HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← openen — definition

Conjugation of openen

Regular CEFR B1
ˈoːpənə(n)

ontsluiten, openmaken wat afsluit of wat gesloten is Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik open
jij / je opent
hij / zij / het opent
wij / we openen
jullie openen
zij / ze openen
Verleden tijd (o.v.t.)
ik opende
jij / je opende
hij / zij / het opende
wij / we openden
jullie openden
zij / ze openden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik opene
jij / je opene
hij / zij / het opene
wij / we openen
jullie openen
zij / ze openen
Aanvoegende wijs — verleden
ik opende
jij / je opende
hij / zij / het opende
wij / we openden
jullie openden
zij / ze openden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij open
jullie (archaïsch) opent

Onbepaalde vormen

Infinitief
openen
Tegenwoordig deelwoord
openend
Voltooid deelwoord
geopend

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary