HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
Terug naar zoeken

zijn

Werkwoord CEFR A1 Common
zɛi̯n

Definities

  1. : bestaan, existeren
    ergative
  2. : leven
    ergative
  3. : zich bevinden, ergens aanwezig zijn
    ergative
  4. : drukt de feitelijke toestand, hoedanigheid of wenselijkheid van iets uit
    ergative, impersonal
  5. : gelijk zijn aan:
    copulative
  6. : tot de groep behoren van
    copulative
  7. : de eigenschap hebben:
    copulative
  8. ~ te drukt een soort van verplichting uit, of iets dat noodzakelijk is of voor de hand ligt
    impersonal
  9. ~ te drukt een mogelijkheid uit
    impersonal
  10. : ~ + voltooid deelwoord: hulpwerkwoord van de voltooide tijd van een ergatief werkwoord
    auxiliary
  11. : ~ + voltooid deelwoord: hulpwerkwoord van de voltooide tijd van de lijdende vorm
    auxiliary

Conjugation

Browse the table or drill it — all tenses, moods, and persons of zijn.

Full conjugation → Practice this verb →

Equivalenten

EnglishbeBeenhave
Españolestarser
FrançaisavoirétéêtreYy avoir
40 andere talen
Afrikaansbestaan
Българскисъм
Bosanskišer
Catalàser
Češtinabyťbýtbyt
Cymraegbod
Danskvære
Ελληνικάείμαι
Esperantoesti
Eestiolema
Euskaraizan
Suomiolla
Gaeilgebí
हिन्दीहोना
Hrvatskišer
Magyarlenni
Հայերենլինել
Bahasa Indonesiaada
Íslenskasinnvera
Italianoessere
Kurdîbûnser
Latinaesse
Lietuviųbūti
Latviešubūt
Polskibyć
Portuguêsestarser
Românăfi
Русскийбыть
Slovenčinabyťbytbytie
Slovenščinabiti
Српскиšer
Türkçeolmak
Українськабути
اردوہونا

Voorbeelden

“Zijn⟳ of niet zijn⟳, dat is de vraag.”

To be or not to be, that is the question.

“Was je er afgelopen zaterdag ook?”

Were you there too last Saturday?

“De bal is rond.”

The ball is round.

“Hij is hier geweest.”

He has been here.

“Ze waren⟳ gered.”

They had been saved.

“De muur is geschilderd.”

The wall has been painted.

“De muur zal zijn⟳ geschilderd.”

The wall will have been painted.

“De man was aan het lopen⟳.”

The man was walking.

“Ik ben even naar de dokter.”

I am going to the doctor for a while.

“Ik ben vandaag naar het strand geweest.”

I've been to the beach today.

“Het is erg warm vandaag.”

It is very warm today.

“Drie keer vijf is vijftien.”

Three times five is fifteen.

“Zij is niet meer.”
“Ik ben in de tuin.”
“We waren⟳ in Portugal.”
“Wat is er met jou?”
“Hoe is het?”
“Wat zal het zijn⟳?”
“Is er een oplossing voor dit probleem?”
“De Chinese auto heeft dus definitief een plek veroverd op de Europese markt. Bovag verwacht dat het marktaandeel van Chinese autofabrikanten van 4 procent nu naar 10 procent zal groeien⟳ in Europa en wel 15 procent in Nederland. "De Chinese merken⟳ zijn⟳ al een serieuze speler en ik denk dat ze Europese fabrikanten gaan⟳ stimuleren⟳ nog meer te steken⟳ in de elektrificering en efficiëntie van hun auto's", zegt Brummelhuis. De EU hoopt in ieder geval binnenkort afspraken te maken⟳ China zodat Chinese automerken ook hier meer fabrieken⟳ gaan⟳ openen⟳.”
“Johan is onze voorzitter.”
“De leeuw is een dier.”
“Hij is nieuwsgierig.”
“Dat is af te raden⟳.”
“Dat is te verwaarlozen⟳.”
“Er waren⟳ stemmen⟳ te horen⟳ van achter het muurtje.”
“Dat is niet te doen⟳.”
“Komt hij nog? Hij is al gekomen.”
“Zij was zo vreselijk geslagen dat het bloed van haar lijf droop.”

ERK-niveau

A1
Beginner
Dit woord behoort tot de ERK A1-woordenschat — niveau beginner.
See all A1 Nederlands words →

Zie ook

Leer dit woord in context

Bekijk zijn gebruikt in echte gesprekken in onze gratis Spaanse cursus.

Gratis cursus starten

Know this word better than we do? Language is a living thing — help us keep it growing. Collaborate with Babel Free