HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← nemen — definition

Conjugation of nemen

Regular CEFR A1
ˈneːmə(n)

iets vastpakken met de handen Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik neem
jij / je neemt
hij / zij / het neemt
wij / we nemen
jullie nemen
zij / ze nemen
Verleden tijd (o.v.t.)
ik nam
jij / je nam
hij / zij / het nam
wij / we namen
jullie namen
zij / ze namen

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik neme
jij / je neme
hij / zij / het neme
wij / we nemen
jullie nemen
zij / ze nemen
Aanvoegende wijs — verleden
ik name
jij / je name
hij / zij / het name
wij / we namen
jullie namen
zij / ze namen

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij neem
jullie (archaïsch) neemt

Onbepaalde vormen

Infinitief
nemen
Tegenwoordig deelwoord
nemend
Voltooid deelwoord
genomen

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary