HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← Dutch Dictionary
CEFR Level
A2

Dutch — Elementary Vocabulary

940 words

Can understand sentences and frequently used expressions related to areas of most immediate relevance.

# Word Type IPA Definition
1 ander Zelfstandig naamwoord, Bijvoeglijk naamwoord, Voornaamwoord /ˈɑn.dər/ diegene die niet eerder genoemd is.
2 klein Bijvoeglijk naamwoord, Bijwoord /klɛi̯n/ van geringe waarde, van weinig belang.
3 fijn Zelfstandig naamwoord, Bijvoeglijk naamwoord /fɛi̯n/ (Zelfstandig naamwoord).
4 jaren Zelfstandig naamwoord /ˈjarə(n)/ meervoud van het zelfstandig naamwoord jaar.
5 mam Zelfstandig naamwoord /mɑm/ Mayataal die wordt gesproken door 500 duizend mensen in Guatemala.
6 lichaam Zelfstandig naamwoord /ˈlɪxaːm/ het geheel van botten, vlees en organen van een mens of dier.
7 eerlijk Zelfstandig naamwoord, Bijvoeglijk naamwoord, Bijwoord /ˈeːrlək/ (Zelfstandig naamwoord).
8 gezicht Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ɣəˈzɪxt/ datgene wat men ziet, bijv. een landschap.
9 ver Bijvoeglijk naamwoord, Bijwoord /vɛr/ op grote afstand.
10 wakker Bijvoeglijk naamwoord /ˈʋɑkər/ onverbogen vorm van de vergrotende trap van wak.
11 ouders Zelfstandig naamwoord, Bijvoeglijk naamwoord /ˈɑu̯.dərs/ meervoud van het zelfstandig naamwoord ouder.
12 zoiets Voornaamwoord /zoːˈits/ een dergelijke zaak.
13 leren Zelfstandig naamwoord, Werkwoord, Bijvoeglijk naamwoord /ˈleːrə(n)/ kennis of vaardigheid doen verwerven.
14 telefoon Zelfstandig naamwoord /teː.ləˈfoːn/ een toestel waarmee men geluid over kan brengen door middel van galvanische stroom, telefoontoestel.
15 los Zelfstandig naamwoord, Werkwoord, Bijvoeglijk naamwoord, Bijwoord /lɔs/ bepaald soort zoogdier, Lynx lynx, een katachtige met een korte staart.
16 per Voorzetsel /pɛr/ in getalsmatige verhouding met, over een periode van, over een afstand van.
17 mama Zelfstandig naamwoord /ˈmɑmaː/ informele benaming voor moeder door haar kind.
18 nummer Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈnʏ.mər/ verkorting van telefoonnummer.
19 fout Zelfstandig naamwoord, Bijvoeglijk naamwoord, Bijwoord /fɑu̯t/ niet volgens de in een groep of land algemeen aanvaarde normen of moraal.
20 mogen Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈmoːɣə(n)/
21 meteen Zelfstandig naamwoord, Bijwoord /məˈteːn/ (Zelfstandig naamwoord).
22 slapen Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈslaː.pə(n)/ in een toestand verkeren waarbij de ademhaling dieper en trager verloopt, en de hartslag trager, en er minder energie wo…
23 zeer Zelfstandig naamwoord, Bijvoeglijk naamwoord, Bijwoord /zeːr/ affected by a painful skin syndrome.
24 dezelfde Zelfstandig naamwoord, Voornaamwoord, Lidwoord /dəˈzɛlf.də/ (Zelfstandig naamwoord).
25 liefde Zelfstandig naamwoord /ˈlif.də/ uiting of gevoel van grote genegenheid en/of het zich aangetrokken voelen.
26 alstublieft Zelfstandig naamwoord, Bijwoord, Tussenwerpsel /ˌɑ(l)styˈblift/ (Zelfstandig naamwoord).
27 deel Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /deːl/ een afsplitsing van een hoeveelheid, maat of gewicht, van een geheel waarbij samenstelling, functies of eigenschappen ge…
28 liggen Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈlɪɣə(n)/ (Zelfstandig naamwoord).
29 erop Bijwoord /əˈrɔp/ vervangt *op het.
30 vaak Zelfstandig naamwoord, Bijvoeglijk naamwoord, Bijwoord /vaːk/ sleepiness.
31 vallen Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈvɑlə(n)/ vrijelijk onder invloed van de zwaartekracht naar de aarde bewegen.
32 belangrijk Zelfstandig naamwoord, Bijvoeglijk naamwoord /bəˈlɑŋ.rɛi̯k/ (Zelfstandig naamwoord).
33 sterven Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈstɛrvə(n)/ (Zelfstandig naamwoord).
34 oud Zelfstandig naamwoord, Bijvoeglijk naamwoord /ɑu̯t/ (Zelfstandig naamwoord).
35 neer Zelfstandig naamwoord, Bijwoord /neːr/ naam voor een van de zes quarks waaruit elementaire deeltjes zijn opgebouwd.
36 buurt Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /byːrt/ een (deel van een) wijk.
37 langs Zelfstandig naamwoord, Bijvoeglijk naamwoord, Bijwoord, Voorzetsel /lɑŋs/ (Zelfstandig naamwoord).
38 houd Werkwoord /ɦɑu̯t/ eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van houden.
39 rest Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /rɛst/ wie of wat er overblijft.
40 stond Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /stɔnt/ punt in het tijdsverloop waarop iets gebeurt.
41 begrepen Werkwoord /bəˈɣrepə(n)/ meervoud verleden tijd van begrijpen.
42 drinken Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈdrɪŋkə(n)/ een alcoholische drank op de onder [1] beschreven manier nuttigen.
43 team Zelfstandig naamwoord /tiːm/ een ploeg van bij elkaar horende spelers.
44 vertelde Werkwoord verbogen vorm van verteld, voltooid deelwoord van vertellen.
45 beneden Zelfstandig naamwoord, Werkwoord, Bijwoord, Voorzetsel /bəˈneː.də(n)/ (Zelfstandig naamwoord).
46 vergeet Werkwoord /vərˈɣeːt/ enkelvoud tegenwoordige tijd van vergeten.
47 vooruit Zelfstandig naamwoord, Bijwoord, Tussenwerpsel /voːˈrœy̯t/ een mechaniek die een apparaat in voorwaartse richting doet lopen.
48 hoort Werkwoord /ɦoːrt/ tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van horen.
49 baan Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /baːn/ een voor sportwedstrijden geschikt gemaakt, langwerpig en vlak terrein, een rechte of rondgaande weg, of een deel van ee…
50 dicht Zelfstandig naamwoord, Werkwoord, Bijvoeglijk naamwoord, Bijwoord /dɪxt/ het resultaat van die dichtkunst, een gedicht.
51 inderdaad Zelfstandig naamwoord, Bijwoord /ˌɪn.dərˈdaːt/ (Zelfstandig naamwoord).
52 geval Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ɣəˈvɑl/ één bepaalde mogelijkheid uit meerdere mogelijke.
53 zetten Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈzɛ.tə(n)/ letters naast elkaar plaatsen zodat meerdere afdrukken van een document gemaakt kunnen worden.
54 oorlog Zelfstandig naamwoord /ˈoːr.lɔx/ een gewapende strijd tussen twee of meer bevolkingsgroepen en/of tussen twee of meer landen of “de voortzetting van de p…
55 mezelf Zelfstandig naamwoord, Voornaamwoord /məˈzɛlf/ (Zelfstandig naamwoord).
56 tijdens Voorzetsel /ˈtɛi̯də(n)s/ gedurende de tijd dat.
57 maakte Werkwoord /ˈmaːk.tə/ enkelvoud verleden tijd van maken.
58 kennen Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈkɛnə(n)/ (Zelfstandig naamwoord).
59 gebruikt Werkwoord /ɣə.ˈbrœy̯kt/ tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van gebruiken.
60 geluk Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ɣəˈlʏk/ prettige gemoedstoestand waarin men tevreden is met zichzelf en met de omgeving.
61 hey Zelfstandig naamwoord An exclamation to get attention.
62 hield Werkwoord /ɦiɫt/ enkelvoud verleden tijd van houden.
63 wapen Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈʋaː.pə(n)/ een onderscheidingsteken van een familie.
64 kop Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /kɔp/ deel van een spijker, het platte ronde deel waarop men klopt met de hamer.
65 vertrouwen Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /vərˈtrɑu̯ə(n)/ het geloof in betrouwbaarheid van een persoon of zaak.
66 rust Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /rʏst/ voortdurende toestand van kalmte en beheersing die niet wordt verstoord door onverwachte bewegingen of geluiden, en die…
67 mond Zelfstandig naamwoord /mɔnt/ ingang van het spijsverteringskanaal, hoofdzakelijk gezegd van dit orgaan bij mensen; zowel voor de ingang zelf als de a…
68 weken Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ʋeː.kə(n)/ meervoud van het zelfstandig naamwoord week.
69 elk Voornaamwoord, Lidwoord /ɛlk/ geeft aan dat een telwoord als verdelingsgetal bedoeld is.
70 betalen Werkwoord /bəˈtaːlə(n)/ geld (of andere zaken) geven aan iemand om de kosten te voldoen.
71 neemt Werkwoord /neːmt/ tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van nemen.
72 recht Zelfstandig naamwoord, Werkwoord, Bijvoeglijk naamwoord /rɛxt/ niet scheef.
73 nam Werkwoord /[nɑm]/ enkelvoud verleden tijd van nemen.
74 jack Zelfstandig naamwoord Engelse, Amerikaanse jongensnaam.
75 kantoor Zelfstandig naamwoord /kɑnˈtoːr/ een instelling waar allerlei administratieve handelingen worden uitgevoerd.
76 gegeven Zelfstandig naamwoord, Werkwoord, Bijvoeglijk naamwoord /ɣəˈɣeː.və(n)/ een bekend geval of feit.
77 ermee Bijwoord /ərˈmeː/ vervangt met het.
78 overal Zelfstandig naamwoord, Bijwoord /ˈoː.vəˌrɑl/ als locatief deel van een samengesteld voornaamwoordelijk bijwoord vervangt het alles.
79 daarna Zelfstandig naamwoord, Bijwoord /daːrˈnaː/ (Zelfstandig naamwoord).
80 tweede Bijvoeglijk naamwoord /ˈtʋeːdə/ nummer twee in een rij.
81 onderzoek Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈɔn.dərˌzuk/ het iets bekijken en waarnemen met als doel iets beter te begrijpen.
82 welkom Zelfstandig naamwoord, Bijvoeglijk naamwoord, Tussenwerpsel /ˈʋɛlkɔm/ gewenst zijn te blijven.
83 hard Zelfstandig naamwoord, Werkwoord, Bijvoeglijk naamwoord, Bijwoord /ɦɑrt/ difficult, hard, tough, challenging, rough, tricky, trying, arduous, testing.
84 liever Bijvoeglijk naamwoord, Bijwoord /ˈlivər/ onverbogen vorm van de vergrotende trap van lief.
85 bewijs Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /bəˈʋɛi̯s/ datgene wat de juistheid van een bewering onweerlegbaar vast (kan) leggen.
86 vanaf Zelfstandig naamwoord, Bijwoord, Voorzetsel /vɑnˈɑf/ duidt een tijdstip aan waarna (en waarop) iets geldt.
87 aardig Zelfstandig naamwoord, Bijvoeglijk naamwoord, Bijwoord /ˈaːr.dəx/ (Zelfstandig naamwoord).
88 klootzak Zelfstandig naamwoord /ˈkloːt.zɑk/ doortrapte/gemene of erg vervelende man.
89 stuk Zelfstandig naamwoord, Bijvoeglijk naamwoord, Bijwoord /stɵk/ de combinatie troef koning en troef vrouw bij klaverjassen.
90 woord Zelfstandig naamwoord /ʋoːrt/ spraakklank of betekeniseenheid die bestaat uit minimaal één vrij morfeem en minimaal nul gebonden morfemen.
91 veranderen Werkwoord /vəˈrɑndərə(n)/ zich ~ - zodanig aan zichzelf werken of zichzelf behandelen dat men anders wordt.
92 zin Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /zɪn/ mogelijkheid om waar te nemen m.b.v. een zintuig bijv. evenwichtszin, reukzin, kleurenzin etc.
93 straks Zelfstandig naamwoord, Bijvoeglijk naamwoord, Bijwoord /[strɑks]/ (Zelfstandig naamwoord).
94 vent Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /vɛnt/ opening waardoor lucht een afgesloten ruimte in of uit kan stromen.
95 zus Zelfstandig naamwoord, Bijwoord /zʏs/ een ander kind van dezelfde ouders van het vrouwelijk geslacht.
96 haat Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ɦaːt/ sterk gevoel van vijandschap.
97 vandaan Bijwoord /vɑnˈdan/ prepositioneel deel van een voornaamwoordelijk bijwoord.
98 miss Zelfstandig naamwoord, Bijwoord /mɪs/ schoonheidskoningin.
99 lieverd Zelfstandig naamwoord /ˈli.vərt/ iemand die vaak iets liefs doet of door iemand lief gevonden wordt.
100 zichzelf Voornaamwoord /zɪxˈzɛlf/ tweede persoon enkelvoud en meervoud beleefdheidsvorm, versterkte vorm van zich.
101 nieuw Bijvoeglijk naamwoord /niu̯/ recentelijk gemaakt; nog niet eerder aanwezig.
102 ontmoeten Werkwoord /ˌɔntˈmu.tə(n)/ met iemand kennismaken en een gesprek voeren.
103 werden Werkwoord /ˈʋɛrdə(n)/ meervoud verleden tijd van worden.
104 allebei Zelfstandig naamwoord, Bijvoeglijk naamwoord, Voornaamwoord, Lidwoord /ˌɑləˈbɛi̯/ (Zelfstandig naamwoord).
105 minder Werkwoord, Bijvoeglijk naamwoord, Bijwoord, Lidwoord /ˈmɪn.dər/ comparative degree of weinig; less, fewer.
106 pap Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /pɑp/ gerecht dat meestal bestaat uit melk die is gebonden met een zetmeelproduct zoals meel Pap (voedsel).
107 nergens Bijwoord /ˈnɛr.ɣəns/ als locatief deel van een samengesteld voornaamwoordelijk bijwoord vervangt het een ontkennend voornaamwoord als niets o…
108 kwaad Zelfstandig naamwoord, Bijvoeglijk naamwoord /kʋaːt/ onaangenaam, ongunstig.
109 erin Bijwoord /əˈrɪn/ persoonlijk: *in+het, in+ze:.
110 ervoor Bijwoord /ərˈvoːr/ persoonlijk: vervangt *voor+het, *voor+ze.
111 kerel Zelfstandig naamwoord /ˈkeː.rəl/ forse, stevige man (een echte vent).
112 gisteren Zelfstandig naamwoord, Bijwoord /ˈɣɪs.tə.rə(n)/ (Zelfstandig naamwoord).
113 ontmoet Werkwoord /ɔntˈmut/ enkelvoud tegenwoordige tijd van ontmoeten.
114 miljoen Zelfstandig naamwoord, Bijvoeglijk naamwoord /mɪlˈjun/ 1.000.000 eenheden of exemplaren.
115 film Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /fɪlm/ een dun en oprolbaar medium om beelden op te nemen in een camera.
116 verloren Werkwoord, Bijvoeglijk naamwoord /vərˈloːrə(n)/ meervoud verleden tijd van verliezen.
117 probeerde Werkwoord enkelvoud verleden tijd van proberen.
118 gebeld Werkwoord /ɣə.ˈbɛlt/ voltooid deelwoord van bellen.
119 antwoord Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈɑntʋoːrt/ de reactie op een vraag, van repliek voorzien (mondeling of schriftelijk).
120 noemen Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈnumə(n)/ (Zelfstandig naamwoord).
121 informatie Zelfstandig naamwoord /ɪn.fɔrˈmaː.(t)si/ de kennis die iemand te horen krijgt.
122 boek Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /buk/ een ingebonden bundel bedrukte of beschreven vellen papier.
123 stil Werkwoord, Bijvoeglijk naamwoord, Bijwoord /[stɪɫ]/ geen of weinig geluid producerend.
124 kapitein Zelfstandig naamwoord /kaː.piˈtɛi̯n/ een rang in de militaire hiërarchie, net boven die van luitenant en anderzijds lager dan die van majoor.
125 kwijt Zelfstandig naamwoord, Werkwoord, Bijvoeglijk naamwoord /ˈkʋɛi̯t/ (Zelfstandig naamwoord).
126 enkel Zelfstandig naamwoord, Bijvoeglijk naamwoord, Bijwoord, Voornaamwoord /ˈɛŋ.kəl/ gewricht dat de voet met het been verbindt.
127 valt Werkwoord /vɑlt/ tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van vallen.
128 boos Zelfstandig naamwoord, Bijvoeglijk naamwoord /boːs/ Village et ancienne commune française, située dans le département des Landes intégrée à la commune de Rion-des-Landes en…
129 licht Zelfstandig naamwoord, Werkwoord, Bijvoeglijk naamwoord, Bijwoord /lɪxt/ gemakkelijk, weinig moeite kostend.
130 geworden Werkwoord /ɣəˈʋɔrdə(n)/ ten deel vallen, te beurt vallen.
131 pa Zelfstandig naamwoord /paː/ papa, vader.
132 persoon Zelfstandig naamwoord /pərˈsoːn/ een van de drie klassen van de persoonlijke voornaamwoorden, wordt ook gebruikt in relatie tot de vervoeging van een wer…
133 konden Werkwoord /ˈkɔn.dən/ meervoud verleden tijd van kunnen.
134 beschermen Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /bəˈsxɛrmə(n)/ (Zelfstandig naamwoord).
135 slechte Zelfstandig naamwoord, Werkwoord, Bijvoeglijk naamwoord /ˈslɛxtə/ the bad guys.
136 ziekenhuis Zelfstandig naamwoord /ˈzi.kə(n).ɦœy̯s/ instelling voor onderzoek, behandeling en verpleging van zieken.
137 gevoel Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ɣəˈvul/ een gewaarwording veroorzaakt door een prikkeling van het zenuwstelsel.
138 gegaan Werkwoord /ɣəˈɣaːn/ voltooid deelwoord van gaan.
139 voorzichtig Bijvoeglijk naamwoord, Bijwoord /ˌvoːrˈzɪx.təx/ op een oplettende, rustige manier.
140 hond Zelfstandig naamwoord /ɦɔnt/ Canis lupus familiaris zoogdier uit de familie van de hondachtigen (Canidae), en een gedomesticeerde ondersoort van de w…
141 rijden Werkwoord /ˈrɛi̯də(n)/ zich voortbewegen op een rijdier (bijv. een paard).
142 eindelijk Zelfstandig naamwoord, Bijwoord /ˈɛi̯n.də.lək/ (Zelfstandig naamwoord).
143 gesproken Werkwoord /ɣə.ˈsprɔ.kə(n)/ voltooid deelwoord van spreken.
144 meisjes Zelfstandig naamwoord /ˈmɛi̯sjəs/ verkleinwoord meervoud van het zelfstandig naamwoord meisje.
145 aarde Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈaːr.də/ een goed geleidende verbinding tussen een elektrisch apparaat en de aarde.
146 ten Zelfstandig naamwoord, Voorzetsel /tɛn/ to the, at the (followed by a masculine or neuter word).
147 normaal Zelfstandig naamwoord, Bijvoeglijk naamwoord, Bijwoord /nɔrˈmaːl/ benzine met een lager octaangetal dan superbenzine.
148 grappig Zelfstandig naamwoord, Bijvoeglijk naamwoord /ˈɣrɑ.pəx/ (Zelfstandig naamwoord).
149 heren Zelfstandig naamwoord meervoud van het zelfstandig naamwoord heer.
150 voelen Werkwoord /ˈvulə(n)/ gewaarworden door aanraking, meestal met betrekking tot temperatuur of druk.
151 moordenaar Zelfstandig naamwoord /ˈmoːr.dəˌnaːr/ een informele naam voor een zware verstelbare pijptang.
152 mens Zelfstandig naamwoord /mɛns/ Homo sapiens, het zoogdier waar wij toe gerekend worden en dat zich door zijn rede en taal van de dieren onderscheidt.
153 president Zelfstandig naamwoord /preː.ziˈdɛnt/ staatshoofd van een staat die geen koninkrijk is président/-ente mannelijk-vrouwelijk.
154 nogal Zelfstandig naamwoord, Bijwoord /nɔˈɣɑl/ (Zelfstandig naamwoord).
155 gevangenis Zelfstandig naamwoord /ɣəˈvɑ.ŋəˌnɪs/ een gebouw waarin veroordeelde personen gevangen worden gehouden vanwege hun misdaden.
156 loopt Werkwoord /loːpt/ tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van lopen.
157 degene Zelfstandig naamwoord, Voornaamwoord /dəˈɣeː.nə/ de persoon celui (səlɥi) Degene bij wie je moet zijn loopt net het kantoor uit. Celui à qui tu dois t'adresser vient jus…
158 prachtig Bijvoeglijk naamwoord, Bijwoord /'prɑxtəx/ bijzonder mooi.
159 hoezo Bijwoord, Tussenwerpsel /ɦuˈzoː/ vraagt naar de logica achter een bepaalde bewering.
160 kopen Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈkoːpə(n)/ in ruil voor geld iets in bezit krijgen.
161 vechten Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈvɛxtə(n)/ strijd leveren.
162 punt Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /pʏnt/ een teken (in de vorm van een stip) achter een muzieknoot dat aangeeft dat deze anderhalf keer zo lang dient te duren.
163 vreemd Zelfstandig naamwoord, Bijvoeglijk naamwoord /vreːmt/ (Zelfstandig naamwoord).
164 trouwen Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈtrɑu̯ə(n)/ het aangaan van een officiële verplichting tussen twee personen om voor elkaar te zorgen.
165 contact Zelfstandig naamwoord /kɔnˈtɑkt/ een toestand waarbij twee voorwerpen elkaar raken.
166 verkeerd Zelfstandig naamwoord, Werkwoord, Bijvoeglijk naamwoord /vər.ˈkeːrt/ (Zelfstandig naamwoord).
167 meen Werkwoord /meːn/ eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van menen.
168 koffie Zelfstandig naamwoord, Bijwoord /ˈkɔ.fi/ een meestal warm genuttigde drank die bereid wordt door heet water over gemalen en gebrande koffiebonen te gieten.
169 verwacht Werkwoord, Bijvoeglijk naamwoord /vərˈwɑxt/ enkelvoud tegenwoordige tijd van verwachten.
170 schip Zelfstandig naamwoord /sxɪp/ middelste en grootste ruimte in de lengterichting van een kruiskerk die zich uitstrekt van de narthex tot het koor en wo…
171 ziek Zelfstandig naamwoord, Werkwoord, Bijvoeglijk naamwoord, Bijwoord /zik/ a hamlet in Oude IJsselstreek, Gelderland, Netherlands.
172 plezier Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /pləˈziːr/ iets wat genoegen schept.
173 einde Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈɛi̯ndə/ het punt in ruimte of tijd waar iets ophoudt.
174 stap Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /stɑp/ het plaatsen van de ene voet voor de andere bij het gaan.
175 advocaat Zelfstandig naamwoord /ɑdvoːˈkaːt/ iemand die als beroep verdachten van een misdrijf juridisch steunt avocat/-ate (avɔka/-at) mannelijk-vrouwelijk ter will…
176 begint Werkwoord /bə.ˈɣɪnt/ tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van beginnen.
177 begon Werkwoord /bəˈɣɔn/ enkelvoud verleden tijd van beginnen.
178 enkele Zelfstandig naamwoord, Bijvoeglijk naamwoord, Voornaamwoord /ˈɛŋ.kə.lə/ (Zelfstandig naamwoord).
179 erbij Bijwoord /ɛrˈbɛi̯/ vervangt bij het of bij ze.
180 gang Zelfstandig naamwoord /ˈɣɑŋ/ lange, smalle doorloopruimte in een gebouw of ondergronds.
181 gebeurde Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ɣəˈbørdə/ verbogen vorm van gebeurd, voltooid deelwoord van beuren.
182 heer Zelfstandig naamwoord /ɦeːr/ vanuit het leerstuk van de Heilige Drievuldigheid ook gebruikt als aanduiding van Jezus Christus.
183 herinner Werkwoord eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van herinneren.
184 opnieuw Zelfstandig naamwoord, Bijwoord /ɔpˈniu̯/ (Zelfstandig naamwoord).
185 serieus Zelfstandig naamwoord, Bijvoeglijk naamwoord, Bijwoord /seː.riˈøːs/ (Zelfstandig naamwoord).
186 zomaar Bijwoord /ˈzoː.maːr/ op willekeurige wijze, zonder nadenken of voorbereiden.
187 pardon Zelfstandig naamwoord, Tussenwerpsel /pɑrˈdɔn/ / bedevaartsprocessie in Bretagne, gehouden ter herdenking van de plaatselijke heiligen.
188 gevraagd Werkwoord, Bijvoeglijk naamwoord /ɣəˈvraɣt/ voltooid deelwoord van vragen.
189 controle Zelfstandig naamwoord /ˌkɔnˈtrɔːlə/ toezicht, inspectie, onderzoek, nazien.
190 getrouwd Zelfstandig naamwoord, Werkwoord, Bijvoeglijk naamwoord /ɣəˈtrɑu̯t/ (Zelfstandig naamwoord).
191 daarmee Zelfstandig naamwoord, Bijwoord /daːrˈmeː/ (Zelfstandig naamwoord).
192 spel Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /spɛl/ bezigheid ter ontspanning volgens vaste regels met elementen als competitie, behendigheid, inzicht en kans.
193 bedoelt Werkwoord tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van bedoelen.
194 perfect Zelfstandig naamwoord, Bijvoeglijk naamwoord /pɛrˈfɛkt/ Perfecto.
195 stellen Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈstɛlə(n)/ de sterkte van een oplossing middels titratie nader bepalen.
196 juiste Bijvoeglijk naamwoord verbogen vorm van de stellende trap van juist.
197 koning Zelfstandig naamwoord /ˈkoː.nɪŋ/ een speelkaart waarvan de waarde meestal tussen die van de vrouw en de aas ligt.
198 beloof Werkwoord eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van beloven.
199 grond Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈɣrɔnt/ de stof van het aardoppervlak waarop planten en bomen groeien.
200 waard Zelfstandig naamwoord, Bijvoeglijk naamwoord /ʋaːrt/ baas van een herberg, taveerne of café.
201 winnen Werkwoord /ˈʋɪ.nə(n)/ iemand ~ voor: iemand bereid vinden zich ergens voor in te zetten.
202 nadat Voegwoord /'nadɑt/ geeft onderschikkend het voorafgaande aan.
203 gebruik Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ɣəˈbrœy̯k/ een standaard manier van doen.
204 naartoe Zelfstandig naamwoord, Bijwoord /narˈtu/ to, towards (an end point or destination).
205 begrijpen Werkwoord /bəˈɣrɛi̯pə(n)/ omvatten, tot iets tellen, rekenen.
206 veranderd Werkwoord /vəˈrɑn.dərt/ voltooid deelwoord van veranderen.
207 acht Zelfstandig naamwoord, Werkwoord, Bijvoeglijk naamwoord /ɑxt/ aandacht geven aan être attentif à geen acht slaan op de verkeersborden ne pas faire attention aux panneaux de signalisa…
208 he Zelfstandig naamwoord, Tussenwerpsel /ɦeː/ masculine singular definite article; the.
209 gingen Werkwoord /ˈɣɪŋə(n)/ meervoud verleden tijd van gaan.
210 kwamen Werkwoord /kʋɑmə(n)/ meervoud verleden tijd van komen.
211 leeft Werkwoord /left/ tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van leven.
212 leg Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /lɛx/ een ronde in het darts, waarbij voor als eerste 501 punten gegooid moeten worden om hem te winnen.
213 gekregen Werkwoord /ɣə'kre.ɣə(n)/ voltooid deelwoord van krijgen.
214 langer Bijvoeglijk naamwoord onverbogen vorm van de vergrotende trap van lang.
215 verliezen Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /vərˈlizə(n)/ iemand verloren hebben: iemand is gestorven.
216 vroeger Bijvoeglijk naamwoord, Bijwoord /ˈvru.ɣər/ onverbogen vorm van de vergrotende trap van vroeg.
217 lucht Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /lʏxt/ mengsel van gassen waaruit de atmosfeer bestaat.
218 wapens Zelfstandig naamwoord meervoud van het zelfstandig naamwoord wapen.
219 verlaten Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /vərˈlaː.tə(n)/ meervoud van het zelfstandig naamwoord verlaat.
220 probeert Werkwoord tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van proberen.
221 dames Zelfstandig naamwoord /ˈdaːməs/ meervoud van het zelfstandig naamwoord dame.
222 seks Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /sɛks/ gevoelens en handelingen die een mens kan ervaren of uitvoeren en die samenhangen met lichamelijke opwinding en bevredig…
223 schieten Werkwoord /ˈsxitə(n)/ de bal een trap geven (bv. in het voetbal) of een slag geven (bv. met een hockeystick).
224 toekomst Zelfstandig naamwoord /ˈtukɔmst/ de tijd die komen gaat.
225 behalve Zelfstandig naamwoord, Voorzetsel /bəˈɦɑl.və/ (Zelfstandig naamwoord).
226 slim Bijvoeglijk naamwoord /slɪm/ uitgerust met bepaalde chips [2], software e.d. om snel informatie te kunnen verwerken.
227 meest Bijvoeglijk naamwoord, Bijwoord, Lidwoord /meːst/ most; superlative degree of veel.
228 stuur Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /styr/ een hulpmiddel waarmee een bestuurder richting kan geven aan een voertuig.
229 leger Zelfstandig naamwoord, Werkwoord, Bijvoeglijk naamwoord /ˈleː.ɣər/ een ondiep kuiltje in het veld of onder begroeiing waar een haas, vos of hert in ligt.
230 woorden Zelfstandig naamwoord /ˈʋoːrdən/ meervoud van het zelfstandig naamwoord woord.
231 zeven Zelfstandig naamwoord, Werkwoord, Bijvoeglijk naamwoord /ˈzeː.və(n)/ dat wat in een (rang)ordening met 7 is aangeduid.
232 brengt Werkwoord tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van brengen.
233 half Zelfstandig naamwoord, Bijvoeglijk naamwoord /ɦɑlf/ half (one of two equal parts of any whole).
234 hierheen Zelfstandig naamwoord, Bijwoord (Zelfstandig naamwoord).
235 trots Zelfstandig naamwoord, Bijvoeglijk naamwoord, Voorzetsel /trɔts/ het gevoel dat men wil pronken met wat men heeft of doet.
236 spullen Zelfstandig naamwoord /spɵlə(n)/ meervoud van het zelfstandig naamwoord spul.
237 geheim Zelfstandig naamwoord, Bijvoeglijk naamwoord, Bijwoord /ɣəˈɦɛi̯m/ voor het verstand van mensen niet volledig te begrijpen waarheid.
238 helpt Werkwoord /ˈhɛlpt/ tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van helpen.
239 vraagt Werkwoord /vraːxt/ tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van vragen.
240 weinig Zelfstandig naamwoord, Bijvoeglijk naamwoord, Bijwoord, Voornaamwoord, Lidwoord /ˈʋɛi̯nəx/ kleine hoeveelheid.
241 ongeveer Zelfstandig naamwoord, Bijwoord /ˌɔŋ.ɣəˈveːr/ (Zelfstandig naamwoord).
242 schatje Zelfstandig naamwoord verkleinwoord enkelvoud van het zelfstandig naamwoord schat.
243 sommige Bijvoeglijk naamwoord, Voornaamwoord, Lidwoord /ˈsɔməɣə/ indefinite masculine/feminine singular attributive.
244 makkelijk Zelfstandig naamwoord, Bijvoeglijk naamwoord /ˈmɑ.kə.lək/ (Zelfstandig naamwoord).
245 kracht Zelfstandig naamwoord /krɑxt/ uitwendige oorzaak die de bewegingstoestand van een lichaam verandert (voor zover er geen andere oorzaak is die dat tege…
246 gedood Werkwoord, Bijvoeglijk naamwoord voltooid deelwoord van doden.
247 gestolen Werkwoord, Bijvoeglijk naamwoord /ɣəˈstolə(n)/ voltooid deelwoord van stelen.
248 tenminste Zelfstandig naamwoord, Bijwoord /tɛnˈmɪnstə/ (Zelfstandig naamwoord).
249 lange Zelfstandig naamwoord, Werkwoord, Bijvoeglijk naamwoord /ˈlɑŋə/ verbogen vorm van de stellende trap van lang.
250 ongeluk Zelfstandig naamwoord /ˈɔŋ.ɣəˌlʏk/ een onvoorziene gebeurtenis met negatieve en soms zelfs fatale gevolgen.
251 frank Zelfstandig naamwoord, Bijvoeglijk naamwoord /frɑŋk/ naam voor verschillende munteenheden die onder andere in Burundi, de Comoren, Congo, Djibouti, Guinee, Rwanda en Zwitser…
252 zodra Zelfstandig naamwoord, Voegwoord /zoːˈdraː/ (Zelfstandig naamwoord).
253 werkte Werkwoord /ˈʋɛrk.tə/ enkelvoud verleden tijd van werken.
254 wilden Zelfstandig naamwoord, Werkwoord meervoud verleden tijd van willen.
255 eet Werkwoord /eːt/ enkelvoud tegenwoordige tijd van eten.
256 slechts Bijvoeglijk naamwoord, Bijwoord /slɛx(t)s/ alleen maar, niet meer dan, enkel.
257 lief Zelfstandig naamwoord, Bijvoeglijk naamwoord, Bijwoord /lif/ vriendelijk, zachtaardig.
258 nietwaar Zelfstandig naamwoord, Tussenwerpsel /nitˈʋaːr/ (Zelfstandig naamwoord).
259 relatie Zelfstandig naamwoord /reːˈlaː.tsi/ iemand waarmee men zakelijke contacten onderhoudt.
260 trek Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /trɛk/ de reis die een soort afhankelijk van de seizoenen aflegt (migratie, trektocht).
261 afgelopen Zelfstandig naamwoord, Werkwoord, Bijvoeglijk naamwoord /ˈɑfxəˌloːpə(n)/ (Zelfstandig naamwoord).
262 val Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /vɑl/ afhangende zoom of strook, bijvoorbeeld van gordijnstof voor een raam ter versiering of tegen de inkijk.
263 volgen Werkwoord /ˈvɔl.ɣə(n)/ doen wat wordt voorgeschreven, aangeraden enz.
264 ter Zelfstandig naamwoord, Voorzetsel /tɛr/ for, for the (followed by a feminine singular noun, e.g., one ending in -ing).
265 voelde Werkwoord /ˈvuldə/ enkelvoud verleden tijd van voelen.
266 bekend Zelfstandig naamwoord, Werkwoord, Bijvoeglijk naamwoord /bəˈkɛnt/ (Zelfstandig naamwoord).
267 bewijzen Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /bəˈʋɛi̯zə(n)/ meervoud van het zelfstandig naamwoord bewijs.
268 hoef Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ɦuf/ vergrote, voortdurend doorgroeiende teennagel die de derde teenkootje omgeeft en vaak zeer is versterkt om het gewicht v…
269 via Voorzetsel /ˈvi.aː/ door gebruik te maken van, met behulp van, door bemiddeling van.
270 oom Zelfstandig naamwoord /oːm/ broer of zwager van iemands vader of moeder.
271 loop Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /loːp/ voorste deel van een wapen.
272 belde Werkwoord enkelvoud verleden tijd van bellen.
273 lijken Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈlɛi̯kə(n)/ met lijken (zoomtouwen) omzomen van zeilen.
274 sturen Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈstyrə(n)/ zorgen dat [een situatie] zich in een bepaalde richting ontwikkelt.
275 men Werkwoord, Voornaamwoord /mɛn/ iemand, maar niemand in het bijzonder.
276 slachtoffer Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈslɑxtˌɔ.fər/ in het bijzonder iemand die sterft (of gewond raakt) ten gevolge van een gebeurtenis (ramp of gewelddaad).
277 genomen Zelfstandig naamwoord, Werkwoord voltooid deelwoord van nemen.
278 maand Zelfstandig naamwoord /maːnt/ elk van de twaalf met een eigen naam onderscheiden tijdvakken van 28, 30 of 31 dagen waarin een jaar verdeeld wordt.
279 onzin Zelfstandig naamwoord /ˈɔnzɪn/ dat wat niet waar of redelijk is.
280 meid Zelfstandig naamwoord /mɛi̯t/ werkster, dienstmeisje.
281 erger Werkwoord, Bijvoeglijk naamwoord /ˈɛrɣər/ onverbogen vorm van de vergrotende trap van erg.
282 idioot Zelfstandig naamwoord, Bijvoeglijk naamwoord /ˌi.diˈ(j)oːt/ scheldwoord voor iemand met een afwijkend standpunt of van afwijkend gedrag.
283 ziens Zelfstandig naamwoord, Werkwoord genitive singular of zien.
284 dienst Zelfstandig naamwoord, Bijwoord /dinst/ dienstplicht, het ingevolge van de opkomstplicht verplicht dienen van een militair (historisch in Nederland).
285 erover Bijwoord /əˈroː.vər/ aangaande dit onderwerp.
286 feest Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /feːst/ vermakelijke en vreugdevolle sociale bijeenkomst.
287 leek Zelfstandig naamwoord, Werkwoord, Bijvoeglijk naamwoord /leːk/ benaming in de Betuwe voor soorten zuring (Rumex) waarvan het blad werd gegeten, in het bijzonder krulzuring (Rumex cris…
288 vreselijk Zelfstandig naamwoord, Bijvoeglijk naamwoord, Bijwoord /ˈvresələk/ (Zelfstandig naamwoord).
289 eentje Zelfstandig naamwoord /ˈeɲcə/ verkleinwoord enkelvoud van het zelfstandig naamwoord één.
290 gevaar Zelfstandig naamwoord /ɣəˈvaːr/ het voortdurende verkeer te water.
291 wonen Werkwoord /ˈʋoːnə(n)/ een permanente behuizing hebben.
292 grootste Bijvoeglijk naamwoord /ˈɣroːt.stə/ verbogen vorm van de overtreffende trap van groots.
293 succes Zelfstandig naamwoord, Tussenwerpsel /sykˈsɛs/ gewenste resultaat van een opzet.
294 vertrekken Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /vərˈtrɛ.kə(n)/ van gelaatstrekken van uitdrukking veranderen.
295 jawel Zelfstandig naamwoord, Bijwoord /jaːˈʋɛl/ (Zelfstandig naamwoord).
296 muziek Zelfstandig naamwoord /myˈzik/ door mensen geordend akoestisch fenomeen binnen een afgebakend tijdsinterval.
297 mocht Werkwoord /mɔxt/ enkelvoud verleden tijd van mogen.
298 raar Zelfstandig naamwoord, Bijvoeglijk naamwoord /raːr/ a hamlet in Meerssen, Limburg, Netherlands.
299 slaap Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /slaːp/ periode van inactiviteit waarbij het lichaam tot rust komt.
300 joe Zelfstandig naamwoord, Tussenwerpsel /ju/ jongensnaam.
301 absoluut Zelfstandig naamwoord, Bijvoeglijk naamwoord /ˌɑp.soːˈlyt/ (Zelfstandig naamwoord).
302 vorige Bijvoeglijk naamwoord verbogen vorm van de stellende trap van vorig.
303 ruimte Zelfstandig naamwoord /ˈrœy̯mtə/ mogelijkheid om af te wijken van een regel of afspraak, speling, vrijheidsgraad, marge.
304 ieder Zelfstandig naamwoord, Voornaamwoord, Lidwoord /ˈi.dər/ (Zelfstandig naamwoord).
305 schuldig Zelfstandig naamwoord, Bijvoeglijk naamwoord, Bijwoord /'sxɵldəx/ (Zelfstandig naamwoord).
306 goeie Bijvoeglijk naamwoord, Tussenwerpsel /ˈɣu.jə/ verbogen vorm van de stellende trap van goed.
307 begonnen Werkwoord /bəˈɣɔnə(n)/ meervoud verleden tijd van beginnen.
308 luisteren Werkwoord /ˈlœy̯stərə(n)/ ~ naar gericht waarnemen met het oor.
309 sterk Zelfstandig naamwoord, Werkwoord, Bijvoeglijk naamwoord, Bijwoord /stɛrk/ zo opvallend dat het aan het ongelooflijke grenst.
310 omhoog Zelfstandig naamwoord, Bijwoord /ɔmˈhox/ (Zelfstandig naamwoord).
311 totdat Voegwoord /tɔˈdɑt/ geeft onderschikkend aan onder welke voorwaarde de actie in de hoofdzin wordt beëindigd.
312 afspraak Zelfstandig naamwoord /ˈɑfˌspraːk/ Byrsonima spicata een tropische boom die voorkomt in het gebied van de Caribische eilanden en Zuid-Amerika.
313 lezen Werkwoord /ˈleːzə(n)/ selecteren van (on)gewenste exemplaren uit een verzameling, schiften.
314 zwarte Zelfstandig naamwoord, Werkwoord, Bijvoeglijk naamwoord /ˈzʋɑr.tə/ bijnaam voor een persoon die in de Tweede Wereldoorlog met de nazi's collaboreert, als lid van de Zwarte Brigade Dietsch…
315 vanwege Zelfstandig naamwoord, Voorzetsel /vɑnˈʋeːɣə/ (Zelfstandig naamwoord).
316 hemel Zelfstandig naamwoord, Werkwoord, Tussenwerpsel /ˈɦeː.məl/ de gelukzalige toestand of plaats waar God verblijft of de goden verblijven, waar mensen na de dood heen kunnen gaan.
317 tenzij Voegwoord /ˈtɛnˌzɛi̯/ behalve wanneer, mits niet.
318 gisteravond Zelfstandig naamwoord, Bijwoord (Zelfstandig naamwoord).
319 begrijpt Werkwoord tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van begrijpen.
320 ene Zelfstandig naamwoord, Bijvoeglijk naamwoord, Voornaamwoord, Lidwoord /ˈeː.nə/ Initialism of east-northeast.
321 lag Werkwoord, Bijvoeglijk naamwoord /lɑx/ enkelvoud verleden tijd van liggen.
322 naast Werkwoord, Bijvoeglijk naamwoord, Bijwoord, Voorzetsel /naːst/ aan de zijkant van.
323 vooral Bijwoord /voːˈrɑl/ als het voornaamste of als zeer gewichtig; op de eerste plaats.
324 fantastisch Zelfstandig naamwoord, Bijvoeglijk naamwoord /fɑnˈtɑs.tis/ (Zelfstandig naamwoord).
325 gered Werkwoord /ɣəˈrɛt/ voltooid deelwoord van redden.
326 viel Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /vil/ enkelvoud verleden tijd van vallen.
327 trouwens Bijwoord /ˈtrɑu̯.əns/ overigens, in werkelijkheid, in waarheid, in zekerheid.
328 uh Tussenwerpsel /ə/ een uiting die enige aarzeling aangeeft.
329 bank Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /bɑŋk/ een opslagsysteem voor gegevens of voorwerpen b.v. beeldbank, bloedbank, boekenbank, kennisbank, spermabank.
330 pistool Zelfstandig naamwoord /pisˈtoːl/ een semi-automatisch handvuurwapen met een langwerpig magazijn in het handvat.
331 noem Werkwoord /num/ eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van noemen.
332 bedrijf Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /bəˈdrɛi̯f/ organisatie, samenspel van mensen en middelen om producten en of diensten te leveren.
333 camera Zelfstandig naamwoord /ˈkaː.mə.raː/ een apparaat om beelden mee te registreren.
334 blijkbaar Zelfstandig naamwoord, Bijvoeglijk naamwoord, Bijwoord /ˈblɛi̯k.baːr/ (Zelfstandig naamwoord).
335 woont Werkwoord /ʋoːnt/ tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van wonen.
336 verkopen Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /vərˈkoːpə(n)/ meervoud van het zelfstandig naamwoord verkoop.
337 beide Werkwoord, Bijvoeglijk naamwoord, Voornaamwoord, Lidwoord /ˈbɛi̯.də/ de een en de ander van twee, het tweetal.
338 zolang Bijwoord, Voegwoord /zoːˈlɑŋ/ as long as, so long as.
339 straat Zelfstandig naamwoord /straːt/ reeks machines of arbeidsplaatsen in een productielijn, een productiestraat.
340 geest Zelfstandig naamwoord /ɣeːst/ dat wat zich afspeelt in iemands gedachten.
341 vuur Zelfstandig naamwoord, Werkwoord, Bijvoeglijk naamwoord /vyr/ het geheel van de licht- en warmteverschijnselen die zich voordoen wanneer iets verbrandt, d.w.z. een oxidatiereactie on…
342 verkeerde Werkwoord, Bijvoeglijk naamwoord /vər.ˈkeːr.də/ verbogen vorm van de stellende trap van verkeerd.
343 moesten Werkwoord meervoud verleden tijd van moeten.
344 Lieve Zelfstandig naamwoord, Bijvoeglijk naamwoord /ˈlivə/ verbogen vorm van de stellende trap van lief.
345 geprobeerd Werkwoord voltooid deelwoord van proberen.
346 meeste Bijvoeglijk naamwoord de grootste hoeveelheid, het hoogste aantal, de meerderheid.
347 kijkt Werkwoord /kɛi̯kt/ tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van kijken.
348 stierf Werkwoord /stirf/ enkelvoud verleden tijd van sterven.
349 hotel Zelfstandig naamwoord /ɦoːˈtɛl/ gebouw waar men tegen betaling kan eten en overnachten, meestal grootschaliger, duurder en luxueuzer dan bijv. een herbe…
350 droom Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /droːm/ een gedachte waarvan met graag had gehad dat ze werkelijkheid werd.
351 verliefd Werkwoord, Bijvoeglijk naamwoord /vərˈlift/ door sterke amoureuze gevoelens bevangen.
352 jammer Zelfstandig naamwoord, Werkwoord, Bijvoeglijk naamwoord, Bijwoord, Tussenwerpsel /ˈjɑ.mər/ apparaat dat elektromagnetische straling gebruikt om de werking van afluisterapparatuur, mobiele telefoons of wifi te bl…
353 gedacht Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ɣəˈdɑxt/ enkelvoud verleden tijd van gedenken.
354 let Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /lɛt/ enkelvoud tegenwoordige tijd van letten.
355 rug Zelfstandig naamwoord /rʏx/ achterkant van je romp dos mannelijk op je rug in de zon liggen s'être mis au soleil, couché sur le dos plotseling hevig…
356 vertaling Zelfstandig naamwoord /vərˈtaː.lɪŋ/ iets dat omgezet is van de ene naar de andere taal.
357 slaan Werkwoord /slaːn/ een klap uitdelen; met de arm of een vastgehouden voorwerp een snelle, rakende beweging maken.
358 gaten Zelfstandig naamwoord /ˈɣatə(n)/ meervoud van het zelfstandig naamwoord gat.
359 doel Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /dul/ een van de twee gemarkeerde ruimten op een sportveld, een bal die daarin op correcte wijze terechtkomt, levert een doelp…
360 meter Zelfstandig naamwoord /ˈmeːtər/ eenheid van lengte, 100 centimeter mètre mannelijk twee meter lang en bijna een meter breed deux mètres de long et presq…
361 drugs Zelfstandig naamwoord /drʏks/ meervoud van het zelfstandig naamwoord drug.
362 gevaarlijk Zelfstandig naamwoord, Bijvoeglijk naamwoord /ɣəˈvaːr.lək/ (Zelfstandig naamwoord).
363 geweldige Bijvoeglijk naamwoord /ɣəˈwɛldəɣə/ verbogen vorm van de stellende trap van geweldig.
364 lijst Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /lɛi̯st/ een rand in een speciale vorm om iets in te vatten, zoals een schilderij.
365 namen Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈnaː.mə(n)/ meervoud verleden tijd van nemen.
366 deden Werkwoord /ˈdeːdə(n)/ meervoud verleden tijd van doen.
367 jonge Zelfstandig naamwoord, Werkwoord, Bijvoeglijk naamwoord /ˈjɔŋə/ verbogen vorm van de stellende trap van jong.
368 schelen Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈsxelə(n)/ een verschil maken.
369 goedemorgen Zelfstandig naamwoord, Tussenwerpsel /ˌɣu.dəˈmɔr.ɣə(n)/ <je zegt dit als je iemand in de ochtend groet als je komt of weggaat> bonjour.
370 dragen Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈdraːɣə(n)/ (Zelfstandig naamwoord).
371 iedere Voornaamwoord, Lidwoord /ˈi.də.rə/ indefinite masculine/feminine singular attributive.
372 excuseer Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ɛkskyˈzer/ (Zelfstandig naamwoord).
373 stom Zelfstandig naamwoord, Bijvoeglijk naamwoord /stɔm/ (Zelfstandig naamwoord).
374 jong Zelfstandig naamwoord, Werkwoord, Bijvoeglijk naamwoord /jɔŋ/ recent, van nog maar kort geleden.
375 zover Bijwoord /zoːˈvɛr/ tot het genoemde of bedoelde punt.
376 betaald Zelfstandig naamwoord, Werkwoord, Bijvoeglijk naamwoord /bəˈtaːlt/ (Zelfstandig naamwoord).
377 kende Werkwoord /ˈkɛndə/ enkelvoud verleden tijd van kennen.
378 kleren Zelfstandig naamwoord /ˈkleː.rən/ meervoud van het zelfstandig naamwoord kleed.
379 gesprek Zelfstandig naamwoord /ɣəˈsprɛk/ een mondelinge conversatie waarbij informatie uitgewisseld wordt.
380 lukt Werkwoord /lɵkt/ tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van lukken.
381 welk Werkwoord, Voornaamwoord, Lidwoord /ʋɛlk/ which, what.
382 vertelt Werkwoord /vərˈtɛlt/ tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van vertellen.
383 prijs Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /prɛi̯s/ het bedrag (meestal in geld) dat betaald wordt voor een goed of een dienst.
384 voorstellen Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈvoːrˌstɛ.lə(n)/ zich voorstellen: vertellen wie je bent.
385 huwelijk Zelfstandig naamwoord, Bijvoeglijk naamwoord /ˈɦyʋələk/ sacrament en verbond waarmee een gedoopte man en vrouw zich voor het leven aan elkaar verbinden, met als doel het sticht…
386 tv Zelfstandig naamwoord, Bijwoord /teːˈveː/ een elektrisch apparaat om bewegende beelden en geluid te ontvangen.
387 missen Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈmɪsə(n)/ de afwezigheid voelen van, en bijgevolg tegelijk verlangen naar.
388 schrijven Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈsxrɛ(i)və(n)/ tekst in tekens vastleggen.
389 groep Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ɣrup/ groep leerlingen, klas [1], voornamelijk in het Nederlandse basisonderwijs.
390 herinneren Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ɦɛrˈɪ.nə.rə(n)/ (Zelfstandig naamwoord).
391 regels Zelfstandig naamwoord /ˈreɣəɫs/ meervoud van het zelfstandig naamwoord regel.
392 vonden Werkwoord /[ˈvɔn.də(n)]/ meervoud verleden tijd van vinden.
393 vliegtuig Zelfstandig naamwoord /ˈvlix.tœy̯x/ vervoermiddel dat speciaal ontworpen is voor het reizen door de lucht.
394 onderweg Bijwoord /ˌɔndərˈwɛx/ onderweg zijn: bezig zijn zich van plek A naar plek B te verplaatsen.
395 delen Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈdeːlə(n)/ gelijksoortige stukken (bestanddelen, afdelingen enz.) van een geheel (de stukken kunnen verschillen in grootte maar zij…
396 geleerd Zelfstandig naamwoord, Werkwoord, Bijvoeglijk naamwoord /ɣəˈleːrt/ (Zelfstandig naamwoord).
397 stomme Zelfstandig naamwoord, Bijvoeglijk naamwoord verbogen vorm van de stellende trap van stom.
398 bestaat Werkwoord tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van bestaan.
399 vertrouw Werkwoord eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van vertrouwen.
400 daarvoor Zelfstandig naamwoord, Bijwoord /daːrˈvoːr/ (Zelfstandig naamwoord).
401 shit Zelfstandig naamwoord, Tussenwerpsel /ʃɪt/ een uitroep van ergernis en frustratie als iets helemaal misgaat.
402 trekken Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈtrɛkə(n)/ bestanddelen uit plantaardig of dierlijk weefsel door onderdompeling in heet water daarin overbrengen.
403 zak Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /zɑk/ slap omhulsel dat aan een kant een (soms afsluitbare) opening heeft om er iets in te stoppen of uit te halen.
404 vanuit Bijwoord, Voorzetsel /vɑnˈœyt/ een plaats aangevend die als oorsprong fungeert.
405 gebracht Werkwoord, Bijvoeglijk naamwoord /ɣəˈbrɑxt/ voltooid deelwoord van brengen.
406 stem Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /stɛm/ mondeling of schriftelijk kenbaar gemaakte wilsuiting die bij het nemen van een beslissing of een verkiezing, medebepale…
407 gezin Zelfstandig naamwoord /ɣəˈzɪn/ huishouden bestaande uit een of meer ouders en hun kinderen.
408 keuze Zelfstandig naamwoord /ˈkøː.zə/ het besluit om uit verschillende mogelijkheden er één te nemen.
409 raken Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈraːkə(n)/ maakt een ergatieve constructie met een bijvoeglijk naamwoord of voltooid deelwoord.
410 direct Zelfstandig naamwoord, Bijvoeglijk naamwoord, Bijwoord /diˈrɛkt/ See direct examination.
411 verdomde Werkwoord, Bijvoeglijk naamwoord verbogen vorm van verdomd, voltooid deelwoord van verdommen.
412 boot Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /boːt/ laars die tot net boven de enkels komt.
413 dom Zelfstandig naamwoord, Bijvoeglijk naamwoord /dɔm/ kathedraal, de hoofdkerk van een bisdom.
414 verleden Zelfstandig naamwoord, Werkwoord, Bijvoeglijk naamwoord de voorafgaande tijd, dat wat voorbij is.
415 gemist Werkwoord voltooid deelwoord van missen.
416 duurt Werkwoord tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van duren.
417 gedachten Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ɣəˈdɑxtə(n)/ meervoud van het zelfstandig naamwoord gedachte.
418 situatie Zelfstandig naamwoord /sityˈaː(t)si/ hoe de zaken er voorliggen, toestand.
419 moe Zelfstandig naamwoord, Bijvoeglijk naamwoord /mu/ liefkozende benaming voor vrouwelijke ouder.
420 deal Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /diːl/ overeenkomst, transactie.
421 tafel Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈtaːfəl/ een meestal rechthoekig, soms rond meubelstuk met poten, bedoeld om dingen op te zetten of te leggen.
422 band Zelfstandig naamwoord /bɑnt/ een langwerpig lint waarop informatie, geluid of beeld kan worden vastgelegd, meestal magnetisch.
423 generaal Zelfstandig naamwoord, Bijvoeglijk naamwoord /ˈɣeː.nə.raːl/ de doorgaans hoogste rang in het leger (afgezien van die van maarschalk [1]), degene die het bevel heeft over alle strij…
424 reis Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /rɛi̯s/ grote, lange tocht of trip.
425 partner Zelfstandig naamwoord /ˈpɑrt.nər/ iemand met wie men gezamenlijk iets onderneemt of handel drijft, zakenpartner, handelspartner.
426 leuke Bijvoeglijk naamwoord /ˈløːkə/ verbogen vorm van de stellende trap van leuk.
427 raad Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /raːt/ orgaan dat bestaat uit leden die raadgevende of beslissende bevoegdheden bezitten.
428 honger Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈɦɔ.ŋər/ levensbedreigend tekort aan voedsel.
429 geraakt Werkwoord, Bijvoeglijk naamwoord tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van geraken.
430 gebouw Zelfstandig naamwoord /ɣəˈbɑu̯/ een constructie van enige omvang die verbonden is met de grond en waarin men kan wonen of werken.
431 zwaar Bijvoeglijk naamwoord, Bijwoord /zʋaːr/ van een hoge moeilijkheidsgraad.
432 gast Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ɣɑst/ min of meer denigrerende vorm om tegen of over iemand (doorgaans van het mannelijke geslacht) te spreken.
433 gestuurd Werkwoord /ɣəˈstyrt/ voltooid deelwoord van sturen.
434 geboren Zelfstandig naamwoord, Werkwoord, Bijvoeglijk naamwoord /ɣəˈboːrə(n)/ (Zelfstandig naamwoord).
435 bracht Werkwoord enkelvoud verleden tijd van brengen.
436 rechter Zelfstandig naamwoord, Bijvoeglijk naamwoord /ˈrɛx.tər/ persoon die rechtspreekt, persoon die een oordeel velt.
437 agenten Zelfstandig naamwoord meervoud van het zelfstandig naamwoord agent.
438 bureau Zelfstandig naamwoord /byˈroː/ een werkmeubel voor administratief- en studiewerk.
439 macht Zelfstandig naamwoord /mɑxt/ het vermogen om elders de eigen wil op te leggen.
440 spreek Werkwoord /spreːk/ eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van spreken.
441 derde Zelfstandig naamwoord, Bijvoeglijk naamwoord /ˈdɛr.də/ door drie gedeeld iets.
442 regel Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈreː.ɣəl/ een houten lat of rib van een bepaalde afmeting.
443 kolonel Zelfstandig naamwoord /ˌkoː.loːˈnɛl/ een hoge opperofficiersrang, nog net onder de doorgaans hoogste rang van generaal.
444 ruzie Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈry.zi/ toestand waarin men in conflict is met anderen.
445 oma Zelfstandig naamwoord /ˈoː.maː/ moeder van een ouder.
446 zeiden Werkwoord /ˈzɛi̯dən/ meervoud verleden tijd van zeggen.
447 speelt Werkwoord /speːlt/ tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van spelen.
448 dronken Zelfstandig naamwoord, Werkwoord, Bijvoeglijk naamwoord /ˈdrɔŋ.kə(n)/ meervoud van het zelfstandig naamwoord dronk.
449 vliegen Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈvli.ɣə(n)/ zich door de lucht voortbewegen met behulp van een vliegtuig.
450 luitenant Zelfstandig naamwoord /ˌlœy̯.təˈnɑnt/ onderofficiersrang in het leger, in hoogte tussen die van sergeant zn [1] en kapitein [2] in.
451 gelooft Werkwoord tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van geloven.
452 arme Zelfstandig naamwoord, Bijvoeglijk naamwoord /ˈɑrmə/ verbogen vorm van de stellende trap van arm.
453 seconden Zelfstandig naamwoord meervoud van het zelfstandig naamwoord seconde.
454 liep Werkwoord /lip/ enkelvoud verleden tijd van lopen.
455 tuurlijk Zelfstandig naamwoord, Bijwoord, Tussenwerpsel /ˈtyrlək/ (Zelfstandig naamwoord).
456 red Werkwoord /rɛt/ eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van redden.
457 gefeliciteerd Zelfstandig naamwoord, Werkwoord, Tussenwerpsel /ɣəˈfeːlisiˌteːrt/ (Zelfstandig naamwoord).
458 koud Bijvoeglijk naamwoord, Bijwoord /kɑu̯t/ met een lage temperatuur, fris, kil, koel.
459 regelen Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈreː.ɣə.lə(n)/ meervoud van het zelfstandig naamwoord regel.
460 henry Zelfstandig naamwoord SI-eenheid van zelfinductie, weergegeven met symbool H.
461 bericht Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /bəˈrɪxt/ overgebrachte mededeling, mogelijk over een recente gebeurtenis.
462 vlucht Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /vlʏxt/ naamwoord van handeling van vluchten: het ontvluchten van bijvoorbeeld gevaar of straf.
463 moeite Zelfstandig naamwoord /ˈmui̯.tə/ een grote inspanning.
464 hel Zelfstandig naamwoord, Werkwoord, Bijvoeglijk naamwoord /ɦɛl/ de onderwereld of toestand van de zielen van alle gestorvenen vóór de verlossing van Christus, die verstoken waren van h…
465 dame Zelfstandig naamwoord /ˈdaː.mə/ koningin in het schaakspel.
466 oog Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /oːx/ oogvormig versiersel op de staart van pauwen en op de vleugels van sommige vlinders.
467 ma Zelfstandig naamwoord /maː/ maandag, de eerste dag van de werkweek.
468 dansen Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈdɑnsə(n)/ sierlijk en ritmisch bewegen, gewoonlijk op muziek.
469 teken Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈteː.kə(n)/ Ixodida een orde van geleedpotige parasieten die behoren tot de klasse der spinachtigen. Samen met de mijten vormen zij…
470 onmogelijk Zelfstandig naamwoord, Bijvoeglijk naamwoord /ɔnˈmoːɣələk/ (Zelfstandig naamwoord).
471 gewerkt Werkwoord /ɣəˈʋɛrkt/ voltooid deelwoord van werken.
472 helaas Zelfstandig naamwoord, Bijwoord, Tussenwerpsel /ɦeːˈlaːs/ (Zelfstandig naamwoord).
473 grapje Zelfstandig naamwoord /ˈɣrɑpjə/ verkleinwoord enkelvoud van het zelfstandig naamwoord grap.
474 arm Zelfstandig naamwoord, Bijvoeglijk naamwoord /ɑrm/ anatomie lichaamsdeel vanaf je schouder tot en met je hand bras (bʀa) mannelijk bovenarm partie supérieure du bras linke…
475 show Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ʃoː/ uitvoering van een (klein)kunstwerk.
476 lachen Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈlɑxə(n)/ meervoud van het zelfstandig naamwoord lach.
477 leggen Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈlɛɣə(n)/ doen liggen.
478 sleutel Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈsløː.təl/ een aanwijzing of code waarmee een raadsel kan worden opgelost, een geheim(-schrift) ontcijferd, een cijferslot geopend…
479 wet Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ʋɛt/ vaste, op waarneming gegronde regel, waarmee een verschijnsel wordt verklaard.
480 liefje Zelfstandig naamwoord alleen verkleinwoord persoon waarmee men amoureuze betrekkingen heeft.
481 keek Werkwoord /keːk/ enkelvoud verleden tijd van kijken.
482 aantal Zelfstandig naamwoord /ˈaːn.tɑl/ een onbepaalde maar telbare hoeveelheid.
483 zoekt Werkwoord /zukt/ tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van zoeken.
484 extra Zelfstandig naamwoord, Bijvoeglijk naamwoord, Bijwoord /ˈɛks.traː/ hetgeen men erbij krijgt.
485 zweer Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /zʋeːr/ ontstoken plek, infectie.
486 leiden Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈlɛi̯.də(n)/ stad in de provincie Zuid-Holland.
487 lijk Zelfstandig naamwoord, Werkwoord, Bijwoord /lɛi̯k/ tegenwoordig, een zijde van een zeil, vroeger de omzoomde zeilrand (zoomtouw) waarin een touw was ingenaaid.
488 kapot Zelfstandig naamwoord, Bijvoeglijk naamwoord, Bijwoord /kaːˈpɔt/ ruime mantel met een kap die het hoofd tegen regen beschermt.
489 bleef Werkwoord enkelvoud verleden tijd van blijven.
490 sneller Bijvoeglijk naamwoord /ˈsnɛlər/ onverbogen vorm van de vergrotende trap van snel.
491 gebroken Zelfstandig naamwoord, Werkwoord, Bijvoeglijk naamwoord /ɣəˈbrokə(n)/ voltooid deelwoord van breken.
492 uiteindelijk Bijvoeglijk naamwoord, Bijwoord /ˌœy̯tˈɛi̯n.də.lək/ afsluitend, niet tussendoor maar op het eind komend.
493 verdwenen Werkwoord meervoud verleden tijd van verdwijnen.
494 kaart Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /kaːrt/ kaart of klein boekje in een horecagelegenheid met een overzicht van wat er zoal besteld kan worden.
495 kerk Zelfstandig naamwoord /kɛrk/ georganiseerde groep die bepaalde religieuze, m.n. christelijke, standpunten aanhangt (bijv. Katholieke Kerk, Gereformee…
496 mijne Zelfstandig naamwoord, Werkwoord, Voornaamwoord, Lidwoord /ˈmɛi̯.nə/ zelfstandige vorm van mijn, eerste persoon enkelvoud.
497 dode Zelfstandig naamwoord, Werkwoord, Bijvoeglijk naamwoord /ˈdoː.də/ iemand die dood is, een gestorvene, overledene, lijk.
498 brand Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /brɑnt/ iets dat heel warm en schadelijk is.
499 i Zelfstandig naamwoord /i/ hoofdletter van de i, de negende letter van het alfabet.
500 betrokken Zelfstandig naamwoord, Werkwoord, Bijvoeglijk naamwoord /bəˈtrɔ.kə(n)/ (Zelfstandig naamwoord).
501 wegwezen Zelfstandig naamwoord, Werkwoord (Zelfstandig naamwoord).
502 plannen Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈplɑnə(n)/ tot een samenhangend geheel van toekomstige activiteiten maken.
503 volg Werkwoord /vɔlx/ eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van volgen.
504 lastig Zelfstandig naamwoord, Bijvoeglijk naamwoord, Bijwoord /ˈlɑs.təx/ (Zelfstandig naamwoord).
505 tijdje Zelfstandig naamwoord verkleinwoord enkelvoud van het zelfstandig naamwoord tijd.
506 negen Zelfstandig naamwoord, Werkwoord, Bijvoeglijk naamwoord /ˈneː.ɣə(n)/ dat wat in een (rang)ordening met 9 is aangeduid.
507 gebied Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ɣəˈbit/ alle dingen die behoren tot een tak van het onderwijs, de kunst en/of de wetenschap.
508 beiden Werkwoord, Bijvoeglijk naamwoord, Voornaamwoord /ˈbɛi̯.də(n)/ personal plural of beide (“both”).
509 eind Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ɛi̯nt/ daar waar iets ophoudt, het uiterste deel van iets.
510 operatie Zelfstandig naamwoord /ˌoː.pəˈraː.(t)si/ een bewerking op een object door een operator.
511 diep Zelfstandig naamwoord, Werkwoord, Bijvoeglijk naamwoord /dip/ kanaal (vooral in Noordelijk Nederland), ook gebruikt voor gekanaliseerde riviertjes.
512 persoonlijk Bijvoeglijk naamwoord /pɛrˈsoːn.lək/ betrekking hebbend op iemand specifiek.
513 liegen Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈli.ɣə(n)/ met opzet dingen vertellen die niet de waarheid zijn maar wel als dusdanig worden gepresenteerd.
514 zwanger Werkwoord, Bijvoeglijk naamwoord /ˈzʋɑ.ŋər/ in de toestand van een vrouw wanneer er in haar baarmoeder een bevruchting heeft plaatsgevonden.
515 club Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /klʏp/ een besloten gemeenschap waarin de leden hun gemeenschappelijke belangen van niet economische aard behartigen.
516 respect Zelfstandig naamwoord /rɛsˈpɛkt/ gevoel van bewondering op geestelijk en zedelijk vlak.
517 steek Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /steːk/ eenmalige doorvoering van een draad door een weefsel, meestal met behulp van een naald.
518 waarvoor Bijwoord betrekkelijk: voor+wat voor+hetwelk.
519 missie Zelfstandig naamwoord /ˈmɪ.si/ activiteit bedoeld om mensen te bekeren tot een geloof.
520 cool Zelfstandig naamwoord, Bijvoeglijk naamwoord /kul/ mooi en modern en daarom leuk en aantrekkelijk cool (kul).
521 zon Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /zɔn/ de ster waar de planeet aarde omheen draait, hemellichaam dat o.a. de aarde het daglicht schenkt.
522 kost Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /kɔst/ geldbedrag of andere tegenprestatie voor een verkregen voorwerp of dienst of voor veroorzaakte schade Het enkelvoud is i…
523 paard Zelfstandig naamwoord /paːrt/ gedomesticeerd hoefdier uit de familie van de paardachtigen Equidae, met vloeiende manen, een langharige staart en relat…
524 waarop Bijwoord betrekkelijk op wat, op hetwelk.
525 maat Zelfstandig naamwoord /maːt/ / aanduiding van de grootte van een kledingstuk of schoen: een maatje te groot.
526 brief Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /brif/ een (traditioneel op papier) geschreven bericht van een persoon naar een ander, meestal in een omslag per post verzonden.
527 raak Zelfstandig naamwoord, Werkwoord, Bijvoeglijk naamwoord, Bijwoord /raːk/ soort pook, ijzeren staaf aan het eind haaks omgebogen.
528 rijk Zelfstandig naamwoord, Bijvoeglijk naamwoord /rɛi̯k/ een taxon dat bestaat uit een of meer stammen en dat deel uitmaakt van een domein.
529 rij Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /rɛi̯/ geordende opstelling van een aantal eenheden in één richting.
530 risico Zelfstandig naamwoord /ˈri.zi.koː/ de kans op een onvoorziene gebeurtenis waardoor de waarde van financiële goederen wordt onderuitgehaald.
531 meestal Bijwoord /ˈmeːs.tɑl/ in het merendeel van de gevallen.
532 Witte Zelfstandig naamwoord, Werkwoord, Bijvoeglijk naamwoord /ˈʋɪ.tə/ verbogen vorm van de stellende trap van wit.
533 getuige Zelfstandig naamwoord, Werkwoord, Voorzetsel /ɣəˈtœy̯.ɣə/ iemand die een gebeurtenis heeft meegemaakt of op andere wijze, veelal onder ede, een verklaring kan geven ten aanzien v…
534 kwalijk Bijvoeglijk naamwoord /ˈkʋaːlək/ slecht, niet goed.
535 rechercheur Zelfstandig naamwoord /ˌreː.ʃɛrˈʒøːr/ iemand die een politioneel onderzoek uitvoert.
536 schoenen Zelfstandig naamwoord /ˈsxu.nə(n)/ meervoud van het zelfstandig naamwoord schoen.
537 bar Zelfstandig naamwoord, Bijvoeglijk naamwoord, Bijwoord /bɑr/ plaats waar de gasten drank kunnen bestellen en nuttigen aan één kant van een langgerekte hoge toonbank, met bediening v…
538 hoeven Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈɦuvə(n)/ meervoud van het zelfstandig naamwoord hoeve.
539 midden Zelfstandig naamwoord, Bijwoord, Voorzetsel /ˈmɪdə(n)/ het centrale deel of het punt halverwege uitersten.
540 hopelijk Zelfstandig naamwoord, Bijwoord /ˈhopələk/ (Zelfstandig naamwoord).
541 lijn Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /lɛi̯n/ Een denkbeeldige verbinding (zonder dikte) tussen twee punten in een 2 of 3 dimensionale ruimte.
542 eer Zelfstandig naamwoord, Werkwoord, Voegwoord /eːr/ aanzien, roem.
543 gezet Zelfstandig naamwoord, Werkwoord, Bijvoeglijk naamwoord /ɣəˈzɛt/ (Zelfstandig naamwoord).
544 zuster Zelfstandig naamwoord /ˈzʏstər/ vrouw die tot hetzelfde kerkgenootschap behoort.
545 bal Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /bɑl/ jong persoon, veelal van het mannelijk geslacht, vaak van rijke afkomst en met een herkenbaar accent, die zich uit de ho…
546 sprak Werkwoord /sprɑk/ enkelvoud verleden tijd van spreken.
547 aanval Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈaːn.vɑl/ militair (gewelddadige) vijandelijke actie attaque (atak) vrouwelijk de aanval op een stad door de vijand l'assaut contr…
548 aandacht Zelfstandig naamwoord, Tussenwerpsel /ˈaːn.dɑxt/ gerichte belangstelling of interesse.
549 kiezen Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈki.zə(n)/ meervoud van het zelfstandig naamwoord kies.
550 komaan Tussenwerpsel /kɔˈmaːn/ een bemoedigende aansporing.
551 rode Zelfstandig naamwoord, Bijvoeglijk naamwoord /ˈroː.də/ verbogen vorm van de stellende trap van rood.
552 meiden Zelfstandig naamwoord meervoud van het zelfstandig naamwoord meid.
553 adres Zelfstandig naamwoord /aːˈdrɛs/ aanduiding van de plaats, straat en huisnummer waar iemand woont of iets is gevestigd.
554 zee Zelfstandig naamwoord /zeː/ een uitgestrekt oppervlak zoutwater dat het grootste deel van de aarde bedekt.
555 hoog Zelfstandig naamwoord, Werkwoord, Bijvoeglijk naamwoord /ɦoːx/ (Zelfstandig naamwoord).
556 feestje Zelfstandig naamwoord verkleinwoord enkelvoud van het zelfstandig naamwoord feest.
557 gekocht Werkwoord, Bijvoeglijk naamwoord /ɣə.ˈkɔxt/ voltooid deelwoord van kopen.
558 bevel Zelfstandig naamwoord /bəˈvɛl/ verplicht uit te voeren opdracht zonder enige tegenspraak; verbaal geuit gebod.
559 wedstrijd Zelfstandig naamwoord /ˈʋɛt.strɛi̯t/ een strijd van twee of meer personen om uit te maken wie op een bepaald gebied de beste is.
560 sluiten Werkwoord /ˈslœy̯tə(n)/ een compromis/overeenkomst, … ~: tot een gezamenlijke overeenstemming komen en die min of meer officieel maken.
561 daarvan Zelfstandig naamwoord, Bijwoord /daːrˈvɑn/ (Zelfstandig naamwoord).
562 volledig Zelfstandig naamwoord, Bijvoeglijk naamwoord, Bijwoord /vɔˈleː.dəx/ (Zelfstandig naamwoord).
563 rot Zelfstandig naamwoord, Werkwoord, Bijvoeglijk naamwoord /rɔt/ gebruikt als eerste deel van samenstellingen om het tweede deel een negatieve strekking te geven.
564 les Zelfstandig naamwoord, Werkwoord, Bijwoord /lɛs/ onderricht gedurende een korte tijd.
565 ziel Zelfstandig naamwoord /zil/ het veronderstelde wezen van het niet-stoffelijke van de mens.
566 interessant Zelfstandig naamwoord, Bijvoeglijk naamwoord /ˌɪn.tə.rɛˈsɑnt/ chercher à se faire remarquer.
567 slag Zelfstandig naamwoord /slɑx/ een aantal kaarten, van iedere speler gewoonlijk één, die door een bepaalde speler gewonnen worden.
568 sluit Werkwoord, Bijvoeglijk naamwoord /slœy̯t/ enkelvoud tegenwoordige tijd van sluiten.
569 zelfmoord Zelfstandig naamwoord /ˈzɛlf.moːrt/ handeling waarbij men een einde maakt aan zijn eigen leven.
570 computer Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /kɔmˈpjutər/ programmeerbare machine die door een reeks instructies bewerkingen kan uitvoeren.
571 planeet Zelfstandig naamwoord /plaːˈneːt/ een groot, rond en massief hemellichaam dat zelf geen licht geeft en in een vaste baan rond een ster draait.
572 bereiken Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /bəˈrɛi̯kə(n)/ een bepaald doel verwezenlijken, halen.
573 verdachte Zelfstandig naamwoord, Werkwoord, Bijvoeglijk naamwoord /vərˈdɑx.tə/ iemand die mogelijk een misdaad gepleegd heeft, maar (nog) niet veroordeeld is.
574 gelezen Werkwoord /ɣə.ˈleː.zə(n)/ voltooid deelwoord van lezen.
575 uitleggen Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈœy̯tˌlɛ.ɣə(n)/ meervoud van het zelfstandig naamwoord uitleg.
576 beloofd Werkwoord /bəˈloft/ voltooid deelwoord van beloven.
577 laatst Bijvoeglijk naamwoord, Bijwoord /laːtst/ onverbogen vorm van de overtreffende trap van laat.
578 winkel Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈʋɪŋ.kəl/ een plaats waar koopwaar wordt verkocht.
579 zul Werkwoord /zʏl/ tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van zullen.
580 wagen Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈʋaːɣə(n)/ iets ondernemen waarvan je niet zeker bent dat het zal lukken`.
581 angst Zelfstandig naamwoord /ɑŋst/ gevoel dat er onheil of gevaar dreigt.
582 muur Zelfstandig naamwoord /myr/ een geslacht Stellaria van kruidachtige planten uit de anjerfamilie (Caryophyllaceae). De typesoort is Stellaria gramine…
583 leeg Zelfstandig naamwoord, Werkwoord, Bijvoeglijk naamwoord /leːx/ (Zelfstandig naamwoord).
584 bezoek Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /bəˈzuk/ de personen die op visite zijn of komen, de verzamelde bezoekers.
585 stelen Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈsteːlə(n)/ ontdoen van wat nog is overgebleven van de verbinding met de stengel.
586 gewonnen Werkwoord /ɣəˈʋɔnə(n)/ meervoud verleden tijd van gewinnen.
587 positie Zelfstandig naamwoord /ˌpoːˈzi.(t)si/ een punt in een n-dimensionale ruimte wat met coördinaten kan worden gekarakteriseerd (-> locatie).
588 wisten Werkwoord /ˈʋɪs.tə(n)/ meervoud verleden tijd van wissen.
589 sheriff Zelfstandig naamwoord /ˈʃɛ.rɪf/ hoofd van de politie van een gewest in de Verenigde Staten.
590 bekijken Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /bəˈkɛi̯kə(n)/ ergens over nadenken.
591 helft Zelfstandig naamwoord /ɦɛlft/ fractie, voorgesteld door 1/2.
592 r Zelfstandig naamwoord /ɛr/ hoofdletter van de r, de achttiende letter van het alfabet.
593 warm Zelfstandig naamwoord, Werkwoord, Bijvoeglijk naamwoord, Bijwoord /ʋɑr(ə)m/ met een gevoel van sympathie chaleureux/-euse Ik koester warme gevoelens voor haar. Je ressens de doux sentiments pour e…
594 keus Zelfstandig naamwoord /køːs/ gelegenheid om óf het een óf het ander te nemen.
595 vanmorgen Zelfstandig naamwoord, Bijwoord (Zelfstandig naamwoord).
596 park Zelfstandig naamwoord /pɑrk/ groengebied bedoeld voor recreatie of natuurbehoud.
597 zulke Voornaamwoord, Lidwoord /zʏlkə/ masculine/feminine singular attributive.
598 heerlijk Zelfstandig naamwoord, Bijvoeglijk naamwoord /ˈɦeːrlək/ (Zelfstandig naamwoord).
599 gevallen Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ɣə.ˈvɑ.lə(n)/ meervoud van het zelfstandig naamwoord geval.
600 zaten Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈzatə(n)/ meervoud verleden tijd van zitten.
601 rennen Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /rɛ.nə(n)/ zeer snel lopen.
602 gewond Werkwoord, Bijvoeglijk naamwoord /ɣəˈwɔnt/ voltooid deelwoord van wonden.
603 sergeant Zelfstandig naamwoord /sɛrˈʒɑnt/ een rang onder de onderofficieren, meestal de laagste (nog onder die van luitenant).
604 volk Zelfstandig naamwoord /vɔlk/ een groep mensen die een aantal dingen gemeenschappelijk hebben, zoals afstamming, taal, gewoontes of overlevering.
605 kort Zelfstandig naamwoord, Werkwoord, Bijvoeglijk naamwoord /kɔrt/ Abbreviation of Knight of the Round Table.
606 spreekt Werkwoord /spreːkt/ tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van spreken.
607 ah Zelfstandig naamwoord, Tussenwerpsel /aː/ uitroep "ah!", die herkenning of verbazing uitdrukt.
608 allen Bijvoeglijk naamwoord, Voornaamwoord /ˈɑlə(n)/ alle ; allemaal, iedereen.
609 verdient Werkwoord tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van verdienen.
610 onderzoeken Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈɔndərzukə(n)/ de oorzaak of reden van iets proberen te achterhalen.
611 haast Zelfstandig naamwoord, Werkwoord, Bijwoord /ɦaːst/ de drang hebben om iets snel te doen.
612 dromen Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈdroːmə(n)/ meervoud van het zelfstandig naamwoord droom.
613 systeem Zelfstandig naamwoord /siˈsteːm/ een uit meerdere interagerende onderdelen bestaand stelsel dat als geheel toegevoegde eigenschappen heeft.
614 meester Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈmeːstər/ onderofficier bij de marine, één rang lager dan meester-chef en gelijk aan 1e sergeant bij de landmacht, de luchtmacht e…
615 kont Zelfstandig naamwoord /kɔnt/ de achtersteven van een schip.
616 enig Bijvoeglijk naamwoord, Voornaamwoord, Lidwoord /ˈeːnəx/ enig kind: kind zonder broers of zussen.
617 ontdekt Werkwoord tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van ontdekken.
618 verkocht Werkwoord /vərˈkɔxt/ enkelvoud verleden tijd van verkopen.
619 tante Zelfstandig naamwoord /ˈtɑn.tə/ zus of schoonzus van iemands vader of moeder.
620 bewegen Werkwoord /bəˈʋeːɣə(n)/ zich ~ actie ondernemen om een beweging te maken.
621 geschreven Werkwoord /ɣə.ˈsxreː.və(n)/ voltooid deelwoord van schrijven.
622 groter Bijvoeglijk naamwoord /ˈɣrotər/ onverbogen vorm van de vergrotende trap van groot.
623 neus Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /nøːs/ orgaan dat gebruikt wordt bij de ademhaling en om te ruiken.
624 ach Tussenwerpsel /ɑx/ drukt medelijden, verbazing, ontzetting of onsteltenis uit.
625 verklaring Zelfstandig naamwoord /vərˈklaː.rɪŋ/ een meestal schriftelijk stuk waarin iets verklaard wordt.
626 broek Zelfstandig naamwoord /bruk/ de vederen die de onderbuik en het halve loopbeen bedekken en in rust vaak de hele poot.
627 verdienen Werkwoord /vərˈdinə(n)/ geld verkrijgen door arbeid of een andere prestatie.
628 speel Werkwoord /speːl/ eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van spelen.
629 hangt Werkwoord /ɦɑŋt/ tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van hangen.
630 vijand Zelfstandig naamwoord /ˈvɛi̯ˌ(j)ɑnt/ iemand met wie men op voet van oorlog leeft.
631 gelukt Werkwoord tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van gelukken.
632 verschillende Werkwoord, Bijvoeglijk naamwoord verbogen vorm van de stellende trap van verschillend.
633 speciale Bijvoeglijk naamwoord verbogen vorm van de stellende trap van speciaal.
634 verrassing Zelfstandig naamwoord /vəˈrɑsɪŋ/ een geheel onverwachte gebeurtenis.
635 vreemde Zelfstandig naamwoord, Bijvoeglijk naamwoord /vreːmdə/ verbogen vorm van de stellende trap van vreemd.
636 sla Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /slaː/ eenjarige plant Lactuca sativa uit de Composietenfamilie Asteraceae.
637 geschiedenis Zelfstandig naamwoord /ɣəˈsxi.də.nɪs/ een verhaal dat het geheel gebeurtenissen rond een bepaald persoon of entiteit beschrijft.
638 erachter Bijwoord /ərˈɑx.tər/ vervangt achter dat, achter die, achter dit, achter deze.
639 lul Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /lʏl/ Arch. (1811) : houten pijp aan een pomp waaruit het water loopt, spuitstuk van een brandweerslang.
640 bezorgd Zelfstandig naamwoord, Werkwoord, Bijvoeglijk naamwoord, Bijwoord /bəˈzɔrxt/ (Zelfstandig naamwoord).
641 hoogte Zelfstandig naamwoord /ˈɦoːx.tə/ de mate waarin iets hoog is, niveau, peil, stand.
642 vrede Zelfstandig naamwoord /ˈvreːdə/ ontbreken van oorlog.
643 meegenomen Werkwoord, Bijvoeglijk naamwoord /ˈmeːɣənoːmə(n)/ voltooid deelwoord van meenemen.
644 zagen Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈzaːɣə(n)/ in stukken delen door middel van een zaag.
645 liegt Werkwoord /lixt/ tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van liegen.
646 bus Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /bʏs/ blikken bewaardoos waarvan de hoogte groter is dan de breedte, vaak met de vorm van een cilinder.
647 belachelijk Zelfstandig naamwoord, Bijvoeglijk naamwoord /bəˈlɑ.xə.lək/ (Zelfstandig naamwoord).
648 betere Werkwoord, Bijvoeglijk naamwoord /ˈbetərə/ verbogen vorm van de vergrotende trap van goed.
649 raam Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /raːm/ de basisstructuur van een akkoord of wet waarin slechts de begrenzing van het geheel, en het onderlinge verband van onde…
650 wijn Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ʋɛi̯n/ sterke drank met alcoholgehalte van 10 tot 15 procent die verkregen wordt door de gisting van druivensap.
651 mes Zelfstandig naamwoord /mɛs/ een dun lang werktuig met een scherp geslepen kant waarmee bijv. etenswaren gesneden kunnen worden.
652 ontslagen Zelfstandig naamwoord, Werkwoord voltooid deelwoord van ontslaan.
653 geheime Bijvoeglijk naamwoord verbogen vorm van de stellende trap van geheim.
654 gehouden Werkwoord voltooid deelwoord van houden.
655 weggaan Werkwoord /ˈʋɛ.xaːn/ zich ergens vandaan begeven.
656 weekend Zelfstandig naamwoord /ˈʋikɛnt/ periode van vrijdagavond tot en met zondagnacht.
657 eh Tussenwerpsel /ə/ een uiting die enige aarzeling aangeeft.
658 excuses Zelfstandig naamwoord meervoud van het zelfstandig naamwoord excuus.
659 getuigen Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ɣəˈtœy̯ɣə(n)/ meervoud van het zelfstandig naamwoord getuige.
660 bom Zelfstandig naamwoord, Werkwoord, Bijvoeglijk naamwoord /bɔm/ vrouw die ervoor gekozen heeft om zonder partner kinderen groot te brengen.
661 inspecteur Zelfstandig naamwoord /ˌɪn.spɛkˈtøːr/ een rang in de hiërarchie van de politie tussen brigadier en hoofdinspecteur.
662 gehaald Werkwoord /ɣəˈhaɫt/ voltooid deelwoord van halen.
663 spoor Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /spoːr/ iets waaruit blijkt dat iets of iemand op een bepaalde plaats geweest is trace vrouwelijk geurspoor trace olfactive In h…
664 held Zelfstandig naamwoord /ɦɛlt/ mythische of reële persoon die iets buitengewoons heeft gedaan.
665 benen Zelfstandig naamwoord, Werkwoord, Bijvoeglijk naamwoord /ˈbeːnə(n)/ meervoud van het zelfstandig naamwoord been.
666 dachten Werkwoord /ˈdɑxtə(n)/ meervoud verleden tijd van denken.
667 waarvan Bijwoord betrekkelijk van wat, van hetwelk.
668 tas Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /tɑs/ stalen blok dat op een aambeeld wordt geplaatst, of in een bankschroef wordt geklemd, om als een klein aambeeld te diene…
669 thee Zelfstandig naamwoord /teː/ warme drank bereid van de bladeren van de onder [1] genoemde theestruik.
670 overleven Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˌoː.vərˈleː.və(n)/ in leven blijven ondanks levensbedreigende omstandigheden of gebeurtenissen.
671 belt Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /bɛlt/ stortplaats voor afval.
672 meenemen Werkwoord /ˈmenemə(n)/ bij het vertrek meevoeren naar een nieuwe plaats.
673 nek Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /nɛk/ achterste gedeelte van de hals.
674 gevecht Zelfstandig naamwoord /ɣəˈvɛxt/ een handgemeen.
675 bestaan Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /bəˈstaːn/ daadwerkelijk in het universum voorkomen, het zijn, mogelijk zijn.
676 ongelooflijk Bijvoeglijk naamwoord /ˌɔŋɣəˈloflək/ onmogelijk om geloof aan te schenken.
677 slachtoffers Zelfstandig naamwoord meervoud van het zelfstandig naamwoord slachtoffer.
678 drink Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /drɪŋk/ gelegenheid waarbij genodigden elkaar informeel ontmoeten en een of meer glazen met onverwarmde dranken krijgen aangebod…
679 ring Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /rɪŋ/ cyclische verbinding waarbij de atomen een gesloten systeem vormen.
680 donker Zelfstandig naamwoord, Werkwoord, Bijvoeglijk naamwoord /ˈdɔŋ.kər/ weinig licht terugkaatsend, niet licht van kleur.
681 links Zelfstandig naamwoord, Bijvoeglijk naamwoord, Bijwoord /lɪŋks/ on the left.
682 dichtbij Zelfstandig naamwoord, Bijvoeglijk naamwoord, Bijwoord /dɪxtˈbɛi̯/ (Zelfstandig naamwoord).
683 bereid Zelfstandig naamwoord, Werkwoord, Bijvoeglijk naamwoord /bəˈrɛi̯t/ (Zelfstandig naamwoord).
684 feit Zelfstandig naamwoord /fɛi̯t/ een gebeurtenis of omstandigheid die werkelijk gebeurd is.
685 vriendje Zelfstandig naamwoord /ˈvriɲcə/ verkleinwoord enkelvoud van het zelfstandig naamwoord vriend.
686 professor Zelfstandig naamwoord /ˌproːˈfɛ.sɔr/ de aanspreektitel voor een hoogleraar.
687 verschil Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /vərˈsxɪl/ resultaat van een mathematische aftrekking.
688 collega Zelfstandig naamwoord /ˌkɔˈleː.ɣaː/ een persoon die voor hetzelfde bedrijf werkt.
689 spul Zelfstandig naamwoord /ˈspʏl/ materiaal dat je niet precies kunt of wilt benoemen.
690 boeken Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈbu.kə(n)/ meervoud van het zelfstandig naamwoord boek.
691 slaat Werkwoord /slaːt/ tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van slaan.
692 alweer Zelfstandig naamwoord, Bijwoord /ɑlˈʋeːr/ (Zelfstandig naamwoord).
693 rekening Zelfstandig naamwoord /ˈreː.kə.nɪŋ/ mogelijkheid om bij een bank onder een eigen nummer betalingen te doen en te ontvangen en geld te sparen of te lenen.
694 gooi Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ɣoːi̯/ handeling van het werpen of iets wat geworpen wordt.
695 beslissing Zelfstandig naamwoord /bəˈslɪ.sɪŋ/ het beslissen.
696 verlies Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /vərˈlis/ het teloorgaan, het kwijtraken.
697 been Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /beːn/ anatomie elk van de onderste ledematen van een mens jambe (ʒɑ~b) vrouwelijk je been breken se casser la jambe met de ben…
698 verjaardag Zelfstandig naamwoord /vərˈjaːrˌdɑx/ dag waarop een gebeurtenis een bepaald aantal jaren geleden plaatsvond, bijvoorbeeld een bedrijfsjubileum.
699 lift Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /lɪft/ iemand gratis laten meerijden naar een plaats waar men zelf toch al naartoe moet.
700 bob Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /bɔp/ denkbeeldige naam binnen een groep die samen uit gaat voor de persoon die zelf geen alcohol gebruikt om de anderen veili…
701 koningin Zelfstandig naamwoord /ˌkoːnɪˈŋɪn/ speelkaart waarop een vrouwelijke figuur staat afgebeeld; in deze bet. meestal als tweede deel van een samenstelling waa…
702 teveel Zelfstandig naamwoord, Bijwoord /təˈveːl/ datgene wat over is boven de gewenste hoeveelheid.
703 levend Zelfstandig naamwoord, Werkwoord, Bijvoeglijk naamwoord /ˈlevənt/ dood als een mens of dier leeft vivant/-ante De poes at het vogeltje levend op. Le chat a mangé l'oiseau vivant. muziek…
704 waarmee Bijwoord /ˈʋaːrˌmeː/ betrekkelijk met wat, met hetwelk.
705 raakt Werkwoord /raːkt/ tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van raken.
706 draagt Werkwoord /draːxt/ tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van dragen.
707 verandert Werkwoord tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van veranderen.
708 trein Zelfstandig naamwoord /trɛi̯n/ rij wagons die door een krachtvoertuig (bijvoorbeeld een locomotief) voortbewogen wordt.
709 monster Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈmɔnstər/ een kleine hoeveelheid willekeurig ontnomen aan een grotere massa.
710 raakte Werkwoord enkelvoud verleden tijd van raken.
711 sporen Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈspoːrə(n)/ in het grotere geheel passen.
712 opa Zelfstandig naamwoord /ˈopa/ de vader van een ouder.
713 zingen Werkwoord /ˈzɪ.ŋə(n)/ met je stem tekst op een melodie laten horen chanter een vrolijk liedje zingen chanter une chanson joyeuse heel hoog kun…
714 voeten Zelfstandig naamwoord /ˈvu.tə(n)/ meervoud van het zelfstandig naamwoord voet.
715 lot Zelfstandig naamwoord /lɔt/ belasting [1] die vooral vroeger werd geheven op woningen en boerderijen.
716 richting Zelfstandig naamwoord, Voorzetsel /ˈrɪx.tɪŋ/ de kant die men op moet gaan om een bestemming te bereiken.
717 knap Zelfstandig naamwoord, Werkwoord, Bijvoeglijk naamwoord, Bijwoord, Tussenwerpsel /knɑp/ mooi, aantrekkelijk.
718 duren Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈdyrə(n)/ bepaalde tijd nodig hebben durer (dyʀe) De vakantie duurt zes weken. Les vacances durent six semaines. <wat je zegt a…
719 speciaal Bijvoeglijk naamwoord, Bijwoord /speːˈʃaːl/ gerelateerd aan of hebbende een geestelijke of soms lichamelijke beperking.
720 gebruikte Werkwoord verbogen vorm van gebruikt, voltooid deelwoord van bruiken.
721 gestopt Zelfstandig naamwoord, Werkwoord (Zelfstandig naamwoord).
722 hoge Werkwoord, Bijvoeglijk naamwoord /ˈhoɣø/ verbogen vorm van de stellende trap van hoog.
723 gesloten Zelfstandig naamwoord, Werkwoord, Bijvoeglijk naamwoord /ɣəˈsloːtə(n)/ (Zelfstandig naamwoord).
724 boord Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /boːrt/ de verbrede bovenrand van een hemd rond de nek.
725 bedoelde Werkwoord, Bijvoeglijk naamwoord verbogen vorm van bedoeld, voltooid deelwoord van bedoelen.
726 gepakt Werkwoord voltooid deelwoord van pakken.
727 draai Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /draːi̯/ plaats waar iets buigt of een rondgaande beweging kan maken.
728 vannacht Bijwoord /vɑˈnɑxt/ de afgelopen nacht.
729 ijs Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ɛi̯s/ een lekkernij, meestal op basis van zuivel, die in bevroren toestand wordt gegeten.
730 enorme Bijvoeglijk naamwoord verbogen vorm van de stellende trap van enorm.
731 reed Werkwoord /reː(t)/ eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van reden.
732 beurt Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /bøːrt/ gelegenheid of opdracht die bewust telkens aan een andere persoon uit een groep gegeven wordt.
733 koop Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /koːp/ een handeling waarbij men iets in ruil krijgt voor geld.
734 appartement Zelfstandig naamwoord /ɑˌpɑrtəˈmɛnt/ een afzonderlijke woning in een groter gebouw.
735 cel Zelfstandig naamwoord /sɛl/ de kleinste eenheid binnen een levend organisme waarin alle genetische informatie vervat zit.
736 d Zelfstandig naamwoord /deː/ de derde toon van de chromatische, en de tweede toon van de diatonische toonladder.
737 begraven Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /bəˈɣraːvə(n)/ onder de aarde leggen enterrer (ɑ~tɛʀe) een schatkist begraven enterrer un trésor zoveel studeren dat je geen tijd hebt…
738 indruk Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈɪn.drʏk/ de uitwerking van iets op het gemoed of de geest.
739 vlees Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /vleːs/ spierweefsel van dieren dat opgegeten kan worden als onderdeel van de voeding.
740 strijd Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /srɛi̯t/ een militair treffen, kamp, veldslag.
741 ochtend Zelfstandig naamwoord /ˈɔxtənt/ deel van de dag tussen 6.00 en 12.00 uur.
742 keuken Zelfstandig naamwoord /ˈkøːkə(n)/ een plaats waar gekookt wordt, ruimte waarin mensen hun voedsel bereiden.
743 energie Zelfstandig naamwoord /ˌeː.nərˈʒi/ het (geestelijk) vermogen waarmee (denk)werk kan worden verricht.
744 vernietigen Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /vərˈni.tə.ɣə(n)/ (Zelfstandig naamwoord).
745 geregeld Werkwoord, Bijvoeglijk naamwoord, Bijwoord /ɣəˈreɣəlt/ volgens vaste afspraken functionerend, ordelijk.
746 plaatsen Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈplaːt.sə(n)/ meervoud van het zelfstandig naamwoord plaats.
747 gevoelens Zelfstandig naamwoord /ɣəˈvulə(n)s/ meervoud van het zelfstandig naamwoord gevoel.
748 last Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /lɑst/ iets wat een mens hindert.
749 la Zelfstandig naamwoord /laː/ een platte uitschuifbare bak in een meubelstuk, bedoeld als bergplaats van losse voorwerpen.
750 bedanken Werkwoord /bəˈdɑŋkə(n)/ ~ voor: een lidmaatschap of abonnement opzeggen.
751 ophouden Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈɔpˌɦɑu̯.də(n)/ (Zelfstandig naamwoord).
752 hangen Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈɦɑŋə(n)/ meervoud van het zelfstandig naamwoord hang.
753 kennis Zelfstandig naamwoord /ˈkɛ.nɪs/ iemand met wie men bekend is.
754 patiënt Zelfstandig naamwoord /pɑˈʃɛnt/ iemand die medische hulp krijgt.
755 zware Bijvoeglijk naamwoord verbogen vorm van de stellende trap van zwaar.
756 basis Zelfstandig naamwoord /ˈbaː.zəs/ datgene waarop een lichaam steunt of rust, grondvlak, fundament, fundering.
757 kat Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /kɑt/ bepaald soort zoogdier, Felis sylvestris catus, tot de katachtigen behorende soort die tam is geworden.
758 glas Zelfstandig naamwoord /ɣlɑs/ een glas (volgens betekenis 1) op basis van siliciumoxide (SiO₂), dat veel wordt gebruikt voor de vervaardiging van vens…
759 sloeg Werkwoord /ˈslux/ enkelvoud verleden tijd van slaan.
760 dankzij Zelfstandig naamwoord, Voorzetsel /ˈdɑŋk.sɛi̯/ (Zelfstandig naamwoord).
761 dader Zelfstandig naamwoord /ˈdaː.dər/ iemand die iets (slechts) gedaan heeft.
762 gasten Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈɣɑs.tə(n)/ meervoud van het zelfstandig naamwoord gaste.
763 zwart Zelfstandig naamwoord, Werkwoord, Bijvoeglijk naamwoord, Bijwoord /zʋɑrt/ kleur die wordt waargenomen als iets helemaal geen licht weerkaatst of uitstraalt.
764 betaal Werkwoord eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van betalen.
765 adem Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈaːdəm/ de lucht die levende wezens in zich opnemen en weer uitdrijven.
766 boodschap Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈboːtsxɑp/ levensmiddel of andere alledaagse aanschaf.
767 grap Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ɣrɑp/ verhaal dat of handeling die erop gericht is om de lachlust op te wekken.
768 bos Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /bɔs/ oerwoud, regenwoud (met name in Suriname).
769 geholpen Werkwoord voltooid deelwoord van helpen.
770 godsnaam Zelfstandig naamwoord in godsnaam: een uitdrukking van vertwijfeling, afsmeking of ergernis.
771 prachtige Bijvoeglijk naamwoord verbogen vorm van de stellende trap van prachtig.
772 neergeschoten Werkwoord, Bijvoeglijk naamwoord voltooid deelwoord van neerschieten.
773 werkelijk Zelfstandig naamwoord, Bijvoeglijk naamwoord, Bijwoord /ˈʋɛr.kə.lək/ (Zelfstandig naamwoord).
774 gestorven Werkwoord /ɣəˈstɔrvə(n)/ voltooid deelwoord van sterven.
775 huilen Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈɦœy̯lə(n)/ (Zelfstandig naamwoord).
776 commandant Zelfstandig naamwoord /ˌkɔ.mɑnˈdɑnt/ iemand die de leider is van een groep politieagenten of brandweerlieden.
777 soldaten Zelfstandig naamwoord meervoud van het zelfstandig naamwoord soldaat.
778 jurk Zelfstandig naamwoord /jʏrk/ een kledingstuk voor vrouwen, dat van de schouders tot op de benen reikt en die vaak helemaal bedekt.
779 gevangen Zelfstandig naamwoord, Werkwoord, Bijvoeglijk naamwoord, Bijwoord /ɣəˈʋɑŋə(n)/ meervoud van het zelfstandig naamwoord gevang.
780 veiligheid Zelfstandig naamwoord /ˈvɛi̯ləxˌɦɛi̯t/ een situatie waarin een bepaald gevaar niets kan aanrichten.
781 hoek Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ɦuk/ een plaats waar twee muren samenkomen in bijvoorbeeld een kamer of op straat.
782 hiermee Zelfstandig naamwoord, Bijwoord (Zelfstandig naamwoord).
783 afstand Zelfstandig naamwoord /ˈɑf.stɑnt/ zich distantiëren van prendre ses distances par rapport à in de vakantie afstand nemen van je werk ôter le travail de so…
784 kilometer Zelfstandig naamwoord /ˈkiloːˌmeːtər/ een lengtemaat met een waarde van 10³ meter of 1.000 meter, weergegeven met symbool km.
785 regering Zelfstandig naamwoord /rəˈɣeː.rɪŋ/ een groep van personen die een land bestuurt, specifiek het staatshoofd en alle ministers.
786 stoel Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /stul/ onderstel waar iets op rust (-> dakstoel, klokkenstoel, zaagstoel).
787 onschuldig Zelfstandig naamwoord, Bijvoeglijk naamwoord /ɔnˈsxʏl.dəx/ (Zelfstandig naamwoord).
788 kogel Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈkoː.ɣəl/ rond of cilindervormig projectiel met spitse punt dat uit een vuurwapen wordt geschoten.
789 vlak Zelfstandig naamwoord, Werkwoord, Bijvoeglijk naamwoord, Bijwoord /vlɑk/ zonder bergen of dalen.
790 stuurde Werkwoord enkelvoud verleden tijd van sturen.
791 fijne Zelfstandig naamwoord, Bijvoeglijk naamwoord /fɛi̯nə/ verbogen vorm van de stellende trap van fijn.
792 waarin Bijwoord /ˈʋaːrɪn/ betrekkelijk: in+wat in+hetwelk:.
793 voet Zelfstandig naamwoord /vut/ oude lengtemaat, de exacte lengte is streekafhankelijk, bijvoorbeeld de Engelse voet is 0,3048 meter, de Amsterdamse voe…
794 haalt Werkwoord /ɦaːlt/ tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van halen.
795 ontsnappen Werkwoord /ˌɔntˈsnɑ.pə(n)/ tijdens een wedstrijd door middel van een tempoversnelling uit een peloton of groep weg fietsen.
796 gooien Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈɣoːi̯ə(n)/ meervoud van het zelfstandig naamwoord gooi.
797 rechts Zelfstandig naamwoord, Bijvoeglijk naamwoord, Bijwoord /rɛxts/ genitief enkelvoud van recht.
798 ineens Zelfstandig naamwoord, Bijwoord /ɪˈnens/ (Zelfstandig naamwoord).
799 ouwe Zelfstandig naamwoord, Bijvoeglijk naamwoord /ˈɑu̯(ʋ)ə/ uitspraakvariant van oude bn.
800 test Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /tɛst/ praktische controle op een bepaalde eigenschap.
801 toestemming Zelfstandig naamwoord /ˈtuˌstɛ.mɪŋ/ een toezegging dat iets geoorloofd is.
802 wraak Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /vraːk/ het vergelden van doorgemaakt lijden #:▸ Maar dan, op een dag, wordt er een steen geworpen - en of het nu per ongeluk of…
803 breken Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈbreːkə(n)/ (Zelfstandig naamwoord).
804 rol Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /rɔl/ een rond een spil [1] gewonden lange strook papier of stof.
805 opschieten Werkwoord een touw of kabel oprollen.
806 kalm Bijvoeglijk naamwoord /kɑlm/ weinig in beroering, zonder opwinding.
807 goud Zelfstandig naamwoord /ɣɑu̯t/ een edelmetaal met atoomnummer 79 dat wordt aangegeven met het symbool Au, het is een geel metalliek overgangsmetaal.
808 verantwoordelijk Bijvoeglijk naamwoord, Bijwoord /vərɑntˈʋoːrdələk/ iets met extra verplichtingen of moeilijkheden om het goed te laten lopen.
809 enorm Zelfstandig naamwoord, Bijvoeglijk naamwoord, Bijwoord /eːˈnɔrm/ buitensporig groot.
810 bespreken Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /bəˈspreːkə(n)/ (Zelfstandig naamwoord).
811 noemt Werkwoord tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van noemen.
812 verdorie Zelfstandig naamwoord, Tussenwerpsel /vərˈdori/ (Zelfstandig naamwoord).
813 ervaring Zelfstandig naamwoord /ɛrˈvaːrɪŋ/ een reflectie uit observatie en betrokkenheid bij bepaalde processen of toestanden.
814 soldaat Zelfstandig naamwoord /sɔlˈdaːt/ termiet of mier die vooral op roof uitgaat, of het nest verdedigt.
815 gepraat Zelfstandig naamwoord, Werkwoord voltooid deelwoord van praten.
816 mark Zelfstandig naamwoord /mɑrk/ naam voor verschillende munteenheden gebruikt in Bosnië en Herzegovina en tot de invoering van de euro in Duitsland en F…
817 totaal Zelfstandig naamwoord, Bijvoeglijk naamwoord, Bijwoord /toːˈtaːl/ alle onderdelen tezamen.
818 gratis Zelfstandig naamwoord, Bijvoeglijk naamwoord /ˈɣraːtɪs/ Qu'il se donne ou il fait sans un paiement comme contrepartie.
819 overleden Werkwoord, Bijvoeglijk naamwoord /ˌovərˈledə(n)/ gestorven, doodgegaan.
820 moorden Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈmoːr.də(n)/ het plegen van meestal meerdere moorden.
821 eiland Zelfstandig naamwoord /ˈɛi̯.lɑnt/ een stuk land dat omringd is door water.
822 beeld Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /beːlt/ voorstelling die je in je hoofd van iets maakt image (imaʒ) vrouwelijk zich ergens een beeld van maken/vormen se faire/c…
823 passen Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈpɑsə(n)/ precies de goede maat zijn, erin kunnen (van kleding, schoenen e.d.).
824 leeftijd Zelfstandig naamwoord /ˈleːf.tɛi̯t/ de tijd dat iemand leeft of geleefd heeft, het totaal aantal levensjaren.
825 noemde Werkwoord enkelvoud verleden tijd van noemen.
826 tekenen Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈteːkənə(n)/ een zichtbaar spoor achterlaten.
827 doorgaan Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈdoːrɣaːn/ (Zelfstandig naamwoord).
828 boom Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /boːm/ een meerjarige plant die als karakteristiek heeft dat hij een of meer verhoute stammen heeft.
829 uitzoeken Werkwoord /ˈœytsukə(n)/ een probleem onderzoeken tot er duidelijkheid komt.
830 dak Zelfstandig naamwoord /dɑk/ het deel dat een gebouw aan de bovenkant bedekt en bescherming biedt tegen het weer.
831 besloten Zelfstandig naamwoord, Werkwoord, Bijvoeglijk naamwoord /bəˈsloː.tə(n)/ (Zelfstandig naamwoord).
832 lunch Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /lʏnʃ/ een maaltijd rond of iets na het middaguur.
833 vele Werkwoord, Bijvoeglijk naamwoord, Lidwoord /ˈveː.lə/ definite attributive.
834 schoon Zelfstandig naamwoord, Werkwoord, Bijvoeglijk naamwoord, Bijwoord, Voegwoord /sxoːn/ net, proper, rein, milieuvriendelijk.
835 controleren Werkwoord /kɔntroːˈleːrə(n)/ beheersen, overheersen.
836 gearresteerd Werkwoord voltooid deelwoord van arresteren.
837 schoot Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /sxoːt/ een lijn, aan de benedenhoek (de schoothoek) van een zeil bevestigd om het zeil mee in de wind te richten, een schootlij…
838 eraf Bijwoord /əˈrɑf/ vervangt *van het af, *van ze af.
839 achteruit Zelfstandig naamwoord, Bijwoord /ˌɑx.təˈrœy̯t/ een versnelling die een mechaniek in achterwaartse richting doet teruglopen.
840 belangrijke Bijvoeglijk naamwoord verbogen vorm van de stellende trap van belangrijk.
841 lees Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /leːs/ eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van lezen.
842 perfecte Bijvoeglijk naamwoord verbogen vorm van de stellende trap van perfect.
843 dorp Zelfstandig naamwoord /dɔrp/ kleine, permanente nederzetting.
844 eikel Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈɛi̯.kəl/ dom persoon; sufferd, zak (sinds de jaren 1960).
845 bobby Zelfstandig naamwoord /ˈbɔbi/ Engelse politieagent.
846 dossier Zelfstandig naamwoord /dɔˈʃeː/ verzameling documenten en andere vastgelegde informatie, bijeengebracht omdat ze voor dezelfde kwestie van belang zijn.
847 past Werkwoord /pɑst/ tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van passen.
848 code Zelfstandig naamwoord /ˈkoː.də/ de verzameling voorschriften en omgangsvormen op een bepaald gebied zoals bijv. erecode.
849 vieren Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈvirə(n)/ de lengte van een touw of kabel waaraan iets vastzit langer maken (bijv. in de scheepvaart).
850 geluid Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ɣəˈlœy̯t/ trillingen die zich voortplant als een langsdrukgolf in de lucht of andere elastische stof (materie) en die door het oor…
851 homo Zelfstandig naamwoord /ˈɦoː.moː/ man die een seksuele voorkeur voor mannen heeft, soms algemener gebruikt voor persoon met een seksuele voorkeur voor men…
852 verschrikkelijk Zelfstandig naamwoord, Bijvoeglijk naamwoord, Bijwoord /vər.ˈsxrɪ.kə.lək/ (Zelfstandig naamwoord).
853 stelt Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /stɛlt/ lange stok met voetsteun waarmee je op grotere hoogte kunt lopen.
854 slaapt Werkwoord /slaːpt/ tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van slapen.
855 bier Zelfstandig naamwoord /bir/ alcoholische drank die bereid is uit gefermenteerde mout met toevoeging van hop en kruiden.
856 hoelang Bijwoord /ɦuˈlɑŋ/ gedurende welke hoeveelheid tijd.
857 eenmaal Zelfstandig naamwoord, Bijwoord /ˈeːn.maːl/ (Zelfstandig naamwoord).
858 simpel Bijvoeglijk naamwoord /[ˈsɪmpəl]/ weinig ontwikkeld of met verminderde geestelijke vermogens.
859 zocht Werkwoord /zɔxt/ enkelvoud verleden tijd van zoeken.
860 blauwe Zelfstandig naamwoord, Werkwoord, Bijvoeglijk naamwoord /ˈblɑu̯ə/ Indo, met name iemand van gemengd Europees-Indische afkomst.
861 stukje Zelfstandig naamwoord /ˈstʏkjə/ alleen verkleinwoord kort verhaal of opstel in krant of tijdschrift.
862 vermist Werkwoord, Bijvoeglijk naamwoord /vərˈmɪst/ waarvan de verblijfplaats en het welbevinden niet zeker is.
863 zorgt Werkwoord tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van zorgen.
864 gat Zelfstandig naamwoord /ɣɑt/ kleine plaats (meestal een dorp of gehucht) met maar heel weinig inwoners.
865 ouder Zelfstandig naamwoord, Bijvoeglijk naamwoord /ˈɑu̯dər/ de moeder of vader van een kind.
866 schrijf Werkwoord /[s̠xrɛi̯f]/ eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van schrijven.
867 schreef Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /sxreːf/ dwarsstreepje aan letters om een betere leesbaarheid te bekomen; ook serif genoemd.
868 wens Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ʋεns/ uitspraak waarin men een verlangen verwoordt.
869 geslagen Werkwoord /ɣəˈslaːɣə(n)/ voltooid deelwoord van slaan.
870 toevallig Zelfstandig naamwoord, Bijvoeglijk naamwoord /tuˈvɑləx/ (Zelfstandig naamwoord).
871 leiding Zelfstandig naamwoord /ˈlɛi̯.dɪŋ/ een buis, pijp of slang die een vloeistof, gas of kracht van de ene plaats naar de andere geleidt.
872 edelachtbare Zelfstandig naamwoord, Bijvoeglijk naamwoord /ˌeː.dəlˈɑxt.baː.rə/ honourable one, Your Honour.
873 bouwen Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈbɑu̯ə(n)/ (Zelfstandig naamwoord).
874 geweten Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ɣəˈʋeː.tə(n)/ het deel van iemand waarmee die persoon zijn daden op goed en kwaad beoordeelt.
875 heilige Zelfstandig naamwoord, Werkwoord, Bijvoeglijk naamwoord /ˈɦɛi̯.lə.ɣə/ persoon die zonder zonden is; heel braaf persoon.
876 restaurant Zelfstandig naamwoord /rɛstoːˈrɑnt/ gebouw waar je tegen betaling kunt eten restaurant mannelijk sterrenrestaurant restaurant à macarons Chinees restaurant…
877 sterft Werkwoord tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van sterven.
878 toegang Zelfstandig naamwoord /ˈtu.ɣɑŋ/ het kunnen of mogen binnenkomen of gebruik van maken.
879 verbergen Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /vərˈbɛrɣə(n)/ (Zelfstandig naamwoord).
880 draait Werkwoord /draːi̯t/ tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van draaien.
881 leidt Werkwoord /ˈlɛi̯t/ tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van leiden.
882 armen Zelfstandig naamwoord /ˈɑrmə(n)/ meervoud van het zelfstandig naamwoord arme.
883 taak Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /taːk/ een te verrichten werk.
884 ware Werkwoord, Bijvoeglijk naamwoord /ˈʋaːrə/ verbogen vorm van de stellende trap van waar.
885 lab Zelfstandig naamwoord /lɑp/ een cursus gegeven in [1] waarin studenten geleerd wordt labwerk te doen.
886 misdaad Zelfstandig naamwoord /ˈmɪzdaːt/ zwaarste categorie van bestrafte handelingen in het Wetboek van Strafrecht.
887 nadenken Zelfstandig naamwoord, Werkwoord (Zelfstandig naamwoord).
888 vakantie Zelfstandig naamwoord /vaːˈkɑn.(t)si/ jaarlijks terugkerende periode waarin leerlingen en personen in verschillende beroepen vrijaf hebben.
889 behoorlijk Bijvoeglijk naamwoord, Bijwoord /bəˈɦoːr.lək/ in vrij grote/verregaande mate, redelijk [3], tamelijk.
890 sleutels Zelfstandig naamwoord /ˈsløtəls/ meervoud van het zelfstandig naamwoord sleutel.
891 video Zelfstandig naamwoord /ˈvi.di.oː/ techniek van het opnemen, verwerken en weergeven van in elektronische signalen omgezette beeldinformatie.
892 levens Zelfstandig naamwoord meervoud van het zelfstandig naamwoord leven.
893 geniet Werkwoord eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van genieten.
894 draaien Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈdraːi̯ə(n)/ manier van verspanen waarbij het te bewerken product op de draaibank ligt en ronddraait.
895 vertrek Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /vərˈtrɛk/ de actie van het vertrekken of weggaan.
896 betreft Werkwoord tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van betreffen.
897 slot Zelfstandig naamwoord /slɔt/ mechanisme of elektronisch(-mechanische) hulpmiddel waarmee in combinatie met een sleutel of ander mechanisch hulpmiddel…
898 verpest Werkwoord enkelvoud tegenwoordige tijd van verpesten.
899 proces Zelfstandig naamwoord /proːˈsɛs/ een geschil dat twee of meer partijen hebben over hun rechten en dat zij aan de uitspraak van een rechter onderwerpen.
900 opdracht Zelfstandig naamwoord /ˈɔp.drɑxt/ een (door een hogere autoriteit in de organisatie) opgelegde verplichting tot het verrichten van werk.
901 programma Zelfstandig naamwoord /proːˈɣrɑ.maː/ los blaadje met informatie over de uitvoering of het concert dat men bijwoont.
902 klote Werkwoord, Bijvoeglijk naamwoord, Tussenwerpsel /ˈklotə/ uitroep die ergernis uitdrukt.
903 leider Zelfstandig naamwoord /ˈlɛi̯.dər/ een persoon of ploeg die op de eerste plaats staat in een competitie of wedstrijd.
904 actie Zelfstandig naamwoord /ˈɑk.si/ commercieel gebaar dat de verkoop van bepaalde goederen of diensten moet bevorderen, reclamestunt.
905 waardoor Bijwoord betrekkelijk: door+wat, door+hetwelk:.
906 antwoorden Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈɑntʋoːrdə(n)/ meervoud van het zelfstandig naamwoord antwoord.
907 gezeten Werkwoord, Bijvoeglijk naamwoord /ɣəˈzetə(n)/ voltooid deelwoord van zitten.
908 bruiloft Zelfstandig naamwoord /ˈbrœy̯.lɔft/ feestelijke gelegenheid waarbij twee personen in de echt verenigd worden.
909 vorm Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /vɔrm/ actieve ~, vormen van het werkwoord waarmee wordt uitgedrukt dat het onderwerp de handeling actief verricht.
910 woon Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ʋoːn/ woonplaats.
911 directeur Zelfstandig naamwoord /ˌdi.rɛkˈtøːr/ baas van een organisatie.
912 goedenavond Zelfstandig naamwoord, Tussenwerpsel /ˌɣu.dəˈnaː.vɔnt/ wens bij begroeting of afscheid ruwweg tussen 18:00 en 22:00 uur.
913 advies Zelfstandig naamwoord /ɑtˈfis/ een gegeven aanbeveling.
914 hoewel Zelfstandig naamwoord, Voegwoord /huˈwɛl/ (Zelfstandig naamwoord).
915 uren Zelfstandig naamwoord, Bijwoord /ˈyrə(n)/ meervoud van het zelfstandig naamwoord uur.
916 welterusten Tussenwerpsel /ˈʋɛl.təˌrʏs.tə(n)/ een wens uitgesproken wanneer iemand zich te rusten begeeft.
917 tijden Zelfstandig naamwoord meervoud van het zelfstandig naamwoord tijd.
918 volwassen Zelfstandig naamwoord, Bijvoeglijk naamwoord /vɔlˈʋɑsə(n)/ (Zelfstandig naamwoord).
919 vuile Bijvoeglijk naamwoord /vœy̯lə/ verbogen vorm van de stellende trap van vuil.
920 majoor Zelfstandig naamwoord /maːˈjoːr/ een van de rangen van hoofdofficier in een aantal onderdelen van de strijdkrachten, net iets onder die van kolonel.
921 radio Zelfstandig naamwoord /ˈraː.di.(j)oː/ toestel dat uitgezonden radiogolven kan ontvangen en omzetten in geluid.
922 aangenaam Zelfstandig naamwoord, Bijvoeglijk naamwoord, Uitdrukking /ˈaːn.ɣəˌnaːm/ (Zelfstandig naamwoord).
923 drankje Zelfstandig naamwoord /ˈdrɑŋkjə/ alleen verkleinwoord glaasje drank (die vaak het distillatieproduct van alcohol bevat).
924 maan Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /maːn/ oud gebruik waarbij voorafgaand aan de huwelijkssluiting tot het bruidspaar een wens gericht wordt.
925 kregen Werkwoord meervoud verleden tijd van krijgen.
926 gemakkelijk Zelfstandig naamwoord, Bijvoeglijk naamwoord, Bijwoord /ɣəˈmɑ.kə.lək/ (Zelfstandig naamwoord).
927 vergeef Werkwoord eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van vergeven.
928 klas Zelfstandig naamwoord /klɑs/ klasse in het openbaar vervoer, in ziekenhuizen enz. met verschil in prijs en voorzieningen.
929 krant Zelfstandig naamwoord /krɑnt/ klassiek massamedium, gedrukt op papier en gericht op het verspreiden van nieuws.
930 langzaam Bijvoeglijk naamwoord, Bijwoord /ˈlɑŋ.zaːm/ met weinig snelheid.
931 kosten Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈkɔstə(n)/ wat je moet betalen (voor iets) frais mannelijk meervoud dépenses vrouwelijk meervoud door de studie van je kinderen hog…
932 procent Zelfstandig naamwoord /proːˈsɛnt/ een honderdste deel, weergegeven met symbool %.
933 mist Zelfstandig naamwoord, Werkwoord, Bijvoeglijk naamwoord /mɪst/ laaghangende bewolking die het zicht belemmert.
934 pad Zelfstandig naamwoord /pɑt/ koffiepad, een klein kussentje gevuld met gemalen koffie waarmee met in een daarvoor geschikt koffiezetapparaat een klei…
935 vrijheid Zelfstandig naamwoord /ˈvrɛi̯.ɦɛi̯t/ een klein zeiljacht, gebouwd volgens de specificaties van de eenheidsklasse.
936 verdwijnen Werkwoord /vərˈdʋɛi̯.nə(n)/ wegraken, ophouden te bestaan.
937 gelogen Werkwoord /ɣəˈloːɣə(n)/ voltooid deelwoord van liegen.
938 beweging Zelfstandig naamwoord /bəˈʋeː.ɣɪŋ/ uit eigen beweging: zonder aansporing of druk van anderen.
939 twijfel Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈtʋɛi̯.fəl/ innerlijke staat van onzekerheid ten aanzien van wat men in een gegeven situatie moet beslissen.
940 neef Zelfstandig naamwoord /nef/ mannelijke bloedverwant in het algemeen (bijv. een kleinzoon).
← A1 Level A2 of 6 B1 →

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, CEFR level, and more.

Open Dictionary