HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← zullen — definición

Conjugation of zullen

Regular CEFR A1
/ˈzʏ.lə(n)/

: hulpwerkwoord van de toekomende tijd Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik zal
jij / je zult
hij / zij / het zal
wij / we zullen
jullie zullen
zij / ze zullen
Verleden tijd (o.v.t.)
ik zou
jij / je zou
hij / zij / het zou
wij / we zouden
jullie zouden
zij / ze zouden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik zulle
jij / je zulle
hij / zij / het zulle
wij / we zullen
jullie zullen
zij / ze zullen
Aanvoegende wijs — verleden
ik zoude
jij / je zoude
hij / zij / het zoude
wij / we zouden
jullie zouden
zij / ze zouden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij zal
jullie (archaïsch) zult

Onbepaalde vormen

Infinitief
zullen
Tegenwoordig deelwoord
zullend

Más conjugaciones

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary