HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← bakken — definition

Conjugation of bakken

Regular CEFR B2
ˈbɑkə(n)

voedsel bij hoge temperatuur in een oven of pan verhitten, meestal met wat olie of boter Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik bak
jij / je bakt
hij / zij / het bakt
wij / we bakken
jullie bakken
zij / ze bakken
Verleden tijd (o.v.t.)
ik bakte
jij / je bakte
hij / zij / het bakte
wij / we bakten
jullie bakten
zij / ze bakten

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik bakke
jij / je bakke
hij / zij / het bakke
wij / we bakken
jullie bakken
zij / ze bakken
Aanvoegende wijs — verleden
ik bakte
jij / je bakte
hij / zij / het bakte
wij / we bakten
jullie bakten
zij / ze bakten

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij bak
jullie (archaïsch) bakt

Onbepaalde vormen

Infinitief
bakken
Tegenwoordig deelwoord
bakkend
Voltooid deelwoord
gebakken

Practice in context

Fill in the verb in real sentences — correct answers count toward the table above.

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary