Betekenis van speelgoed | Babel Free
/ˈspeːl.ɣut/Voorbeelden
“Op zijn verjaardag kreeg hij veel nieuw speelgoed.”
On his birthday, he received a lot of new toys.
“De winkel heeft een uitgebreide selectie van speelgoed voor kinderen van alle leeftijden.”
The store has a wide selection of toys for children of all ages.
“Het speelgoed ligt verspreid over de hele kamer.”
The toys are scattered all over the room.