HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
Terug naar zoeken

horen

Zelfstandig naamwoord mannelijk CEFR A1 Common
ˈɦoːrə(n)

Definities

  1. hoorn
  2. het gehoor, het in staat zijn om te kunnen horen

Conjugation

Browse the table or drill it — all tenses, moods, and persons of horen.

Full conjugation → Practice this verb →

Equivalenten

26 andere talen
العربيةسمع
Беларускаячуць
Българскичувам
Bosanskiчути
Deutschhören
Esperantoaŭdi
עבריתשמע
Hrvatskiчути
Bahasa Indonesiadengar
Latinarescisco
Te Reo Māorirongo
मराठीऐकणे
Polskisłyszeć
Românăauzi
Русскийслышать
Српскичути
Svenskahora
Tagalogmarinig
Українськачути

Voorbeelden

“In 2002 en 2003 trok ik intensief op met Muskee, omdat ik zijn biografie schreef. Hij nam me mee op autoritten, waarbij hij veel klassieke muziek liet horen. Hij was verknocht aan Drenthe en liet mij de bossen en groene vlakten zien die hij zo goed kende. Hij gidste me naar het vennetje waar de regels voor zijn grootste hit 'Window of my eyes' in hem opkwamen.”
“Ik vond het verbijsterend om te horen hoeveel indruk de trail destijds op deze man had gemaakt.”
Een potje schieten hoort er voor de lokale rednecks in de woestijn kennelijk gewoon bij in het weekend.”
“"Liesbeth is een bescheiden, dankbare vrouw", vertelt Boeijen. "Een heel erg prettig iemand om mee samen te werken. Lekker eigenwijs, dat hoort ook."”

ERK-niveau

A1
Beginner
Dit woord behoort tot de ERK A1-woordenschat — niveau beginner.
See all A1 Nederlands words →

Zie ook

Leer dit woord in context

Bekijk horen gebruikt in echte gesprekken in onze gratis Spaanse cursus.

Gratis cursus starten

Know this word better than we do? Language is a living thing — help us keep it growing. Collaborate with Babel Free