HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← palen — definición

Conjugation of palen

Regular CEFR C2
/ˈpaː.lə(n)/

van houten staken voorzien, met palen afzetten Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik paal
jij / je paalt
hij / zij / het paalt
wij / we palen
jullie palen
zij / ze palen
Verleden tijd (o.v.t.)
ik paalde
jij / je paalde
hij / zij / het paalde
wij / we paalden
jullie paalden
zij / ze paalden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik pale
jij / je pale
hij / zij / het pale
wij / we palen
jullie palen
zij / ze palen
Aanvoegende wijs — verleden
ik paalde
jij / je paalde
hij / zij / het paalde
wij / we paalden
jullie paalden
zij / ze paalden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij paal
jullie (archaïsch) paalt

Onbepaalde vormen

Infinitief
palen
Tegenwoordig deelwoord
palend
Voltooid deelwoord
gepaald

Más conjugaciones

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary