HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← zetten — definition

Conjugation of zetten

Regular CEFR A2
ˈzɛ.tə(n)

letters naast elkaar plaatsen zodat meerdere afdrukken van een document gemaakt kunnen worden Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik zet
jij / je zet
hij / zij / het zet
wij / we zetten
jullie zetten
zij / ze zetten
Verleden tijd (o.v.t.)
ik zette
jij / je zette
hij / zij / het zette
wij / we zetten
jullie zetten
zij / ze zetten

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik zette
jij / je zette
hij / zij / het zette
wij / we zetten
jullie zetten
zij / ze zetten
Aanvoegende wijs — verleden
ik zette
jij / je zette
hij / zij / het zette
wij / we zetten
jullie zetten
zij / ze zetten

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij zet
jullie (archaïsch) zet

Onbepaalde vormen

Infinitief
zetten
Tegenwoordig deelwoord
zettend
Voltooid deelwoord
gezet

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary