HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← laten — definition

Conjugation of laten

Regular CEFR A1
ˈlaːtə(n)

maakt een causatief uit een ergatief werkwoord: veroorzaken dat het gebeurt Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik laat
jij / je laat
hij / zij / het laat
wij / we laten
jullie laten
zij / ze laten
Verleden tijd (o.v.t.)
ik liet
jij / je liet
hij / zij / het liet
wij / we lieten
jullie lieten
zij / ze lieten

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik late
jij / je late
hij / zij / het late
wij / we laten
jullie laten
zij / ze laten
Aanvoegende wijs — verleden
ik liete
jij / je liete
hij / zij / het liete
wij / we lieten
jullie lieten
zij / ze lieten

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij laat
jullie (archaïsch) laat

Onbepaalde vormen

Infinitief
laten
Tegenwoordig deelwoord
latend
Voltooid deelwoord
gelaten

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary