HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← oorlogen — definición

Conjugation of oorlogen

Regular CEFR C1
/ˈoːr.loː.ɣə(n)/

oorlog voeren, strijden Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik oorloog
jij / je oorloogt
hij / zij / het oorloogt
wij / we oorlogen
jullie oorlogen
zij / ze oorlogen
Verleden tijd (o.v.t.)
ik oorloogde
jij / je oorloogde
hij / zij / het oorloogde
wij / we oorloogden
jullie oorloogden
zij / ze oorloogden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik oorloge
jij / je oorloge
hij / zij / het oorloge
wij / we oorlogen
jullie oorlogen
zij / ze oorlogen
Aanvoegende wijs — verleden
ik oorloogde
jij / je oorloogde
hij / zij / het oorloogde
wij / we oorloogden
jullie oorloogden
zij / ze oorloogden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij oorloog
jullie (archaïsch) oorloogt

Onbepaalde vormen

Infinitief
oorlogen
Tegenwoordig deelwoord
oorlogend
Voltooid deelwoord
geoorloogd

Más conjugaciones

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary