HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
Terug naar zoeken

gezag

Zelfstandig naamwoord CEFR B2 Standard
ɣəˈzɑx

Definities

  1. bevoegdheid om ergens beslissingen over te nemen
  2. aanzien; voldoende kennis hebben om ergens een gefundeerd oordeel over te hebben
  3. de overheid; zij die de wettige macht bezitten

Equivalenten

12 andere talen

Voorbeelden

“Hij heeft niet voldoende gezag om dat voorstel aan te nemen⟳.”
“Het gezag van een voetbaltrainer is vaak bepalend voor zijn⟳ succes.”
“Militaire sabotage van die orde van grootte betekende dat Zweden nu ook bij de oorlog betrokken was, verklaarde Oscar met gezag.”
“'We zijn⟳ hier op gezag van schout Slabbaert en de hoofdburgemeester in het stadhuis.”
“De Duitsers hadden het gezag overgenomen en de nieuwe regelgeving was te lezen⟳ op een publicatiebord bij de kerk.”
“"Criminelen ondermijnen⟳ gezag in 34 gemeenten"”
“Die overdreven voorliefde voor het gezag had ze van haar vader, adjunct van het plaatsvervangend afdelingshoofd bij het ministerie van Posterijen, die de hiërarchie binnen zijn⟳ ministerie zag als een metafoor voor het universum.”

ERK-niveau

B2
Bovengemiddeld
Dit woord behoort tot de ERK B2-woordenschat — niveau bovengemiddeld.
See all B2 Nederlands words →

Zie ook

Leer dit woord in context

Bekijk gezag gebruikt in echte gesprekken in onze gratis Spaanse cursus.

Gratis cursus starten

Know this word better than we do? Language is a living thing — help us keep it growing. Collaborate with Babel Free