HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← weten — definition

Conjugation of weten

Regular CEFR A1
ˈʋeːtə(n)

laat weten: zeggen wat men vindt van iets Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik weet
jij / je weet
hij / zij / het weet
wij / we weten
jullie weten
zij / ze weten
Verleden tijd (o.v.t.)
ik wist
jij / je wist
hij / zij / het wist
wij / we wisten
jullie wisten
zij / ze wisten

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik wete
jij / je wete
hij / zij / het wete
wij / we weten
jullie weten
zij / ze weten
Aanvoegende wijs — verleden
ik wiste
jij / je wiste
hij / zij / het wiste
wij / we wisten
jullie wisten
zij / ze wisten

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij weet
jullie (archaïsch) weet

Onbepaalde vormen

Infinitief
weten
Tegenwoordig deelwoord
wetend
Voltooid deelwoord
geweten

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary