkend.
916 acties Zelfstandig naamwoord /ˈɑksis/ meervoud van het zelfstandig naamwoord actie.
917 tuig Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /tœy̯x/ de verzamelnaam voor alle zeilen, staand (vast) en lopend (beweegbaar) want, het touwwerk en de rondhouten die nodig zij…
918 genoten Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ɣəˈnoːtə(n)/ meervoud van het zelfstandig naamwoord genoot.
919 toast Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /toːst/ verouderde spelling of vorm van toost in de betekenis "heildronk" tot 2006.
920 getroffen Werkwoord /ɣəˈtrɔfə(n)/ voltooid deelwoord van treffen.
921 herinnerde Werkwoord verbogen vorm van herinnerd, voltooid deelwoord van herinneren.
922 reeds Bijwoord /reːts/
923 tegenstelling Zelfstandig naamwoord het tegenovergestelde.
924 gekken Zelfstandig naamwoord, Werkwoord meervoud van het zelfstandig naamwoord gek.
925 transport Zelfstandig naamwoord /trɑnˈspɔrt/ overbrengen van een subtotaal naar een volgende bladzijde om daarop een optelling voort te zetten.
926 communiceren Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˌkɔmyniˈseːrə(n)/ (Zelfstandig naamwoord).
927 koppig Zelfstandig naamwoord, Bijvoeglijk naamwoord /ˈkɔpəx/ (Zelfstandig naamwoord).
928 deken Zelfstandig naamwoord /ˈdeːkə(n)/ een (vaak dikke) doek, met de functie om iemand te bedekken en daarmee warm te houden (tijdens de slaap).
929 doelen Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈdulə(n)/ schietbaan, oefenplaats van de vroegere schutterij.
930 hobby Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈɦɔ.bi/ een liefhebberij of bezigheid ter ontspanning voor in de vrije tijd.
931 lening Zelfstandig naamwoord /ˈleː.nɪŋ/ tijdelijke verschaffing van geld, dat later weer wordt terugbetaald, vaak met vergoeding van rente.
932 schei Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /sxɛi/ een soort van buffer die de verticale beweging van de slagbeitel in een oliemolen opvangt.
933 vroege Werkwoord, Bijvoeglijk naamwoord verbogen vorm van de stellende trap van vroeg.
934 rebellen Zelfstandig naamwoord meervoud van het zelfstandig naamwoord rebel.
935 natie Zelfstandig naamwoord /ˈnaː.(t)si/ een groep mensen (volk) die zich door gemeenschappelijke taal, cultuur of politieke geschiedenis verbonden voelt en een…
936 figuur Zelfstandig naamwoord /fiˈɣyːr/ de manier waarop men door anderen wordt waargenomen en gewaardeerd.
937 nakijken Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈnaːˌkɛi̯.kə(n)/ ~ hebben: overklast worden door iemand.
938 redding Zelfstandig naamwoord /ˈrɛ.dɪŋ/ het van gevaar verlost worden.
939 alhoewel Zelfstandig naamwoord, Voegwoord /ˌɑl.ɦuˈʋɛl/ (Zelfstandig naamwoord).
940 verbazingwekkend Zelfstandig naamwoord, Bijvoeglijk naamwoord, Bijwoord /vərˌbazɪŋˈʋɛkənt/ (Zelfstandig naamwoord).
941 beschouw Werkwoord /bə.ˈsxɑu̯/ eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van beschouwen.
942 atmosfeer Zelfstandig naamwoord /ˌɑt.mɔˈsfeːr/ een gasvormig omhulsel van een planeet of maan.
943 lachte Werkwoord enkelvoud verleden tijd van lachen.
944 id Zelfstandig naamwoord /'ɪt/ document waarmee iemand kan laten zien hoe hij als uniek persoon door een autoriteit is geregistreerd.
945 twijfelen Werkwoord /ˈtʋɛi̯fələ(n)/ ~ aan: het vermoeden hebben dat iets niet waar is.
946 examen Zelfstandig naamwoord /ˌɛkˈsaː.mə(n)/ onderzoek naar de kennis of vaardigheden van iemand door middel van ondervraging of opgedragen verrichtingen.
947 aantrekken Werkwoord /ˈaːnˌtrɛkə(n)/ zich ~ van: zijn gedrag wijzigen naar aanleiding van een uitwendige invloed.
948 jagers Zelfstandig naamwoord Stercorariidae een familie van zeevogels binnen de familie Stercorariidae uit de orde steltloperachtigen. Het zijn carni…
949 kalkoen Zelfstandig naamwoord /kɑlˈkun/ vlees van de hoendervogels Meleagris gallopavo, traditioneel vaak rond Kerstmis gegeten.
950 huwelijksreis Zelfstandig naamwoord /ˈɦyʋ(ə)ləksˌrɛi̯s/ de reis die een pasgetrouwd stel gewoonlijk onmiddellijk na hun trouwen onderneemt.
951 elektriciteit Zelfstandig naamwoord /eːˌlɛk.tri.siˈtɛi̯t/ de verzameling verschijnselen die met elektrische lading van doen hebben.
952 steeg Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /steːx/ zeer smal straatje.
953 wodka Zelfstandig naamwoord /ˈwɔtka/ een heldere, kleurloze en nagenoeg geurloze sterkedrank, gestookt uit uiteenlopende plantaardige grondstoffen.
954 warmte Zelfstandig naamwoord /ˈʋɑrm.tə/ de hoeveelheid thermische energie.
955 verdere Bijvoeglijk naamwoord /ˈvɛr.də.rə/ verbogen vorm van de stellende trap van verder.
956 kwaliteit Zelfstandig naamwoord /kʋaː.liˈtɛi̯t/ benaming voor het verschil in waarde tussen een toren en een loper of paard.
957 uitstekende Werkwoord, Bijvoeglijk naamwoord /œy̯tˈsteːkəndə/ verbogen vorm van de stellende trap van uitstekend.
958 rotsen Zelfstandig naamwoord meervoud van het zelfstandig naamwoord rots.
959 tragedie Zelfstandig naamwoord /traˈxedi/ een toneelspel dat handelt over een bedroevende gebeurtenis.
960 doorgebracht Werkwoord, Bijvoeglijk naamwoord voltooid deelwoord van doorbrengen.
961 pat Zelfstandig naamwoord, Bijvoeglijk naamwoord /pɑt/ stand op het bord waarbij sprake is van remise doordat een speler geen zet meer kan doen zonder dat zijn koning daardoor…
962 politieman Zelfstandig naamwoord /poː.ˈli(t).si.mɑn/ iemand wiens taak het is de wet te handhaven en overtreders in de kraag te grijpen.
963 koppel Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈkɔ.pəl/ stelsel van twee in absolute zin gelijke en evenwijdige krachten, waarvan de werklijnen niet samenvallen en die in tegen…
964 tumor Zelfstandig naamwoord /ˈty.mɔr/ een gezwel.
965 appel Zelfstandig naamwoord /ˈɑ.pəl/ culinair ronde, harde, zoetzure vrucht met een klokhuis waarin donkere pitjes zitten pomme (pɔm) vrouwelijk rodekool met…
966 treden Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈtreːdə(n)/ tegemoet treden: naar iets of iemand lopen.
967 wolken Zelfstandig naamwoord /ˈʋɔlkə(n)/ meervoud van het zelfstandig naamwoord wolk.
968 gevlucht Zelfstandig naamwoord, Werkwoord, Bijvoeglijk naamwoord /ɣəˈvlʏxt/ afstand tussen de uiteinden van de uitgespreide vleugels, soms ook gebruikt voor de afstand tussen de uiteinden van de h…
969 stam Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /stɑm/ op verwantschap berustende samenlevingsvorm van meer families in beschavingen met weinig verstedelijking.
970 straal Zelfstandig naamwoord, Werkwoord, Bijwoord /straːl/ een rechte, smalle bundel van elektromagnetische straling (licht, radio, warmte, röntgen enz.).
971 liedjes Zelfstandig naamwoord verkleinwoord meervoud van het zelfstandig naamwoord lied.
972 dwong Werkwoord enkelvoud verleden tijd van dwingen.
973 poten Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈpoː.tə(n)/ ondiep in de aarde stoppen, met name van bollen, wortels, zaden e.d. om deze te laten groeien.
974 afvragen Werkwoord /ˈɑfraːɣə(n)/ : zich ~: zichzelf een vraag stellen.
975 uitgevonden Werkwoord voltooid deelwoord van uitvinden.
976 gitaar Zelfstandig naamwoord /ɣiˈtaːr/ een muziekinstrument, gewoonlijk met zes snaren, bespeeld met de vingers of een plectrum.
977 verzin Werkwoord eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van verzinnen.
978 terugbellen Werkwoord een eerder telefoongesprek beantwoorden.
979 kletsen Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈklɛt.sə(n)/ meervoud van het zelfstandig naamwoord klets.
980 december Zelfstandig naamwoord /deːˈsɛmbər/ de twaalfde en tevens laatste maand van het jaar.
981 uitzondering Zelfstandig naamwoord /ˈœy̯tˌsɔn.də.rɪŋ/ een geval waarbij men iets niet onder een regel laat vallen.
982 plaatselijke Bijvoeglijk naamwoord verbogen vorm van de stellende trap van plaatselijk.
983 trui Zelfstandig naamwoord /trœy̯/ nauwsluitend sporthemd met korte mouwen en rits, gemaakt van kunstvezels; soms in bepaalde kleuren en motieven om de pla…
984 organiseren Werkwoord /ˌɔrɣaniˈzerə(n)/ iets, vaak een evenement, tot stand brengen.
985 compliment Zelfstandig naamwoord /ˌkɔm.pliˈmɛnt/ een lovende of vleiende opmerking.
986 minnaar Zelfstandig naamwoord /ˈmɪ.naːr/ een persoon waarmee men een liefdesrelatie onderhoudt, in het bijzonder een buitenechtelijke liefdesrelatie.
987 enterprise Zelfstandig naamwoord onderneming.
988 kudde Zelfstandig naamwoord /ˈkʏdə/ een groep samenlevende (zoog)dieren.
989 hierna Zelfstandig naamwoord, Bijwoord /ˈhierna/ (Zelfstandig naamwoord).
990 neuk Werkwoord /nøːk/ eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van neuken.
991 adviseur Zelfstandig naamwoord /ˌɑt.fiˈzøːr/ deskundige die adviseert, een mentor, raadgever, raadsman, raadsvrouw.
992 opgehaald Werkwoord voltooid deelwoord van ophalen.
993 zesde Bijvoeglijk naamwoord /ˈzɛs.də/ nummer zes in een rij.
994 aankan Werkwoord /ˈaɲkɑn/ eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van aankunnen.
995 muis Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /mœy̯s/ invoerapparaat voor de computer dat wordt bewogen over een mat of ander oppervlak om een aanwijzer op een beeldscherm te…
996 lieveling Zelfstandig naamwoord /ˈlivəˌlɪŋ/ meest geliefde uit een aantal personen of zaken.
997 respecteer Werkwoord eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van respecteren.
998 spieren Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈspirə(n)/ meervoud van het zelfstandig naamwoord spier.
999 haak Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ɦaːk/ een soort gebogen nagel [3], waaraan men, als deze in de muur bevestigd is, voorwerpen kan ophangen.
1000 aangetrokken Werkwoord /ˈaŋɣəˌtrɔkə(n)/ voltooid deelwoord van aantrekken.
1001 violet Zelfstandig naamwoord, Bijvoeglijk naamwoord /vi.oːˈlɛt/ een kleur tussen blauw en ultraviolet, met een golflengte tussen de 430 en 380 nm.
1002 wijsheid Zelfstandig naamwoord /ˈʋɛi̯sɦɛi̯t/ apocrief boek in de Bijbel, dat bestaat uit uiteenzettingen die aan koning Salomo worden toegedicht.
1003 herstel Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ɦɛrˈstɛl/ iets weer in een goede toestand terugbrengen.
1004 nachtmerries Zelfstandig naamwoord meervoud van het zelfstandig naamwoord nachtmerrie.
1005 connectie Zelfstandig naamwoord /kɔ'nɛksi/ iemand die men kent als deel van een persoonlijk netwerk.
1006 cam Zelfstandig naamwoord A turning or sliding piece which imparts motion to a rod, lever or block brought into sliding or rolling contact with it…
1007 gehoopt Werkwoord /ɣə.ˈɦoːpt/ voltooid deelwoord van hopen.
1008 ticket Zelfstandig naamwoord /ˈtɪ.kət/ papier(tje) of digitaal document als bewijs dat je ergens recht op hebt, zoals toegang of deelname.
1009 eenvoudige Bijvoeglijk naamwoord verbogen vorm van de stellende trap van eenvoudig.
1010 blanken Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈblɑŋ.kə(n)/ meervoud van het zelfstandig naamwoord blanke.
1011 harten Zelfstandig naamwoord /ˈhɑrtə(n)/ meervoud van het zelfstandig naamwoord hart.
1012 verzorgen Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /vərˈzɔr.ɣə(n)/ (Zelfstandig naamwoord).
1013 gedicht Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ɣəˈdɪxt/ een in versmaat of in dichterlijke stijl opgesteld stuk tekst.
1014 inzien Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈɪnzin/ documenten (vluchtig) lezen.
1015 kap Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /kɑp/ warmte-isolatie voor het hoofd voor tijdens het duiken, onderdeel duikuitrusting.
1016 knal Zelfstandig naamwoord, Werkwoord, Bijvoeglijk naamwoord /knɑl/ gebruikt als eerste deel van een samenstelling om de eigenschap van het tweede deel van de samenstelling te benadrukken…
1017 intussen Zelfstandig naamwoord, Bijwoord /ɪn'tʌsə/ (Zelfstandig naamwoord).
1018 kleinzoon Zelfstandig naamwoord /ˈklɛi̯n.zoːn/ een zoon van iemands kind, een mannelijk kleinkind.
1019 verzetten Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /vərˈzɛtə(n)/ werk ~ veel aan het arbeidsproces bijdragen.
1020 jaagt Werkwoord /jaːxt/ tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van jagen.
1021 eis Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ɛi̯s/ de grondtoon van het “eïs-mineurakkoord”, de kleine drieklank op de eerste trap (tonica-akkoord) van de kleinetertstoonl…
1022 buitenland Zelfstandig naamwoord /ˈbœy̯.tə(n)ˌlɑnt/ ieder land buiten het eigene.
1023 ongeacht Bijvoeglijk naamwoord, Voorzetsel /ˈɔn.ɣə.ɑxt/ regardless of.
1024 g Zelfstandig naamwoord /ɣeː/ de achtste toon van de chromatische, en de vijfde toon van de diatonische toonladder.
1025 krijt Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /krɛi̯t/ geologisch tijdperk, derde en laatste periode van het era mesozoïcum, van 145 tot 66 miljoen jaar geleden.
1026 oven Zelfstandig naamwoord /ˈoː.vən/ sterrenbeeld zuidelijk van de dierenriem (tussen rechte klimming 1ᵘ44ᵐ en 3ᵘ48ᵐ en tussen declinatie −40° en −24°).
1027 gps Zelfstandig naamwoord /ɣeː.peːˈɛs/ apparaat dat met ontvangen signalen van satellieten nauwkeurig de plaats op aarde kan bepalen (ook als onderdeel van and…
1028 januari Zelfstandig naamwoord /ˌjɑnyˈ(ʋ)aːri/ de eerste maand van het jaar volgens de gregoriaanse kalender.
1029 roos Zelfstandig naamwoord, Bijvoeglijk naamwoord /roːs/ de kleur roze.
1030 leuks Bijvoeglijk naamwoord /løːks/ partitief van de stellende trap van leuk.
1031 zachte Bijvoeglijk naamwoord verbogen vorm van de stellende trap van zacht.
1032 air Zelfstandig naamwoord /ɛːr/ gezicht, houding, allure; arrogantie, kapsones.
1033 grondig Zelfstandig naamwoord, Bijvoeglijk naamwoord /ˈɣrɔndəx/ (Zelfstandig naamwoord).
1034 bestuurder Zelfstandig naamwoord /bəˈstyːr.dər/ een persoon die een bedrijf of organisatie leiding geeft.
1035 vallei Zelfstandig naamwoord /vɑˈlɛɪ/ een laagte tussen bergen.
1036 aanvaarden Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /aːnˈvaːrdə(n)/ formeel ontvangen accepter (aksɛpte) iets in dank aanvaarden accepter quelque chose avec gratitude excuses aanvaarden ac…
1037 heden Zelfstandig naamwoord, Bijwoord /ˈɦeː.də(n)/ de tegenwoordige tijd.
1038 hieraan Zelfstandig naamwoord, Bijwoord (Zelfstandig naamwoord).
1039 achtervolgen Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ɑxtərˈvɔlɣə(n)/ (Zelfstandig naamwoord).
1040 database Zelfstandig naamwoord /ˈdaː.taːˌbeːs/ een plaats waar informatie over bepaalde onderwerpen in digitale vorm verzameld, opgeslagen en geconsulteerd kan worden.
1041 weddenschap Zelfstandig naamwoord /ˈwɛdə(n)ˌsxɑp/ een wederzijdse overeenkomst de ander te zullen betalen naar gelang de uitkomst van een gebeurtenis in de toekomst.
1042 dc Zelfstandig naamwoord /dese/ districtscommissaris.
1043 achterlijk Zelfstandig naamwoord, Bijvoeglijk naamwoord /ˈɑx.tər.lək/ lijn (lijkentouw) die aan de achterkant van een zeil vastgemaakt is bij een zeilschip.
1044 vereerd Werkwoord voltooid deelwoord van vereren.
1045 receptie Zelfstandig naamwoord /rəˈsɛp.si/ een gelegenheid waarbij gasten ontvangen worden naar aanleiding van een huwelijk, jubileum, pensionering e.d.
1046 stoort Werkwoord tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van storen.
1047 menu Zelfstandig naamwoord /məˈny/ een door een computerprogramma gegenereerde opsomming van keuzemogelijkheden.
1048 Opende Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ɔˈpɛn.də/ enkelvoud verleden tijd van openen.
1049 klere Zelfstandig naamwoord, Bijvoeglijk naamwoord /ˈkleː.rə/ gebruikt als eerste deel van samenstelling om het negatieve karakter van het tweede deel te versterken.
1050 klooster Zelfstandig naamwoord /ˈkloːs.tər/ een gebouw waarin een kloostergemeenschap gevestigd is.
1051 oogje Zelfstandig naamwoord /ˈoxjə/ verkleinwoord enkelvoud van het zelfstandig naamwoord oog.
1052 voorstelling Zelfstandig naamwoord /ˈvoːrˌstɛ.lɪŋ/ een verzameling objecten, matrices of functies die ieder een element van een groep representeren.
1053 gestaan Werkwoord /ɣəˈstan/ voltooid deelwoord van staan.
1054 gebeurtenis Zelfstandig naamwoord /ɣəˈbøːr.təˌnɪs/ iets dat zich voordoet.
1055 hoofden Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈɦoːvdə(n)/ meervoud van het zelfstandig naamwoord hoofd.
1056 balans Zelfstandig naamwoord /baːˈlɑns/ een volledige opsomming van de waarde van alle bezit en alle tegoeden en schulden meestal aan het einde van een boekjaar.
1057 uitspraak Zelfstandig naamwoord /ˈœy̯tˌspraːk/ manier waarop iemand een woord, zin of taal ten gehore brengt of zou moeten brengen.
1058 l Zelfstandig naamwoord /ɛl/ hoofdletter van de l, de twaalfde letter van het alfabet.
1059 logeren Werkwoord /loːˈʒeː.rə(n)/ in huis opnemen, herbergen.
1060 schrik Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /sxrɪk/ hevige plotselinge angst, bijvoorbeeld als gevolg van een onverwachte verandering of gevaarlijke situatie.
1061 medewerkers Zelfstandig naamwoord meervoud van het zelfstandig naamwoord medewerker.
1062 tatoeage Zelfstandig naamwoord /[tatuˈaːʒə]/ een tekening die met naald en inkt blijvend in de huid is aangebracht.
1063 visioen Zelfstandig naamwoord /viˈʒun/ een droombeeld.
1064 dealer Zelfstandig naamwoord /ˈdiː.lər/ beurshandelaar: een dealer is een member van de beurs die uitsluitend voor eigen rekening en risico mag handelen.
1065 nieuwste Bijvoeglijk naamwoord /niu̯stə/ verbogen vorm van de overtreffende trap van nieuw.
1066 dekmantel Zelfstandig naamwoord /ˈdɛkˌmɑn.təl/ een smoesje om iets anders te laten lijken dan het is.
1067 scheppen Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈsxɛ.pə(n)/ met lepel of spaan een hoeveelheid materiaal uit iets (bijv. een vat) naar boven halen, of het juist daarin doen.
1068 guy Zelfstandig naamwoord jongensnaam.
1069 overtuigend Werkwoord, Bijvoeglijk naamwoord /ˌovərˈtœyɣənt/ onvoltooid deelwoord van overtuigen.
1070 specifiek Bijvoeglijk naamwoord, Bijwoord /ˌspesiˈfik/ op zichzelf staand en met karakteristieke, duidelijk gedefinieerde eigenschappen.
1071 knopen Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈknoːpə(n)/ een vastzittende lus in een koord, draad of touw maken.
1072 ranch Zelfstandig naamwoord /rɛnʃ/ een zeer grote boerderij met een uitgestrekte gebied eromheen.
1073 boter Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈboːtər/ oneigenlijk vervangproduct voor het onder [1] genoemde voedingsmiddel, geproduceerd uit plantenvet.
1074 golven Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈɣɔlvə(n)/ meervoud van het zelfstandig naamwoord golf.
1075 belasting Zelfstandig naamwoord /bəˈlɑs.tɪŋ/ de mate waarin een machine belast wordt, ofwel het vermogen dat van de machine verlangd wordt door de aangesloten appara…
1076 ridder Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈrɪdər/ rang in een ridderorde, boven die van lid, maar onder die van officieren en commandeurs.
1077 tanks Zelfstandig naamwoord meervoud van het zelfstandig naamwoord tank.
1078 bezoekers Zelfstandig naamwoord meervoud van het zelfstandig naamwoord bezoeker.
1079 waaronder Bijwoord /warˈɔndər/ onder wat, onder (de)welke.
1080 gewoond Werkwoord /ɣəˈʋoːnt/ voltooid deelwoord van wonen.
1081 speciaals Bijvoeglijk naamwoord /speːˈʃaːls/ partitief van de stellende trap van speciaal.
1082 diploma Zelfstandig naamwoord /ˌdiˈploː.maː/ document dat bestaat uit een blad dat dwars op de lengterichting doormidden is gevouwen.
1083 liter Zelfstandig naamwoord /ˈli.tər/ een inhoudsmaat voor voornamelijk vloeistoffen en gassen, gelijk aan 1.000 milliliter, gelijk aan 0,001 kiloliter, gelij…
1084 ontwikkeling Zelfstandig naamwoord /ˌɔntˈʋɪ.kə.lɪŋ/ de wijze waarop een schaakstelling tot stand is gekomen.
1085 wandeling Zelfstandig naamwoord /ˈwɑndəˌlɪŋ/ conversatie, gesprek (alleen nog in de uitdrukking in de wandeling).
1086 handboeien Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈhɑndbujə(n)/ meervoud van het zelfstandig naamwoord handboei.
1087 zielige Bijvoeglijk naamwoord /ˈzi.lə.ɣə/ verbogen vorm van de stellende trap van zielig.
1088 inwoners Zelfstandig naamwoord meervoud van het zelfstandig naamwoord inwoner.
1089 out Werkwoord, Bijwoord /ɑut/ uit het spel, buiten de lijn.
1090 stoere Bijvoeglijk naamwoord /ˈstu.rə/ verbogen vorm van de stellende trap van stoer.
1091 rechterhand Zelfstandig naamwoord /ˈrɛxtərˌhɑnt/ de hand aan de overzijde van waar zich in het lichaam gewoonlijk het hart bevindt.
1092 geluiden Zelfstandig naamwoord meervoud van het zelfstandig naamwoord geluid.
1093 achterdeur Zelfstandig naamwoord /ˈɑx.tərˌdøːr/ deur langs de achterkant van een gebouw.
1094 mode Zelfstandig naamwoord /ˈmoː.də/ de smaak waarin kleding en andere zaken op een moment het meest gewaardeerd worden in principe van voorbijgaande aard.
1095 afspraken Zelfstandig naamwoord, Werkwoord meervoud van het zelfstandig naamwoord afspraak.
1096 groepen Zelfstandig naamwoord meervoud van het zelfstandig naamwoord groep.
1097 teleur Bijwoord /təˈløːr/ bijwoordelijk deel van een scheidbaar werkwoord: in negatieve zin verrast.
1098 behandel Werkwoord eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van behandelen.
1099 banken Zelfstandig naamwoord, Werkwoord meervoud van het zelfstandig naamwoord bank.
1100 hecht Zelfstandig naamwoord, Werkwoord, Bijvoeglijk naamwoord /ɦɛxt/ Nom de famille.
1101 springt Werkwoord /sprɪŋt/ tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van springen.
1102 blonde Bijvoeglijk naamwoord verbogen vorm van de stellende trap van blond.
1103 ex-vrouw Zelfstandig naamwoord /ˈɛks.frɑu̯/ een vrouw waarmee je vroeger getrouwd was.
1104 unieke Bijvoeglijk naamwoord verbogen vorm van de stellende trap van uniek.
1105 litteken Zelfstandig naamwoord /ˈlɪˌteː.kə(n)/ zichtbaar overblijfsel van een oude verwonding.
1106 tapijt Zelfstandig naamwoord /taːˈpɛi̯t/ vloerbedekking van textiel die bestaat uit een drager van jute of kunststof waarop een bovenkant, de pool, is aangebrach…
1107 kunstenaar Zelfstandig naamwoord /ˈkʏn.stə.naːr/ iemand die zijn creatieve talenten gebruikt om kunst te maken.
1108 flessen Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈflɛsə(n)/ meervoud van het zelfstandig naamwoord fles.
1109 blond Zelfstandig naamwoord, Bijvoeglijk naamwoord /blɔnt/
1110 systemen Zelfstandig naamwoord meervoud van het zelfstandig naamwoord systeem.
1111 schurk Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈsxʏrᵊk/ persoon die kwaad in de zin heeft en/of bedrijft.
1112 teleurstellen Werkwoord /təˈløːrˌstɛ.lə(n)/ iemand op onaangename wijze verrassen, vaak door een belofte niet na te komen.
1113 termijn Zelfstandig naamwoord /tɛrˈmɛi̯n/ een gedeelte van de schuld dat binnen een vaste periode betaald moet worden.
1114 eindigde Werkwoord enkelvoud verleden tijd van eindigen.
1115 beschrijving Zelfstandig naamwoord /bəˈsxrɛi̯.vɪŋ/ op schrift gestelde kenmerken van iets of iemand.
1116 onderschat Werkwoord /ˌɔn.dərˈsxɑt/ enkelvoud tegenwoordige tijd van onderschatten.
1117 kloten Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈkloːtə(n)/ op een doelloze of ergerlijke manier bezig zijn.
1118 slangen Zelfstandig naamwoord /ˈslɑŋə(n)/ een onderorde Serpentes van aan hagedissen verwante reptielen die behoren tot de orde schubreptielen (Squamata). Alle so…
1119 nader Werkwoord, Bijvoeglijk naamwoord, Bijwoord /ˈnaː.dər/ vanaf geringere afstand of in groter detail uitgevoerd.
1120 rent Werkwoord /rɛnt/ tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van rennen.
1121 gebieden Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ɣəˈbidə(n)/ meervoud van het zelfstandig naamwoord gebied.
1122 alpha Zelfstandig naamwoord /ˈɑlfa/ verouderde spelling of vorm van alfa tot 1955.
1123 publieke Bijvoeglijk naamwoord verbogen vorm van de stellende trap van publiek.
1124 maatschappij Zelfstandig naamwoord /ˌmaːt.sxɑˈpɛi̯/ de wereld, omgang en verkeer der mensen.
1125 opletten Werkwoord /ˈɔplɛtə(n)/ bij voortduring aandachtig zijn.
1126 positieve Bijvoeglijk naamwoord verbogen vorm van de stellende trap van positief.
1127 vette Werkwoord, Bijvoeglijk naamwoord /ˈvɛtə/ verbogen vorm van de stellende trap van vet.
1128 romantische Bijvoeglijk naamwoord verbogen vorm van de stellende trap van romantisch.
1129 organen Zelfstandig naamwoord /ɔrˈɣanə(n)/ meervoud van het zelfstandig naamwoord orgaan.
1130 beledigen Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /bəˈleːdəɣə(n)/ (Zelfstandig naamwoord).
1131 loser Zelfstandig naamwoord een sukkel, stakker, mislukkeling.
1132 cake Zelfstandig naamwoord /keːk/ lichte, zachte koek gemaakt van een beslag van bloem, boter, eieren en suiker, in gelijke hoeveelheden, met een rijsmidd…
1133 bestuderen Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /bəstyˈdeːrə(n)/ (Zelfstandig naamwoord).
1134 stort Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /stɔrt/ plaats waar modder tijdelijk opgeslagen wordt.
1135 stalen Zelfstandig naamwoord, Werkwoord, Bijvoeglijk naamwoord /ˈstaː.lə(n)/ meervoud van het zelfstandig naamwoord staal.
1136 varkens Zelfstandig naamwoord /ˈvɑrkə(n)s/ Suidae een familie uit de orde der evenhoevigen. Het tamme varken behoort tot deze familie. Er wordt verschil gemaakt tu…
1137 verberg Werkwoord eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van verbergen.
1138 spook Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /spoːk/ een veronderstelde geestverschijning die een bepaald gebouw of andere locatie onveilig maakt.
1139 hierop Zelfstandig naamwoord, Bijwoord (Zelfstandig naamwoord).
1140 ezel Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈeː.zəl/ voorste hanger van een windmolen waaraan de vangbalk vooraan met een scharnierpunt vastzit.
1141 jongeren Zelfstandig naamwoord meervoud van het zelfstandig naamwoord jongere.
1142 geïdentificeerd Werkwoord /ɣəˌidɛntifiˈsert/ voltooid deelwoord van identificeren.
1143 diagnose Zelfstandig naamwoord /ˌdi.ɑxˈnoː.zə/ vaststelling (van de oorzaak van een probleem).
1144 geroepen Werkwoord, Bijwoord voltooid deelwoord van roepen.
1145 kijkje Zelfstandig naamwoord /ˈkɛikjə/ snelle visuele waarnemeing.
1146 spijtig Zelfstandig naamwoord, Bijvoeglijk naamwoord /ˈspɛi̯.təx/ (Zelfstandig naamwoord).
1147 duim Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /dœy̯m/ eerste, kortste en dikste vinger, gelegen naast de wijsvinger, met twee geledingen, die zowel naast als tegenover de and…
1148 vertelden Werkwoord meervoud verleden tijd van vertellen.
1149 tientallen Zelfstandig naamwoord meervoud van het zelfstandig naamwoord tiental.
1150 economie Zelfstandig naamwoord /ˌeː.koː.noːˈmi/ de economische praktijk ofwel het geheel van productie, handelsverkeer en diensten binnen een bepaalde regio.
1151 weerstaan Werkwoord /ˌʋeːr.ˈstaːn/ stand houden, weerstand bieden aan.
1152 gebruikelijke Bijvoeglijk naamwoord verbogen vorm van de stellende trap van gebruikelijk.
1153 gigantische Bijvoeglijk naamwoord verbogen vorm van de stellende trap van gigantisch.
1154 finale Zelfstandig naamwoord, Bijvoeglijk naamwoord /fiˈnaːlə/ de beslissende wedstrijd in een toernooi, dikwijls tussen de laatste twee deelnemers of teams.
1155 gezegend Werkwoord, Bijvoeglijk naamwoord /ɣəˈzeɣənt/ voltooid deelwoord van zegenen.
1156 directe Bijvoeglijk naamwoord /diˈrɛk.tə/ verbogen vorm van de stellende trap van direct.
1157 gewist Werkwoord, Bijvoeglijk naamwoord voltooid deelwoord van wissen.
1158 beweren Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /bəˈʋeːrə(n)/ (Zelfstandig naamwoord).
1159 hechtenis Zelfstandig naamwoord in ~ nemen arresteren, gevangennemen.
1160 raadsel Zelfstandig naamwoord /ˈraːtsəl/ iets waarnaar men moet raden; iets waarvan de betekenis niet helemaal duidelijk is.
1161 langzamer Bijvoeglijk naamwoord onverbogen vorm van de vergrotende trap van langzaam.
1162 waardeloze Bijvoeglijk naamwoord verbogen vorm van de stellende trap van waardeloos.
1163 spionnen Zelfstandig naamwoord meervoud van het zelfstandig naamwoord spion.
1164 stoelen Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈstu.lə(n)/ ~ op gebaseerd zijn op.
1165 beschaving Zelfstandig naamwoord /bəˈsxaː.vɪŋ/ de complexe maatschappij waarin veel van de mensen in steden leven en hun voedsel door middel van landbouw verkrijgen.
1166 erna Zelfstandig naamwoord, Bijwoord /ərˈnaː/ meisjesnaam.
1167 bedriegen Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /bəˈdri.ɣə(n)/ (Zelfstandig naamwoord).
1168 foute Bijvoeglijk naamwoord /ˈfɑu̯.tə/ verbogen vorm van de stellende trap van fout.
1169 oranje Zelfstandig naamwoord, Bijvoeglijk naamwoord /ˌoːˈrɑn.jə/ secundaire kleur gelegen tussen geel en rood, met een golflengte van ca. 620 - 585 nanometer.
1170 verbind Werkwoord eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van verbinden.
1171 wijk Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ʋɛi̯k/ een bewoond deel van een stad of een gemeente.
1172 traag Bijvoeglijk naamwoord /traːx/ snelvlug langzaam lent/lente met trage stappen d'un pas lent.
1173 eeuwigheid Zelfstandig naamwoord /ˈeːu̯.əxˌɦɛi̯t/ tijd die lang duurt éternité (etɛʀnite) vrouwelijk Het lijkt wel een eeuwigheid te duren voordat die trein komt. On dira…
1174 eerlijkheid Zelfstandig naamwoord /ˈeːr.ləkˌɦɛi̯t/ het vertellen van de waarheid.
1175 woonkamer Zelfstandig naamwoord /ˈʋoːnˌkaː.mər/ een kamer die primair is ingericht om in te wonen en gasten te ontvangen.
1176 hot Zelfstandig naamwoord, Werkwoord, Bijvoeglijk naamwoord /ɦɔt/ draagkorf.
1177 bereiden Werkwoord /bəˈrɛi̯də(n)/ het klaarmaken van bijvoorbeeld een maaltijd.
1178 vreemdeling Zelfstandig naamwoord /ˈvreːm.dəˌlɪŋ/ iemand die nog niet zoveel van een onderwerp weet of op een bepaald gebied nog onbekend is.
1179 goedgekeurd Werkwoord, Bijvoeglijk naamwoord /ˈɣutxəˌkørt/ voltooid deelwoord van goedkeuren.
1180 serveerster Zelfstandig naamwoord /ˌsɛrˈveːr.stər/ een vrouw die in horecagelegenheid klanten aan tafel bedient.
1181 fysieke Bijvoeglijk naamwoord verbogen vorm van de stellende trap van fysiek.
1182 dappere Bijvoeglijk naamwoord verbogen vorm van de stellende trap van dapper.
1183 omkleden Werkwoord /ˈɔmˌkleːdə(n)/ met redenen ~: voorzien van deugdelijke argumentatie.
1184 haai Zelfstandig naamwoord, Werkwoord, Bijvoeglijk naamwoord /ɦaːi̯/ benaming voor roofvissen uit de superorde Selachimorpha.
1185 klaus Zelfstandig naamwoord /klɑus/ klein leerhuis, kleine jesjieve.
1186 ademhalen Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈaːdəmˌɦaːlə(n)/ (Zelfstandig naamwoord).
1187 zakenman Zelfstandig naamwoord /ˈzaːkə(n)ˌmɑn/ iemand die met zakendoen zijn brood verdient.
1188 geopereerd Werkwoord voltooid deelwoord van opereren.
1189 grijze Werkwoord, Bijvoeglijk naamwoord verbogen vorm van de stellende trap van grijs.
1190 daten Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈdeː.tə(n)/ (Zelfstandig naamwoord).
1191 kwijtraken Werkwoord /ˈkʋɛːtrakə(n)/ niet meer weten waar iets is.
1192 lengte Zelfstandig naamwoord /ˈlɛŋ.tə/ de grootste afmeting van een voorwerp.
1193 vereist Werkwoord, Bijvoeglijk naamwoord /vərˈɛist/ tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van vereisen.
1194 lijnen Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈlɛi̯.nə(n)/ een dieet volgen om een mooier figuur te krijgen.
1195 ontwerp Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ɔntˈwɛrᵊp/ resultaat van het proces van het ontwerpen, soms slechts een schets of concept.
1196 betrekken Werkwoord /bəˈtrɛkə(n)/ ~ bij: deel laten hebben aan een activiteit.
1197 ongewoon Bijvoeglijk naamwoord /ˌɔŋɣəˈwon/ afwijkend van het normale.
1198 elders Zelfstandig naamwoord, Bijwoord /ˈɛl.dərs/ meervoud van het zelfstandig naamwoord elder.
1199 duister Zelfstandig naamwoord, Werkwoord, Bijvoeglijk naamwoord /ˈdœy̯stər/ een donkere of schemerachtige toestand.
1200 bepaalt Werkwoord tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van bepalen.
1201 zilveren Bijvoeglijk naamwoord /ˈzɪl.və.rə(n)/ 25 jaar gehuwd zijn.
1202 ondervraagd Werkwoord voltooid deelwoord van ondervragen.
1203 handdoek Zelfstandig naamwoord /ˈɦɑn.duk/ een doek waarmee men zich afdroogt.
1204 expres Zelfstandig naamwoord, Bijwoord /ɛksˈprɛs/ verkorte vorm van exprestrein.
1205 luchthaven Zelfstandig naamwoord /ˈlʏxtˌɦaː.və(n)/ een vliegveld voor verkeersvliegtuigen met accommodatie voor ontvangst en vertrek van passagiers.
1206 coke Zelfstandig naamwoord /koːk/ een bruingekleurde frisdrank, cola.
1207 lerares Zelfstandig naamwoord /[leːraːˈrɛs]/ vrouw die les geeft in het lager of middelbaar onderwijs.
1208 origineel Zelfstandig naamwoord, Bijvoeglijk naamwoord /ˌɔ.ri.ʒiˈneːl/ gemaakt door de eerste en oorspronkelijke maker, oorspronkelijk.
1209 dosis Zelfstandig naamwoord /ˈdoː.zɪs/ hoeveelheid van een geneesmiddel die je per keer moet innemen.
1210 e-mails Zelfstandig naamwoord meervoud van het zelfstandig naamwoord e-mail.
1211 machtig Werkwoord, Bijvoeglijk naamwoord, Bijwoord /ˈmɑx.təx/ heel mooi, heel leuk en indrukwekkend.
1212 voegen Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈvu.ɣə(n)/ Een procespartij kan zich 'voegen' in een zaak waar hij of zijn niet de initiator van is.
1213 mietje Zelfstandig naamwoord /ˈmitjə/ alleen verkleinwoord doetje, slapjanus, kleinzielig, kleinzerig persoon.
1214 gekust Werkwoord /ɣəˈkʏst/ voltooid deelwoord van kussen.
1215 inhoud Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈɪn.ɦɑu̯t/ afmeting van de hoeveelheid ruimte die een driedimensionaal object of ruimtedeel omvat; het in kubieke eenheden uitgedru…
1216 ego Zelfstandig naamwoord /ˈeː.ɣoː/ In de jungiaanse psychologie de organisatie van het bewustzijn waardoor de persoonlijkheid haar identiteit verkrijgt.
1217 nare Bijvoeglijk naamwoord /ˈnaːrə/ verbogen vorm van de stellende trap van naar.
1218 waardevol Zelfstandig naamwoord, Bijvoeglijk naamwoord /'ʋardəˌvɔl/ (Zelfstandig naamwoord).
1219 voorkant Zelfstandig naamwoord /vorkɑnt/ een van de zijden van een voorwerp, namelijk dewelke naar voren gericht is.
1220 hopeloos Zelfstandig naamwoord, Bijvoeglijk naamwoord /ˈhopəˌlos/ (Zelfstandig naamwoord).
1221 afgemaakt Werkwoord voltooid deelwoord van afmaken.
1222 avondeten Zelfstandig naamwoord /ˈaːvɔntˌeːtə(n)/ een maaltijd die 's avonds genuttigd wordt.
1223 uiterste Zelfstandig naamwoord, Bijvoeglijk naamwoord /ˈœytərstə/ verbogen vorm van de stellende trap van uiterst.
1224 realiseer Werkwoord eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van realiseren.
1225 blad Zelfstandig naamwoord /blɑt/ een plat voorwerp om glazen of kopjes op te dragen, dienblad.
1226 geel Zelfstandig naamwoord, Bijvoeglijk naamwoord /ɣeːl/ aandoening van keel, luchtpijp en krop veroorzaakt door een ééncellige parasiet, Trichomonas gallinae.
1227 bewaakt Werkwoord tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van bewaken.
1228 negeer Werkwoord eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van negeren.
1229 snor Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /snɔr/ vogel (Locustella luscinioides) die tot de rietzangers Sylviidae behoort en een snorrend geluid voortbrengt.
1230 eed Zelfstandig naamwoord /eːt/ een plechtige verzekering dat men de waarheid spreekt of een belofte zal nakomen.
1231 klopte Werkwoord enkelvoud verleden tijd van kloppen.
1232 academie Zelfstandig naamwoord /ˌaː.kaːˈdeː.mi/ pedagogische academie: opleiding voor onderwijzer of onderwijzeres voor het basisonderwijs.
1233 afzetten Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈɑfˌsɛtə(n)/ meervoud van het zelfstandig naamwoord afzet.
1234 gewassen Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ɣəˈʋɑsən/ voltooid deelwoord van wassen.
1235 verlopen Zelfstandig naamwoord, Werkwoord, Bijvoeglijk naamwoord /vərˈloː.pə(n)/ veranderen van de ene naar de andere toestand.
1236 voorouders Zelfstandig naamwoord /ˈvorɑudərs/ meervoud van het zelfstandig naamwoord voorouder.
1237 dreiging Zelfstandig naamwoord /ˈdrɛi̯.ɣɪŋ/ een vervelende gebeurtenis die in het vooruitzicht is gesteld.
1238 linker Zelfstandig naamwoord, Bijvoeglijk naamwoord /ˈlɪŋkər/ link-editor (programma om diverse sourcecodes te 'linken').
1239 record Zelfstandig naamwoord /rəˈkoːr/ als eerste deel van een samenstelling dat aangeeft dat het tweede deel ver boven een verwacht niveau ligt.
1240 vertrouwd Werkwoord, Bijvoeglijk naamwoord, Bijwoord op de hoogte van, bedreven in.
1241 dieet Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /diˈ(j)eːt/ voedingspatroon dat uit gewoonte of als keus wordt aangehouden.
1242 hoorzitting Zelfstandig naamwoord /ˈɦoːrˌzɪ.tɪŋ/ een zitting waarin belanghebbenden hun mening kunnen uiten ten overstaan van een overheidsinstelling over een te nemen b…
1243 bliksem Zelfstandig naamwoord, Werkwoord, Tussenwerpsel /ˈblɪk.səm/ lichtgevende stralen die uit de hemel barsten bij onweer ten gevolge van een elektrische ontlading.
1244 knoop Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /knoːp/ een vastgetrokken lus in garen, draad, koord of touw om daarin een verdikking te maken, om einden ervan aan elkaar te be…
1245 duwde Werkwoord enkelvoud verleden tijd van duwen.
1246 revolver Zelfstandig naamwoord een handvuurwapen met een roterende trommel met kogels.
1247 wissen Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈʋɪ.sə(n)/ het niet meer laten bestaan van.
1248 supermarkt Zelfstandig naamwoord /ˈsy.pərˌmɑrkt/ een relatief grote zelfbedieningswinkel waar voedingsmiddelen en huishoudelijke artikelen worden verkocht.
1249 gevechten Zelfstandig naamwoord meervoud van het zelfstandig naamwoord gevecht.
1250 ploeg Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /plux/ landbouwwerktuig om de aardoppervlakte, waarin het gewas wordt gezaaid of geplant, te keren, te verkruimelen en te legge…
1251 voormalige Bijvoeglijk naamwoord verbogen vorm van de stellende trap van voormalig.
1252 samenzwering Zelfstandig naamwoord /ˈsaː.mə(n)ˌzʋeː.rɪŋ/ een geheime poging een onwettelijke daad te organiseren.
1253 kappen Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /'kɑpə(n)/ meervoud van het zelfstandig naamwoord kap.
1254 zachtjes Bijwoord /ˈzɑx.tjəs/ stilletjes, met een laag geluidniveau.
1255 handje Zelfstandig naamwoord /ˈhɑɲcə/ verkleinwoord enkelvoud van het zelfstandig naamwoord hand.
1256 stadje Zelfstandig naamwoord verkleinwoord enkelvoud van het zelfstandig naamwoord stad.
1257 lakens Zelfstandig naamwoord, Bijvoeglijk naamwoord /ˈlakəns/ meervoud van het zelfstandig naamwoord laken.
1258 tieners Zelfstandig naamwoord /ˈtinərs/ meervoud van het zelfstandig naamwoord tiener.
1259 vrijgezel Zelfstandig naamwoord, Bijvoeglijk naamwoord /ˌvrɛi̯.ɣəˈzɛl/ een ongehuwde man of vrouw.
1260 beschoten Werkwoord /bəˈsxoːtə(n)/ meervoud verleden tijd van beschieten.
1261 boeit Werkwoord tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van boeien.
1262 voorwaarde Zelfstandig naamwoord /ˈvoːr.ʋaːr.də/ omstandigheid die noodzakelijk is of gemaakt wordt wil iets anders plaats of geldigheid hebben.
1263 hiernaast Bijwoord naast dit, naast deze.
1264 instappen Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈɪnstɑpə(n)/ meervoud van het zelfstandig naamwoord instap.
1265 fox Zelfstandig naamwoord /fɔks/ hond behorend tot een ras dat oorspronkelijk gekweekt is voor de jacht op vossen.
1266 geweigerd Werkwoord voltooid deelwoord van weigeren.
1267 schilderijen Zelfstandig naamwoord meervoud van het zelfstandig naamwoord schilderij.
1268 gestudeerd Werkwoord voltooid deelwoord van studeren.
1269 activiteit Zelfstandig naamwoord /ˌɑk.ti.viˈtɛi̯t/ toestand waarin veel handelingen worden verricht, de bedrijvigheid.
1270 opgeroepen Werkwoord voltooid deelwoord van oproepen.
1271 uurtje Zelfstandig naamwoord /ˈyrcə/ verkleinwoord enkelvoud van het zelfstandig naamwoord uur.
1272 match Zelfstandig naamwoord het bij elkaar passen.
1273 zilver Zelfstandig naamwoord, Bijvoeglijk naamwoord /ˈzɪl.vər/ scheikundig element met symbool Ag en atoomnummer 47. Het is een zilverkleurig overgangsmetaal.
1274 medaille Zelfstandig naamwoord /ˌmeːˈdɑl.jə/ metalen schijf, in het bijzonder als onderscheidingsteken na bepaalde prestaties, zoals bij sporters en militairen.
1275 stoute Bijvoeglijk naamwoord verbogen vorm van de stellende trap van stout.
1276 weetje Zelfstandig naamwoord /ˈʋeːt.jə/ verkleinwoord enkelvoud van het zelfstandig naamwoord wee.
1277 letters Zelfstandig naamwoord meervoud van het zelfstandig naamwoord letter.
1278 pappie Zelfstandig naamwoord /ˈpɑ.pi/ daddy, dad.
1279 doodstraf Zelfstandig naamwoord /ˈdoːt.strɑf/ als straf gedood worden.
1280 herrie Zelfstandig naamwoord /ˈɦɛri/ veel en onaangenaam geluid.
1281 principe Zelfstandig naamwoord /ˌprɪnˈsi.pə/ in principe: alleen rekening houdend met een bepaald beginsel.
1282 leve Werkwoord /ˈlevə/ aanvoegende wijs van leven.
1283 cd Zelfstandig naamwoord, Bijvoeglijk naamwoord /seːˈdeː/ de afkorting voor compact disc, een rond en plat medium voor opslag van digitale audio en data.
1284 samenwerking Zelfstandig naamwoord /ˈsaː.mə(n)ˌʋɛr.kɪŋ/ het samenwerken van meerdere personen.
1285 microfoon Zelfstandig naamwoord /ˌmikroˈfon/ een toestel dat geluidstrillingen omzet in een elektrisch signaal.
1286 bewonder Werkwoord eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van bewonderen.
1287 pissen Werkwoord /ˈpɪ.sə(n)/ vloeibare lichamelijke afvalstoffen lozen via de urinebuis.
1288 fris Zelfstandig naamwoord, Bijvoeglijk naamwoord /frɪs/ soft drink.
1289 sperma Zelfstandig naamwoord /ˈspɛrmaː/ vloeistof met zaadcellen zoals die door mannelijke dieren wordt geproduceerd.
1290 reeks Zelfstandig naamwoord /reːks/ een opeenvolgende rij van gebeurtenissen.
1291 oneerlijk Bijvoeglijk naamwoord niet eerlijk.
1292 dergelijke Voornaamwoord, Lidwoord /ˈdɛr.ɣə.lə.kə/ masculine/feminine singular attributive.
1293 boten Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈboːtə(n)/ meervoud van het zelfstandig naamwoord boot.
1294 flash Zelfstandig naamwoord, Werkwoord een niet-vluchtige vorm van extern geheugen, afkorting van flashgeheugen.
1295 mol Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /mɔl/ bepaald soort zoogdier, Talpa europaea zwart, zoogdier met spitse snuit en voorzien van graafpoten, dat leeft in gegrave…
1296 zonsondergang Zelfstandig naamwoord /ˌzɔnsˈɔn.dər.ɣɑŋ/ het schijnbaar verdwijnen van de zon onder de horizon als de avond valt.
1297 afwachten Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈɑfʋɑxtə(n)/ (Zelfstandig naamwoord).
1298 saus Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /sɑu̯s/ een vloeibare substantie die meestal over een gerecht wordt gedaan of ernaast wordt gegeten voor extra smaak.
1299 borden Zelfstandig naamwoord /ˈbɔr.də(n)/ meervoud van het zelfstandig naamwoord bord.
1300 campus Zelfstandig naamwoord /ˈkɑm.pʏs/ universiteitsterrein met woningen voor studenten en docenten.
1301 seriemoordenaar Zelfstandig naamwoord /ˈseː.ri.moːr.dəˌnaːr/ iemand die bij regelmaat moorden pleegt.
1302 olifant Zelfstandig naamwoord /ˈoː.liˌfɑnt/ groot dikhuidig en veelhoevig zoogdier met een lange slurf uit de familie Elephantidae.
1303 grof Zelfstandig naamwoord, Bijvoeglijk naamwoord /ɣrɔf/ (Zelfstandig naamwoord).
1304 bevatten Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /bəˈvɑtə(n)/ (Zelfstandig naamwoord).
1305 geboekt Werkwoord voltooid deelwoord van boeken.
1306 verrassingen Zelfstandig naamwoord /vəˈrɑ.sɪ.ŋən/ meervoud van het zelfstandig naamwoord verrassing.
1307 munt Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /mʏnt/ een geslacht Mentha van vaste planten uit de lipbloemenfamilie (Lamiaceae). Ze hebben sterk geurende stoffen (menthol) d…
1308 blut Zelfstandig naamwoord, Bijvoeglijk naamwoord /blʏt/ (Zelfstandig naamwoord).
1309 geschokt Werkwoord, Bijvoeglijk naamwoord /ɣəˈsxɔkt/ voltooid deelwoord van schokken.
1310 agressief Zelfstandig naamwoord, Bijvoeglijk naamwoord /ˌɑ.ɣrɛˈsif/ (Zelfstandig naamwoord).
1311 vest Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /vɛst/ een mouwloos jasje, te dragen onder de jas van het kostuum.
1312 rondhangen Werkwoord op een plaats langdurig verblijven zonder iets te doen te hebben.
1313 merkte Werkwoord enkelvoud verleden tijd van merken.
1314 vrezen Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈvreː.zə(n)/ bang zijn, angst hebben.
1315 psychopaat Zelfstandig naamwoord /ˌpsi.xoːˈpaːt/ iemand die lijdt aan een persoonlijkheidsstoornis die antisociaal gedrag veroorzaakt.
1316 aanpak Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈaːmpɑk/ manier van aanpakken, manier van werken.
1317 hemd Zelfstandig naamwoord /ˈɦɛmt/ kledingstuk voor het bovenlijf, meestal gemaakt van katoen, linnen of viscose en gedragen als boven- of als onderkleding.
1318 overdosis Zelfstandig naamwoord te grote hoeveelheid.
1319 bonen Zelfstandig naamwoord meervoud van het zelfstandig naamwoord boon.
1320 geleverd Werkwoord voltooid deelwoord van leveren.
1321 belooft Werkwoord tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van beloven.
1322 schapen Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈsxaː.pə(n)/ doen ontstaan uit niets.
1323 uitgelegd Werkwoord /ˈœytxəˌlɛxt/ voltooid deelwoord van uitleggen.
1324 vrijuit Bijwoord /vrɛiˈœyt/ zonder belemmering of bestraffing.
1325 boem Zelfstandig naamwoord, Tussenwerpsel /bum/ (Zelfstandig naamwoord).
1326 saaie Bijvoeglijk naamwoord /ˈsajə/ verbogen vorm van de stellende trap van saai.
1327 geregistreerd Werkwoord, Bijvoeglijk naamwoord /ɣəˌreɣiˈstrert/ voltooid deelwoord van registreren.
1328 visie Zelfstandig naamwoord /ˈvi.zi/ de wijze waarop men zaken beoordeelt of beschouwt.
1329 eronder Bijwoord /əˈrɔn.dər/ vervangt *onder het.
1330 hare Zelfstandig naamwoord, Werkwoord, Voornaamwoord, Lidwoord /ˈɦaː.rə/ zelfstandig gebruikt bezittelijk voornaamwoord: een persoon die tot haar behoort.
1331 grappige Bijvoeglijk naamwoord /ˈɣrɑ.pə.ɣə/ verbogen vorm van de stellende trap van grappig.
1332 tegenovergestelde Zelfstandig naamwoord, Werkwoord, Bijvoeglijk naamwoord /teː.ɣənˈoː.vər.ɣəˌstɛl.də/ helemaal andersom dan het gestelde oftewel het tegendeel.
1333 pakhuis Zelfstandig naamwoord /ˈpɑkhœys/ een gebouw waar goederen worden opgeslagen.
1334 invasie Zelfstandig naamwoord /ˌɪnˈvaː.zi/ het binnendringen van een legermacht in een ander land.
1335 koste Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈkɔstə/ aanvoegende wijs van kosten.
1336 kroeg Zelfstandig naamwoord /krux/ publieke drinkgelegenheid.
1337 honkbal Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈɦɔŋk.bɑl/ balsport waarbij de bal met een knuppel geslagen wordt en de spelers langs een drietal honken trachten rond te lopen tot…
1338 opslag Zelfstandig naamwoord /ˈɔpslɑx/ bijkomende kosten die in rekening worden gebracht, bijv. na een niet of te laat betaalde premie, alimentatie e.d.
1339 puppy Zelfstandig naamwoord /ˈpʏ.pi/ pasgeboren hond, jonge hond.
1340 voordelen Zelfstandig naamwoord meervoud van het zelfstandig naamwoord voordeel.
1341 halverwege Zelfstandig naamwoord, Bijwoord, Voorzetsel /ˌhɑlvərˈweɣə/ (Zelfstandig naamwoord).
1342 tand Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /tɑnt/ harde en wittige gecalcificeerde structuur in de mond van mensen en veel dieren, hoofdzakelijk gebruikt voor het kauwen…
1343 vaag Werkwoord, Bijvoeglijk naamwoord /vaːx/ iets wat niet duidelijk is, niet scherp omlijnd.
1344 geland Werkwoord, Bijvoeglijk naamwoord /ɣəˈlɑnt/ voltooid deelwoord van landen.
1345 ontmoetten Werkwoord meervoud verleden tijd van ontmoeten.
1346 buddy Zelfstandig naamwoord /'bɵ.di/ een vrijwilliger die een hulpbehoevende eenzame of zieke medemens ondersteuning geeft.
1347 kraken Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈkraːkə(n)/ een techniek voor het vervaardigen van chemische producten uit aardolie.
1348 comfortabel Zelfstandig naamwoord, Bijvoeglijk naamwoord /ˌkɔm.fɔrˈtaː.bəl/ (Zelfstandig naamwoord).
1349 ongelijk Zelfstandig naamwoord, Bijvoeglijk naamwoord /ˌɔnɣəˈlɛik/ niet met elkaar overeenstemmend, verschillend.
1350 overhoop Bijwoord /ˌovərˈhop/ in staat van sterke onderlinge verdeeldheid en/of ruzie.
1351 geil Zelfstandig naamwoord, Werkwoord, Bijvoeglijk naamwoord /ɣɛi̯l/ vrouwelijk afscheidingsvocht.
1352 verscheen Werkwoord enkelvoud verleden tijd van verschijnen.
1353 gezag Zelfstandig naamwoord /ɣəˈzɑx/ aanzien; voldoende kennis hebben om ergens een gefundeerd oordeel over te hebben.
1354 naderen Werkwoord /ˈnaːdərə(n)/ in aantocht zijn; dichterbij komen.
1355 butler Zelfstandig naamwoord /ˈbʏt.lər/ de leider van de huisbedienden, hoofd van de huishouding, en fungeert als persoonlijke assistent.
1356 schijf Zelfstandig naamwoord /sxɛi̯f/ muziekalbum of muzieknummer, in het bijzonder een goed nummer.
1357 jonas Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈjoː.nɑs/ verouderde spelling of vorm van jonas tot 2006.
1358 jarige Zelfstandig naamwoord, Bijvoeglijk naamwoord /ˈjaːrəɣə/ iemand die een bepaalde leeftijd heeft.
1359 verbroken Werkwoord voltooid deelwoord van verbreken.
1360 shuttle Zelfstandig naamwoord /ˈʃʏ.təl/ object bestaande uit een kurk en veren dat als bal gebruikt wordt bij badminton.
1361 twijfels Zelfstandig naamwoord meervoud van het zelfstandig naamwoord twijfel.
1362 bestwil Zelfstandig naamwoord /ˈbɛstwɪl/ om ~ gerechtvaardigd door het goede doel.
1363 jood Zelfstandig naamwoord /joːt/ aanhanger van het joodse geloof, volgens de joodse traditie iemand of een man die geboren is uit een joodse moeder; verd…
1364 geloofd Werkwoord voltooid deelwoord van geloven.
1365 cash Zelfstandig naamwoord, Werkwoord, Bijvoeglijk naamwoord /kɛʃ/ contant geld.
1366 ladder Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈlɑ.dər/ houten of metalen voorwerp met treden om makkelijk op hoger gelegen plaatsen te komen.
1367 onderdelen Zelfstandig naamwoord /ˈɔndərˌdelə(n)/ meervoud van het zelfstandig naamwoord onderdeel.
1368 allergisch Zelfstandig naamwoord, Bijvoeglijk naamwoord /ˌɑˈlɛr.ɣis/ (Zelfstandig naamwoord).
1369 gemakkelijker Bijvoeglijk naamwoord onverbogen vorm van de vergrotende trap van gemakkelijk.
1370 zakelijk Bijvoeglijk naamwoord /ˈzaː.kə.lək/ zoals dat onder zakenlieden gebruikelijk is.
1371 goedkeuring Zelfstandig naamwoord /ˈɣutˌkøː.rɪŋ/ een positieve beoordeling.
1372 uitgemaakt Werkwoord voltooid deelwoord van uitmaken.
1373 beschuldigingen Zelfstandig naamwoord meervoud van het zelfstandig naamwoord beschuldiging.
1374 trip Zelfstandig naamwoord, Werkwoord, Tussenwerpsel /trɪp/ plankjes die men bij de turfwinning onder de voeten bond om niet in de natte bodem weg te zakken.
1375 hetgeen Zelfstandig naamwoord, Voornaamwoord (Zelfstandig naamwoord).
1376 verontschuldig Werkwoord eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van verontschuldigen.
1377 sloten Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈsloː.tə(n)/ meervoud van het zelfstandig naamwoord sloot.
1378 blote Werkwoord, Bijvoeglijk naamwoord verbogen vorm van de stellende trap van bloot.
1379 bloot Zelfstandig naamwoord, Werkwoord, Bijvoeglijk naamwoord, Bijwoord /bloːt/ nakedness, especially as art subject or in porn.
1380 uitkijken Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈœy̯tˌkɛi̯.kə(n)/ meervoud van het zelfstandig naamwoord uitkijk.
1381 anonieme Bijvoeglijk naamwoord verbogen vorm van de stellende trap van anoniem.
1382 losse Zelfstandig naamwoord, Werkwoord, Bijvoeglijk naamwoord /ˈlɔ.sə/ chain stitch.
1383 verbannen Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /vərˈbɑ.nə(n)/ (Zelfstandig naamwoord).
1384 aangepast Zelfstandig naamwoord, Werkwoord, Bijvoeglijk naamwoord /ˈaːŋɣəˌpɑst/ (Zelfstandig naamwoord).
1385 wrak Zelfstandig naamwoord, Werkwoord, Bijvoeglijk naamwoord /vrɑk/ brik. vaar-, voer- of vliegtuig in (zeer) slechte staat, vaak schertsend; wat een wrak.
1386 raakten Werkwoord meervoud verleden tijd van raken.
1387 potje Zelfstandig naamwoord /ˈpɔcə/ alleen verkleinwoord afgerond spel, onderdeel van de beoefening van een spel met een uitslag die niet meer verandert.
1388 beren Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈberə(n)/ een familie Ursidae van roofdieren (Carnivora). Beren maken deel uit van de Caniformia, waartoe onder andere ook de hond…
1389 poesje Zelfstandig naamwoord /ˈpuʃə/ verkleinwoord enkelvoud van het zelfstandig naamwoord poes.
1390 bewegingen Zelfstandig naamwoord meervoud van het zelfstandig naamwoord beweging.
1391 diverse Bijvoeglijk naamwoord, Voornaamwoord verbogen vorm van de stellende trap van divers.
1392 voorwerp Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈvoːrˌʋɛrp/ meewerkend ~, zinsdeel dat indirect aan de handeling deelneemt → meewerkend voorwerp.
1393 bezittingen Zelfstandig naamwoord meervoud van het zelfstandig naamwoord bezitting.
1394 klassieke Bijvoeglijk naamwoord verbogen vorm van de stellende trap van klassiek.
1395 omheen Zelfstandig naamwoord, Bijwoord, Voorzetsel /ɔmˈhen/ om, rond, rondom, aan alle kanten, langs alle kanten.
1396 ontdekking Zelfstandig naamwoord /ɔnˈdɛkɪŋ/ het vinden van iets dat nog niet bekend was.
1397 document Zelfstandig naamwoord /ˌdoː.kyˈmɛnt/ een geschrift met belangrijke gegevens, of waaraan een zekere literaire betekenis wordt toegekend.
1398 verschijnt Werkwoord tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van verschijnen.
1399 yep Bijwoord, Tussenwerpsel /jɛp/ ja, nadrukkelijk bevestigend antwoord.
1400 klem Zelfstandig naamwoord, Werkwoord, Bijvoeglijk naamwoord /klɛm/ een werktuig waarin iets door samendrukken bijeengehouden of vastgezet kan worden.
1401 zombie Zelfstandig naamwoord /ˈzɔm.bi/ door magie uit de dood teruggebracht persoon.
1402 oordelen Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈordelə(n)/ een oordeel uitspreken, een vaste uitspraak doen.
1403 zweren Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈzʋeːrə(n)/ geïnfecteerd raken, etteren.
1404 criminele Bijvoeglijk naamwoord verbogen vorm van de stellende trap van crimineel.
1405 ingetrokken Werkwoord voltooid deelwoord van intrekken.
1406 opera Zelfstandig naamwoord /ˈoː.pəˌraː/ een in hoofdzaak gezongen en orkestraal begeleid muziekdrama, gewoonlijk van ernstige aard.
1407 rugzak Zelfstandig naamwoord /ˈrʏx.sɑk/ een tas die op de rug gedragen wordt met behulp van draagriemen.
1408 alfa Zelfstandig naamwoord /ˈɑl.faː/ aanduiding of markering van de eerste in een volgorde.
1409 tests Zelfstandig naamwoord meervoud van het zelfstandig naamwoord test.
1410 bukken Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈbʏkə(n)/ (Zelfstandig naamwoord).
1411 jongere Zelfstandig naamwoord, Bijvoeglijk naamwoord een persoon van jeugdige leeftijd.
1412 parfum Zelfstandig naamwoord /pɑrˈfʏm/ plantaardig of chemisch verkregen mengsel van opgeloste geurstoffen, bedoeld om een aangename geur te creëren.
1413 begeleiden Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /bəɣəˈlɛi̯də(n)/ (Zelfstandig naamwoord).
1414 dj Zelfstandig naamwoord, Werkwoord verzorger van muziek op de radio, in een discotheek of op een danceparty.
1415 plaatje Zelfstandig naamwoord /ˈplacə/ alleen verkleinwoord tandprothese bestaande uit een of twee kunsttanden.
1416 party Zelfstandig naamwoord, Werkwoord party; a social gathering for celebration or fun, often in a nightlife setting.
1417 verdwijning Zelfstandig naamwoord /vərˈdʋɛi̯.nɪŋ/ het verdwijnen.
1418 weefsel Zelfstandig naamwoord /ˈʋeːf.səl/ een groep van gelijkaardige lichaamscellen die dezelfde functie in een levend organisme vervullen.
1419 keert Werkwoord tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van keren.
1420 absurd Zelfstandig naamwoord, Bijvoeglijk naamwoord /ɑpˈsʏrt/ Contrary to reason or propriety; obviously and flatly opposed to manifest truth; inconsistent with the plain dictates of…
1421 ultieme Bijvoeglijk naamwoord verbogen vorm van de stellende trap van ultiem.
1422 v Zelfstandig naamwoord /veː/ hoofdletter van de v, de tweeëntwintigste letter van het alfabet.
1423 verbinden Werkwoord /vərˈbɪn.də(n)/ met iets of iemand contact maken via de telefoonlijn.
1424 mmm Tussenwerpsel /mː/ een teken dat men iets lekker vindt.
1425 ingezet Werkwoord, Bijvoeglijk naamwoord /ˈɪŋɣəˌzɛt/ naderhand als onderdeel van textiel aan een kledingstuk toegevoegd.
1426 nabij Zelfstandig naamwoord, Bijvoeglijk naamwoord, Bijwoord, Voorzetsel /ˈnaː.bɛi̯/ (Zelfstandig naamwoord).
1427 toegewezen Werkwoord voltooid deelwoord van toewijzen.
1428 zake Zelfstandig naamwoord /ˈzaː.kə/ datief vrouwelijk van zaak.
1429 dozijn Zelfstandig naamwoord /doːˈzɛi̯n/ een set van twaalf.
1430 parkeren Werkwoord /ˌpɑrˈkeː.rə(n)/ tijdelijk ergens plaatsen en laten staan.
1431 tegemoet Bijwoord /təɣəˈmut/ tot een ontmoeting komen.
1432 koffers Zelfstandig naamwoord meervoud van het zelfstandig naamwoord koffer.
1433 bewoners Zelfstandig naamwoord /bəˈwonərs/ meervoud van het zelfstandig naamwoord bewoner.
1434 intelligentie Zelfstandig naamwoord /ˌɪntɛliˈɣɛnt/ een eigenschap van de werking van de hersenen van mensen met veel verschillende functies, of de simulatie daarvan in een…
1435 hierdoor Zelfstandig naamwoord, Bijwoord /ˈhirdor/ (Zelfstandig naamwoord).
1436 M. Zelfstandig naamwoord, Uitdrukking abbreviation of mark.
1437 kleden Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈkleːdə(n)/ zich ~: met weefsel bedekken, van kleding voorzien.
1438 heftig Zelfstandig naamwoord, Bijvoeglijk naamwoord, Bijwoord /ˈɦɛftəx/ (Zelfstandig naamwoord).
1439 gil Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ɣɪl/ een harde schelle ongearticuleerde uitroep.
1440 rapporten Zelfstandig naamwoord meervoud van het zelfstandig naamwoord rapport.
1441 rozen Zelfstandig naamwoord /roːzə(n)/ een geslacht Rosa bloemplanten die tot de rozenfamilie (Rosaceae) behoren. Het geslacht telt in het wild ongeveer 300 so…
1442 gastheer Zelfstandig naamwoord /ˈɣɑst.ɦeːr/ organisatie die iets organiseert voor meerdere mensen of groepen mensen.
1443 ontvoeren Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ɔntˈfu.rə(n)/ (Zelfstandig naamwoord).
1444 verondersteld Werkwoord voltooid deelwoord van veronderstellen.
1445 feestjes Zelfstandig naamwoord verkleinwoord meervoud van het zelfstandig naamwoord feest.
1446 geactiveerd Werkwoord voltooid deelwoord van activeren.
1447 hoopt Werkwoord /hopt/ tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van hopen.
1448 erfenis Zelfstandig naamwoord /ˈɛr.fəˌnɪs/ datgene waarmee men uit de voorgeschiedenis of gebeurtenis geconfronteerd wordt, of wat een persoon, bedrijf of organisa…
1449 bovenste Bijvoeglijk naamwoord /ˈbovə(n)stə/ verbogen vorm van de overtreffende trap van boven.
1450 rechercheurs Zelfstandig naamwoord meervoud van het zelfstandig naamwoord rechercheur.
1451 plank Zelfstandig naamwoord /plɑŋk/ een plank om iets op te zetten -> schap.
1452 dun Zelfstandig naamwoord, Werkwoord, Bijvoeglijk naamwoord /dʏn/ a hamlet in Hilvarenbeek, North Brabant, Netherlands.
1453 anderhalf Zelfstandig naamwoord, Bijvoeglijk naamwoord /ˌɑn.dərˈɦɑlf/ (Zelfstandig naamwoord).
1454 boete Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈbu.tə/ een (zelfopgelegde) straf die volgt op een moreel verwerpelijke daad.
1455 assistente Zelfstandig naamwoord /ˌɑ.siˈstɛn.tə/ vrouwelijk persoon die ondersteunend werk doet.
1456 vernietig Werkwoord eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van vernietigen.
1457 opgeruimd Zelfstandig naamwoord, Werkwoord, Bijvoeglijk naamwoord /ˈɔpxəˌrœy̯mt/ (Zelfstandig naamwoord).
1458 regisseur Zelfstandig naamwoord /ˌreː.ɣiˈsøːr/ artistiek leider van toneel-, radio- of tv-opvoeringen en filmopnamen.
1459 zooi Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /zoːi̯/ kooksel; dat wat langdurig samen gekookt wordt.
1460 platen Zelfstandig naamwoord /ˈplatə(n)/ meervoud van het zelfstandig naamwoord plaat.
1461 logboek Zelfstandig naamwoord /ˈlɔx.buk/ een dagboek waarin chronologisch wordt vermeld welke feiten, waarnemingen en gebeurtenissen hebben plaatsgevonden.
1462 zestien Zelfstandig naamwoord, Bijvoeglijk naamwoord /ˈzɛs.tin/ natuurlijk getal tussen vijftien en zeventien, tien plus zes, in cijfers uitgeschreven als "16".
1463 zuiver Werkwoord, Bijvoeglijk naamwoord, Tussenwerpsel /ˈzœy̯vər/ onbezoedeld, zonder verontreiniging.
1464 executie Zelfstandig naamwoord /ˌɛk.səˈky.(t)si/ inbeslagneming en verkoop van iemands bezittingen wegens schuld, gerechtelijke verkoop, executoriale verkoop, executieve…
1465 vrouwe Zelfstandig naamwoord /ˈvrɑuwə/ een deftige (adellijke) dame.
1466 zuur Zelfstandig naamwoord, Werkwoord, Bijvoeglijk naamwoord /zyːr/ merkbaar negatief gestemd, bijv. als gevolg van een eerdere teleurstelling.
1467 geluisd Werkwoord voltooid deelwoord van luizen.
1468 forensisch Zelfstandig naamwoord, Bijvoeglijk naamwoord /ˌfoːˈrɛn.zis/ (Zelfstandig naamwoord).
1469 moordzaken Zelfstandig naamwoord meervoud van het zelfstandig naamwoord moordzaak.
1470 j Zelfstandig naamwoord /jeː/ symbool voor het imaginaire deel van een complex getal, de imaginaire eenheid.
1471 kuste Werkwoord enkelvoud verleden tijd van kussen.
1472 piloten Zelfstandig naamwoord meervoud van het zelfstandig naamwoord piloot.
1473 kippen Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈkɪpə(n)/ meervoud van het zelfstandig naamwoord kip.
1474 bon Zelfstandig naamwoord /bɔn/ stukje papier waardoor je kunt bewijzen dat je iets betaald hebt.
1475 slepen Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈsleː.pə(n)/ trekkend over de grond of het wateroppervlak verplaatsen.
1476 stijgen Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈstɛi̯ɣə(n)/ naar boven gaan, toenemen.
1477 krijger Zelfstandig naamwoord /ˈkrɛi̯.ɣər/ iemand die zich toelegt op het voeren van oorlog, met name tussen stammen.
1478 freak Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /frik/ een fanatiekeling.
1479 gejat Werkwoord /ɣəˈjɑt/ voltooid deelwoord van jatten.
1480 leefden Werkwoord /ˈlefdə(n)/ meervoud verleden tijd van leven.
1481 magazijn Zelfstandig naamwoord /ˌmaː.ɣaːˈzɛi̯n/ ruimte in een vuurwapen om meerdere patronen tegelijkertijd in op te bergen.
1482 buit Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /bœy̯t/ goederen gewonnen door diefstal of verovering.
1483 onschuld Zelfstandig naamwoord /ˈɔnsxɵlt/ de staat waarin iemand geen kwaad gedaan heeft.
1484 omgaat Werkwoord tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van omgaan.
1485 buitengewoon Zelfstandig naamwoord, Bijvoeglijk naamwoord, Bijwoord /ˌbœy̯.tə(n).ɣəˈʋoːn/ (Zelfstandig naamwoord).
1486 goddank Tussenwerpsel /ɣɔˈdɑŋk/ uitroep van geluk.
1487 uitgeven Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈœy̯tˌɣeːvə(n)/ (Zelfstandig naamwoord).
1488 andersom Zelfstandig naamwoord, Bijwoord /ˌɑn.dərsˈɔm/ (Zelfstandig naamwoord).
1489 bedrog Zelfstandig naamwoord /bəˈdrɔx/ het met kwade opzet misleiden van iemand.
1490 sociaal Bijvoeglijk naamwoord /soːˈʃaːl/ gevoel hebbend voor de nood van de medeleden van de samenleving.
1491 pijpen Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈpɛi̯.pə(n)/ een melodie spelen op de speelpijp van, met name, een rietinstrument zoals de doedelzak.
1492 haaien Zelfstandig naamwoord /ˈhajə(n)/ een superorde Selachimorpha van grote, lenige kraakbeenvissen. De oudste bekende fossielen van haaien dateren van meer d…
1493 glorie Zelfstandig naamwoord /ˈɣlori/ oplichtende ring om een schaduw die door zonlicht op een wolk of nevel wordt gemaakt.
1494 ouderwets Bijvoeglijk naamwoord niet langer gebruikt of in de mode.
1495 bezitten Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /bəˈzɪtə(n)/ (Zelfstandig naamwoord).
1496 deelt Werkwoord tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van delen.
1497 breuk Zelfstandig naamwoord /brøːk/ de uitkomst (quotiënt) van een deling van twee of meer gehele getallen.
1498 alsjeblief Bijwoord /ˌɑlʃəˈblif/ als beleefde aandrang bij een verzoek of versterking bij een bevel.
1499 huiszoekingsbevel Zelfstandig naamwoord /ˈɦœy̯.su.kɪŋs.bəˌvɛl/ een machtiging, uitgegeven door justitie, voor het binnentreden van de woning.
1500 kenteken Zelfstandig naamwoord, Werkwoord een identificatienummer van een gemotoriseerd voertuig.
1501 marinier Zelfstandig naamwoord /ˌmaː.riˈniːr/ lid van een militaire eenheid, vaak onderdeel van de marine, bestaande uit goed getrainde, gespecialiseerde infanteriste…
1502 onderzoekt Werkwoord /ˌɔndərˈzukt/ tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van onderzoeken.
1503 merkt Werkwoord tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van merken.
1504 schreeuwt Werkwoord tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van schreeuwen.
1505 meemaken Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈmeːˌmaː.kə(n)/ (Zelfstandig naamwoord).
1506 aandeel Zelfstandig naamwoord /ˈaːn.deːl/ persoonlijk aandeel in gemeenschappelijke handelingen of in gemeenschappelijk bezit.
1507 weiger Werkwoord eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van weigeren.
1508 kabel Zelfstandig naamwoord /ˈkaː.bəl/ is een samenstel van twee of meer geïsoleerde elektrische leidingen, met een gezamenlijke mantel.
1509 scoren Werkwoord /ˈskoː.rə(n)/ een doelpunt maken (met name tijdens een voetbalwedstrijd).
1510 beïnvloeden Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /bəˈɪnvludə(n)/ (Zelfstandig naamwoord).
1511 overtreding Zelfstandig naamwoord /ˌovərˈtredɪŋ/ een politiestraf uitgesproken door de Politierechtbank (Belgisch recht).
1512 bescheiden Zelfstandig naamwoord, Werkwoord, Bijvoeglijk naamwoord /bəˈsxɛi̯də(n)/ meervoud van het zelfstandig naamwoord bescheid.
1513 financiën Zelfstandig naamwoord /fiˈnɑn.si.jə(n)/ geldmiddelen van een persoon of instelling.
1514 synchronisatie Zelfstandig naamwoord /ˌsɪn.xroː.niˈzaː.(t)si/ het aanbrengen van correlatie naar tijd.
1515 gold Werkwoord /ɣɔlt/ enkelvoud verleden tijd van gelden.
1516 vluchtte Werkwoord enkelvoud verleden tijd van vluchten.
1517 koppen Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈkɔpə(n)/ een bal een stotende beweging met het hoofd geven.
1518 krachtige Bijvoeglijk naamwoord verbogen vorm van de stellende trap van krachtig.
1519 groeide Werkwoord enkelvoud verleden tijd van groeien.
1520 artiest Zelfstandig naamwoord /ɑrˈtist/ iemand die zijn creatieve talenten gebruikt om kunst te maken, uitvoerend kunstenaar.
1521 vernietiging Zelfstandig naamwoord /vərˈni.tə.ɣɪŋ/ een einde maken aan het bestaan van iets.
1522 wagens Zelfstandig naamwoord meervoud van het zelfstandig naamwoord wagen.
1523 voorlezen Werkwoord /ˈvoːrˌleː.zə(n)/ hardop een tekst lezen ten aanhoren van anderen.
1524 aanklachten Zelfstandig naamwoord /ˈaɲklɑxtə(n)/ meervoud van het zelfstandig naamwoord aanklacht.
1525 jongste Bijvoeglijk naamwoord verbogen vorm van de overtreffende trap van jong.
1526 bizar Zelfstandig naamwoord, Bijvoeglijk naamwoord /biˈzɑr/ (Zelfstandig naamwoord).
1527 gelijke Zelfstandig naamwoord, Werkwoord, Bijvoeglijk naamwoord /ɣəˈlɛi̯.kə/ iets of iemand de gelijk is aan iets anders.
1528 brandweer Zelfstandig naamwoord /ˈbrɑnt.ʋeːr/ instantie die zich bezighoudt met het voorkomen en bestrijden van branden en het redden van mensen of dieren.
1529 vochten Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈvɔxtə(n)/ meervoud verleden tijd van vechten.
1530 tijdperk Zelfstandig naamwoord /ˈtɛi̯t.pɛrk/ een begrensde en als eenheid beschouwde tijd.
1531 divisie Zelfstandig naamwoord /ˌdiˈvi.zi/ legereenheid van 15.000 man, verdeeld in een aantal brigades.
1532 overhalen Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈoːvərɦaːlə(n)/ meervoud van het zelfstandig naamwoord overhaal.
1533 drukke Werkwoord, Bijvoeglijk naamwoord verbogen vorm van de stellende trap van druk.
1534 ingenomen Werkwoord voltooid deelwoord van innemen.
1535 meenam Werkwoord enkelvoud verleden tijd van meenemen.
1536 zuid Zelfstandig naamwoord, Bijwoord /zœy̯t/ A resort in Suriname.
1537 steel Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /steːl/ deel van een plant waarmee een bloem of vrucht aan de stengel vastzit, bladsteel.
1538 besturen Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /bəˈstyrə(n)/ meervoud van het zelfstandig naamwoord bestuur.
1539 rolstoel Zelfstandig naamwoord /ˈrɔl.stul/ vervoermiddel voor mensen die slecht ter been zijn.
1540 geliefden Zelfstandig naamwoord, Werkwoord meervoud verleden tijd van gelieven.
1541 zoet Zelfstandig naamwoord, Werkwoord, Bijvoeglijk naamwoord /zut/ snoepgoed, voornamelijk zuigbaar.
1542 vliegende Werkwoord, Bijvoeglijk naamwoord /ˈvli.ɣən.də/ verbogen vorm van vliegend, het onvoltooid deelwoord van vliegen.
1543 uitgegeven Werkwoord voltooid deelwoord van uitgeven.
1544 sessie Zelfstandig naamwoord /ˈsɛsi/ bijeenkomst van een groep communicerende mensen en/of computers.
1545 spuit Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /spœy̯t/ nauwe buis bedoeld om onder druk een vloeistof eruit naar buiten te laten schieten.
1546 ruimteschip Zelfstandig naamwoord vaartuig geschikt om zich buiten de aardse atmosfeer te begeven.
1547 zonsopgang Zelfstandig naamwoord /ˌzɔnsˈɔp.xɑŋ/ het verschijnen van de zon boven de horizon bij het begin van de dag.
1548 rijkdom Zelfstandig naamwoord /ˈrɛi̯k.dɔm/ gewoonlijk meervoud de bezittingen die iemand rijk maken.
1549 overtreden Werkwoord /ˌoː.vərˈtreː.də(n)/ bepaalde denkbeeldige of daadwerkelijke lijnen te buiten gaan.
1550 complex Zelfstandig naamwoord, Bijvoeglijk naamwoord /kɔmˈplɛks/ een door een affect bijeengehouden groep van voorstellingen b.v. oedipuscomplex.
1551 gevlogen Werkwoord /ɣəˈvloɣə(n)/ voltooid deelwoord van vliegen.
1552 conditie Zelfstandig naamwoord /ˌkɔnˈdi.(t)si/ toestand van je lichaam condition (kɔ~disjɔ~) vrouwelijk door een gezond leven in goede conditie zijn être en bonne cond…
1553 samenleving Zelfstandig naamwoord /ˈsaː.mə(n)ˌleː.vɪŋ/ een bevolking die een sociaal geheel vormt.
1554 verzekerd Werkwoord, Bijvoeglijk naamwoord /vərˈzekərt/ voltooid deelwoord van verzekeren.
1555 herkend Werkwoord voltooid deelwoord van herkennen.
1556 steunt Werkwoord tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van steunen.
1557 khan Zelfstandig naamwoord /kaːn/ verouderde spelling of vorm van kan in de betekenis "Mongoolse of Turkse krijgsheer of vorst" tot 1955.
1558 resten Zelfstandig naamwoord, Werkwoord stoffelijke resten: (delen van) het lichaam van een overledene.
1559 veroordelen Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /vərˈordelə(n)/ (Zelfstandig naamwoord).
1560 betrouwbaar Zelfstandig naamwoord, Bijvoeglijk naamwoord /bəˈtrɑu̯ˌbaːr/ (Zelfstandig naamwoord).
1561 vlam Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /vlɑm/ iemand waar men verliefd op is.
1562 werknemer Zelfstandig naamwoord /ˈʋɛrkˌneː.mər/ iemand die voor een ander werkt en daarvoor betaald wordt.
1563 chinezen Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ʃiˈneː.zə(n)/ meervoud van het zelfstandig naamwoord chinees.
1564 tweemaal Zelfstandig naamwoord, Bijwoord /ˈtʋeːmaːl/ (Zelfstandig naamwoord).
1565 rang Zelfstandig naamwoord /rɑŋ/ hoogte van je functie in een organisatie rang leger grade mannelijk iemand bevorderen tot de rang van kolonel promouvoir…
1566 mille Zelfstandig naamwoord /mil/ duizend (gulden).
1567 tekening Zelfstandig naamwoord /ˈteː.kə.nɪŋ/ een wijze waarop iets van figuren is voorzien of zich in figuren vertoont.
1568 idiote Bijvoeglijk naamwoord verbogen vorm van de stellende trap van idioot.
1569 zelfverdediging Zelfstandig naamwoord /ˈzɛlf.vərˌdeː.də.ɣɪŋ/ verdediging van zichzelf.
1570 losgeld Zelfstandig naamwoord geld dat men moet betalen voor het vrijgeven van een computersysteem na een hack met gijzelsoftware.
1571 vervoer Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /vərˈvur/ overbrenging van zaken van één plaats naar de andere.
1572 aas Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /aːs/ speelkaart die met A aangeduid wordt; vaak hoogste in het spel, hoewel ze eigenlijk de getalswaarde 1 heeft.
1573 moois Bijvoeglijk naamwoord partitief van de stellende trap van mooi.
1574 bijnaam Zelfstandig naamwoord /ˈbɛi̯.naːm/ breed bekende, niet-officiële naam van een persoon, een groep van personen of een zaak.
1575 binnenkwam Werkwoord enkelvoud verleden tijd van binnenkomen.
1576 uiterst Zelfstandig naamwoord, Bijvoeglijk naamwoord, Bijwoord /ˈœy̯.tərst/ (Zelfstandig naamwoord).
1577 verzamel Werkwoord eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van verzamelen.
1578 persoonlijkheid Zelfstandig naamwoord /pɛrˈsoːn.lək.ɦɛi̯t/ het geheel van kenmerken en gedragingen dat iemand uniek maakt.
1579 ritueel Zelfstandig naamwoord, Bijvoeglijk naamwoord /ˌrityˈwel/ een geheel van vooraf vaststaande en gebruikelijke handelingen.
1580 nadert Werkwoord tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van naderen.
1581 salade Zelfstandig naamwoord /saːˈlaːdə/ een gerecht met koude groente en eventueel een dressing.
1582 verkeerds Bijvoeglijk naamwoord partitief van de stellende trap van verkeerd.
1583 ringen Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈrɪŋə(n)/ meervoud van het zelfstandig naamwoord ring.
1584 obsessie Zelfstandig naamwoord dwangvoorstelling.
1585 stank Zelfstandig naamwoord /stɑŋk/ een sterke, stinkende geur.
1586 vermoedelijk Bijvoeglijk naamwoord, Bijwoord /vərˈmu.də.lək/ naar men denkt, maar niet zeker weet.
1587 zinken Zelfstandig naamwoord, Werkwoord, Bijvoeglijk naamwoord /ˈzɪŋkə(n)/ in een vloeistof, meestal water, traag naar beneden zakken.
1588 bestrijden Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /bəˈstrɛi̯də(n)/ (Zelfstandig naamwoord).
1589 inzicht Zelfstandig naamwoord /ˈɪn.zɪxt/ het doorhebben hoe iets in elkaar zit.
1590 gids Zelfstandig naamwoord /ɣɪts/ persoon die een groep begeleidt en uitleg geeft.
1591 zong Werkwoord enkelvoud verleden tijd van zingen.
1592 delta Zelfstandig naamwoord /ˈdɛl.taː/ vierde letter van het Griekse alfabet en wiskundige operator.
1593 Menen Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈmeː.nə(n)/ denken, een mening toegedaan zijn.
1594 badge Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /bɛtʃ/ op te spelden plaatje met tekst of afbeelding, vaak bedoeld om een opvatting of lidmaatschap van een groep zichtbaar te…
1595 single Zelfstandig naamwoord, Bijvoeglijk naamwoord /ˈsɪŋ.əl/ grammofoonplaat met één nummer per zijde (bij uitbreiding gebruikt voor: muziekdrager met minder dan 4 nummers).
1596 hoede Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈɦu.də/ bewaking, bescherming, bewaring, zorg.
1597 bezeten Zelfstandig naamwoord, Werkwoord, Bijvoeglijk naamwoord /bəˈzeːtə(n)/ (Zelfstandig naamwoord).
1598 tragisch Bijvoeglijk naamwoord /ˈtraːɣis/ tot treurnis stemmend.
1599 opnames Zelfstandig naamwoord meervoud van het zelfstandig naamwoord opname.
1600 gemiddelde Zelfstandig naamwoord, Werkwoord, Bijvoeglijk naamwoord /ɣəˈmɪ.dəl.də/ getal dat je krijgt als je de totale waarde deelt door het aantal getallen moyenne vrouwelijk Op de 5 werkdagen van deze…
1601 eend Zelfstandig naamwoord /eːnt/ benaming voor veel watervogels uit de familie Anatidae.
1602 uitdrukking Zelfstandig naamwoord /ˈœy̯(t)ˌdrʏkɪŋ/ het geheel van menselijke expressie van de innerlijke beleving (o.a. gelaatsuitdrukking, intonatie van het stemgeluid e…
1603 anoniem Zelfstandig naamwoord, Bijvoeglijk naamwoord /ˌaː.noːˈnim/ (Zelfstandig naamwoord).
1604 martelen Werkwoord /ˈmɑr.tə.lə(n)/ een gevangene onderwerpen aan lichamelijke en/of geestelijke pijniging, voornamelijk teneinde informatie los te krijgen.
1605 re Zelfstandig naamwoord /reː/ een bepaalde muzieknoot tussen de do en mi.
1606 kane Zelfstandig naamwoord, Werkwoord aanvoegende wijs van kanen.
1607 vastgehouden Werkwoord voltooid deelwoord van vasthouden.
1608 leken Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈleː.kə(n)/ meervoud van het zelfstandig naamwoord leek.
1609 gebonden Zelfstandig naamwoord, Werkwoord, Bijvoeglijk naamwoord /ɣəˈbɔn.də(n)/ (Zelfstandig naamwoord).
1610 site Zelfstandig naamwoord /sɑi̯t/ terrein van een bedrijf of voor bepaalde activiteiten Deze betekenis overlapt grotendeels met de Engels uitgesproken var…
1611 stijgt Werkwoord tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van stijgen.
1612 verrassend Werkwoord, Bijvoeglijk naamwoord, Bijwoord /vəˈrɑsənt/ iets onverwachts veroorzakend vooral in de leuke zin van het woord.
1613 afdruk Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈɑvdrʏk/ resultaat van het afdrukken op papier of ander materiaal.
1614 ziezo Tussenwerpsel uitroep van opluchting.
1615 verschillen Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /vər.ˈsxɪ.lə(n)/ in bepaalde opzichten niet hetzelfde zijn.
1616 huurde Werkwoord enkelvoud verleden tijd van huren.
1617 dog Zelfstandig naamwoord /dɔx/ grote kortharige hond met brede kop.
1618 signalen Zelfstandig naamwoord meervoud van het zelfstandig naamwoord signaal.
1619 bladeren Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈblaːdərə(n)/ een van de vier Duitse kleuren in het kaartspel.
1620 bedreigde Werkwoord verbogen vorm van bedreigd, voltooid deelwoord van bedreigen.
1621 droge Zelfstandig naamwoord, Werkwoord, Bijvoeglijk naamwoord /ˈdroː.ɣə/ verbogen vorm van de stellende trap van droog.
1622 stoot Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /stoːt/ een kracht van korte duur die tegen iets of iemand aan wordt uitgeoefend.
1623 diamant Zelfstandig naamwoord /ˌdi.aːˈmɑnt/ uiterst hard, doorzichtig mineraal met kubische symmetrie dat uit koolstof bestaat.
1624 conclusie Zelfstandig naamwoord /kɔŋˈklyzi/ verklaring geschreven door een advocaat waarin een partij in een rechtszaak zijn eisen en middelen uiteenzet.
1625 verbeelding Zelfstandig naamwoord /vərˈbeːl.dɪŋ/ zich iets visueel voorstellen, ergens in het hoofd een beeld van maken.
1626 sneed Werkwoord enkelvoud verleden tijd van snijden.
1627 druppel Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈdrʏ.pəl/ een kleine hoeveelheid vloeistof die niet in contact is met een andere vloeistof.
1628 armband Zelfstandig naamwoord /ˈɑrm.bɑnt/ sieraad of merkteken dat om de pols of arm gedragen wordt.
1629 ham Zelfstandig naamwoord /ɦɑm/ vlees van de achterkant van een varken, gebruikt als onderdeel van gerechten of als broodbeleg.
1630 proficiat Tussenwerpsel /proˈfisiˌjɑt/ gezegd om iemand geluk te wensen.
1631 beland Werkwoord eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van belanden.
1632 scenario Zelfstandig naamwoord /səˈnaː.ri.oː/ een kort uitgewerkt schema voor de handeling van een dramatisch werk, zoals een toneelstuk, opera of film.
1633 schatten Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈsxɑ.tə(n)/ : vanuit een beperkte steekproef een getalswaarde bepalen die een parameter van de verdeling ervan zo goed mogelijk bena…
1634 schrok Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /sxrɔk/ eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van schrokken.
1635 ironisch Zelfstandig naamwoord, Bijvoeglijk naamwoord, Bijwoord /iˈroːnis/ (Zelfstandig naamwoord).
1636 fooi Zelfstandig naamwoord /foːj/ extra geld dat je iemand geeft om hem te bedanken voor zijn diensten pourboire mannelijk de taxichauffeur een fooi geven…
1637 afgezet Werkwoord /ˈɑfxəˌzɛt/ voltooid deelwoord van afzetten.
1638 verdrinken Werkwoord /vərˈdrɪŋ.kə(n)/ een negatieve emotie door het drinken van alcohol doen verdwijnen.
1639 bestelling Zelfstandig naamwoord /bəˈstɛ.lɪŋ/ een verzoek of opdracht om diensten of goederen te leveren (en te bezorgen).
1640 vuilnis Zelfstandig naamwoord /ˈvœy̯l.nɪs/ materiaal dat weggeworpen wordt.
1641 betaling Zelfstandig naamwoord /bəˈtaː.lɪŋ/ de keer dat je betaalt paiement (pemɑ~) mannelijk betaling in termijnen paiement échelonné.
1642 gevoelige Bijvoeglijk naamwoord /ɣəˈvu.lə.ɣə/ verbogen vorm van de stellende trap van gevoelig.
1643 voormalig Bijvoeglijk naamwoord /vorˈmaləχ/ niet langer; in het verleden geweest.
1644 brutaal Zelfstandig naamwoord, Bijvoeglijk naamwoord /bryˈtaːl/ (Zelfstandig naamwoord).
1645 identificatie Zelfstandig naamwoord vaststelling identiteit.
1646 verdronken Werkwoord, Bijvoeglijk naamwoord meervoud verleden tijd van verdrinken.
1647 rechte Zelfstandig naamwoord, Werkwoord, Bijvoeglijk naamwoord verbogen vorm van de stellende trap van recht.
1648 schuldgevoel Zelfstandig naamwoord /ˈsxʏltxəˌvul/ het (onaangenaam) gevoel ergens schuldig aan te zijn.
1649 vooraf Bijwoord /voˈrɑf/ in de plaats vóór het genoemde.
1650 ontvangt Werkwoord /ɔntˈfɑŋt/ tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van ontvangen.
1651 meewerken Werkwoord /ˈmeːˌʋɛr.kə(n)/ geen weerstand bieden, gevolgzaam zijn.
1652 opgeschreven Werkwoord voltooid deelwoord van opschrijven.
1653 bloeding Zelfstandig naamwoord /ˈblu.dɪŋ/ het uitvloeien van bloed buiten de bloedsomloop of buiten het lichaam.
1654 onthullen Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˌɔntˈɦʏ.lə(n)/ (Zelfstandig naamwoord).
1655 beoordelen Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /bəˈoːrdeːlə(n)/ (Zelfstandig naamwoord).
1656 gezworen Werkwoord voltooid deelwoord van zweren.
1657 zachter Bijvoeglijk naamwoord /ˈzɑx.tər/ onverbogen vorm van de vergrotende trap van zacht.
1658 lastige Bijvoeglijk naamwoord /ˈlɑs.tə.ɣə/ verbogen vorm van de stellende trap van lastig.
1659 zoons Zelfstandig naamwoord meervoud van het zelfstandig naamwoord zoon.
1660 uitzending Zelfstandig naamwoord /ˈœytsɛndɪŋ/ het uitzenden van een programma van radio of televisie.
1661 wang Zelfstandig naamwoord /ʋɑŋ/ zijkant van het gezicht onder het oog.
1662 ziekenboeg Zelfstandig naamwoord /ˈzi.kə(n)ˌbux/ overdrachtelijk een tijdelijke opvang van zieken of geblesseerden.
1663 metalen Zelfstandig naamwoord, Bijvoeglijk naamwoord van een metaal vervaardigd.
1664 instituut Zelfstandig naamwoord /ˌɪn.stiˈtyt/ instelling [1] voor onderzoek, onderwijs, verpleging e.d.
1665 afleggen Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈɑflɛɣə(n)/ (Zelfstandig naamwoord).
1666 gedreven Zelfstandig naamwoord, Werkwoord, Bijvoeglijk naamwoord (Zelfstandig naamwoord).
1667 winkels Zelfstandig naamwoord meervoud van het zelfstandig naamwoord winkel.
1668 verschillend Werkwoord, Bijvoeglijk naamwoord /vərˈsxɪ.lənt/ meerdere en telkens andere.
1669 persen Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈpɛrsə(n)/ zich ergens met kracht doorheen of in duwen.
1670 kameraad Zelfstandig naamwoord vriend; makker; maat; (in overdrachtelijke zin): in de oorlog en nadien in het communisme ook gebruikt als aanduiding vo…
1671 mishandeling Zelfstandig naamwoord het moedwillig toebrengen van psychisch en/of fysiek letsel.
1672 vormt Werkwoord tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van vormen.
1673 doorbraak Zelfstandig naamwoord /ˈdoːr.braːk/ een cruciale ontdekking of gebeurtenis die de weg opent naar belangrijke ontwikkelingen.
1674 patrouille Zelfstandig naamwoord /ˌpaːˈtru.jə/ een groep militairen die samen op pad is.
1675 aanraakt Werkwoord /ˈanrakt/ tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van aanraken.
1676 persconferentie Zelfstandig naamwoord /ˈpɛrs.kɔn.fəˌrɛn.(t)si/ een bijeenkomst van journalisten waar een persoon of woordvoerder van en organisatie een verklaring aflegt of vragen bea…
1677 februari Zelfstandig naamwoord /ˌfeː.bryˈaː.ri/ de tweede maand van het jaar volgens de gregoriaanse kalender.
1678 klachten Zelfstandig naamwoord meervoud van het zelfstandig naamwoord klacht.
1679 rijst Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /rɛi̯st/ de meest verbouwde rijstsoort (Oryza sativa).
1680 ongepast Zelfstandig naamwoord, Bijvoeglijk naamwoord, Bijwoord (Zelfstandig naamwoord).
1681 uitrusting Zelfstandig naamwoord een gespecialiseerde sport- of werkkledingset met beschermstukken voor lichaamsdelen, zoals een helm, masker, vest of sc…
1682 danst Werkwoord tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van dansen.
1683 hap Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ɦɑp/ voedsel of iets anders dat je door het openen en sluiten van je lippen in je mond krijgt.
1684 bastaard Zelfstandig naamwoord /ˈbɑs.taːrt/ de tegenwoordig niet meer gangbare aanduiding voor een kind dat niet geboren is uit een wettig huwelijk.
1685 durfde Werkwoord enkelvoud verleden tijd van durven.
1686 koekje Zelfstandig naamwoord /ˈku.kjə/ alleen verkleinwoord klein baksel dat meestal bij de koffie of thee genuttigd wordt.
1687 wekken Werkwoord /ˈʋɛ.kə(n)/ wakker maken.
1688 tickets Zelfstandig naamwoord meervoud van het zelfstandig naamwoord ticket.
1689 regio Zelfstandig naamwoord /ˈreː.ɣi.oː/ een geografisch, taalkundig, cultureel, demografisch en/of institutioneel gebied met een bepaald karakter, al dan niet e…
1690 beker Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈbeː.kər/ sterrenbeeld zuidelijk van de dierenriem (tussen rechte klimming 10ᵘ48ᵐ en 11ᵘ54ᵐ en tussen declinatie −25° en −6°).
1691 cola Zelfstandig naamwoord /ˈkoː.laː/ een geslacht Cola dat bestaat uit meer dan honderd soorten bomen die voorkomen in tropisch en zuidelijk Afrika. Het enig…
1692 verhogen Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /vərˈhoɣə(n)/ meervoud van het zelfstandig naamwoord verhoog.
1693 budget Zelfstandig naamwoord /bʏˈdʒɛt/ hoeveelheid (geld)middelen die men voor iets kan of wil gebruiken.
1694 rustiger Bijvoeglijk naamwoord onverbogen vorm van de vergrotende trap van rustig.
1695 fraude Zelfstandig naamwoord /ˈfrɑu̯.də/ bedrog of gesjoemel door valsheid in geschrifte.
1696 specifieke Bijvoeglijk naamwoord verbogen vorm van de stellende trap van specifiek.
1697 neukt Werkwoord /nøːkt/ tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van neuken.
1698 voornamelijk Zelfstandig naamwoord, Bijwoord /vorˈnamələk/ (Zelfstandig naamwoord).
1699 uitgekozen Werkwoord voltooid deelwoord van uitkiezen.
1700 aanzien Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈaːn.zin/ hoe iets of iemand door anderen gezien wordt.
1701 ontbijten Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˌɔntˈbɛi̯.tə(n)/ meervoud van het zelfstandig naamwoord ontbijt.
1702 ober Zelfstandig naamwoord /ˈoːbər/ een bediende in een restaurant of café.
1703 kilometers Zelfstandig naamwoord meervoud van het zelfstandig naamwoord kilometer.
1704 bevestiging Zelfstandig naamwoord /bəˈvɛs.tə.ɣɪŋ/ de woorden waarmee je zegt dat iets klopt confirmation (kɔ~fiʀmasjɔ~) vrouwelijk de bevestiging van een reservering ontv…
1705 failliet Zelfstandig naamwoord, Bijvoeglijk naamwoord /faːˈjit/ bankruptcy, failure.
1706 stikken Werkwoord /ˈstɪ.kə(n)/ een stuk stof middels een aantal vrij losse steken op zijn plaats houden.
1707 buigen Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈbœy̯ɣə(n)/ (Zelfstandig naamwoord).
1708 verleiden Werkwoord /vərˈlɛi̯.də(n)/ iemand overhalen om een (seksuele) relatie aan te gaan.
1709 veroorzaakte Werkwoord verbogen vorm van veroorzaakt, voltooid deelwoord van veroorzaken.
1710 toneel Zelfstandig naamwoord /toːˈneːl/ kunstvorm die gebruik maakt van [1] om een publiek op een schouwspel te vergasten.
1711 vang Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /vɑŋ/ een remconstructie in een windmolen.
1712 kapper Zelfstandig naamwoord /ˈkɑ.pər/ Capparis spinosa een in Zuid-Europa voorkomende heester waarvan de ingelegde bloemknoppen worden gebruikt in o.m. kapper…
1713 schuif Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /sxœy̯f/ manier om een deur te vergrendelen met een plat voorwerp.
1714 object Zelfstandig naamwoord /ɔpˈjɛkt/ entiteit die behandeld wordt en waarvan het bestaan onafhankelijk wordt geacht van het subject.
1715 geit Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ɣɛi̯t/ benaming voor een grappig, eigenaardig persoon.
1716 aantekeningen Zelfstandig naamwoord /ˈantekəˌnɪŋə(n)/ meervoud van het zelfstandig naamwoord aantekening.
1717 zeldzame Bijvoeglijk naamwoord verbogen vorm van de stellende trap van zeldzaam.
1718 hals Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ɦɑls/ nauw gedeelte van het lichaam dat het hoofd met de romp verbindt.
1719 baron Zelfstandig naamwoord /baːˈrɔn/ adellijke titel, in rang tussen jonkheer en burggraaf.
1720 smeren Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈsmeːrə(n)/ de wrijving tussen bewegende delen verminderen met een olie of vet.
1721 duidelijke Bijvoeglijk naamwoord verbogen vorm van de stellende trap van duidelijk.
1722 plafond Zelfstandig naamwoord /plaːˈfɔn/ hoogste niveau, punt waarop geen verdere groei mogelijk is.
1723 gewelddadige Bijvoeglijk naamwoord verbogen vorm van de stellende trap van gewelddadig.
1724 dien Zelfstandig naamwoord, Werkwoord, Voornaamwoord, Lidwoord /din/ gerechtelijke uitspraak, vonnis.
1725 verkloot Werkwoord enkelvoud tegenwoordige tijd van verkloten.
1726 album Zelfstandig naamwoord /ˈɑl.bʏm/ een boek waarin gelijksoortige zaken zijn bijeengebracht, zoals foto's of postzegels.
1727 gillen Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈɣɪlə(n)/ meervoud van het zelfstandig naamwoord gil.
1728 dvd Zelfstandig naamwoord /deː.veːˈdeː/ de afkorting voor digital versatile disc, een rond plat medium voor opslag van digitale video en data.
1729 voorwaarts Zelfstandig naamwoord, Bijvoeglijk naamwoord, Bijwoord, Tussenwerpsel /ˈvoːrˌʋaːrts/ (Zelfstandig naamwoord).
1730 hinderlaag Zelfstandig naamwoord verdekte opstelling vanwaaruit, vooropgezet plan waarmee men iemand onverhoeds wil overvallen.
1731 drukte Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈdrʏk.tə/ het hebben van veel activiteit van verkeer, mensen.
1732 waardevolle Bijvoeglijk naamwoord verbogen vorm van de stellende trap van waardevol.
1733 zegene Werkwoord /ˈzeɣənə/ aanvoegende wijs van zegenen.
1734 zinnen Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈzɪnə(n)/ de gedachten ergens over laten gaan.
1735 weggooien Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈʋɛxˌɣoːi̯.ə(n)/ (Zelfstandig naamwoord).
1736 woonden Werkwoord meervoud verleden tijd van wonen.
1737 act Zelfstandig naamwoord /ɛkt/ op zichzelf staand onderdeel van een voorstelling voor publiek.
1738 joods Zelfstandig naamwoord, Bijvoeglijk naamwoord /jots/ (Zelfstandig naamwoord).
1739 rustige Bijvoeglijk naamwoord verbogen vorm van de stellende trap van rustig.
1740 trouwdag Zelfstandig naamwoord /ˈtrɑu̯.dɑx/ de dag waarop men in het huwelijk treedt of getreden is.
1741 bijl Zelfstandig naamwoord /bɛi̯l/ hakwerktuig met een smalle snee en een lange steel die vooral voor het kappen van bomen gebruikt en gewoonlijk met twee…
1742 verwarring Zelfstandig naamwoord /vərˈwɑrɪŋ/ een verwarde toestand.
1743 woedend Zelfstandig naamwoord, Werkwoord, Bijvoeglijk naamwoord /'ʋudənt/ (Zelfstandig naamwoord).
1744 meegaat Werkwoord /ˈmeɣat/ tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van meegaan.
1745 zoete Werkwoord, Bijvoeglijk naamwoord /ˈzutə/ aanvoegende wijs van zoeten.
1746 toekijken Werkwoord /ˈtukɛikə(n)/ naar een schouwspel of gebeurtenis kijken zonder eraan deel te nemen.
1747 connecties Zelfstandig naamwoord meervoud van het zelfstandig naamwoord connectie.
1748 toppers Zelfstandig naamwoord meervoud van het zelfstandig naamwoord topper.
1749 baantje Zelfstandig naamwoord /ˈbaːn.tjə/ verkleinwoord enkelvoud van het zelfstandig naamwoord baan.
1750 voicemail Zelfstandig naamwoord een gesproken bericht dat ingesproken wordt bij de afwezigheid van iemand.
1751 basketbal Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈbɑs.kət.bɑl/ sport gespeeld door twee teams van vijf spelers die punten scoren door een bal in de korf van de tegenstander te gooien.
1752 order Zelfstandig naamwoord /ˈɔr.dər/ verplicht uit te voeren opdracht zonder enige tegenspraak.
1753 ziekenhuizen Zelfstandig naamwoord meervoud van het zelfstandig naamwoord ziekenhuis.
1754 piraten Zelfstandig naamwoord Pirata een geslacht van spinnen uit de familie wolfspinnen (Lycosidae). De soorten worden zo genoemd, naar hun op het wa…
1755 keertje Zelfstandig naamwoord verkleinwoord enkelvoud van het zelfstandig naamwoord keer.
1756 kid Zelfstandig naamwoord /kɪt/ voortplantingstechniek waarbij zaad van een man die niet de eigen partner is kort na de eisprong door een buisje in de b…
1757 trakteer Werkwoord eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van trakteren.
1758 magisch Bijvoeglijk naamwoord /ˈmaːɣis/ met bovennatuurlijke betekenis.
1759 toevoegen Werkwoord /ˈtuˌvu.ɣə(n)/ ~ aan tot vermeerdering bijvoegen.
1760 collectie Zelfstandig naamwoord /ˌkɔˈlɛk.si/ assortiment, verzameling van goederen die in een winkel te koop is i.v.m. een bepaalde omstandigheid.
1761 den Zelfstandig naamwoord, Lidwoord /dən/ de opstaande kant van het scheepsruim, vanaf het dek van een binnenschip.
1762 storing Zelfstandig naamwoord /ˈstoːrɪŋ/ een hinderlijke onderbreking, een bepaald proces wordt onderbroken of bemoeilijkt.
1763 tjonge Tussenwerpsel /ˈtjɔŋə/ een uitdrukking van milde verbazing.
1764 romeo Zelfstandig naamwoord /ˈromejo/ jongensnaam.
1765 rondleiding Zelfstandig naamwoord /ˈrɔntlɛidɪŋ/ een route langs interessante plekken waar men uitleg krijgt.
1766 routine Zelfstandig naamwoord /ruˈti.nə/ een reeks handelingen die, vaak zonder te hoeven nadenken, kan worden verricht door een verkregen vaardigheid.
1767 oplichter Zelfstandig naamwoord /ˈɔplɪxtər/ een mannelijk persoon die oplicht.
1768 game Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ɡeːm/ spel dat op een beeldscherm wordt gespeeld.
1769 onderbreken Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˌɔn.dərˈbreː.kə(n)/ (Zelfstandig naamwoord).
1770 gebaar Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ɣəˈbaːr/ een handeling waarmee men iets wil uitdrukken.
1771 eren Zelfstandig naamwoord, Werkwoord, Bijvoeglijk naamwoord /ˈeːrə(n)/ meervoud van het zelfstandig naamwoord ere.
1772 zuigen Werkwoord /ˈzœy̯.ɣə(n)/ doorgaand treiteren, telkens opnieuw beginnen over iets met de bedoeling iemand anders kwaad te maken.
1773 zichtbaar Zelfstandig naamwoord, Bijvoeglijk naamwoord /ˈzɪxtbaːr/ (Zelfstandig naamwoord).
1774 non Zelfstandig naamwoord /nɔn/ soort vogel en soort vlinder die qua uiterlijk lijken op bovenstaand vrouwspersoon.
1775 dankje Zelfstandig naamwoord, Tussenwerpsel /ˈdɑŋk.jə/ verkleinwoord enkelvoud van het zelfstandig naamwoord dank.
1776 knippen Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈknɪpə(n)/ een bewerking waarbij een uitgekozen hoeveelheid informatie van de ene plek verwijderd wordt, meestal om haar op een and…
1777 room Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /roːm/ vette delen van melk waarvan boter gemaakt kan worden Room wordt, wanneer gezoet, gebruikt bij het vervaardigen van slag…
1778 duizelig Zelfstandig naamwoord, Bijvoeglijk naamwoord /ˈdœy̯.zə.ləx/ (Zelfstandig naamwoord).
1779 rondom Zelfstandig naamwoord, Voorzetsel /rɔntˈɔm/ (Zelfstandig naamwoord).
1780 spoken Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈspoː.kə(n)/ rondwaren, dolen als een spook.
1781 rangers Zelfstandig naamwoord meervoud van het zelfstandig naamwoord ranger.
1782 ergs Bijvoeglijk naamwoord /ˈɛrᵊxs/ partitief van de stellende trap van erg.
1783 dertien Zelfstandig naamwoord, Bijvoeglijk naamwoord /ˈdɛr.tin/ dat wat in een (rang)ordening met 13 is aangeduid.
1784 volwassene Zelfstandig naamwoord /vɔlˈʋɑsənə/ een persoon die de volwassen leeftijd heeft bereikt waarop men normaal fysiek volgroeid is en normaal en verantwoordelij…
1785 tralies Zelfstandig naamwoord meervoud van het zelfstandig naamwoord tralie.
1786 barst Zelfstandig naamwoord, Werkwoord, Bijvoeglijk naamwoord, Tussenwerpsel /bɑrst/ breuklijn in een breekbaar voorwerp.
1787 methode Zelfstandig naamwoord /meːˈtoː.də/ een werkwijze.
1788 zitting Zelfstandig naamwoord /ˈzɪ.tɪŋ/ de duur van het als model poseren voor een kunstenaar of een fotograaf.
1789 gekund Werkwoord /ɣəˈkʏnt/ voltooid deelwoord van kunnen.
1790 ingelicht Werkwoord voltooid deelwoord van inlichten.
1791 ingediend Werkwoord /ˈɪŋɣəˌdint/ voltooid deelwoord van indienen.
1792 dreigde Werkwoord enkelvoud verleden tijd van dreigen.
1793 voorsprong Zelfstandig naamwoord /ˈvoːr.sprɔŋ/ de mate waarin men verder gevorderd is dan anderen.
1794 messen Zelfstandig naamwoord /ˈmɛsə(n)/ meervoud van het zelfstandig naamwoord mes.
1795 probleempje Zelfstandig naamwoord verkleinwoord enkelvoud van het zelfstandig naamwoord probleem.
1796 afleiden Werkwoord /ˈɑflɛi̯də(n)/ de aandacht van iemand naar een ander onderwerp laten gaan.
1797 kikker Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈkɪ.kər/ benaming voor amfibieën uit de orde Anura, gewervelde dieren met vier poten zonder staart.
1798 afgaan Werkwoord /ˈɑfxaːn/ van iets vandaan gaan, verlaten, zich verwijderen, weggaan.
1799 smeekte Werkwoord enkelvoud verleden tijd van smeken.
1800 congreslid Zelfstandig naamwoord /kɔŋ'ɣrɛslɪt/ iemand die deel uitmaakt van een congres, het wetgevend lichaam van een land.
1801 naakte Zelfstandig naamwoord, Werkwoord, Bijvoeglijk naamwoord naked person.
1802 vriendelijke Bijvoeglijk naamwoord verbogen vorm van de stellende trap van vriendelijk.
1803 andermans Voornaamwoord /ˈɑn.dərˌmɑns/ genitief van een andere man, wordt gebruikt in bezittelijke zin dus: 'van iemand anders'.
1804 opgemerkt Werkwoord /ˈɔpxəˌmɛrᵊkt/ voltooid deelwoord van opmerken.
1805 ontsnapping Zelfstandig naamwoord het ontkomen aan gevangenschap.
1806 klaag Werkwoord eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van klagen.
1807 opluchting Zelfstandig naamwoord /ˈɔplʏxtɪŋ/ het gevoel bevrijd te zijn van iets dat dreigde.
1808 indienen Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈɪndinə(n)/ (Zelfstandig naamwoord).
1809 intact Zelfstandig naamwoord, Bijvoeglijk naamwoord /ɪnˈtɑkt/ kapot heel intact/-e de voorgevel intact laten, maar daarachter een nieuw gebouw neerzetten laisser la façade avant inta…
1810 cadeaus Zelfstandig naamwoord meervoud van het zelfstandig naamwoord cadeau.
1811 vrijlating Zelfstandig naamwoord /ˈvrɛi̯ˌlaː.tɪŋ/ het uit gevangenschap loslaten.
1812 auto-ongeluk Zelfstandig naamwoord verkeersongeval waarbij minstens één auto betrokken is.
1813 bol Zelfstandig naamwoord, Werkwoord, Bijvoeglijk naamwoord, Bijwoord /bɔl/ driedimensionaal lichaam, begrensd door een gebogen oppervlak waarvan alle punten even ver verwijderd zijn van het midde…
1814 republiek Zelfstandig naamwoord /ˌreːpyˈblik/ staatsvorm waarbij het staatshoofd voor een aantal jaren verkozen of benoemd wordt.
1815 close Bijvoeglijk naamwoord /kloːs/ in zeer direct contact met elkaar staand.
1816 irritant Zelfstandig naamwoord, Bijvoeglijk naamwoord /ˌi.riˈtɑnt/ Any medication designed to cause irritation.
1817 bevestigt Werkwoord /bəˈvɛstəxt/ tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van bevestigen.
1818 vervelende Werkwoord, Bijvoeglijk naamwoord verbogen vorm van de stellende trap van vervelend.
1819 d. Uitdrukking da = geef, verstrek.
1820 veertien Zelfstandig naamwoord, Bijvoeglijk naamwoord /ˈveːr.tin/ "14", het getal tussen dertien en vijftien, tien plus vier.
1821 kerkhof Zelfstandig naamwoord /ˈkɛrk.ɦɔf/ terrein waar overledenen begraven worden.
1822 generaties Zelfstandig naamwoord meervoud van het zelfstandig naamwoord generatie.
1823 relevant Bijvoeglijk naamwoord /reːləˈvɑnt/ van toepassing.
1824 suite Zelfstandig naamwoord /ˈsʋi.tə/ een groep gesteenten die chemisch, mineralogisch of anderszins bij elkaar horen, maar geen duidelijke gelaagdheid of and…
1825 vernield Werkwoord voltooid deelwoord van vernielen.
1826 sfeer Zelfstandig naamwoord /sfeːr/ gebied in, op of rond de aarde gevormd van alle plaatsen die op een vergelijkbare afstand van het middelpunt van de aard…
1827 iris Zelfstandig naamwoord /ˈiː.rɪs/ orgaan in het oog van vele organismen, waaronder de mens, dat als een diafragma werkt en de hoeveelheid tot het oog toeg…
1828 nesten Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈnɛstə(n)/ meervoud van het zelfstandig naamwoord nest.
1829 landing Zelfstandig naamwoord /ˈlɑn.dɪŋ/ is het deel van de vlucht van vliegtuigen, vogels of ruimtevaartuigen waarbij deze de grond of het water bereiken.
1830 goederen Zelfstandig naamwoord /ˈɣudərə(n)/ meervoud van het zelfstandig naamwoord goed.
1831 luizen Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈlœyzə(n)/ nog even blijven in bed blijven liggen tijdens het ontwaken.
1832 alternatief Zelfstandig naamwoord, Bijvoeglijk naamwoord /ˌɑl.tɛr.naːˈtif/ een andere mogelijkheid of methode.
1833 reist Werkwoord tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van reizen.
1834 vermaak Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /vərˈmaːk/ amusement, vermakelijke handeling.
1835 gevormd Werkwoord, Bijvoeglijk naamwoord /ɣəˈvɔrᵊmt/ voltooid deelwoord van vormen.
1836 plaag Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /plaːx/ een wijdverspreid ongemak of fysieke bedreiging veroorzaakt door een buitensporig optreden van organismen als insecten…
1837 term Zelfstandig naamwoord /tɛrm/ een woord of uitdrukking met een bepaalde betekenis.
1838 lancering Zelfstandig naamwoord het met een technische installatie in een achtbaan laten versnellen van het voertuig om het circuit af te kunnen leggen.
1839 houten Zelfstandig naamwoord, Werkwoord, Bijvoeglijk naamwoord /ˈɦɑu̯.tə(n)/ meervoud van het zelfstandig naamwoord hout.
1840 verkennen Werkwoord /vərˈkɛ.nə(n)/ een onbekend of vijandelijk gebied observeren om strategische doelen te ontdekken of informatie te verkrijgen om een alg…
1841 ehm Tussenwerpsel /əm/ uiting die tijd om na te denken invult, voorafgaand aan een reactie of voortzetting daarvan.
1842 ongedeerd Bijvoeglijk naamwoord /ˌɔŋ.ɣəˈdeːrt/ niet verwond door het gebeuren.
1843 rookt Werkwoord /rokt/ tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van roken.
1844 dutje Zelfstandig naamwoord /ˈdʏt.jə/ verkleinwoord enkelvoud van het zelfstandig naamwoord dut.
1845 religie Zelfstandig naamwoord /rəˈliɣi/ een godsdienst.
1846 taken Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈtaːkə(n)/ grijpen, nemen.
1847 verwarrend Werkwoord, Bijvoeglijk naamwoord /vərˈwɑrənt/ van iets dat het een gevoel van onzekerheid en verwarring oproept.
1848 misdaan Werkwoord voltooid deelwoord van misdoen.
1849 vul Werkwoord /vʏl/ eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van vullen.
1850 omwille Bijwoord ~ van: om het navolgende doel of belang.
1851 acteurs Zelfstandig naamwoord meervoud van het zelfstandig naamwoord acteur.
1852 moeras Zelfstandig naamwoord /muˈrɑs/ moeilijke en/of geheel onoverzichtelijke situatie waar men zichzelf doorgaans niet goed uit weet te redden.
1853 werking Zelfstandig naamwoord /ˈwɛrkɪŋ/ het werken (4) action vrouwelijk effet mannelijk een chemische stof met een langdurige werking une substance chimique av…
1854 verbazen Zelfstandig naamwoord, Werkwoord (Zelfstandig naamwoord).
1855 ontvangst Zelfstandig naamwoord /ɔntˈfɑŋst/ het ontvangen van iets.
1856 beleven Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /bəˈleːvə(n)/ (Zelfstandig naamwoord).
1857 toonde Werkwoord enkelvoud verleden tijd van tonen.
1858 ideale Bijvoeglijk naamwoord verbogen vorm van de stellende trap van ideaal.
1859 gezinnen Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ɣəˈzɪnə(n)/ meervoud van het zelfstandig naamwoord gezin.
1860 briljante Bijvoeglijk naamwoord verbogen vorm van de stellende trap van briljant.
1861 medewerking Zelfstandig naamwoord /ˈmedəˌwɛrkɪŋ/ het medewerken.
1862 cassie Zelfstandig naamwoord /ˈkɑsi/ 10 tot 15 meter hoog groeiende groenblijvende boom Cinnamomum cassia.
1863 pijl Zelfstandig naamwoord /pɛi̯l/ symbool in de vorm van een lange streep met twee korte strepen die samenkomen in één punt (zoals ↑, ↗, →, ↘, ↓ of ←), va…
1864 trouwe Werkwoord, Bijvoeglijk naamwoord aanvoegende wijs van trouwen.
1865 scheren Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈsxeː.rə(n)/ zich ~ zich ergens vandaan verwijderen, zich uit de voeten maken.
1866 schilden Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈsxɪldən/ meervoud verleden tijd van schillen.
1867 overgenomen Werkwoord voltooid deelwoord van overnemen.
1868 state Zelfstandig naamwoord een voormalige (adellijke) burcht of landhuis in de provincie Friesland.
1869 geduwd Werkwoord voltooid deelwoord van duwen.
1870 di Zelfstandig naamwoord /ˈdɪnzdɑx/ dinsdag, de tweede dag van de werkweek.
1871 opgelucht Werkwoord, Bijvoeglijk naamwoord voltooid deelwoord van opluchten.
1872 bedreigen Werkwoord /bəˈdrɛi̯ɣə(n)/ iemand bang maken.
1873 zwakte Zelfstandig naamwoord /ˈzʋɑk.tə/ zwakke plek, zwak punt.
1874 tussentijd Zelfstandig naamwoord de tijd die tussen twee momenten in zit.
1875 luchtmacht Zelfstandig naamwoord /ˈlʏxt.mɑxt/ een krijgsmacht in de lucht die bestaant uit vliegtuigen, raketten, projectielen en personeel.
1876 uitzetten Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈœy̯tˌsɛtə(n)/ iemand dwingen een gebied of gebouw te verlaten.
1877 echtgenote Zelfstandig naamwoord /ˈɛxt.xəˌnoː.tə/ vrouw waarmee je getrouwd bent.
1878 experimenten Zelfstandig naamwoord meervoud van het zelfstandig naamwoord experiment.
1879 overduidelijk Bijvoeglijk naamwoord, Bijwoord /ˈovərˌdœydələk/ zo duidelijk dat je er niet aan hoeft te twijfelen.
1880 littekens Zelfstandig naamwoord meervoud van het zelfstandig naamwoord litteken.
1881 late Werkwoord, Bijvoeglijk naamwoord /ˈlaːtə/ verbogen vorm van de stellende trap van laat.
1882 stuurden Werkwoord meervoud verleden tijd van sturen.
1883 hapje Zelfstandig naamwoord verkleinwoord enkelvoud van het zelfstandig naamwoord hap.
1884 zolder Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈzɔldər/ de ruimte tussen de bovenste vloer en de onderste kapspanten, plaats om goederen op te slaan.
1885 bediende Zelfstandig naamwoord, Werkwoord, Bijvoeglijk naamwoord /bəˈdin.də/ officiële benaming voor alle werknemers die geen arbeider zijn, beambte, ambtenaar of employé b.v. iemand die eten en of…
1886 recent Bijvoeglijk naamwoord /rəˈsɛnt/ een korte tijd geleden gebeurd of begonnen.
1887 tijdschrift Zelfstandig naamwoord /ˈtɛi̯t.sxrɪft/ vers waarin de letters die ook Romeinse cijfers zijn kunnen worden opgeteld tot een jaartal dat betekenis heeft die verb…
1888 gordel Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈɣɔr.dəl/ een band die om het middel gedragen wordt, ter bescherming bij bijv. vechtsport of in de auto.
1889 voorspellen Werkwoord /vorˈspɛlə(n)/ letter voor letter laten horen hoe een woord wordt geschreven.
1890 uitpraten Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈœy̯tˌpraː.tə(n)/ (Zelfstandig naamwoord).
1891 senaat Zelfstandig naamwoord /səˈnat/ naam van het hogerhuis van het parlement in moderne tweekamerstelsels, vaak met minder leden die minder vaak en minder d…
1892 ontkomen Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˌɔntˈkoː.mə(n)/ (Zelfstandig naamwoord).
1893 getrouwde Werkwoord, Bijvoeglijk naamwoord verbogen vorm van de stellende trap van getrouwd.
1894 dringt Werkwoord tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van dringen.
1895 bioscoop Zelfstandig naamwoord /ˌbi.ɔˈskoːp/ gebouw waarin mensen in stoelen naar een film geprojecteerd op een groot scherm kunnen kijken.
1896 mannetjes Zelfstandig naamwoord verkleinwoord meervoud van het zelfstandig naamwoord man.
1897 slechterik Zelfstandig naamwoord /ˈslɛx.təˌrɪk/ iemand die kwaad doet of in de zin heeft.
1898 achterliet Werkwoord enkelvoud verleden tijd van achterlaten.
1899 ondergaan Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˌɔndərˈɣaːn/ (Zelfstandig naamwoord).
1900 verkoper Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /vərˈkoː.pər/ iemand die goederen of diensten verkoopt.
1901 geaccepteerd Werkwoord, Bijvoeglijk naamwoord voltooid deelwoord van accepteren.
1902 Gun Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ɣʏn/ a hamlet in Horst aan de Maas, Limburg, Netherlands.
1903 fotograaf Zelfstandig naamwoord /ˌfotoˈɣraf/ iemand die foto's maakt.
1904 afgezien Werkwoord, Voorzetsel /ˈɑfxəˌzin/ voltooid deelwoord van afzien.
1905 geblokkeerd Werkwoord voltooid deelwoord van blokkeren.
1906 villa Zelfstandig naamwoord /ˈvi.laː/ een groot en vrijstaand huis.
1907 tunnels Zelfstandig naamwoord meervoud van het zelfstandig naamwoord tunnel.
1908 bezorgt Werkwoord tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van bezorgen.
1909 makkelijke Bijvoeglijk naamwoord verbogen vorm van de stellende trap van makkelijk.
1910 aliens Zelfstandig naamwoord /ˈe.lə.jəns/ meervoud van het zelfstandig naamwoord alien.
1911 bocht Zelfstandig naamwoord /bɔxt/ van richting veranderende, gebogen weg of pad, kromming.
1912 storten Zelfstandig naamwoord, Werkwoord, Bijvoeglijk naamwoord /ˈstɔr.tə(n)/ zich ~ op zich volledig aan een bepaalde bezigheid gaan wijden.
1913 gebed Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ɣə'bɛt/ het bidden.
1914 productie Zelfstandig naamwoord /ˌproːˈdʏk.si/ een film, documentaire, serie, show etc. die vertoonbaar gemaakt is.
1915 vagina Zelfstandig naamwoord /ˈvaːɣinaː/ vrouwelijke geslachtsorgaan dat de baarmoeder met de buitenkant van het lichaam verbindt.
1916 geslacht Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ɣəˈslɑxt/ genus zn [2], taxon, samengesteld uit een of meer soorten; geslachten worden gegroepeerd in families.
1917 natte Werkwoord, Bijvoeglijk naamwoord /ˈnɑtə/ verbogen vorm van de stellende trap van nat.
1918 ondergang Zelfstandig naamwoord /ˈɔndərˌɣɑŋ/ het verdwijnen van een stad, staat of cultuur, met name ten gevolge van oorlog.
1919 pony Zelfstandig naamwoord /ˈpɔ.ni/ haardracht waarbij het haar op het voorhoofd naar voren wordt gekamd en even boven de wenkbrauwen is afgeknipt.
1920 vlammen Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈvlɑmə(n)/ meervoud van het zelfstandig naamwoord vlam.
1921 rechtop Bijwoord /rɛxˈtɔp/ helemaal naar boven gericht.
1922 democratie Zelfstandig naamwoord /ˌdeː.moː.kraːˈ(t)si/ staatsvorm waarin de bevolking, meestal door vertegenwoordigers die zij regelmatig kan kiezen, kan bepalen wat er gebeur…
1923 beslis Werkwoord eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van beslissen.
1924 werpen Werkwoord /ˈʋɛrpə(n)/ met een krachtige zwaai van de arm iets uit de hand naar iets of iemand heen laten gaan.
1925 blokken Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈblɔkə(n)/ meervoud van het zelfstandig naamwoord blok.
1926 boog Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /boːx/ deel van een bouwwerk waar iets of iemand onderdoor kan gaan(vgl. spitsboog, triomfboog).
1927 tevoren Bijwoord in de tijd ervoor.
1928 opgeleid Werkwoord /ˈɔpxəˌlɛit/ voltooid deelwoord van opleiden.
1929 onderuit Bijwoord, Tussenwerpsel /ˌɔndəˈrœyt/ bijwoordelijk deel van een scheidbaar werkwoord: waarbij het onderste deel niet langer het bovenste steunt.
1930 schaamte Zelfstandig naamwoord /ˈsxaːm.tə/ een gevoel dat iemand de neiging geeft zich te verbergen voor anderen.
1931 down Zelfstandig naamwoord, Bijvoeglijk naamwoord /dɑun/ naam van een van de zes quarks waaruit protonen en neutronen zijn opgebouwd.
1932 gehuurd Werkwoord, Bijvoeglijk naamwoord voltooid deelwoord van huren.
1933 voornaam Zelfstandig naamwoord, Bijvoeglijk naamwoord /ˈvoːrˌnaːm/ naam die bij de geboorte aan een persoon wordt gegeven, en die aan de familienaam voorafgaat.
1934 scherpe Werkwoord, Bijvoeglijk naamwoord verbogen vorm van de stellende trap van scherp.
1935 dierentuin Zelfstandig naamwoord /ˈdiː.rə(n)ˌtœy̯n/ een verzameling levende, oorspronkelijk wilde dieren die in een vaak parkachtige omgeving in gevangenschap worden gehoud…
1936 worst Zelfstandig naamwoord /ʋɔrst/ een toegebonden eind darm of vlies dat gevuld is met vleeswaar.
1937 toegelaten Werkwoord voltooid deelwoord van toelaten.
1938 schaduwen Zelfstandig naamwoord, Werkwoord iemand ongemerkt volgen.
1939 vergis Werkwoord /vərˈɣɪs/ eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van vergissen.
1940 hoever Bijwoord /ɦuˈvɛr/ welke mate.
1941 inspiratie Zelfstandig naamwoord /ˌɪn.spiˈraː.(t)si/ een gevoel over hoe men iets kan aanpakken.
1942 vuurwerk Zelfstandig naamwoord /ˈvyːr.ʋɛrk/ één of meerdere voorwerpen die gevuld zijn met ontploffende, brandbare en lichtgevende stofmengsels.
1943 beveel Werkwoord eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van bevelen.
1944 oost Zelfstandig naamwoord, Bijwoord /oːst/ de richting waar de zon opkomt.
1945 grijs Zelfstandig naamwoord, Werkwoord, Bijvoeglijk naamwoord /ɣrɛi̯s/ elke achromatische tint tussen wit en zwart.
1946 afgelegen Zelfstandig naamwoord, Werkwoord, Bijvoeglijk naamwoord /ˈɑf.xəˌleː.ɣə(n)/ (Zelfstandig naamwoord).
1947 binnenkomt Werkwoord tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van binnenkomen.
1948 wedstrijden Zelfstandig naamwoord meervoud van het zelfstandig naamwoord wedstrijd.
1949 poppen Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈpɔpə(n)/ to make or provide (a) puppet(s) etc.
1950 stier Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /stiːr/ sterrenbeeld van de dierenriem (tussen rechte klimming 3ᵘ20ᵐ en 5ᵘ58ᵐ en tussen declinatie 0° en +31°).
1951 inmiddels Bijwoord /ɪnˈmɪdəls/ in de tussentijd.
1952 hooguit Zelfstandig naamwoord, Bijwoord /ˈɦoːx.œy̯t/ (Zelfstandig naamwoord).
1953 eender Bijvoeglijk naamwoord, Bijwoord /ˈeːn.dər/ er sterk op gelijkend.
1954 batterij Zelfstandig naamwoord /bɑtəˈrɛi̯/ elektriciteit voorwerp waarin een beperkte hoeveelheid chemische energie kan worden opgeslagen om elektrische stroom te…
1955 binden Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈbɪndə(n)/ (Zelfstandig naamwoord).
1956 flirten Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈflʏrtə(n)/ (Zelfstandig naamwoord).
1957 stout Zelfstandig naamwoord, Bijvoeglijk naamwoord /stɑu̯t/ in overtreding van een gestelde regel, met onvoldoende respect (vooral gezegd over jongere kinderen, schertsend ook over…
1958 staken Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈstaː.kə(n)/ een werkonderbreking of (ludieke) actie houden voor betere arbeidsvoorwaarden of meer loon.
1959 huisarrest Zelfstandig naamwoord /ˈhœysɑˌrɛst/ een strafbepaling waarbij iemand verboden wordt het eigen huis te verlaten of er onbeperkt mensen te ontvangen.
1960 verblijven Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /vərˈblɛi̯.və(n)/ meervoud van het zelfstandig naamwoord verblijf.
1961 aanzoek Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈaːn.zuk/ huwelijksaanzoek.
1962 hardop Zelfstandig naamwoord, Bijwoord /ɦɑrtˈɔp/ (Zelfstandig naamwoord).
1963 remmen Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈrɛmə(n)/ snelheid doen verminderen.
1964 schijnen Werkwoord /ˈsxɛi̯nə(n)/ in constructie met te + onbepaalde wijs: naar verluidt.
1965 genetische Bijvoeglijk naamwoord verbogen vorm van de stellende trap van genetisch.
1966 overleggen Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˌoːvərˈlɛɣə(n)/ ter inzage geven van documenten aan bevoegde personen.
1967 mijnen Zelfstandig naamwoord, Werkwoord, Voornaamwoord, Lidwoord /ˈmɛi̯.nə(n)/ verzwakken door er gangen onder te graven en die in te laten storten of met explosieven te laten ontploffen.
1968 kamergenoot Zelfstandig naamwoord /ˈkaː.mər.ɣəˌnoːt/ iemand met wie iemand de kamer deelt als woonruimte.
1969 toelaten Werkwoord /ˈtuˌlaː.tə(n)/ niet onmogelijk maken of verbieden, goedvinden, toestaan.
1970 ribben Zelfstandig naamwoord meervoud van het zelfstandig naamwoord ribbe.
1971 ideaal Zelfstandig naamwoord, Bijvoeglijk naamwoord /ˌi.deːˈaːl/ iets wat men zich voorstelt als het hoogste en dat men wil verwezenlijken.
1972 cadeautjes Zelfstandig naamwoord verkleinwoord meervoud van het zelfstandig naamwoord cadeau.
1973 conciërge Zelfstandig naamwoord /kɔnˈʒɛr.ʒə/ een huisbewaarder, een toezichthouder in een gebouw.
1974 hotelkamer Zelfstandig naamwoord /ɦoːˈtɛlˌkaː.mər/ een kamer die voor gasten per nacht te huur is in een hotel.
1975 bedoelingen Zelfstandig naamwoord meervoud van het zelfstandig naamwoord bedoeling.
1976 tekeningen Zelfstandig naamwoord meervoud van het zelfstandig naamwoord tekening.
1977 koel Zelfstandig naamwoord, Werkwoord, Bijvoeglijk naamwoord /kul/ A cuckoo of the genus Eudynamys, native to Asia, Australia and the Pacific.
1978 pater Zelfstandig naamwoord /ˈpaː.tər/ priester die tot een rooms-katholieke kloosterorde behoort.
1979 inbreken Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈɪnˌbreː.kə(n)/ (Zelfstandig naamwoord).
1980 materie Zelfstandig naamwoord de bouwsteen waaruit de (waarneembare) wereld is opgebouwd.
1981 oppervlak Zelfstandig naamwoord /ˈɔpərvlɑk/ een vlak dat iets naar boven of naar buiten begrenst.
1982 hertog Zelfstandig naamwoord /ˈɦɛr.tɔx/ een landsheer, oorspronkelijk van een hoger hiërarchisch niveau dan de markies.
1983 overgeplaatst Werkwoord voltooid deelwoord van overplaatsen.
1984 kapsel Zelfstandig naamwoord /ˈkɑp.səl/ de manier waarop het haar geknipt is.
1985 software Zelfstandig naamwoord /ˈsɔft.ʋɛr/ de verzamelnaam voor besturings- en toepassingsprogramma's, voornamelijk voor de computer.
1986 bunker Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /'bʏŋkər/ bergruimte in een schip voor bijv. steenkolen, olie, zout of zand.
1987 terugkom Werkwoord eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van terugkomen.
1988 gekkenhuis Zelfstandig naamwoord /ˈɣɛ.kə(n)ˌɦœy̯s/ overdrachtelijk een chaotische toestand.
1989 bezorgdheid Zelfstandig naamwoord /bəˈzɔrxtˌɦɛi̯t/ bekommering wegens iets dat al of niet zal of kan gebeuren.
1990 teen Zelfstandig naamwoord /ˈteːn/ twijg, dunne en taaie loot (van een wilg etc. -> wilgentakje).
1991 harte Zelfstandig naamwoord datief onzijdig van hart.
1992 morfine Zelfstandig naamwoord /mɔrˈfinə/ C₁₇H₁₉NO₃ een alkaloïde dat het werkzame bestanddeel van opium is.
1993 keihard Zelfstandig naamwoord, Bijvoeglijk naamwoord, Bijwoord /'kɛɪɦɑrt/ (Zelfstandig naamwoord).
1994 binnengekomen Werkwoord voltooid deelwoord van binnenkomen.
1995 waardigheid Zelfstandig naamwoord /ˈʋaːr.dəxˌɦɛi̯t/ ambt waaraan eer en aanzien verbonden zijn.
1996 onzeker Zelfstandig naamwoord, Bijvoeglijk naamwoord (Zelfstandig naamwoord).
1997 ingaan Werkwoord /ˈɪnɣaːn/ ~ op: ergens op reageren.
1998 verwachtingen Zelfstandig naamwoord meervoud van het zelfstandig naamwoord verwachting.
1999 bepaal Werkwoord eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van bepalen.
2000 arbeiders Zelfstandig naamwoord meervoud van het zelfstandig naamwoord arbeider.
← B1 Level B2 of 6 C1 →

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, CEFR level, and more.

Open Dictionary