HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← winnen — definition

Conjugation of winnen

Regular CEFR A2
ˈʋɪ.nə(n)

iemand ~ voor: iemand bereid vinden zich ergens voor in te zetten Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik win
jij / je wint
hij / zij / het wint
wij / we winnen
jullie winnen
zij / ze winnen
Verleden tijd (o.v.t.)
ik won
jij / je won
hij / zij / het won
wij / we wonnen
jullie wonnen
zij / ze wonnen

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik winne
jij / je winne
hij / zij / het winne
wij / we winnen
jullie winnen
zij / ze winnen
Aanvoegende wijs — verleden
ik wonne
jij / je wonne
hij / zij / het wonne
wij / we wonnen
jullie wonnen
zij / ze wonnen

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij win
jullie (archaïsch) wint

Onbepaalde vormen

Infinitief
winnen
Tegenwoordig deelwoord
winnend
Voltooid deelwoord
gewonnen

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary