Betekenis van zijn | Babel Free
/zɛi̯n/Vertalingen
Español
ser
Voorbeelden
“Zijn of niet zijn, dat is de vraag.”
To be or not to be, that is the question.
“Was je er afgelopen zaterdag ook?”
Were you there too last Saturday?
“De bal is rond.”
The ball is round.
“Hij is hier geweest.”
He has been here.
“Ze waren gered.”
They had been saved.
“De muur is geschilderd.”
The wall has been painted.
“De muur zal zijn geschilderd.”
The wall will have been painted.
“De man was aan het lopen.”
The man was walking.
“Ik ben even naar de dokter.”
I am going to the doctor for a while.
“Ik ben vandaag naar het strand geweest.”
I've been to the beach today.
“Het is erg warm vandaag.”
It is very warm today.
“Drie keer vijf is vijftien.”
Three times five is fifteen.
ERK-niveau
A1
Beginner
Dit woord behoort tot de ERK A1-woordenschat — niveau beginner.
Dit woord behoort tot de ERK A1-woordenschat — niveau beginner.