HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← bossen — definition

Conjugation of bossen

Regular CEFR B2
ˈbɔsə(n)

in bossen samenbinden Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik bos
jij / je bost
hij / zij / het bost
wij / we bossen
jullie bossen
zij / ze bossen
Verleden tijd (o.v.t.)
ik boste
jij / je boste
hij / zij / het boste
wij / we bosten
jullie bosten
zij / ze bosten

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik bosse
jij / je bosse
hij / zij / het bosse
wij / we bossen
jullie bossen
zij / ze bossen
Aanvoegende wijs — verleden
ik boste
jij / je boste
hij / zij / het boste
wij / we bosten
jullie bosten
zij / ze bosten

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij bos
jullie (archaïsch) bost

Onbepaalde vormen

Infinitief
bossen
Tegenwoordig deelwoord
bossend
Voltooid deelwoord
gebost

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary