weekend
Definities
Equivalenten
26 andere talen
Afrikaansnaweek
Bosanskivikend
Cymraegpenwythnos
DeutschWochenende
Esperantosemajnfino
Suomiviikonloppu
עבריתסוֹף שָׁבוּעַ
Hrvatskivikend
Bahasa Indonesiaakhir pekan
Íslenskahelgi
日本語週末
Lietuviųsaváitgalis
Македонскивикенд
Nederlandsweekeinde
Türkçehafta sonu
Tiếng Việtcuối tuần
繁體中文週末
Voorbeelden
“Koning Willem-Alexander en koningin Máxima waren⟳ afgelopen weekend in Terneuzen. De koning gaf het startschot voor de viering van 75 jaar vrijheid. Want dit jaar is het 75 jaar geleden dat Nederland bevrijd werd.”
“‘Ik ben op weg naar een huisje op een vakantiepark in Venlo, een weekendje weg met ons gezin, mijn ouders en mijn zus. Dat doen⟳ wij een keer per jaar, en dit was al een half jaar van tevoren gepland. We hebben⟳ ervoor gekozen om het toch door te laten⟳ gaan⟳. Er is daar ruimte en groen, het is geen massale mensenmassa waarin we ons begeven⟳. We zien⟳ wel wat er daar nog open is. En dit weekend is belangrijk voor ons, er worden⟳ al zo veel leuke dingen⟳ afgelast.”
“Ik heb nooit alleen gewoond, ik ben altijd met anderen op pad en ik ga met mijn gezin op vakantie of met vrienden een weekendje weg.”
ERK-niveau
A2
Elementair
Dit woord behoort tot de ERK A2-woordenschat — niveau elementair.
Dit woord behoort tot de ERK A2-woordenschat — niveau elementair.
Zie ook
Know this word better than we do? Language is a living thing — help us keep it growing. Collaborate with Babel Free