HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
Terug naar zoeken

hout

Zelfstandig naamwoord CEFR B1 Frequent
ɦɑu̯t

Definities

  1. materiaal in het binnenste van houtige planten (bomen, struiken, etc.)
  2. bos, park, bijv. Haarlemmerhout, Kralingerhout, Leidse Hout

Equivalenten

EnglishTimberwood
Españolmadera
Françaisbois
30 andere talen
Българскидървесина
Catalàfusta
Češtinadřevo
Dansktræ
DeutschHolz
Ελληνικάξύλο
Esperantoligno
Eestipuit
Euskarazur
Gaeilgeadhmad
Hrvatskidrvo
Magyarfa
Íslenskaviðurvíður
Italianolegno
Lietuviųmediena
Latviešukoksne
Македонскидрво
Maltiinjam
Polskidrewno
Portuguêsmadeira
Românălemn
Русскийдерево
Slovenčinadrevo
Slovenščinales
Shqipdru
Српскидрво
Svenskaträ
Türkçetahta
Українськадереви́на

Voorbeelden

Dit gebouw is van hout.”

This building is made of wood.

Teak is een gewaardeerd hout.”

Teak is a valued wood.

Het afwaswater werd tijdens het eten op het vuur verwarmd waarmee ik na de maaltijd de aangekoekte pannen schoon schrobde. Er leek geen einde aan te komen, maar het was altijd gezellig om de avonturen van de dag te bespreken. De andere kinderen zochten hout, zetten tenten op en haalden water.”
Zijn oude wolfshuid kwam goed van pas wanneer het werk in de pikzwarte ochtend begon met het verwarmen van het hout.”
“We hebben heerlijk in de hout gewandeld.”
Waar in 't bronsgroen eikenhout, 't nachtegaaltje zingt, … Daar is mijn vaderland, Limburgs dierbaar oord !”

ERK-niveau

B1
Gemiddeld
Dit woord behoort tot de ERK B1-woordenschat — niveau gemiddeld.
See all B1 Nederlands words →

Zie ook

Leer dit woord in context

Bekijk hout gebruikt in echte gesprekken in onze gratis Spaanse cursus.

Gratis cursus starten

Know this word better than we do? Language is a living thing — help us keep it growing. Collaborate with Babel Free