HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← bergen — definición

Conjugation of bergen

Regular CEFR B1
/ˈbɛrɣə(n)/

het in de haven brengen van een schip met problemen Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik berg
jij / je bergt
hij / zij / het bergt
wij / we bergen
jullie bergen
zij / ze bergen
Verleden tijd (o.v.t.)
ik borg
jij / je borg
hij / zij / het borg
wij / we borgen
jullie borgen
zij / ze borgen

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik berge
jij / je berge
hij / zij / het berge
wij / we bergen
jullie bergen
zij / ze bergen
Aanvoegende wijs — verleden
ik borge
jij / je borge
hij / zij / het borge
wij / we borgen
jullie borgen
zij / ze borgen

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij berg
jullie (archaïsch) bergt

Onbepaalde vormen

Infinitief
bergen
Tegenwoordig deelwoord
bergend
Voltooid deelwoord
geborgen

Más conjugaciones

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary