HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← stammen — definición

Conjugation of stammen

Regular CEFR C1
/ˈstɑmə(n)/

Afkomstig zijn (van of uit) Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik stam
jij / je stamt
hij / zij / het stamt
wij / we stammen
jullie stammen
zij / ze stammen
Verleden tijd (o.v.t.)
ik stamde
jij / je stamde
hij / zij / het stamde
wij / we stamden
jullie stamden
zij / ze stamden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik stamme
jij / je stamme
hij / zij / het stamme
wij / we stammen
jullie stammen
zij / ze stammen
Aanvoegende wijs — verleden
ik stamde
jij / je stamde
hij / zij / het stamde
wij / we stamden
jullie stamden
zij / ze stamden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij stam
jullie (archaïsch) stamt

Onbepaalde vormen

Infinitief
stammen
Tegenwoordig deelwoord
stammend
Voltooid deelwoord
gestamd

Más conjugaciones

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary