Betekenis van zullen | Babel Free
/ˈzʏ.lə(n)/Voorbeelden
“Ik zal zingen.”
I shall sing.
“Het zal toch niet werken.”
It will not work anyway.
“Dat zal niet gebeuren.”
That will not happen.
“Het werk zou nu af zijn geweest als jij je niet had verslapen.”
The work would have been finished now if you hadn't overslept.
“Dat zou ik niet doen als ik jou was.”
I would not do that if I were you.
“Het zou vandaag regenen.”
It was going to rain today.
“Zal ik eerst gaan?”
Shall I go first?