paard
Definities
- gedomesticeerd hoefdier uit de familie van de paardachtigen Equidae, met vloeiende manen, een langharige staart en relatief korte, opstaande oren, dat als rij- en trekdier gebruikt wordt
- turntoestel op vier poten en met twee handvatten om op te voltigeren of zonder handvatten om overheen te springen
- een schaakstuk dat over de andere stukken heen kan bewegen
- het deel van het mechanisme van een korenmolen, dat de afstand tussen de molenstenen regelt
- een van de tekens van de Chinese dierenriem
- een touw om op te staan, onder de ra van een dwarsgetuigd zeilschip
- een schraag om hout op te zagen
Equivalenten
Voorbeelden
“Miljoenen paarden stierven tijdens de Napoleontische Oorlogen⟳ door verwondingen, ziekte, uitputting en honger, met name tijdens de desastreuze Russische campagne van 1812”
“Maar terwijl die Pieten speelgoed maken⟳, pepernoten bakken⟳ en alles klaarmaken voor de volgende reis naar Holland, trekt Sinterklaas op zijn⟳ paard door de hoge Spaanse bergen⟳, op zoek naar een nieuw Pietje.”
“Toen ik aankwam bij het vuurtje zag ik tot mijn verbazing twee paarden aan een lang touw grazen⟳, met verder niemand in de buurt.”
ERK-niveau
A2
Elementair
Dit woord behoort tot de ERK A2-woordenschat — niveau elementair.
Dit woord behoort tot de ERK A2-woordenschat — niveau elementair.
Zie ook
Know this word better than we do? Language is a living thing — help us keep it growing. Collaborate with Babel Free