HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← zien — definición

Conjugation of zien

Regular CEFR A1
/zin/

een bepaald gezicht trekken, eruitzien als, de indruk geven van Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik zie
jij / je ziet
hij / zij / het ziet
wij / we zien
jullie zien
zij / ze zien
Verleden tijd (o.v.t.)
ik zag
jij / je zag
hij / zij / het zag
wij / we zagen
jullie zagen
zij / ze zagen

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik zie
jij / je zie
hij / zij / het zie
wij / we zien
jullie zien
zij / ze zien
Aanvoegende wijs — verleden
ik zage
jij / je zage
hij / zij / het zage
wij / we zagen
jullie zagen
zij / ze zagen

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij zie
jullie (archaïsch) ziet

Onbepaalde vormen

Infinitief
zien
Tegenwoordig deelwoord
ziend
Voltooid deelwoord
gezien

Más conjugaciones

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary