HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← bespreken — definición

Conjugation of bespreken

Regular CEFR A2
/bəˈspreːkə(n)/

een gesprek over een bepaald onderwerp voeren; overleggen Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik bespreek
jij / je bespreekt
hij / zij / het bespreekt
wij / we bespreken
jullie bespreken
zij / ze bespreken
Verleden tijd (o.v.t.)
ik besprak
jij / je besprak
hij / zij / het besprak
wij / we bespraken
jullie bespraken
zij / ze bespraken

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik bespreke
jij / je bespreke
hij / zij / het bespreke
wij / we bespreken
jullie bespreken
zij / ze bespreken
Aanvoegende wijs — verleden
ik besprake
jij / je besprake
hij / zij / het besprake
wij / we bespraken
jullie bespraken
zij / ze bespraken

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij bespreek
jullie (archaïsch) bespreekt

Onbepaalde vormen

Infinitief
bespreken
Tegenwoordig deelwoord
besprekend
Voltooid deelwoord
besproken

Más conjugaciones

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary