stam
Definities
- dikke houtige stengel van een struik
- deel van de boom tussen de wortels en de kruin
- geslacht, familielijn
- op verwantschap berustende samenlevingsvorm van meer families in beschavingen met weinig verstedelijking
- grote ader die in kleinere aderen vertakt
- taxon dat bestaat uit een of meer klassen en dat deel uitmaakt van een rijk
- onvervoegde of onverbogen woordvorm
Equivalenten
Voorbeelden
“Het contest stond vooral open voor jongemannen met Saamaka roots, maar het door hen gepresenteerde geldt grotendeels ook voor andere stammen⟳.”
The contest was mostly open to young men with Saamaka roots, but what they presented is largely applicable to other tribes as well.
“Verwijder bij het snoeien⟳ van vlierbesplanten alle dode, gebroken of merkbaar lage opbrengststokken uit de struik aan de stam met de schaar.”
“De Zweedse bossen⟳ konden⟳ kant-en-klare stammen⟳ van twintig meter leveren⟳, maar voor het werk met de palen⟳ in de rivier hadden ze de dubbele lengte nodig. Ze moesten daarom twee stammen⟳ samenvoegen om een paal van veertig meter te krijgen⟳.”
“Wederom slingerde hij mijn touw in één keer over de hoge tak, bevestigde mijn voedselzak eraan, hees hem vier meter de lucht in en bond het touw vast aan de stam van de boom.”
“En in het noorden van de Verenigde Staten leefde een stam waar ook de vrouwen veren⟳ droegen.”
“Een uitgestorven taxonomische stam.”
“De stam van het werkwoord.”
ERK-niveau
B2
Bovengemiddeld
Dit woord behoort tot de ERK B2-woordenschat — niveau bovengemiddeld.
Dit woord behoort tot de ERK B2-woordenschat — niveau bovengemiddeld.
Know this word better than we do? Language is a living thing — help us keep it growing. Collaborate with Babel Free