HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← regenen — definition

Conjugation of regenen

Regular CEFR C1
ˈreː.ɣə.nə(n)

in grote aantallen neerkomen, in grote hoeveelheden gegeven of uitgedeeld worden Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik regen
jij / je regent
hij / zij / het regent
wij / we regenen
jullie regenen
zij / ze regenen
Verleden tijd (o.v.t.)
ik regende
jij / je regende
hij / zij / het regende
wij / we regenden
jullie regenden
zij / ze regenden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik regene
jij / je regene
hij / zij / het regene
wij / we regenen
jullie regenen
zij / ze regenen
Aanvoegende wijs — verleden
ik regende
jij / je regende
hij / zij / het regende
wij / we regenden
jullie regenden
zij / ze regenden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij regen
jullie (archaïsch) regent

Onbepaalde vormen

Infinitief
regenen
Tegenwoordig deelwoord
regenend
Voltooid deelwoord
geregend

Practice in context

Fill in the verb in real sentences — correct answers count toward the table above.

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary