HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← Terug naar zoeken

Betekenis van vakantie | Babel Free

Zelfstandig naamwoord vrouwelijk CEFR A2 Frequent
vaːˈkɑn.(t)si

Definities

  1. jaarlijks terugkerende periode waarin leerlingen en personen in verschillende beroepen vrijaf hebben
  2. reis in een jaarlijks terugkerende periode waarin je vrijaf hebt

Equivalenten

Voorbeelden

“Droom jij ook van een vakantie die wat langer duurt?”

Do you also dream of a vacation that lasts a bit longer?

“De uren van onderwys zyn: van des morgens negen, tot des namiddags drie uren, eene verpozing van een halfuur op den middag. Er zullen twee vacanties gegeven worden, eene van acht dagen na het halfjaars examen en eene van drie weken naden afloop van het jaarlyksche examen.”
“Wij hebben vanaf morgen vakantie!”
“In de jaren vijftig en zestig was de Nationale 7 ook de vrolijkste weg van Frankrijk, de route des vacances voor miljoenen Fransen die voor het eerst op vakantie naar het Zuiden konden.”
“De vacanties zijn geëindigd. Regters en ambtenaren, advocaten en professoren komen van hun buitenverblijf of van hun uitstapje terug en verwisselen met leedwezen hun linnen- of reisjas tegen rok en toga, hun jagtroer en vischhoek tegen pen en potlood; ook de badplaatsen worden langzamerhand eenzaam.”

ERK-niveau

A2
Elementair
Dit woord behoort tot de ERK A2-woordenschat — niveau elementair.
See all A2 Nederlands words →

Zie ook

Leer dit woord in context

Bekijk vakantie gebruikt in echte gesprekken in onze gratis Spaanse cursus.

Gratis cursus starten

Know this word better than we do? Language is a living thing — help us keep it growing. Collaborate with Babel Free