HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← horen — definition

Conjugation of horen

Regular CEFR A1
ˈɦoːrə(n)

geluid waarnemen met het oor Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik hoor
jij / je hoort
hij / zij / het hoort
wij / we horen
jullie horen
zij / ze horen
Verleden tijd (o.v.t.)
ik hoorde
jij / je hoorde
hij / zij / het hoorde
wij / we hoorden
jullie hoorden
zij / ze hoorden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik hore
jij / je hore
hij / zij / het hore
wij / we horen
jullie horen
zij / ze horen
Aanvoegende wijs — verleden
ik hoorde
jij / je hoorde
hij / zij / het hoorde
wij / we hoorden
jullie hoorden
zij / ze hoorden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij hoor
jullie (archaïsch) hoort

Onbepaalde vormen

Infinitief
horen
Tegenwoordig deelwoord
horend
Voltooid deelwoord
gehoord

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary