HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← zingen — definición

Conjugation of zingen

Regular CEFR A2
/ˈzɪ.ŋə(n)/

met je stem tekst op een melodie laten horen chanter een vrolijk liedje zingen chanter une chanson joyeuse heel hoog kunnen zingen avoir un registre de voix très aigu vals zingen chanter faux Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik zing
jij / je zingt
hij / zij / het zingt
wij / we zingen
jullie zingen
zij / ze zingen
Verleden tijd (o.v.t.)
ik zong
jij / je zong
hij / zij / het zong
wij / we zongen
jullie zongen
zij / ze zongen

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik zinge
jij / je zinge
hij / zij / het zinge
wij / we zingen
jullie zingen
zij / ze zingen
Aanvoegende wijs — verleden
ik zonge
jij / je zonge
hij / zij / het zonge
wij / we zongen
jullie zongen
zij / ze zongen

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij zing
jullie (archaïsch) zingt

Onbepaalde vormen

Infinitief
zingen
Tegenwoordig deelwoord
zingend
Voltooid deelwoord
gezongen

Más conjugaciones

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary