HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← lopen — definición

Conjugation of lopen

Regular CEFR A1
/ˈloːpə(n)/

~ te: duratief hulpwerkwoord, iets doen terwijl men loopt Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik loop
jij / je loopt
hij / zij / het loopt
wij / we lopen
jullie lopen
zij / ze lopen
Verleden tijd (o.v.t.)
ik liep
jij / je liep
hij / zij / het liep
wij / we liepen
jullie liepen
zij / ze liepen

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik lope
jij / je lope
hij / zij / het lope
wij / we lopen
jullie lopen
zij / ze lopen
Aanvoegende wijs — verleden
ik liepe
jij / je liepe
hij / zij / het liepe
wij / we liepen
jullie liepen
zij / ze liepen

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij loop
jullie (archaïsch) loopt

Onbepaalde vormen

Infinitief
lopen
Tegenwoordig deelwoord
lopend
Voltooid deelwoord
gelopen

Más conjugaciones

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary