HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← Dutch Dictionary
CEFR Level
C1

Dutch — Advanced Vocabulary

2,000 words

Can understand a wide range of demanding, longer texts, and recognize implicit meaning.

# Word Type IPA Definition
1 griep Zelfstandig naamwoord /ɣrip/ een virusziekte die jaarlijks vele mensen ziek maakt en die voor ouderen gevaarlijk kan zijn.
2 juridische Bijvoeglijk naamwoord verbogen vorm van de stellende trap van juridisch.
3 gemarteld Werkwoord voltooid deelwoord van martelen.
4 runnen Werkwoord /ˈrʏ.nə(n)/ leiden, exploiteren.
5 religieuze Zelfstandig naamwoord, Bijvoeglijk naamwoord verbogen vorm van de stellende trap van religieus.
6 platteland Zelfstandig naamwoord /ˌplɑ.təˈlɑnt/ het landelijke gebied buiten de steden.
7 mulder Zelfstandig naamwoord /ˈmʏl.dər/ benaming voor Melolontha melolontha.
8 duik Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /dœy̯k/ een sprong waarbij men zich -meest ondersteboven- onder water begeeft.
9 marshal Zelfstandig naamwoord /ˈmɑːrʃəl/ iemand die met vliegtuigen meegaat om te kunnen optreden bij problemen met passagiers.
10 afpakken Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈɑfpɑkə(n)/ (Zelfstandig naamwoord).
11 gediend Werkwoord /ɣɘˈdint/ voltooid deelwoord van dienen.
12 broodjes Zelfstandig naamwoord verkleinwoord meervoud van het zelfstandig naamwoord brood.
13 griezelig Zelfstandig naamwoord, Bijvoeglijk naamwoord /ˈɣrizələx/ (Zelfstandig naamwoord).
14 loyaal Zelfstandig naamwoord, Bijvoeglijk naamwoord /loːˈjaːl/ (Zelfstandig naamwoord).
15 volgorde Zelfstandig naamwoord /ˈvɔlxˌɔrdə/ wijze waarop iets in een rij gerangschikt wordt.
16 ondervraging Zelfstandig naamwoord /ˌɔndərˈvraɣɪŋ/ het onderwerpen aan indringende vragen van een arrestant of gevangene.
17 politici Zelfstandig naamwoord meervoud van het zelfstandig naamwoord politicus.
18 gecreëerd Werkwoord /ɣəkreˈjert/ voltooid deelwoord van creëren.
19 weggegooid Werkwoord voltooid deelwoord van weggooien.
20 aha Tussenwerpsel /aˈha/ uitroep die een zekere, al dan niet aangename, verrassing uitdrukt.
21 aankomst Zelfstandig naamwoord /ˈaːŋkɔmst/ de bestemming bereiken, het aankomen.
22 emmer Zelfstandig naamwoord, Werkwoord, Bijvoeglijk naamwoord /ˈɛ.mər/ Triticum dicoccum Schrank ex Schuebl. syn. Triticum turgidum subsp. dicoccon is een tetraploïde tarwesoort, met wilde en…
23 exacte Bijvoeglijk naamwoord verbogen vorm van de stellende trap van exact.
24 honing Zelfstandig naamwoord /ˈɦoː.nɪŋ/ een zoete stof die door bijen en enkele andere insecten uit bloemennectar wordt gewonnen, waarna deze door o.a. mensen w…
25 vermaken Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /vərˈmaːkə(n)/ iemand prettig en leuk bezighouden.
26 misbruikt Werkwoord tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van misbruiken.
27 doodgaat Werkwoord tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van doodgaan.
28 herfst Zelfstandig naamwoord /ɦɛrfst/ jaargetijde tussen zomer en winter.
29 ongedaan Bijvoeglijk naamwoord opheffing gevolgen.
30 zelfvertrouwen Zelfstandig naamwoord geloof in eigen vermogen, kunde of kracht.
31 sterkte Zelfstandig naamwoord, Werkwoord, Tussenwerpsel /ˈstɛrk.tə/ de grootte of het aantal van iets.
32 wetenschappelijke Bijvoeglijk naamwoord verbogen vorm van de stellende trap van wetenschappelijk.
33 recherche Zelfstandig naamwoord /rəˈʃɛr.ʒə/ een afdeling van de politie die als taak heeft misdrijven op te lossen.
34 laboratorium Zelfstandig naamwoord ruimte voor wetenschappelijk onderzoek.
35 geduldig Zelfstandig naamwoord, Bijvoeglijk naamwoord /ɣəˈdʏl.dəx/ (Zelfstandig naamwoord).
36 gesprongen Werkwoord voltooid deelwoord van springen.
37 beroerte Zelfstandig naamwoord /bəˈrur.tə/ een acute beschadiging van de hersenen die veroorzaakt wordt door een bloeduitstorting in de hersenen.
38 trainer Zelfstandig naamwoord iemand die beroepsmatig mensen of dieren begeleidt teneinde hun prestaties te verbeteren.
39 uitgezet Werkwoord /ˈœy̯txəˌzɛt/ voltooid deelwoord van uitzetten.
40 thuiskomt Werkwoord tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van thuiskomen.
41 fatsoenlijk Zelfstandig naamwoord, Bijvoeglijk naamwoord /fɑtˈsunlək/ (Zelfstandig naamwoord).
42 zombies Zelfstandig naamwoord meervoud van het zelfstandig naamwoord zombie.
43 vergelijking Zelfstandig naamwoord /vər.ɣəˈlɛi̯.kɪŋ/ een uitdrukking die twee grootheden aan elkaar gelijk stelt.
44 natrekken Werkwoord /ˈnaːˌtrɛkə(n)/ onderzoeken of iets werkelijk klopt.
45 ontvang Werkwoord /ɔntˈfɑŋ/ eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van ontvangen.
46 althans Zelfstandig naamwoord, Bijwoord, Voegwoord /ɑlˈtɑns/ (Zelfstandig naamwoord).
47 accepteert Werkwoord tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van accepteren.
48 gepast Zelfstandig naamwoord, Werkwoord, Bijvoeglijk naamwoord, Bijwoord /ɣəˈpɑst/ (Zelfstandig naamwoord).
49 geparkeerd Werkwoord, Bijvoeglijk naamwoord voltooid deelwoord van parkeren.
50 ondertekenen Werkwoord /ˌɔn.dərˈteː.kə.nə(n)/ een handtekening zetten onder iets.
51 kolonie Zelfstandig naamwoord /koːˈloː.ni/ een vestiging van een deel van een bevolking, buiten het eigenlijke territorium van dat volk.
52 gespaard Werkwoord voltooid deelwoord van sparen.
53 rooster Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈroː.stər/ een schema waarop aangegeven staat wat er op een bepaalde tijd gebeuren moet.
54 vlek Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /vlɛk/ woonplaats met een klein aantal woningen.
55 standpunt Zelfstandig naamwoord /ˈstɑnt.pʏnt/ een houding die men aanneemt ten aanzien van een actueel vraagstuk.
56 makkie Zelfstandig naamwoord /ˈmɑ.ki/ zaak waar men gemakkelijk van afkomt.
57 instelling Zelfstandig naamwoord /ˈɪnˌstɛ.lɪŋ/ organisatie [3] die vaak subsidie van de overheid krijgt.
58 plaatse Zelfstandig naamwoord, Werkwoord aanvoegende wijs van plaatsen.
59 vertrouwelijk Bijvoeglijk naamwoord /vərˈtrɑu̯.ə.lək/ waarvan geheimhouding gewenst of vereist is.
60 weegt Werkwoord /wext/ tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van wegen.
61 kleinkinderen Zelfstandig naamwoord /ˈklɛiŋkɪndərə(n)/ meervoud van het zelfstandig naamwoord kleinkind.
62 duivels Zelfstandig naamwoord, Bijvoeglijk naamwoord, Bijwoord, Tussenwerpsel /ˈdœy̯.vəls/ gemeen diabolique (djabɔlik) Dat is een duivels plan. C'est un plan diabolique/machiavélique.
63 diepte Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /'diptə/ bijzonder laag gelegen plaats, gewoonlijk onder de waterspiegel.
64 meldt Werkwoord tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van melden.
65 portefeuille Zelfstandig naamwoord /ˌpɔr.təˈfœy̯.jə/ platte houder voor geld, kredietkaarten, naamkaartjes en dergelijke.
66 achteraf Zelfstandig naamwoord, Bijwoord /ˌɑx.tərˈɑf/ (Zelfstandig naamwoord).
67 meubels Zelfstandig naamwoord meervoud van het zelfstandig naamwoord meubel.
68 slagveld Zelfstandig naamwoord /ˈslɑx.vɛlt/ een gebied waarop een militair treffen tussen twee legers plaatsvindt of plaatsgevonden heeft.
69 tijdelijke Bijvoeglijk naamwoord verbogen vorm van de stellende trap van tijdelijk.
70 bind Werkwoord eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van binden.
71 tekent Werkwoord tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van tekenen.
72 opgelet Werkwoord voltooid deelwoord van opletten.
73 score Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈskoː.rə/ de puntenverhouding in een wedstrijd.
74 onwaarschijnlijk Zelfstandig naamwoord, Bijvoeglijk naamwoord /ˌɔn.ʋaːrˈsxɛi̯n.lək/ (Zelfstandig naamwoord).
75 produceren Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /proː.dyˈseː.rə(n)/ (Zelfstandig naamwoord).
76 gedeisd Werkwoord, Bijvoeglijk naamwoord /ɣəˈdɛist/ voltooid deelwoord van deizen.
77 buitenaards Zelfstandig naamwoord, Bijvoeglijk naamwoord /ˌbœy̯.tə(n)ˈaːrts/ (Zelfstandig naamwoord).
78 puin Zelfstandig naamwoord, Bijwoord /pœy̯n/ fijne brokjes diamant met lage waarde.
79 achterste Zelfstandig naamwoord, Bijvoeglijk naamwoord /ˈɑx.tər.stə/ wie of wat het laatst in een rij is.
80 bijen Zelfstandig naamwoord /bɛi̯ən/ Antophila een groep van insecten die behoren tot de orde van de vliesvleugeligen (Hymenoptera). Bijen zijn vooral bekend…
81 aankleden Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈaːŋkleːdə(n)/ (Zelfstandig naamwoord).
82 conferentie Zelfstandig naamwoord /ˌkɔn.fəˈrɛn.(t)si/ grote vergadering met verschillende personen, groepen, landen, staten, mogendheden enz.
83 oprotten Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈɔpˌrɔt.ə(n)/ (Zelfstandig naamwoord).
84 extreme Zelfstandig naamwoord, Bijvoeglijk naamwoord /ɛkˈstrɛːm/ verbogen vorm van de stellende trap van extreem.
85 vos Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /vɔs/ afdektop van een (rieten) puntdak (Nedersaksisch? verbastering van "vorst"?).
86 acteren Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˌɑkˈteː.rə(n)/ (Zelfstandig naamwoord).
87 fietsen Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈfitsə(n)/ meervoud van het zelfstandig naamwoord fiets.
88 gordijnen Zelfstandig naamwoord meervoud van het zelfstandig naamwoord gordijn.
89 discreet Zelfstandig naamwoord, Bijvoeglijk naamwoord /dɪsˈkreːt/ Noun. [C1].
90 beschouwd Werkwoord /bə.ˈsxɑu̯t/ voltooid deelwoord van beschouwen.
91 opvoeden Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈɔpfudə(n)/ (Zelfstandig naamwoord).
92 eilanden Zelfstandig naamwoord meervoud van het zelfstandig naamwoord eiland.
93 excellentie Zelfstandig naamwoord /ˌɛk.səˈlɛn.si/ het excellent zijn, de uitmuntendheid, voortreffelijkheid.
94 bedrieger Zelfstandig naamwoord /bəˈdri.ɣər/ iemand die een ander om de tuin leidt voor persoonlijk gewin.
95 vriendinnetje Zelfstandig naamwoord verkleinwoord enkelvoud van het zelfstandig naamwoord vriendin.
96 slimste Bijvoeglijk naamwoord verbogen vorm van de overtreffende trap van slim.
97 bazen Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈbaːzə(n)/ meervoud van het zelfstandig naamwoord baas.
98 borgtocht Zelfstandig naamwoord /ˈbɔrx.tɔxt/ een overeenkomst waarbij de borgsteller garant staat voor de schulden van de schuldenaar.
99 financieel Zelfstandig naamwoord, Bijvoeglijk naamwoord /ˌfinɑnˈʃel/ (Zelfstandig naamwoord).
100 besteed Werkwoord, Bijvoeglijk naamwoord /bə'stet/ eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van besteden.
101 zoen Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /zun/ het met de lippen aanraken van een persoon of een voorwerp.
102 garanderen Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ɣaːrɑnˈdeːrə(n)/ (Zelfstandig naamwoord).
103 gedeeld Zelfstandig naamwoord, Werkwoord, Bijvoeglijk naamwoord /ɣəˈdeːlt/ (Zelfstandig naamwoord).
104 vleugel Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈvløː.ɣəl/ lichaamsdeel van diersoorten als vogels, vleermuizen en sommige insecten dat vliegen mogelijk maakt, in de vorm van een…
105 partijen Zelfstandig naamwoord meervoud van het zelfstandig naamwoord partij.
106 aardbeving Zelfstandig naamwoord /ˈaːrt.beː.vɪŋ/ een schokkende of trillende beweging van een gedeelte van de aardkorst, meestal te wijten aan verschuivingen van delen v…
107 inlichten Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈɪnˌlɪx.tə(n)/ (Zelfstandig naamwoord).
108 verklaringen Zelfstandig naamwoord meervoud van het zelfstandig naamwoord verklaring.
109 bespaar Werkwoord eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van besparen.
110 stijve Zelfstandig naamwoord, Werkwoord, Bijvoeglijk naamwoord /ˈstɛi̯.və/ verbogen vorm van de stellende trap van stijf.
111 zwarten Zelfstandig naamwoord meervoud van het zelfstandig naamwoord zwarte.
112 persoonlijks Bijvoeglijk naamwoord partitief van de stellende trap van persoonlijk.
113 stoned Zelfstandig naamwoord, Bijvoeglijk naamwoord /stoːnt/ Défoncé, drogué, en parlant d’une personne.
114 bezorg Werkwoord eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van bezorgen.
115 tekende Werkwoord enkelvoud verleden tijd van tekenen.
116 destijds Bijvoeglijk naamwoord, Bijwoord, Lidwoord /'dɛs'tɛits/ in die tijd.
117 valstrik Zelfstandig naamwoord /ˈvɑlstrɪk/ een contraptie of manipulatie bedoeld mens of dier te vangen.
118 geliefd Zelfstandig naamwoord, Werkwoord, Bijvoeglijk naamwoord gehaat bemind bien-aimé/-ée chéri/-ie Zij was een geliefde vorstin. Elle était une souveraine chérie par son peuple.
119 omsingeld Werkwoord voltooid deelwoord van omsingelen.
120 overwinnen Werkwoord /ˌoː.vərˈʋɪ.nə(n)/ een tegenstander of zwakte onder de knie krijgen.
121 neger Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈneː.ɣər/ * iemand met voorouders uit Afrika bezuiden de Sahara met lichamelijke kenmerken daarvan als een donkere huidskleur of z…
122 suggereert Werkwoord tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van suggereren.
123 mislukte Werkwoord, Bijvoeglijk naamwoord masculine/feminine singular attributive.
124 elementen Zelfstandig naamwoord meervoud van het zelfstandig naamwoord element.
125 opgroeien Werkwoord /ˈɔpˌɣrui̯ə(n)/ de tijd tot de volwassenheid doorbrengen; de tijd dat iemand zich ontwikkelt tot een volwassene.
126 algemene Bijvoeglijk naamwoord verbogen vorm van de stellende trap van algemeen.
127 opbouwen Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈɔpˌbɑu̯.ə(n)/ maken uit losse onderdelen.
128 kaarsen Zelfstandig naamwoord /ˈkarsə(n)/ meervoud van het zelfstandig naamwoord kaars.
129 waarden Zelfstandig naamwoord, Werkwoord meervoud van het zelfstandig naamwoord waarde.
130 gijzelaar Zelfstandig naamwoord /ˈɣɛi̯.zəˌlaːr/ een veelal onschuldig persoon die tegen de eigen wil door een gijzelnemer gevangen wordt gehouden en die bedreigd wordt…
131 effectief Zelfstandig naamwoord, Bijvoeglijk naamwoord, Bijwoord /ˌɛ.fɛkˈtif/ (Zelfstandig naamwoord).
132 dolgraag Bijwoord /ˈdɔl.ɣraːx/ buitengewoon graag.
133 scheuren Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈsxøː.rə(n)/ langs een inkeping in twee of meer delen uiteenvallen.
134 do Zelfstandig naamwoord /doː/ een toon van een bepaalde frequentie, die in andere systemen met C aangegeven wordt.
135 nagetrokken Werkwoord voltooid deelwoord van natrekken.
136 voorheen Zelfstandig naamwoord, Bijwoord /vorˈhen/ (Zelfstandig naamwoord).
137 voogdij Zelfstandig naamwoord /voːɣˈdɛi̯/ familierechtelijke situatie waarbij door wet, rechter of bij testament de zorg voor de belangen van een minderjarige of…
138 openmaken Werkwoord /ˈoː.pə(n)ˌmaː.kə(n)/ de sluiting van iets verbreken.
139 dok Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /dɔk/ voor buitenwater afsluitbaar gedeelte van een scheepswerf of een drijvende (ponton-)constructie waarmee, door het in- of…
140 zuidelijke Werkwoord, Bijvoeglijk naamwoord verbogen vorm van de stellende trap van zuidelijk.
141 ademhaling Zelfstandig naamwoord /ˈaː.dəmˌɦaː.lɪŋ/ uitwisseling van gassen door levende wezens.
142 drug Zelfstandig naamwoord /drʏk/ stimulerend, verdovend of hallucinerend middel.
143 studeerde Werkwoord enkelvoud verleden tijd van studeren.
144 ingepakt Werkwoord voltooid deelwoord van inpakken.
145 ontwijken Werkwoord /ɔntˈʋɛi̯.kə(n)/ ontsnappen uit een insluiting.
146 stoep Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /stup/ horizontaal gemaakt vlak langs een waterkant, gebruikt voor werkzaamheden of als deel van een brug.
147 unit Zelfstandig naamwoord /ˈjunɪt/
148 otto Zelfstandig naamwoord /ˈɔto/ spelwoord van het Nederlandse spellingalfabet voor de letter o.
149 gerecht Zelfstandig naamwoord, Werkwoord, Bijvoeglijk naamwoord /ɣə.ˈrɛxt/ een bepaald soort voedsel op een bepaalde wijze bereid.
150 waanzinnig Zelfstandig naamwoord, Bijvoeglijk naamwoord, Bijwoord /ˌʋaːnˈzɪ.nəx/ (Zelfstandig naamwoord).
151 buitenkant Zelfstandig naamwoord /ˈbœy̯.tə(n)ˌkɑnt/ het uitwendige van iets.
152 behandelde Werkwoord verbogen vorm van behandeld, voltooid deelwoord van behandelen.
153 schuiven Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈsxœy̯və(n)/ over de grond verplaatsen.
154 bedenkt Werkwoord tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van bedenken.
155 puzzel Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈpʏ.zəl/ raadsel of moeilijke opgave die men als tijdverdrijf probeert op te lossen.
156 insgelijks Zelfstandig naamwoord, Bijwoord, Tussenwerpsel /ˌɪnsxəˈlɛiks/ (Zelfstandig naamwoord).
157 vervolgd Werkwoord voltooid deelwoord van vervolgen.
158 zero Zelfstandig naamwoord, Bijvoeglijk naamwoord /ˈzero/ niets, nul ht.
159 ondersteuning Zelfstandig naamwoord /ˌɔndərˈstønɪŋ/ de verzorging van secretariële, logistieke en boekhoudkundige werkzaamheden.
160 immers Zelfstandig naamwoord, Bijwoord /ˈɪmərs/ (Zelfstandig naamwoord).
161 gram Zelfstandig naamwoord, Bijvoeglijk naamwoord /ɣrɑm/ iets wat opgeschreven of anderszins geregisteerd is (grafein = schrijven), een grafische voorstelling, (->zie -gram of d…
162 fucking Zelfstandig naamwoord, Bijvoeglijk naamwoord, Bijwoord /ˈfʏ.kɪŋ/ An act of sexual intercourse, especially one lacking passion or a feeling of sincere love.
163 verstoren Werkwoord /vərˈstorə(n)/ uit de concentratie brengen, onderbreken wat men aan het doen is.
164 betrekking Zelfstandig naamwoord /bəˈtrɛ.kɪŋ/ bezigheid waarvoor iemand geregeld inkomen krijgt.
165 ijskoud Zelfstandig naamwoord, Bijvoeglijk naamwoord /ɛi̯sˈkɑu̯t/ (Zelfstandig naamwoord).
166 tak Zelfstandig naamwoord /tɑk/ een aftakking in een denkbeeldige boom (-> bedrijfstak, handelstak, industrietak etc.).
167 advertentie Zelfstandig naamwoord /ˌɑt.fərˈtɛn.(t)si/ een aankondiging in een krant, reclameblad, tijdschrift los van de redactionele inhoud.
168 cursus Zelfstandig naamwoord /ˈkʏr.zʏs/ reeks lessen die een afgesloten geheel vormen.
169 oppervlakte Zelfstandig naamwoord /ˈɔ.pərˌvlɑk.tə/ vlak dat iets naar boven begrenst.
170 sap Zelfstandig naamwoord /sɑp/ vloeibare substantie (vocht) meestal afkomstig van planten en dan vaak gebruikt om te drinken.
171 gereserveerd Werkwoord, Bijvoeglijk naamwoord voltooid deelwoord van reserveren.
172 achterom Bijwoord /ˌɑx.təˈrɔm/ bijwoordelijk deel van een scheidbaar werkwoord over de schouder achterwaarts.
173 vertraging Zelfstandig naamwoord /vərˈtraːɣɪŋ/ het langzamer gaan.
174 knuffelen Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈknʏ.fə.lə(n)/ (Zelfstandig naamwoord).
175 opknappen Werkwoord /ˈɔpˌknɑ.pə(n)/ een proces van verbetering ondergaan, gewoonlijk wat betreft de gezondheid.
176 hoera Zelfstandig naamwoord, Tussenwerpsel /ɦuˈraː/ toejuiching, applaus.
177 ophoudt Werkwoord tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van ophouden.
178 verzameld Werkwoord voltooid deelwoord van verzamelen.
179 focus Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈfoː.kʏs/ een punt of verzameling van punten waar alle stralengangen van een optisch element samenkomen.
180 noten Zelfstandig naamwoord, Bijvoeglijk naamwoord meervoud van het zelfstandig naamwoord noot.
181 zakelijke Bijvoeglijk naamwoord /ˈzaː.kə.lə.kə/ verbogen vorm van de stellende trap van zakelijk.
182 georganiseerd Werkwoord, Bijvoeglijk naamwoord /ɣəˌʔɔrɣaniˈzert/ voltooid deelwoord van organiseren.
183 mortuarium Zelfstandig naamwoord /ˌmɔr.tyˈaː.ri.ʏm/ een plaats waar het lichaam van een overledene gedurende enkele dagen kan worden bewaard en/of opgebaard tot aan de begr…
184 potter Zelfstandig naamwoord /ˈpɔtər/ iemand die zijn geld oppot.
185 hemeltje Zelfstandig naamwoord, Tussenwerpsel /ˈheməlcə/ verkleinwoord enkelvoud van het zelfstandig naamwoord hemel.
186 pannenkoeken Zelfstandig naamwoord meervoud van het zelfstandig naamwoord pannenkoek.
187 verdelen Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /vərˈdeː.lə(n)/ (Zelfstandig naamwoord).
188 achttien Zelfstandig naamwoord, Bijvoeglijk naamwoord /ˈɑx.tin/ dat wat in een (rang)ordening met 18 is aangeduid.
189 ere Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈerə/ datief vrouwelijk van eer.
190 presentatie Zelfstandig naamwoord /ˌpreː.zɛnˈtaː.(t)si/ het presenteren (aanbieden) van iets, voordracht.
191 neefje Zelfstandig naamwoord /ˈnefjə/ verkleinwoord enkelvoud van het zelfstandig naamwoord neef.
192 vaart Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /vaːrt/ het varen, het bedrijven van scheepvaart als beroep.
193 automatisch Zelfstandig naamwoord, Bijvoeglijk naamwoord, Bijwoord /ˌɑu̯.toːˈmaː.tis/ zonder dat het door mensenhanden wordt bestuurd automatique (ɔtɔmatik) automatische ramen des fenêtres automatiques zelf…
194 succesvolle Bijvoeglijk naamwoord verbogen vorm van de stellende trap van succesvol.
195 discipline Zelfstandig naamwoord /ˌdi.siˈpli.nə/ gehoorzaamheid aan voorschriften, bevelen of regels.
196 integendeel Zelfstandig naamwoord, Bijwoord /[ɪn.ˈteː.ɣə(n).deːl]/ precies het tegenovergestelde au contraire Hij is toch al weg? Integendeel, hij zit nog hard aan zijn huiswerk te werken…
197 joh Zelfstandig naamwoord, Tussenwerpsel /jɔ/ Sir Johannes “Joh” Bjelke-Petersen (1911–2005), Premier of Queensland 1968–1987.
198 reserve Zelfstandig naamwoord /rəˈzɛr.və/ deel van de nalatenschap van de overledene dat door de wet, bij zijn overlijden, wordt voorbehouden voor bepaalde erfgen…
199 bonus Zelfstandig naamwoord /ˈboː.nʏs/ een extraatje, meestal als beloning.
200 spike Zelfstandig naamwoord /spɑjk/ een van de harde punten, bevestigd onder de zool van een sportschoen, bedoeld om wegglijden tegen te gaan.
201 kar Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /kɑr/ voertuig (oorspronkelijk met twee wielen).
202 doorzoek Werkwoord eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van doorzoeken.
203 vervelen Werkwoord /vərˈveː.lə(n)/ saai zijn, en gevoelens van onlust bij iemand oproepen.
204 kaal Zelfstandig naamwoord, Werkwoord, Bijvoeglijk naamwoord /kaːl/ gemeenschap, publiek.
205 hint Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ɦɪnt/ een aanwijzing, suggestie, tip.
206 oorlogen Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈoːr.loː.ɣə(n)/ oorlog voeren, strijden.
207 vergeeft Werkwoord tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van vergeven.
208 gore Bijvoeglijk naamwoord verbogen vorm van de stellende trap van goor.
209 praatje Zelfstandig naamwoord /praːt.jə/ verkleinwoord enkelvoud van het zelfstandig naamwoord praat.
210 tattoo Zelfstandig naamwoord /taːˈtu/ een tekening die met naald en inkt blijvend in de huid is aangebracht.
211 ontkent Werkwoord tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van ontkennen.
212 snelste Bijvoeglijk naamwoord /ˈsnɛl.stə/ verbogen vorm van de overtreffende trap van snel.
213 analyseren Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /aːnaːliˈzeːrə(n)/ (Zelfstandig naamwoord).
214 uitgezocht Werkwoord voltooid deelwoord van uitzoeken.
215 eerdere Bijvoeglijk naamwoord /ˈeːr.də.rə/ verbogen vorm van de stellende trap van eerder.
216 afloop Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈɑf.loːp/ Rand rond een drukwerk die afgesneden gaat worden.
217 tour Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /tur/ rondreis, rondgang, toer.
218 uithalen Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈœythalə(n)/ een slag doen, al of niet overdrachtelijk.
219 chocola Zelfstandig naamwoord /ˌʃoː.koːˈlaː/ een lekkernij die gemaakt is van cacao, suiker en cacaoboter.
220 logica Zelfstandig naamwoord /ˈloːxikaː/ tak van de wetenschap die zich bezighoudt met de formele regels van het denken, traditioneel als onderdeel van de filoso…
221 belangen Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /bəˈlɑŋə(n)/ meervoud van het zelfstandig naamwoord belang.
222 binnenkant Zelfstandig naamwoord /ˈbɪ.nə(n)ˌkɑnt/ de zijde die in een bepaalde afgeschermde ruimte gelegen is.
223 wetenschappelijk Zelfstandig naamwoord, Bijvoeglijk naamwoord /ˌʋeː.tənˈsxɑ.pə.lək/ (Zelfstandig naamwoord).
224 wanhoop Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈʋɑn.ɦoːp/ een ellendige toestand waarin men geen uitkomst meer ziet.
225 besluiten Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /bəˈslœy̯tə(n)/ meervoud van het zelfstandig naamwoord besluit.
226 Belle Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /'bɛlə/ meisjesnaam.
227 meten Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈmeːtə(n)/ de waarde van een bepaalde grootheid bepalen door deze te vergelijken met een ijkwaarde.
228 opwinding Zelfstandig naamwoord /ˈɔpwɪndɪŋ/ een toestand van geestelijke of erotische geprikkeldheid.
229 uitvinden Werkwoord /ˈœytfɪndə(n)/ nuttige methodes, toestellen of werktuigen bedenken die niet eerder bekend waren.
230 popcorn Zelfstandig naamwoord /ˈpɔp.kɔrn/ een ondersoort Zea mays everta van maïssoorten die speciaal voor het poffen veredeld zijn, het meest wordt Zea mays ssp…
231 chili Zelfstandig naamwoord /ˈ(t)ʃi.li/ een land in Zuid-Amerika, grenzend aan Peru, Bolivia en Argentinië en ingeklemd liggend tussen de Stille Zuidzee en het…
232 opmerking Zelfstandig naamwoord /ˈɔpmɛrkɪŋ/ een gesproken of geschreven uiting van een gedachte.
233 meeneemt Werkwoord tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van meenemen.
234 container Zelfstandig naamwoord /ˌkɔnˈteː.nər/ (gestandaardiseerde) metalen kist voor het transport van losse goederen.
235 point Zelfstandig naamwoord
236 ruw Zelfstandig naamwoord, Werkwoord, Bijvoeglijk naamwoord /ryu̯/ (Zelfstandig naamwoord).
237 naïef Bijvoeglijk naamwoord /naːˈif/ onvoldoende bewust van de mogelijke gevolgen van eigen handelen.
238 zulk Zelfstandig naamwoord, Voornaamwoord, Lidwoord /zɵlk/ (Zelfstandig naamwoord).
239 voorraden Zelfstandig naamwoord meervoud van het zelfstandig naamwoord voorraad.
240 kin Zelfstandig naamwoord, Tussenwerpsel /kɪn/ vooruitstekende deel van de onderkaak.
241 miljarden Zelfstandig naamwoord meervoud van het zelfstandig naamwoord miljard.
242 opleveren Werkwoord /ˈɔplevərə(n)/ een zojuist klaargekomen bouwwerk voor inspectie en overdracht aanbieden.
243 del Zelfstandig naamwoord /dɛl/ ordinaire vrouw, onkuise vrouw, een meisje van lichte zeden.
244 gemeente Zelfstandig naamwoord /ɣəˈmeːn.tə/ bestuurlijke eenheid in een staat, onder bestuur van een raad, een burgemeester en wethouders of schepenen.
245 illusie Zelfstandig naamwoord /iˈly.zi/ droombeeld, hoopvolle verwachting.
246 hit Zelfstandig naamwoord /ɦɪt/ lied dat in korte tijd zeer populair wordt.
247 competitie Zelfstandig naamwoord /ˌkɔm.pəˈti.(t)si/ reeks wedstrijden tussen verschillende clubs.
248 wolk Zelfstandig naamwoord /ʋɔlk/ samenhangende verzameling van merendeels zwevende waterdruppeltjes.
249 strijden Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈstrɛi̯.də(n)/ ondanks weerstand een doel proberen te bereiken.
250 haalden Werkwoord /ˈhaɫdə(n)/ meervoud verleden tijd van halen.
251 aanviel Werkwoord /ˈaɱvil/ enkelvoud verleden tijd van aanvallen.
252 oppikken Zelfstandig naamwoord, Werkwoord (Zelfstandig naamwoord).
253 dwingt Werkwoord tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van dwingen.
254 veren Zelfstandig naamwoord, Werkwoord, Bijvoeglijk naamwoord /ˈveː.rə(n)/ met veren (lichaamsbedekking van een vogel) vervaardigd.
255 ijsje Zelfstandig naamwoord /ˈɛi̯sjə/ portie van een uit roomijs of waterijs vervaardigde lekkernij.
256 koningen Zelfstandig naamwoord /ˈkonɪŋə(n)/ benaming voor boeken in de Bijbel over de periode dat de Joden door koningen werden bestuurd In de joodse Tenach gaat he…
257 verkleed Werkwoord eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van verkleden.
258 cross Zelfstandig naamwoord /krɔs/ als eerste deel van samenstellingen, min of meer aan het Engels ontleend: op verschillende deelgebieden betrekking hebbe…
259 frequentie Zelfstandig naamwoord het aantal malen dat een bepaalde observatie gedaan is.
260 doek Zelfstandig naamwoord /duk/ benaming voor apen uit het geslacht Pygathrix (behorend tot de meerkatachtigen), die enkel voorkomen in Laos, Vietnam en…
261 toewijding Zelfstandig naamwoord /ˈtuˌʋɛi̯.dɪŋ/ ergens met zorg op gericht zijn, met veel inzet.
262 vergiffenis Zelfstandig naamwoord /vərˈɣɪfənɪs/ het iemand niet kwalijk nemen van iets.
263 vuist Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /vœy̯st/ en zware hamer met een korte steel.
264 abortus Zelfstandig naamwoord /aːˈbɔr.tʏs/ een opzettelijk afgebroken zwangerschap, abortus provocatus.
265 geduurd Werkwoord voltooid deelwoord van duren.
266 morele Bijvoeglijk naamwoord verbogen vorm van de stellende trap van moreel.
267 manipuleren Werkwoord het met een bedrieglijke methode iets gedaan krijgen.
268 structuur Zelfstandig naamwoord /strʏkˈtyr/ de manier waarop een samengesteld geheel is opgebouwd.
269 alien Zelfstandig naamwoord /ˈeː.li.ən/ een, gewoonlijk intelligent, buitenaards wezen.
270 vrijlaten Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈvrɛi̯ˌlaː.tə(n)/ (Zelfstandig naamwoord).
271 verveel Werkwoord eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van zich vervelen.
272 aanzetten Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈaːnzɛtə(n)/ meervoud van het zelfstandig naamwoord aanzet.
273 kamperen Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /kɑmˈpeː.rə(n)/ (Zelfstandig naamwoord).
274 trokken Werkwoord meervoud verleden tijd van trekken.
275 investering Zelfstandig naamwoord een opoffering in tijd, geld of mankracht ten behoeve van een doel dat pas op lange termijn wordt behaald.
276 attent Zelfstandig naamwoord, Bijvoeglijk naamwoord /ɑˈtɛnt/ met veel aandacht attentif/-ive (atɑ~tif/-iv) Een attente lezer wees mij op de stijlfout. Un lecteur attentif m'a fait r…
277 toeristen Zelfstandig naamwoord meervoud van het zelfstandig naamwoord toerist.
278 opstellen Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈɔpˌstɛ.lə(n)/ zich een bepaalde houding aanmeten.
279 slikken Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈslɪkə(n)/ overdrachtelijk: iets lijdzaam aanvaarden.
280 tequila Zelfstandig naamwoord /təˈki.laː/ alcoholische drank afkomstig uit Mexico op basis van een agavesoort.
281 geraden Werkwoord /ɣəˈradə(n)/ voltooid deelwoord van raden.
282 verricht Werkwoord, Bijvoeglijk naamwoord /vəˈrɪxt/ enkelvoud tegenwoordige tijd van verrichten.
283 kandidaten Zelfstandig naamwoord meervoud van het zelfstandig naamwoord kandidaat.
284 verspild Werkwoord voltooid deelwoord van verspillen.
285 gewurgd Werkwoord voltooid deelwoord van wurgen.
286 vervoeren Werkwoord in emotionele zin meeslepen, overweldigen, buiten zichzelf brengen, uit zijn gewone doen brengen.
287 omringd Werkwoord voltooid deelwoord van omringen.
288 uitspreken Werkwoord /ˈœy̯tˌspreː.kə(n)/ het (geschreven) woord in klank omzetten.
289 hondje Zelfstandig naamwoord /ˈhɔɲcə/ alleen verkleinwoord plank met daaronder vier kleine zwenkwielen voor het verplaatsen van zware, grote zaken, bijvoorbee…
290 doornemen Werkwoord /ˈdornemə(n)/ globaal bestuderen of bespreken.
291 werelds Zelfstandig naamwoord, Bijvoeglijk naamwoord genitief mannelijk van wereld.
292 opschrijven Werkwoord schrijvend een notitie ergens van maken.
293 familieleden Zelfstandig naamwoord meervoud van het zelfstandig naamwoord familielid.
294 barbecue Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈbɑrbəkju/ toestel om vlees op te roosteren, vaak in de openlucht barbecue (baʀbəkju) mannelijk biefstuk op de barbecue leggen mett…
295 verspilt Werkwoord tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van verspillen.
296 poosje Zelfstandig naamwoord /ˈpoʃə/ verkleinwoord enkelvoud van het zelfstandig naamwoord poos.
297 chirurgie Zelfstandig naamwoord /ˌʃi.rʏrˈɣi/ de wetenschap van en de vaardigheid in het opereren.
298 dineren Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /diˈneːrə(n)/ (Zelfstandig naamwoord).
299 voltooid Zelfstandig naamwoord, Werkwoord, Bijvoeglijk naamwoord /vɔlˈtojt/ (Zelfstandig naamwoord).
300 luis Zelfstandig naamwoord, Werkwoord, Bijvoeglijk naamwoord /lœy̯s/ benaming voor verschillende meestal vleugelloze insecten die parasiteren op dieren en planten.
301 korting Zelfstandig naamwoord /ˈkɔr.tɪŋ/ verlaging van een te ontvangen bedrag.
302 afschuwelijke Bijvoeglijk naamwoord verbogen vorm van de stellende trap van afschuwelijk.
303 binnenin Zelfstandig naamwoord, Bijwoord, Voorzetsel (Zelfstandig naamwoord).
304 inhuren Werkwoord /ˈɪnhyrə(n)/ iemand tijdelijk in dienst/iets tijdelijk in gebruik nemen.
305 evolutie Zelfstandig naamwoord /ˌeː.voːˈly.(t)si/ de geleidelijke verandering door de tijd van soorten organismen.
306 kleedkamer Zelfstandig naamwoord /ˈkletkamər/ een ruimte waar men zich omkleden kan, zoals bij sport, toneel e.d.
307 kassa Zelfstandig naamwoord /ˈkɑ.saː/ een machine in een winkel om van een klant ontvangen geld te registreren en te bewaren.
308 alert Zelfstandig naamwoord, Bijvoeglijk naamwoord /aˈlɛrt/ waarschuwingsbericht.
309 envelop Zelfstandig naamwoord /ˌɑn.vəˈlɔp/ totaalbedrag voor een bepaald doel beschikbaar gesteld aan een ontvanger die daarbinnen zelf de precieze besteding kan b…
310 verhuisde Werkwoord verbogen vorm van verhuisd, voltooid deelwoord van verhuizen.
311 klink Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /klɪŋk/ handvat om de deur te openen of te sluiten.
312 gewonde Zelfstandig naamwoord, Werkwoord, Bijvoeglijk naamwoord casualty, a wounded (person).
313 gehecht Werkwoord, Bijvoeglijk naamwoord /ɣəˈhɛxt/ van een persoon dat deze een bepaalde gewoonte niet makkelijk kan opgeven, verkleefd, verknocht.
314 kale Zelfstandig naamwoord, Werkwoord, Bijvoeglijk naamwoord verbogen vorm van de stellende trap van kaal.
315 gedroeg Werkwoord enkelvoud verleden tijd van gedragen.
316 stroomt Werkwoord tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van stromen.
317 dunne Zelfstandig naamwoord, Werkwoord, Bijvoeglijk naamwoord /ˈdʏnə/ verbogen vorm van de stellende trap van dun.
318 nauw Zelfstandig naamwoord, Bijvoeglijk naamwoord /nɑu̯/ knel, nood.
319 hypotheek Zelfstandig naamwoord /ˌhypoˈtek/ zakelijke zekerheid die een onroerend goed zonder buitenbezitstelling bezwaart om een vordering tot terugbetaling van ee…
320 preek Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /preːk/ een stichtelijk betoog door een geestelijke in een kerkdienst.
321 light Bijvoeglijk naamwoord met een claim van minder schadelijke stoffen bevattend.
322 generator Zelfstandig naamwoord /ˌɣenəˈratɔr/ een machine die mechanische energie, binnenkomend via een draaiende as, omzet in elektrische energie.
323 blijken Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈblɛi̯kə(n)/ meervoud van het zelfstandig naamwoord blijk.
324 kleinste Bijvoeglijk naamwoord verbogen vorm van de overtreffende trap van klein.
325 back-up Zelfstandig naamwoord, Werkwoord een reservekopie van bestanden en andere gegevens die wordt gemaakt voor het geval het origineel verloren gaat.
326 journalisten Zelfstandig naamwoord meervoud van het zelfstandig naamwoord journalist.
327 pesten Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈpɛs.tə(n)/ the card game Mau Mau, similar to crazy eights.
328 leverde Werkwoord enkelvoud verleden tijd van leveren.
329 afgevuurd Werkwoord voltooid deelwoord van afvuren.
330 geadopteerd Werkwoord, Bijvoeglijk naamwoord voltooid deelwoord van adopteren.
331 aanvraag Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈaːn.vraːx/ verzoek, vaak min of meer officieel.
332 pier Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /pir/ overdekte loopbrug van de terminal naar de vliegtuigen op een luchthaven.
333 opgezocht Werkwoord voltooid deelwoord van opzoeken.
334 lobby Zelfstandig naamwoord, Werkwoord belangengroep die, meestal achter de schermen en dus buiten de parlementaire controle om, pressie uitoefent op bijv. het…
335 arrogant Zelfstandig naamwoord, Bijvoeglijk naamwoord /ˌɑ.roːˈɣɑnt/ Celui qui se comporte avec arrogance.
336 gigantisch Zelfstandig naamwoord, Bijvoeglijk naamwoord /ɣiˈɣɑntis/ (Zelfstandig naamwoord).
337 hoofdstad Zelfstandig naamwoord /ˈɦoːftstɑt/ een belangrijke stad waarvandaan meestal het land, de staat, deelstaat of provincie wordt bestuurd.
338 kardinaal Zelfstandig naamwoord, Bijvoeglijk naamwoord /ˌkɑr.diˈnaːl/ hoge geestelijke in de hiërarchie van de Rooms-Katholieke Kerk, hij mag deelnemen aan de verkiezing van een nieuwe paus.
339 drijft Werkwoord tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van drijven.
340 beschuldiging Zelfstandig naamwoord /bəˈsxʏl.də.ɣɪŋ/ het aangeven dat iemand iets moreel of gerechtelijk verkeerds heeft gedaan.
341 corrupt Zelfstandig naamwoord, Bijvoeglijk naamwoord /kɔˈrʏpt/ Willing to act dishonestly for personal gain; accepting bribes.
342 benaderen Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /bəˈnaːdərə(n)/ (Zelfstandig naamwoord).
343 krediet Zelfstandig naamwoord /krəˈdit/ lening van geld.
344 balkon Zelfstandig naamwoord /bɑlˈkɔn/ een bouwkundig onderdeel op een etage dat uit de gevel naar voren springt.
345 paal Zelfstandig naamwoord, Werkwoord, Bijvoeglijk naamwoord /paːl/ een langwerpig stuk materiaal dat in de grond staat.
346 worstelen Werkwoord /ˈʋɔrs.tə.lə(n)/ een vorm van lichamelijke strijd waarbij men de tegenstander op de rug tracht te leggen.
347 ongelukje Zelfstandig naamwoord /ˈɔŋɣəˌlʏkjə/ verkleinwoord enkelvoud van het zelfstandig naamwoord ongeluk.
348 vroegere Bijvoeglijk naamwoord verbogen vorm van de vergrotende trap van vroeg.
349 godin Zelfstandig naamwoord /ɣoːˈdɪn/ naam voor het vrouwelijk opperwezen (bijvoorbeeld binnen Wicca).
350 spin Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /spɪn/ geleedpotig dier met acht poten uit de orde Araneae, dat met speciale klieren een web maakt, waarin prooien worden gevan…
351 c. Bijwoord, Voorzetsel /ˈsɪrka/ bij benadering.
352 lam Zelfstandig naamwoord, Bijvoeglijk naamwoord, Bijwoord /lɑm/ jong van het schaap.
353 zwaarder Bijvoeglijk naamwoord onverbogen vorm van de vergrotende trap van zwaar.
354 pooier Zelfstandig naamwoord /'poːjər/ een man die prostituees tegen betaling beschermt en helpt, een souteneur.
355 toegewijd Zelfstandig naamwoord, Werkwoord, Bijvoeglijk naamwoord /ˈtu.ɣə.ʋɛi̯t/ (Zelfstandig naamwoord).
356 ijzeren Zelfstandig naamwoord, Bijvoeglijk naamwoord /ˈɛi̯.zə.rə(n)/ a hamlet in Valkenburg aan de Geul, Limburg, Netherlands.
357 korps Zelfstandig naamwoord /kɔrps/ de hoogte van een letter, meestal uitgedrukt in punten (letterformaat).
358 gray Zelfstandig naamwoord een eenheid voor de hoeveelheid geabsorbeerde ioniserende straling, weergegeven met symbool Gy.
359 draken Zelfstandig naamwoord meervoud van het zelfstandig naamwoord draak.
360 deb Zelfstandig naamwoord clipping of debiel.
361 uitstellen Werkwoord /ˈœy̯tˌstɛ.lə(n)/ naar een later tijdstip verschuiven.
362 baxter Zelfstandig naamwoord /ˈbɑks.tər/ toestel waarmee vocht toegediend wordt in de bloedvaten.
363 krijgers Zelfstandig naamwoord /ˈkrɛiɣərs/ meervoud van het zelfstandig naamwoord krijger.
364 blootgesteld Werkwoord voltooid deelwoord van blootstellen.
365 makelaar Zelfstandig naamwoord /ˈmaː.kəˌlaːr/ de tussenpersoon in de handel, zowel van roerende als onroerende goederen.
366 leegte Zelfstandig naamwoord /ˈlextə/ het leeg en verlaten zijn.
367 crash Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /krɛʃ/ het onbruikbaar worden van een computer, besturingssysteem of applicatie.
368 overleefde Werkwoord verbogen vorm van overleefd, voltooid deelwoord van overleven.
369 willekeurig Bijvoeglijk naamwoord /ˌwɪləˈkørəx/ naar de wil van degene die beslist dus niet volgens een bepaalde regel of dwingende noodzaak.
370 concurrentie Zelfstandig naamwoord /ˌkɔŋ.kyˈrɛn.(t)si/ het mede-wedijveren om iets, in het bijzonder een vorm van winst, in de situatie zijn dat je de concurrent van iemand be…
371 festival Zelfstandig naamwoord /ˈfɛs.tiˌvɑl/ een groot evenement met zang en dans en muzikale optredens.
372 onthou Werkwoord eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van onthouden.
373 wrede Bijvoeglijk naamwoord verbogen vorm van de stellende trap van wreed.
374 giftige Bijvoeglijk naamwoord /ˈɣɪf.tə.ɣə/ verbogen vorm van de stellende trap van giftig.
375 familielid Zelfstandig naamwoord /faːˈmi.liˌlɪt/ persoon beschouwd in zijn verhouding tot degenen met wie hij een familie uitmaakt.
376 bisschop Zelfstandig naamwoord /ˈbɪ.sxɔp/ een christelijke geestelijke die aan het hoofd staat van een bisdom.
377 achtertuin Zelfstandig naamwoord /ˈɑx.tərˌtœy̯n/ een tuin aan de achterzijde van een huis.
378 poetsen Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈput.sə(n)/ door middel van wrijven zaken schoner maken.
379 afwezigheid Zelfstandig naamwoord /ˌɑfˈʋeː.zəx.ɦɛi̯t/ het afwezig zijn op een bepaald tijdstip en plaats.
380 onderhoud Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈɔndərˌhɑut/ een gesprek waarin men m.n. tracht bepaalde geschilpunten te overbruggen.
381 verloopt Werkwoord /vərˈlopt/ tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van verlopen.
382 zijkant Zelfstandig naamwoord /ˈzɛi̯.kɑnt/ datgene dat de zijde vormt.
383 gelukkiger Bijvoeglijk naamwoord onverbogen vorm van de vergrotende trap van gelukkig.
384 situaties Zelfstandig naamwoord meervoud van het zelfstandig naamwoord situatie.
385 infuus Zelfstandig naamwoord /ɪɱˈfys/ vochttoediening in de bloedvaten.
386 visioenen Zelfstandig naamwoord meervoud van het zelfstandig naamwoord visioen.
387 zwerver Zelfstandig naamwoord /ˈzʋɛr.vər/ iemand die geen vast verblijf heeft; landloper.
388 verdeeld Werkwoord, Bijvoeglijk naamwoord /vərˈdelt/ voltooid deelwoord van verdelen.
389 ervaringen Zelfstandig naamwoord meervoud van het zelfstandig naamwoord ervaring.
390 vooraan Bijwoord, Voorzetsel /vorˈan/ van voren.
391 zwangere Zelfstandig naamwoord, Werkwoord, Bijvoeglijk naamwoord /ˈzʋɑ.ŋə.rə/ verbogen vorm van de stellende trap van zwanger.
392 moeilijkste Bijvoeglijk naamwoord verbogen vorm van de overtreffende trap van moeilijk.
393 jeep Zelfstandig naamwoord terreinwagen, een voertuig dat speciaal geschikt is om door ruig terrein te rijden.
394 gehoorzamen Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ɣəˈɦoːrzaːmə(n)/ (Zelfstandig naamwoord).
395 scheur Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /sxøːr/ een kloof in een vlies of weefsel.
396 opgehouden Werkwoord voltooid deelwoord van ophouden.
397 dreigt Werkwoord tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van dreigen.
398 boksen Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈbɔk.sə(n)/ meervoud van het zelfstandig naamwoord boks.
399 schilder Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈsxɪl.dər/ sterrenbeeld zuidelijk van de dierenriem (tussen rechte klimming 4ᵘ32ᵐ en 6ᵘ51ᵐ en tussen declinatie −64° en −43°).
400 onderbroek Zelfstandig naamwoord /ˈɔn.dərˌbruk/ kledingstuk dat onder de gewone broek, direct op de huid wordt gedragen.
401 gegroeid Werkwoord, Bijvoeglijk naamwoord voltooid deelwoord van groeien.
402 pret Zelfstandig naamwoord /prɛt/ een genoeglijke en vrolijke ervaring.
403 boeven Zelfstandig naamwoord meervoud van het zelfstandig naamwoord boef.
404 negatieve Bijvoeglijk naamwoord verbogen vorm van de stellende trap van negatief.
405 tegenkomen Werkwoord /'te.ɣən.ko.mə(n)/ zichzelf tegenkomen: geconfronteerd worden met je eigen beperkingen.
406 talenten Zelfstandig naamwoord meervoud van het zelfstandig naamwoord talent.
407 vrijwilliger Zelfstandig naamwoord, Bijvoeglijk naamwoord /ˌvrɛi̯ˈʋɪ.lə.ɣər/ iemand die op vrijwillige basis aan iets meewerkt.
408 continu Zelfstandig naamwoord, Bijvoeglijk naamwoord, Bijwoord /ˌkɔn.tiˈny/ Ce qui est continu.
409 vervolgen Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /vərˈvɔl.ɣə(n)/ niet rusten voor iemand bestraft of geweld aangedaan is.
410 vrolijke Zelfstandig naamwoord, Bijvoeglijk naamwoord verbogen vorm van de stellende trap van vrolijk.
411 jaag Werkwoord /jax/ eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van jagen.
412 opzettelijk Bijvoeglijk naamwoord, Bijwoord bewust op deze manier.
413 observeren Werkwoord /ˌɔp.sɛrˈveː.rə(n)/ gericht via de zintuigen van iets kennis nemen.
414 verdrag Zelfstandig naamwoord /vərˈdrɑx/ een wettelijk wederzijds bindende overeenkomst tussen twee of meer staten.
415 diende Werkwoord /ˈdindǝ/ enkelvoud verleden tijd van dienen.
416 inval Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈɪnvɑl/ het plotseling met een leger- of politiemacht binnendringen in een gebouw of gebied.
417 lori Zelfstandig naamwoord /ˈloː.ri/ benaming voor halfapen uit de Aziatische onderfamilie Lorisinae.
418 notities Zelfstandig naamwoord /noˈti(t)sis/ meervoud van het zelfstandig naamwoord notitie.
419 tassen Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈtɑsə(n)/ meervoud van het zelfstandig naamwoord tas.
420 behulpzaam Zelfstandig naamwoord, Bijvoeglijk naamwoord /bə'hʏlpsam/ (Zelfstandig naamwoord).
421 robots Zelfstandig naamwoord meervoud van het zelfstandig naamwoord robot.
422 geestelijke Zelfstandig naamwoord, Bijvoeglijk naamwoord /ˈɣestələkə/ iemand die voor een geloof werkt.
423 hamburger Zelfstandig naamwoord, Bijvoeglijk naamwoord /ˈhɑmbʏrɣər/ een broodje met voornoemde schijf dat wordt versierd met wat sla, kappertjes, uitjes, (worcester)saus, zout, peper, etc.
424 kanonnen Zelfstandig naamwoord meervoud van het zelfstandig naamwoord kanon.
425 afgepakt Werkwoord voltooid deelwoord van afpakken.
426 kook Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /kok/ eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van koken.
427 oversteken Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈoː.vərˌsteː.kə(n)/ doorkruisen om de overzijde te bereiken.
428 inlichtingen Zelfstandig naamwoord meervoud van het zelfstandig naamwoord inlichting.
429 ijzer Zelfstandig naamwoord /ˈɛi̯zər/ een rivier in West-Vlaanderen (België) en Frans-Vlaanderen (Frankrijk). Het is de kortste van de drie Belgische rivieren…
430 dringen Werkwoord /ˈdrɪŋə(n)/ met het gehele lijf duwen.
431 woest Bijvoeglijk naamwoord, Bijwoord /ʋust/ heel boos, razend, woedend, spinnijdig.
432 kookt Werkwoord /koːkt/ tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van koken.
433 kleindochter Zelfstandig naamwoord /ˈklɛi̯nˌdɔx.tər/ een dochter van iemands kind, een vrouwelijk kleinkind.
434 aller Voornaamwoord, Lidwoord /ˈɑ.lər/ of all; (archaic) genitive plural of al.
435 melding Zelfstandig naamwoord /ˈmɛl.dɪŋ/ een bericht over een gebeurtenis.
436 samenwonen Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈsaː.mə(n)ʋoːnə(n)/ (Zelfstandig naamwoord).
437 bondgenoten Zelfstandig naamwoord meervoud van het zelfstandig naamwoord bondgenoot.
438 verwoesten Werkwoord /vərˈʋus.tə(n)/ totaal vernielen, niets intact laten.
439 geloofden Werkwoord meervoud verleden tijd van geloven.
440 ouderen Zelfstandig naamwoord meervoud van het zelfstandig naamwoord oudere.
441 kotsen Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈkɔt.sə(n)/ (Zelfstandig naamwoord).
442 mentor Zelfstandig naamwoord /ˈmɛn.tɔr/ gids, adviseur, leidsman, raadgever, raadsman.
443 principes Zelfstandig naamwoord meervoud van het zelfstandig naamwoord principe.
444 wenen Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈʋeːnə(n)/ de hoofdstad van Oostenrijk.
445 welzijn Zelfstandig naamwoord /ˈʋɛl.zɛi̯n/ wanneer een individu of maatschappij zich in een goede toestand bevindt op het gebied van gezondheid, geluk en/of voorsp…
446 drive Zelfstandig naamwoord /drɑjf/ snelle, horizontale slag die laag over het net gespeeld wordt.
447 lint Zelfstandig naamwoord /lɪnt/ vaak korte strook stof in voorgeschreven patroon en kleur waaraan een onderscheiding is bevestigd Vooral het verkleinwoo…
448 verstopte Werkwoord verbogen vorm van verstopt, voltooid deelwoord van verstoppen.
449 avonden Zelfstandig naamwoord meervoud van het zelfstandig naamwoord avond.
450 depressie Zelfstandig naamwoord /dəˈprɛ.si/ langdurige inzinking in de economische ontwikkeling.
451 hm Zelfstandig naamwoord, Voornaamwoord, Tussenwerpsel /əm/ Initialism of Home Minister.
452 onderneming Zelfstandig naamwoord /ɔn.dərˈneː.mɪŋ/ organisatie die met een winstoogmerk producten of diensten voortbrengt, bedrijf.
453 levering Zelfstandig naamwoord /ˈleː.və.rɪŋ/ het leveren, de uitreiking, de verstrekking.
454 uiteen Bijwoord /œyˈten/ uit elkaar, vaneen.
455 veroordeling Zelfstandig naamwoord /vərˈordelɪŋ/ een uitspraak van een rechter waarbij de beschuldigde iets verweten wordt.
456 knuppel Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈknʏpəl/ korte dikke stok, bedoeld om lijfstraf mee uit te delen.
457 sieraden Zelfstandig naamwoord /ˈsiradə(n)/ meervoud van het zelfstandig naamwoord sieraad.
458 beloftes Zelfstandig naamwoord meervoud van het zelfstandig naamwoord belofte.
459 karma Zelfstandig naamwoord /ˈkɑr.mɑ/ de leer van oorzaak en gevolg, waarbij je al je acties en reacties weer bij jezelf terugkomen.
460 kopieën Zelfstandig naamwoord /koˈpijə(n)/ meervoud van het zelfstandig naamwoord kopie.
461 gangster Zelfstandig naamwoord, Bijvoeglijk naamwoord /ˈɡɛŋ.stər/ de vrouwelijke vorm van 'ganger' als tweede lid in samenstellingen van zelfstandige naamwoorden, zoals in dubbelgangster…
462 romantiek Zelfstandig naamwoord een intellectuele en artistieke stroming die haar hoogtijdagen kende aan het eind van de 18e en begin van de 19e eeuw.
463 opkomen Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈɔpˌkoː.mə(n)/ (Zelfstandig naamwoord).
464 pub Zelfstandig naamwoord /pʏp/ café in een volkse, Britse stijl.
465 allerbeste Bijvoeglijk naamwoord verbogen vorm van de stellende trap van allerbest.
466 binnenlandse Bijvoeglijk naamwoord verbogen vorm van de stellende trap van binnenlands.
467 maatregelen Zelfstandig naamwoord meervoud van het zelfstandig naamwoord maatregel.
468 reus Zelfstandig naamwoord /røːs/ een buitengewoon grote man.
469 sjaal Zelfstandig naamwoord /ʃaːl/ een langwerpige lap stof die om de hals gedragen wordt.
470 verspil Werkwoord eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van verspillen.
471 liefdadigheid Zelfstandig naamwoord /lifˈdaː.dəxˌɦɛi̯t/ het zonder eigenbelang geven van hulp.
472 vloeistof Zelfstandig naamwoord /ˈvlui̯stɔf/ stof in die aggregatietoestand waarin het geen eigen vorm heeft, maar wel een eigen volume.
473 donuts Zelfstandig naamwoord meervoud van het zelfstandig naamwoord donut.
474 bouwde Werkwoord enkelvoud verleden tijd van bouwen.
475 vertragen Werkwoord /vərˈtraːɣə(n)/ langzamer doen worden.
476 geboden Zelfstandig naamwoord, Werkwoord meervoud van het zelfstandig naamwoord gebod.
477 aangetroffen Werkwoord /ˈaŋɣəˌtrɔfə(n)/ voltooid deelwoord van aantreffen.
478 ritme Zelfstandig naamwoord /ˈrɪt.mə/ een zich in de tijd herhalend patroon van handelingen of gebeurtenissen.
479 pyjama Zelfstandig naamwoord /piˈjaːmaː/ gemakkelijk zittende hemd en broek die 's nachts in bed kunnen worden gedragen.
480 wreken Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈvreː.kə(n)/ (Zelfstandig naamwoord).
481 koerier Zelfstandig naamwoord persoon of instantie die berichten, pakjes enz. ophaalt, vervoert en aflevert.
482 gestemd Werkwoord, Bijvoeglijk naamwoord /ɣə.ˈstɛmt/ voltooid deelwoord van stemmen.
483 raap Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /raːp/ gewas met een groot aantal variëteiten, waarvan keukenraap en meiraap als groente worden gegeten.
484 sodemieter Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˌsoː.dəˈmi.tər/ homoseksueel, sodomiet.
485 sigaar Zelfstandig naamwoord, Bijvoeglijk naamwoord /si.ˈɣaːr/ het slachtoffer zijn être le dindon de la farce Daar komt de politie! Nu ben ik de sigaar: ik rijd veel te hard. Les fli…
486 opendoen Werkwoord een afsluiting ongedaan maken.
487 getallen Zelfstandig naamwoord meervoud van het zelfstandig naamwoord getal.
488 rijtje Zelfstandig naamwoord verkleinwoord enkelvoud van het zelfstandig naamwoord rij.
489 gegroet Zelfstandig naamwoord, Werkwoord, Tussenwerpsel /ɣəˈɣrut/ (Zelfstandig naamwoord).
490 hacken Werkwoord /ˈɦɛ.kə(n)/ op creatieve wijze meer doen met techniek dan de makers zelf hadden bedacht, het opzoeken van de grenzen van het mogelij…
491 wereldoorlog Zelfstandig naamwoord /ˈʋeː.rəltˌoːr.lɔx/ een gewapende strijd tussen een zeer groot aantal landen, met name gebruikt voor de Eerste en de Tweede Wereldoorlog.
492 kanon Zelfstandig naamwoord /kaːˈnɔn/ een drinkglas met dikke bodem of voet, gebruikt bij heildronken.
493 debat Zelfstandig naamwoord /deːˈbɑt/ een steekspel van argumenten tussen mensen met verschillende opvattingen.
494 smaken Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈsmaː.kə(n)/ meervoud van het zelfstandig naamwoord smaak.
495 deeltjes Zelfstandig naamwoord verkleinwoord meervoud van het zelfstandig naamwoord deel.
496 besteden Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /bəˈsteːdə(n)/ (Zelfstandig naamwoord).
497 verspreidt Werkwoord tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van verspreiden.
498 complot Zelfstandig naamwoord /kɔmˈplɔt/ samenwerking van meerdere personen om een bepaald (verboden of slecht) doel te bereiken.
499 fatsoenlijke Bijvoeglijk naamwoord verbogen vorm van de stellende trap van fatsoenlijk.
500 verbreken Werkwoord /vərˈbreː.kə(n)/ een einde maken aan een bestaande verbinding.
501 chique Bijvoeglijk naamwoord verbogen vorm van de stellende trap van chic.
502 stoffen Zelfstandig naamwoord, Werkwoord, Bijvoeglijk naamwoord /ˈstɔfə(n)/ to dust, to remove dust from.
503 maximaal Bijvoeglijk naamwoord, Bijwoord /ˈmɑksiˌmal/ het grootst mogelijk.
504 leeuwen Zelfstandig naamwoord /ˈleːu̯.ə(n)/ meervoud van het zelfstandig naamwoord leeuw.
505 bestel Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /bəˈstɛl/ een organisatie die als systeem een bepaald doel op een bepaalde manier dient.
506 smakelijk Bijvoeglijk naamwoord, Bijwoord, Tussenwerpsel /ˈsmaːkələk/ goed van smaak zijnd of van een goede smaak genietend.
507 afzeggen Werkwoord /ˈɑfˌsɛɣə(n)/ ~ voor: aangeven dat men niet gaat komen.
508 neerschoot Werkwoord enkelvoud verleden tijd van neerschieten.
509 katholiek Zelfstandig naamwoord, Bijvoeglijk naamwoord /kɑ.toːˈlik/ iemand die het katholieke geloof aanhangt/lid is van de Katholieke Kerk.
510 quarantaine Zelfstandig naamwoord /ˌkaː.rɑnˈtɛː.nə/ tijdelijke afzondering van personen, dieren of zaken die besmet zouden kunnen zijn met ziektekiemen.
511 aah Tussenwerpsel /a/ uitroep van ontdekking/verrassing, dan wel van schrik/ontsteltenis.
512 gecompliceerd Zelfstandig naamwoord, Werkwoord, Bijvoeglijk naamwoord /ɣəˌkɔmpliˈsert/ (Zelfstandig naamwoord).
513 haasten Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /'ɦastən/ proberen om iets snel te doen se depêcher se presser se hâter Het is al laat, dus ik haast me naar het station. Il est d…
514 raadsman Zelfstandig naamwoord /ˈraːts.mɑn/ advocaat, man die een cliënt juridisch vertegenwoordigt en adviseert.
515 wrok Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /vrɔk/ blijvend gevoel van onvrede over geleden of vermeend onrecht.
516 veiling Zelfstandig naamwoord /ˈvɛi̯.lɪŋ/ een plaats waar goederen bij opbod of afslag verkocht worden.
517 kater Zelfstandig naamwoord /ˈkaːtər/ beroerde gevoel dat ontstaat na het gebruik van te veel alcohol.
518 aangepakt Werkwoord /ˈaŋɣəˌpɑkt/ voltooid deelwoord van aanpakken.
519 etage Zelfstandig naamwoord /ˌeːˈtaː.ʒə/ een geologisch tijdperk, chronostratigrafische eenheid.
520 vernederd Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /vərˈnedərt/ (Zelfstandig naamwoord).
521 pakket Zelfstandig naamwoord /pɑ'kɛt/ een verzameling voorwerpen of begrippen.
522 vergeving Zelfstandig naamwoord het iemand niet kwalijk nemen van iets.
523 hetero Zelfstandig naamwoord /ˈɦeː.təˌroː/ iemand met een seksuele voorkeur voor het andere geslacht.
524 maf Werkwoord, Bijvoeglijk naamwoord, Bijwoord /mɑf/ gek, vreemd, onverwacht, ongebruikelijk, raar.
525 schaar Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /sxaːr/ paarsgewijs voorkomend grijporgaan, gedragen aan het uiteinde van de voorpoten van sommige schaaldieren (kreeften en kra…
526 batterijen Zelfstandig naamwoord meervoud van het zelfstandig naamwoord batterij.
527 overweg Zelfstandig naamwoord, Bijwoord /ˈoːvərˌʋɛx/ een kruising van een weg met een spoorbaan.
528 lezing Zelfstandig naamwoord /ˈleː.zɪŋ/ het geven van een voordracht.
529 vrijdagavond Zelfstandig naamwoord, Bijwoord de latere uren van de vrijdag.
530 til Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /tɪl/ een houten constructie die vaak in een punt water overbrugt.
531 gister Zelfstandig naamwoord, Bijwoord /ˈɣɪs.tər/ (Zelfstandig naamwoord).
532 groentje Zelfstandig naamwoord /ˈɣrun.tjə/ alleen verkleinwoord bepaald soort dagvlinder, Callophrys rubi uit de familie Lycaenidae, de kleine pages, vuurvlinders…
533 enigen Zelfstandig naamwoord, Voornaamwoord /ˈeː.nə.ɣə(n)/ personal plural of enige (“only one, only thing”).
534 weerstand Zelfstandig naamwoord /ˈʋeːr.stɑnt/ elektrische ~ de tegenstand die een stroom in een stroomgeleider ondervindt; de Wet van Ohm beschrijft het verband tusse…
535 telegram Zelfstandig naamwoord /teːləˈɡrɑm/ een bericht dat middels morsecode via een kabel of via de radio verzonden wordt.
536 intiem Zelfstandig naamwoord, Bijvoeglijk naamwoord /ɪnˈtim/ (Zelfstandig naamwoord).
537 regenen Werkwoord /ˈreː.ɣə.nə(n)/ in grote aantallen neerkomen, in grote hoeveelheden gegeven of uitgedeeld worden.
538 droevig Zelfstandig naamwoord, Bijvoeglijk naamwoord, Bijwoord /ˈdru.vəx/ (Zelfstandig naamwoord).
539 ontdekten Werkwoord meervoud verleden tijd van ontdekken.
540 vervanger Zelfstandig naamwoord /vərˈvɑ.ŋər/ iemand/iets die in de plaats van iemand/iets anders.
541 poep Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /pup/ iets waardeloos of walgelijks gebruikt als linkerdeel van samengestelde bijvoeglijke naamwoorden om het rechterdeel een…
542 opneemt Werkwoord tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van opnemen.
543 razend Werkwoord, Bijvoeglijk naamwoord bijzonder heftig.
544 barman Zelfstandig naamwoord /ˈbɑr.mɑn/ iemand die achter de bar staat en drankjes voor de gasten inschenkt.
545 likken Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈlɪ.kə(n)/ glad maken en glanzend polijsten.
546 evenwicht Zelfstandig naamwoord /ˈeː.və(n)ˌʋɪxt/ toestand van rust of overeenstemming, doordat van verschillende krachten geen de andere te zeer overtreft en er een situ…
547 norm Zelfstandig naamwoord /nɔrm/ regel voor de normalisatie, een beschrijving van de manier waarop tewerk moet worden gegaan.
548 uitstaan Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈœytstan/ (Zelfstandig naamwoord).
549 stoms Bijvoeglijk naamwoord partitief van de stellende trap van stom.
550 repetitie Zelfstandig naamwoord een gezamenlijke oefening ten bate van een uitvoering, concert e.d.
551 onderscheiden Zelfstandig naamwoord, Werkwoord, Bijvoeglijk naamwoord /ˌɔndərˈsxɛi̯də(n)/ iemands bijzonder gedrag erkennen, bijvoorbeeld middels een medaille.
552 bedoelen Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /bəˈdulə(n)/ (Zelfstandig naamwoord).
553 Jon Zelfstandig naamwoord, Werkwoord eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van jonnen.
554 bloedbad Zelfstandig naamwoord /ˈblut.bɑt/ gewelddadige gebeurtenis met veel doden en gewonden bain mannelijk de sang (bɛ~d(ə)sɑ~) massacre (masakʀ) mannelijk een…
555 zonnestelsel Zelfstandig naamwoord /ˈzɔ.nəˌstɛl.səl/ het stelsel dat bestaat uit onze zon en alle planeten die eromheen draaien; bij uitbreiding ook dergelijke stelsels om a…
556 run Zelfstandig naamwoord, Werkwoord eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van runnen.
557 rooie Zelfstandig naamwoord, Werkwoord, Bijvoeglijk naamwoord /roːi̯ə/ verbogen vorm van de stellende trap van rood.
558 lesbisch Bijvoeglijk naamwoord /ˈlɛs.bis/ betreffende iets of iemand van het Griekse eiland Lesbos.
559 klaagt Werkwoord tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van klagen.
560 daalt Werkwoord tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van dalen.
561 paste Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈpɑs.tə/ obsolete spelling of pasta (“paste”).
562 neergestoken Werkwoord voltooid deelwoord van neersteken.
563 massage Zelfstandig naamwoord /mɑˈsaːʒə/ het masseren.
564 bovenaan Bijwoord, Voorzetsel /ˌboː.və(n)ˈaːn/ op een hoge plaats binnen, hoog bevestigd tegen.
565 wen Zelfstandig naamwoord, Werkwoord, Bijwoord, Voegwoord /ʋɛn/ eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van wennen.
566 datgene Voornaamwoord /ˌdɑtˈɣeː.nə/ gewoonlijk als antecedent voor een bijzin die zaak (die..) waarbij het gaat over een ding, bij een persoon spreken we va…
567 verlamd Werkwoord voltooid deelwoord van verlammen.
568 breed Zelfstandig naamwoord, Bijvoeglijk naamwoord /breːt/ bij een rechthoek de lengte van de korte zijde.
569 nagaan Werkwoord /ˈnaːɣaːn/ zeker maken dat een bewering of gevolgtrekking klopt.
570 jaloezie Zelfstandig naamwoord /ˌjaː.luˈzi/ gevoel van leed of spijt over het goede dat een ander te beurt valt en dat men hem niet gunt.
571 belediging Zelfstandig naamwoord /bəˈleː.də.ɣɪŋ/ een krenking van iemands gevoel van eer of eigenwaarde.
572 vrijwilligers Zelfstandig naamwoord, Bijvoeglijk naamwoord meervoud van het zelfstandig naamwoord vrijwilliger.
573 huurmoordenaar Zelfstandig naamwoord /ˈɦyːrˌmoːr.də.naːr/ iemand die in opdracht moordt.
574 voorkomt Werkwoord tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van voorkomen.
575 yang Zelfstandig naamwoord /jɑŋ/ actieve, mannelijke beginsel in de kosmos (volgens de Chinese filosofie), een van beide principes die samen de tao vorme…
576 evacueren Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˌeː.vaː.kyˈeː.rə(n)/ (Zelfstandig naamwoord).
577 vervloekte Werkwoord, Bijvoeglijk naamwoord verbogen vorm van de stellende trap van vervloekt.
578 romp Zelfstandig naamwoord /rɔmp/ het lichaam van een mens of dier zonder ledematen, kop of staart.
579 giftig Zelfstandig naamwoord, Bijvoeglijk naamwoord /ˈɣɪf.təx/ (Zelfstandig naamwoord).
580 verlegenheid Zelfstandig naamwoord een moeilijke, schaamte veroorzakende situatie.
581 geschikte Werkwoord, Bijvoeglijk naamwoord verbogen vorm van de stellende trap van geschikt.
582 racen Werkwoord /ˈreːsə(n)/ aan een snelheidswedstrijd deelnemen.
583 boeiend Zelfstandig naamwoord, Werkwoord, Bijvoeglijk naamwoord, Tussenwerpsel /ˈbu.jənt/ (Zelfstandig naamwoord).
584 geoefend Werkwoord, Bijvoeglijk naamwoord /ɣəˈʔufənt/ voltooid deelwoord van oefenen.
585 buis Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /bœy̯s/ een mechanisme dat in de kop van projectielen geschroefd wordt om deze te laten springen.
586 tocht Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /tɔxt/ meestal ongewenste bewegende koude lucht binnen in een ruimte, als gevolg van openingen naar buiten.
587 schenken Werkwoord /ˈsxɛŋ.kə(n)/ overdragen van bezit aan iemand anders (zonder tegenprestatie).
588 weldra Zelfstandig naamwoord, Bijwoord /ʋɛl'dra/ (Zelfstandig naamwoord).
589 donnie Zelfstandig naamwoord /ˈdɔ.ni/ a 10-guilders banknote.
590 intens Zelfstandig naamwoord, Bijvoeglijk naamwoord, Bijwoord /ɪnˈtɛns/ (Zelfstandig naamwoord).
591 afblijven Werkwoord, Tussenwerpsel /ˈɑfˌblɛi̯.və(n)/ niet aanraken.
592 modellen Zelfstandig naamwoord meervoud van het zelfstandig naamwoord model.
593 autoriteit Zelfstandig naamwoord /ˌɑu̯.toː.riˈtɛi̯t/ een persoon met veel kennis op een bepaald gebied.
594 versteld Werkwoord, Bijvoeglijk naamwoord /vərˈstɛlt/ voltooid deelwoord van verstellen.
595 kartel Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /kɑrˈtɛl/ verbond van producenten, bedoeld om de markt te beheersen.
596 geallieerden Zelfstandig naamwoord meervoud van het zelfstandig naamwoord geallieerde.
597 emotie Zelfstandig naamwoord /ˌeːˈmoː.(t)si/ hevig gevoel, sterke gemoedsbeweging.
598 praatjes Zelfstandig naamwoord verkleinwoord meervoud van het zelfstandig naamwoord praat.
599 droomt Werkwoord tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van dromen.
600 nieuwsgierigheid Zelfstandig naamwoord /niu̯ˈsxiː.rəxˌɦɛi̯t/ het verlangen naar kennis.
601 aangaan Werkwoord /ˈaːŋɣaːn/ in een zaak, relatie of gesprek betrokken worden.
602 urine Zelfstandig naamwoord /yˈri.nə/ een vloeistof die bij dieren door de nieren wordt geproduceerd en periodiek wordt geloosd.
603 leen Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /leːn/ onroerend goed (bijv. land, ambt of geldelijke inkomsten) dat door de leenheer voor genot en gebruik werd uitgeleend aan…
604 informeren Zelfstandig naamwoord, Werkwoord (Zelfstandig naamwoord).
605 ondergrondse Zelfstandig naamwoord, Bijvoeglijk naamwoord ondergronds vervoermiddel, metro.
606 dramatisch Zelfstandig naamwoord, Bijvoeglijk naamwoord, Bijwoord /ˌdraːˈmaː.tis/ (Zelfstandig naamwoord).
607 terugkrijgen Werkwoord iets dat verloren of uit handen gegeven was opnieuw in bezit gegeven worden.
608 pistolen Zelfstandig naamwoord meervoud van het zelfstandig naamwoord pistool.
609 poker Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈpoː.kər/ een spel waarbij op bepaalde combinaties van kaarten een, gewoonlijk geldelijke, inzet gedaan wordt.
610 passeren Werkwoord /pɑˈseː.rə(n)/ bekrachtigen van een akte door een notaris.
611 krap Zelfstandig naamwoord, Bijvoeglijk naamwoord /krɑp/ kalfring: ring om de horens van jonge koeien, die zich vormt, telkens als zij gekalfd hebben.
612 gecondoleerd Zelfstandig naamwoord, Werkwoord, Tussenwerpsel (Zelfstandig naamwoord).
613 prostituee Zelfstandig naamwoord /ˌprɔs.ti.tyˈeː/ verouderde spelling of vorm van prostituee tot 1996.
614 kapotte Bijvoeglijk naamwoord verbogen vorm van de stellende trap van kapot.
615 dierenarts Zelfstandig naamwoord /ˈdiː.rə(n)ˌɑrts/ arts voor dieren, met name kleine huisdieren.
616 gul Zelfstandig naamwoord, Werkwoord, Bijvoeglijk naamwoord /ɣʏl/ kabeljauw tot een lengte van ca. 60 cm.
617 omver Bijwoord /[ɔm.ˈvɛr]/ bijwoordelijk deel van een scheidbaar werkwoord.
618 verdergaan Werkwoord /ˈvɛrdərˌɣan/ ~ met: iets voortzetten.
619 eist Werkwoord tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van eisen.
620 personage Zelfstandig naamwoord /ˌpɛrsɔˈnaːʒə/ een fictieve persoon in een verhaal, boek, toneelstuk e.d.
621 biefstuk Zelfstandig naamwoord /ˈbifˌstʏk/ een lap rundvlees, kalfsvlees of paardenvlees van de bovenbil.
622 vernietigt Werkwoord tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van vernietigen.
623 lagere Bijvoeglijk naamwoord verbogen vorm van de vergrotende trap van laag.
624 tering Zelfstandig naamwoord, Tussenwerpsel /ˈteː.rɪŋ/ verzamelnaam voor ziektes waarbij de patiënt wegkwijnt, zoals tuberculose en kanker die vaak een dodelijke afloop hadden…
625 weerwolf Zelfstandig naamwoord /ˈʋeːr.ʋɔlf/ een mythisch wezen dat van mens in wolf verandert.
626 portier Zelfstandig naamwoord /pɔrˈtiːr/ Persoon die bij de deur staat om te bepalen wie wel en wie niet binnen mag.
627 verleiding Zelfstandig naamwoord /vərˈlɛi̯.dɪŋ/ het verleiden van iets of iemand.
628 overwogen Werkwoord meervoud verleden tijd van overwegen.
629 get Zelfstandig naamwoord /ɣɛt/ kous zonder zool die als bescherming tegen modder over het onderbeen en de bovenkant van de schoen wordt gedragen.
630 klauwen Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈklɑu̯ə(n)/ iets wegnemen van iemand en het zich wederrechtelijk toe-eigenen.
631 nadenkt Werkwoord tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van nadenken.
632 vraagje Zelfstandig naamwoord /ˈvraxjə/ verkleinwoord enkelvoud van het zelfstandig naamwoord vraag.
633 vertegenwoordigen Werkwoord /vərˌteː.ɣə(n)ˈʋoːr.də.ɣə(n)/ spreken of aanwezig zijn in naam van een groep of organisatie.
634 realiseert Werkwoord tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van realiseren.
635 specialiteit Zelfstandig naamwoord /ˌspeː.ʃaː.liˈtɛi̯t/ bijzondere kennis of vaardigheid van iemand.
636 inkt Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ɪŋkt/ een gekleurde vloeistof waarmee men kan schrijven en tekenen.
637 genen Zelfstandig naamwoord, Voornaamwoord, Lidwoord meervoud van het zelfstandig naamwoord gen.
638 limonade Zelfstandig naamwoord /li.moːˈnaː.də/ een drank die vervaardigd is van echte of kunstmatige vruchtensappen, suiker en water.
639 zoontje Zelfstandig naamwoord verkleinwoord enkelvoud van het zelfstandig naamwoord zoon.
640 gescheurd Werkwoord, Bijvoeglijk naamwoord voltooid deelwoord van scheuren.
641 garde Zelfstandig naamwoord /ˈɣɑr.də/ keukengerei bestaande uit een stel gebogen draden waarmee geklopt en geklutst kan worden.
642 shot Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ʃɔt/ kleine hoeveelheid sterke drank die in één keer achterover geslagen kan worden.
643 keerde Werkwoord enkelvoud verleden tijd van keren.
644 ontwerpen Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ɔntˈʋɛr.pə(n)/ bedenken en uitwerken op papier.
645 pope Zelfstandig naamwoord /ˈpopə/ een priester in de Oosters-Orthodoxe Kerk, in het bijzonder in de Russisch-Orthodoxe Kerk.
646 crew Zelfstandig naamwoord /kruː/ groep medewerkers een rondreizende voorstelling opbouwen en afbreken.
647 doorgang Zelfstandig naamwoord /ˈdoːr.ɣɑŋ/ opening waar men doorheen kan gaan.
648 kantine Zelfstandig naamwoord /ˌkɑnˈti.nə/ eetgelegenheid in bedrijven, scholen, verenigingen.
649 geschreeuw Zelfstandig naamwoord /ɣəˈsxrew/ het telkens of aanhoudend schreeuwen.
650 royal Zelfstandig naamwoord /ˈrɔjəl/ lid van een koninklijke familie.
651 liefs Bijvoeglijk naamwoord /lifs/ partitief van de stellende trap van lief.
652 weeshuis Zelfstandig naamwoord /ˈʋeːs.ɦœy̯s/ een opvanghuis voor wezen.
653 allereerst Zelfstandig naamwoord, Bijvoeglijk naamwoord, Bijwoord /ɑ.lərˈeːrst/ (Zelfstandig naamwoord).
654 onafhankelijk Zelfstandig naamwoord, Bijvoeglijk naamwoord, Bijwoord /ˌɔn.ɑfˈɦɑŋ.kə.lək/ (Zelfstandig naamwoord).
655 center Zelfstandig naamwoord, Werkwoord pin om het middelpunt (center) van een te boren gat aan te geven (-> centerboor).
656 vechter Zelfstandig naamwoord /ˈvɛxtər/ iemand die een gevecht niet uit de weg gaat.
657 patronen Zelfstandig naamwoord /paˈtronə(n)/ meervoud van het zelfstandig naamwoord patroon.
658 afgelegd Werkwoord /'ɑfxəlɛxt/ voltooid deelwoord van afleggen.
659 stralen Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈstraːlə(n)/ een heel blije uitdrukking op het gezicht hebben.
660 deels Zelfstandig naamwoord, Bijwoord /deːls/ voor een deel, niet helemaal partiel/-ielle een deels mislukte vakantie des vacances partiellement ratées.
661 zeil Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /zɛi̯l/ vloerbedekking met een onderlaag van weefsel (jute) en een harde kunststof bovenlaag (zoals linoleum).
662 overleg Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˌoː.vərˈlɛx/ beraad, beraadslaging.
663 vermeld Werkwoord, Bijvoeglijk naamwoord /vərˈmɛlt/ eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van vermelden.
664 opgedragen Werkwoord voltooid deelwoord van opdragen.
665 taai Bijvoeglijk naamwoord /taːi̯/ saai, langgerekt en/of ingewikkeld (m.n. iets dat moeilijk kan worden uitgelegd of wat moeilijk om te lezen is).
666 flesje Zelfstandig naamwoord verkleinwoord enkelvoud van het zelfstandig naamwoord fles.
667 dwing Werkwoord eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van dwingen.
668 hak Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ɦɑk/ werktuig om de grond mee open te hakken.
669 gevaren Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ɣəˈvarə(n)/ meervoud van het zelfstandig naamwoord gevaar.
670 ongelooflijke Bijvoeglijk naamwoord verbogen vorm van de stellende trap van ongelooflijk.
671 dagelijkse Bijvoeglijk naamwoord /ˈdaɣələksə/ verbogen vorm van de stellende trap van dagelijks.
672 hierbinnen Bijwoord binnen dit, binnen deze.
673 mager Bijvoeglijk naamwoord /ˈmaː.ɣər/ waarin een belangrijke basisstof minder dan in de gebruikelijke hoeveelheid aanwezig is.
674 voorwerpen Zelfstandig naamwoord, Werkwoord meervoud van het zelfstandig naamwoord voorwerp.
675 dessert Zelfstandig naamwoord /dɛˈsɛr/ het (meestal zoete) gerecht waarmee een maaltijd wordt afgesloten.
676 corrupte Bijvoeglijk naamwoord verbogen vorm van de stellende trap van corrupt.
677 stiefvader Zelfstandig naamwoord /ˈstiˌfaːdər/ echtgenoot van iemands moeder, die niet de eigenlijke vader is.
678 thema Zelfstandig naamwoord /ˈteː.maː/ een grondgedachte van een kunstwerk of muziekstuk.
679 zeilen Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈzɛi̯.lə(n)/ sterrenbeeld zuidelijk van de dierenriem (tussen rechte klimming 8ᵘ02ᵐ en 11ᵘ24ᵐ en tussen declinatie −57° en −37°).
680 onzichtbare Bijvoeglijk naamwoord verbogen vorm van de stellende trap van onzichtbaar.
681 dienaar Zelfstandig naamwoord /ˈdi.naːr/ iemand die in persoonlijke dienst van een meester is.
682 ingesteld Werkwoord, Bijvoeglijk naamwoord /ˈɪŋɣəˌstɛlt/ voltooid deelwoord van instellen.
683 onverwachte Bijvoeglijk naamwoord verbogen vorm van de stellende trap van onverwacht.
684 gekookt Werkwoord, Bijvoeglijk naamwoord /ɣəˈkokt/ voltooid deelwoord van koken.
685 producten Zelfstandig naamwoord meervoud van het zelfstandig naamwoord product.
686 jazz Zelfstandig naamwoord /dʒɛz/ muziekstijl die rond 1900 ontstaan is bij de zwarte bevolking in Amerika, vooral gekenmerkt door syncope en vermenging v…
687 controleert Werkwoord tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van controleren.
688 injectie Zelfstandig naamwoord /ɪnˈjɛk.si/ een functie die een bepaalde waarde x in het domein afbeeldt naar een bepaalde waarde y in het codomein; formeel: : X →…
689 twijfelt Werkwoord tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van twijfelen.
690 ganse Bijvoeglijk naamwoord verbogen vorm van de stellende trap van gans.
691 klojo Zelfstandig naamwoord /ˈkloː.joː/ iemand die aanrommelt, domme dingen doet.
692 mafkees Zelfstandig naamwoord /ˈmɑf.keːs/ iemand die een lachwekkende indruk maakt of zichzelf anderszins belachelijk maakt.
693 beveiligd Werkwoord /bəˈvɛiləxt/ voltooid deelwoord van beveiligen.
694 gates Zelfstandig naamwoord meervoud van het zelfstandig naamwoord gate.
695 kleinere Werkwoord, Bijvoeglijk naamwoord /ˈklɛinərə/ verbogen vorm van de vergrotende trap van klein.
696 condoom Zelfstandig naamwoord /kɔnˈdoːm/ latex omhulsel bedoeld als voorbehoedmiddel bij geslachtsverkeer.
697 herinnerd Werkwoord voltooid deelwoord van herinneren.
698 milieu Zelfstandig naamwoord /mɪlˈjøː/ de sociale omgeving (maatschappelijk, cultureel, religieus).
699 potentiële Bijvoeglijk naamwoord /ˌpotɛnˈ(t)ʃelə/ verbogen vorm van de stellende trap van potentieel.
700 ondernemen Werkwoord /ˌɔn.dərˈneː.mə(n)/ een samengesteld plan of handeling uitvoeren.
701 aten Werkwoord /ˈaːtə(n)/ meervoud verleden tijd van eten.
702 evenveel Bijvoeglijk naamwoord, Bijwoord, Voornaamwoord, Lidwoord /ˌeː.və(n)ˈveːl/ as much, as many.
703 tegengehouden Werkwoord voltooid deelwoord van tegenhouden.
704 voldoen Werkwoord /vɔlˈdun/ ~ aan een eis vervullen.
705 magere Bijvoeglijk naamwoord /ˈmaɣərə/ verbogen vorm van de stellende trap van mager.
706 bewoog Werkwoord /bəˈwox/ enkelvoud verleden tijd van bewegen.
707 daglicht Zelfstandig naamwoord /ˈdɑxlɪxt/ licht van TL-lamp, typisch een ronde vorm, dat zonlicht nabootst.
708 koppelen Werkwoord de koppeling van een voertuig bedienen.
709 moetje Zelfstandig naamwoord /ˈmutjə/ alleen verkleinwoord samenwerking van partijen, bedrijven e.d. ingegeven door onvoorziene omstandigheden.
710 bijdrage Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈbɛi̯ˌdraː.ɣə/ wat men als zijn aandeel [4] geeft tot een gemeenschappelijk doel.
711 voorop Zelfstandig naamwoord, Bijwoord, Voorzetsel /voˈrɔp/ (Zelfstandig naamwoord).
712 art Zelfstandig naamwoord, Werkwoord tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van arren.
713 sportschool Zelfstandig naamwoord /ˈspɔrt.sxoːl/ opleidingsinstituut voor sportinstructeurs -> sportacademie.
714 waarschuwde Werkwoord enkelvoud verleden tijd van waarschuwen.
715 mythe Zelfstandig naamwoord /ˈmi.tə/ een verhaal dat de handelingen van (half-) goden en godinnen tot onderwerp heeft.
716 oogst Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /oːxst/ het van het land halen van het rijpe gewas.
717 verantwoording Zelfstandig naamwoord de verplichting om ervoor te zorgen dat iets goed verloopt.
718 gin Zelfstandig naamwoord /dʒɪn/ soort (Britse) jenever.
719 ontlopen Werkwoord /ˌɔntˈloː.pə(n)/ een bepaald lot vermijden, ontkomen aan iets.
720 medewerker Zelfstandig naamwoord /ˈmeː.dəˌʋɛr.kər/ iemand die met anderen in hetzelfde bedrijf, organisatie of vestiging werkt.
721 zweten Werkwoord /ˈzʋeː.tə(n)/ vocht uitscheiden uit de zweetklieren in de huid.
722 leukste Bijvoeglijk naamwoord /ˈløːk.stə/ verbogen vorm van de overtreffende trap van leuk.
723 facebook Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /feːsbuk/ wereldwijd veel gebruikte netwerksite voor het onderhouden van sociale contacten.
724 grove Bijvoeglijk naamwoord verbogen vorm van de stellende trap van grof.
725 tegengif Zelfstandig naamwoord /ˈteː.ɣə(n)ˌɣɪf/ een middel dat de werking van een gif neutraliseert of afzwakt.
726 kluisje Zelfstandig naamwoord /ˈklœyʃə/ verkleinwoord enkelvoud van het zelfstandig naamwoord kluis.
727 coole Bijvoeglijk naamwoord verbogen vorm van de stellende trap van cool.
728 begraafplaats Zelfstandig naamwoord /bəˈɣraːfˌplaːts/ een plaats waar overledenen begraven liggen.
729 federatie Zelfstandig naamwoord /feː.deːˈraː.(t)si/ een verbond van samenwerkende staten of lichamen die hun zelfstandigheid behouden.
730 rondkijken Werkwoord /ˈrɔnt.kɛi̯.kə(n)/ de blik onderzoekend in verschillende richtingen richten.
731 aparte Bijvoeglijk naamwoord verbogen vorm van de stellende trap van apart.
732 behoren Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /bəˈɦoːrə(n)/ (Zelfstandig naamwoord).
733 formulier Zelfstandig naamwoord /ˌfɔr.myˈliːr/ een stuk papier waarop voorgedrukte vragen kunnen worden beantwoord.
734 intrekken Zelfstandig naamwoord, Werkwoord (Zelfstandig naamwoord).
735 wetende Werkwoord, Bijvoeglijk naamwoord /ˈwetəndə/ verbogen vorm van de stellende trap van wetend.
736 plaatst Werkwoord tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van plaatsen.
737 industrie Zelfstandig naamwoord /ɪndʏsˈtri/ nijverheid.
738 vlekken Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈvlɛkə(n)/ vlekken krijgen.
739 feestdagen Zelfstandig naamwoord meervoud van het zelfstandig naamwoord feestdag.
740 demonstratie Zelfstandig naamwoord /ˌdeː.mɔnˈstraː.(t)si/ machtsvertoon om de vijand te intimideren.
741 goedheid Zelfstandig naamwoord /ˈɣuthɛit/ eigenschap dat je vriendelijk en eerlijk bent bonté vrouwelijk Zij maken misbruik van zijn goedheid: ze vragen hem steed…
742 clubs Zelfstandig naamwoord meervoud van het zelfstandig naamwoord club.
743 oorspronkelijke Bijvoeglijk naamwoord verbogen vorm van de stellende trap van oorspronkelijk.
744 charme Zelfstandig naamwoord /ˈʃɑr.mə/ de eigenschappen van iemand waardoor die persoon aardig, leuk en vriendelijk wordt gevonden.
745 verhoren Zelfstandig naamwoord, Werkwoord iemand onderwerpen aan indringende vragen, met name over diens rol in strafbare handelingen.
746 groei Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ɣrui̯/ het groter worden.
747 regeren Werkwoord /rəˈɣeː.rə(n)/ het uitoefenen van de politieke macht door het uitvaardigen van wetten en instellen van organisaties met een bepaalde op…
748 pijnlijke Bijvoeglijk naamwoord verbogen vorm van de stellende trap van pijnlijk.
749 redder Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈrɛdər/ iemand die getraind is om andere mensen te redden.
750 secretaris Zelfstandig naamwoord /sɪkrəˈtaːrɪs/ iemand die als taak heeft alle lopende zaken bij te houden.
751 zwaaien Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈzʋaːi̯.ə(n)/ aandacht vragen door met de armen heen en weer te bewegen.
752 verwijder Werkwoord eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van verwijderen.
753 ondertekend Werkwoord voltooid deelwoord van ondertekenen.
754 maatjes Zelfstandig naamwoord verkleinwoord meervoud van het zelfstandig naamwoord ma.
755 verzorgd Werkwoord, Bijvoeglijk naamwoord /vərˈzɔrxt/ voltooid deelwoord van verzorgen.
756 dwerg Zelfstandig naamwoord /dʋɛrx/ mensachtig wezen dat corpulent is, een baard heeft en een muts draagt, en erg kort van stuk is.
757 wijd Zelfstandig naamwoord, Werkwoord, Bijvoeglijk naamwoord /wɛit/ (Zelfstandig naamwoord).
758 grootse Bijvoeglijk naamwoord verbogen vorm van de stellende trap van groots.
759 fel Zelfstandig naamwoord, Bijvoeglijk naamwoord, Bijwoord /fɛl/ zwak hevig of sterk intense vif/vive een felle kou un froid intense/vif een felle pijn une douleur aiguë.
760 toetje Zelfstandig naamwoord /ˈtutjə/ alleen verkleinwoord gerecht waarmee een maaltijd kan worden afgesloten.
761 bekeek Werkwoord enkelvoud verleden tijd van bekijken.
762 feitelijk Zelfstandig naamwoord, Bijvoeglijk naamwoord, Bijwoord /fɛɪtələk/ (Zelfstandig naamwoord).
763 huisdier Zelfstandig naamwoord /ˈɦœy̯s.diːr/ een dier dat in het huis of om het huis woont en leeft.
764 overleef Werkwoord eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van overleven.
765 kostbare Bijvoeglijk naamwoord verbogen vorm van de stellende trap van kostbaar.
766 aangegeven Werkwoord /ˈaŋɣəˌɣevə(n)/ voltooid deelwoord van aangeven.
767 schaap Zelfstandig naamwoord /sxaːp/ Ovis aries, een holhoornige herkauwer waarvan de gedomesticeerde soort wol levert.
768 vonnis Zelfstandig naamwoord, Werkwoord een beslissing van een rechter in dagvaardingsprocedures.
769 historische Bijvoeglijk naamwoord verbogen vorm van de stellende trap van historisch.
770 noordelijke Werkwoord, Bijvoeglijk naamwoord verbogen vorm van de stellende trap van noordelijk.
771 volgden Werkwoord meervoud verleden tijd van volgen.
772 antibiotica Zelfstandig naamwoord meervoud van het zelfstandig naamwoord antibioticum.
773 tehuis Zelfstandig naamwoord /təˈɦœy̯s/ vaste verblijfplaats.
774 boft Werkwoord tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van boffen.
775 spot Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /spɔt/ lamp voor of licht van spotlight.
776 heli Zelfstandig naamwoord /ˈɦeːli/ een luchtvaartuig dat door middel van een hefschroef verticaal kan opstijgen en landen.
777 verontschuldiging Zelfstandig naamwoord een erkenning dat men een fout begaan heeft in de hoop een beschadigde relatie te herstellen.
778 handdoeken Zelfstandig naamwoord meervoud van het zelfstandig naamwoord handdoek.
779 ikzelf Voornaamwoord /ɪk'sɛlf/ versterkte vorm van ik.
780 opgelopen Werkwoord /ˈɔpxəˌlopə(n)/ voltooid deelwoord van oplopen.
781 rijp Zelfstandig naamwoord, Werkwoord, Bijvoeglijk naamwoord /rɛi̯p/ de eetbare toestand bereikt hebbend.
782 tik Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /tɪk/ het korte maar energieke geluid van zo'n klap of schop.
783 roekeloos Bijvoeglijk naamwoord overmoedig, zonder zorg over de gevolgen of het gevaar van een handeling.
784 hongerig Zelfstandig naamwoord, Bijvoeglijk naamwoord /ˈɦɔ.ŋə.rəx/ (Zelfstandig naamwoord).
785 beschaamd Zelfstandig naamwoord, Werkwoord, Bijvoeglijk naamwoord, Bijwoord /bəˈsxaːmt/ (Zelfstandig naamwoord).
786 misleiden Werkwoord /ˌmɪsˈlɛi̯.də(n)/ iemand ~ iemand in de waan van iets brengen.
787 kaliber Zelfstandig naamwoord gereedschap waarmee de juiste afmetingen van een werkstuk gecontroleerd worden door deze te vergelijken met de afmetinge…
788 instorten Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈɪn.stɔr.tə(n)/ (Zelfstandig naamwoord).
789 zaterdagavond Zelfstandig naamwoord, Bijwoord de latere uren van de zaterdag.
790 ram Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /rɑm/ sterrenbeeld van de dierenriem (tussen rechte klimming 1ᵘ44ᵐ en 3ᵘ27ᵐ en tussen declinatie +10° en +31°).
791 raven Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈraːvə(n)/ to (hold a) rave, to party wildly.
792 permanent Zelfstandig naamwoord, Bijvoeglijk naamwoord /ˌpɛr.maːˈnɛnt/ één of meer jaren durend, voor langere tijd voortduren, voor altijd.
793 onderzoekers Zelfstandig naamwoord meervoud van het zelfstandig naamwoord onderzoeker.
794 verkrachten Werkwoord /vər.ˈkrɑx.tə(n)/ iemand met geweld tot seksueel verkeer dwingen.
795 wortels Zelfstandig naamwoord /ˈwɔrtəls/ meervoud van het zelfstandig naamwoord wortel.
796 clean Bijvoeglijk naamwoord /kliːn/ geen drugs meer gebruikend.
797 wenste Werkwoord enkelvoud verleden tijd van wensen.
798 flauwekul Zelfstandig naamwoord /ˌflɑu̯ʋəˈkʏl/ leverworst in het zuur, die als snack vooral in het Amsterdam van vóór de Tweede Wereldoorlog populair was.
799 betrapte Werkwoord verbogen vorm van betrapt, voltooid deelwoord van betrappen.
800 uitgesloten Werkwoord voltooid deelwoord van uitsluiten.
801 tekens Zelfstandig naamwoord meervoud van het zelfstandig naamwoord teken.
802 slordig Bijvoeglijk naamwoord /ˈslɔr.dəx/ zonder de nodige zorg uitgevoerd.
803 einstein Zelfstandig naamwoord een mol fotonen.
804 aankijken Werkwoord /ˈaːŋkɛi̯kə(n)/ aanzien; de blik op iemands gezicht zichten.
805 verbond Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /vɛrˈbɔnt/ plechtige belofte van God aan mensen die zich juist gedragen (zoals in Genesis 17, Exodus 34, Leviticus 26 en Hebreeën 8.
806 vuurtje Zelfstandig naamwoord verkleinwoord enkelvoud van het zelfstandig naamwoord vuur.
807 hoogtepunt Zelfstandig naamwoord /ˈɦoːx.təˌpʏnt/ het snijpunt van de hoogtelijnen van een driehoek.
808 moraal Zelfstandig naamwoord /moːˈraːl/ waarden en normen, wat men denkt over goed en slecht.
809 pro Zelfstandig naamwoord, Bijvoeglijk naamwoord, Voorzetsel /pro/ iemand die golfspelers helpt hun spel te verbeteren.
810 onmogelijke Bijvoeglijk naamwoord verbogen vorm van de stellende trap van onmogelijk.
811 beroerd Werkwoord, Bijvoeglijk naamwoord, Bijwoord /bəˈrurt/ bijzonder slecht, waardeloos.
812 ruwe Werkwoord, Bijvoeglijk naamwoord aanvoegende wijs van ruwen.
813 ontploffing Zelfstandig naamwoord /ˌɔntˈplɔ.fɪŋ/ explosion.
814 specialist Zelfstandig naamwoord /ˌspeː.ʃaːˈlɪst/ arts die een bepaald onderdeel van de geneeskunde beoefent.
815 betrokkenheid Zelfstandig naamwoord /bəˈtrɔ.kə(n)ˌɦɛi̯t/ zich ergens nauw mee verbonden voelen, zich ergens voor inzetten.
816 voorbestemd Werkwoord voltooid deelwoord van voorbestemmen.
817 ingewanden Zelfstandig naamwoord /ˈɪn.ɣəˌʋɑn.də(n)/ verzamelnaam voor de inwendige organen van het darmkanaal.
818 li Zelfstandig naamwoord /li/ Chinese gewichtseenheid voor edelmetalen en andere kostbare stoffen, vroeger ongeveer 0.04 mg, één duizendste liang, nu…
819 drukt Werkwoord tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van drukken.
820 spek Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /spɛk/ laag vet tussen huid en vlees bij grote zoogdieren.
821 duidelijker Bijvoeglijk naamwoord /ˈdœy̯.də.lə.kər/ onverbogen vorm van de vergrotende trap van duidelijk.
822 balen Zelfstandig naamwoord, Werkwoord, Tussenwerpsel /ˈbaːlə(n)/ meervoud van het zelfstandig naamwoord baal.
823 slechteriken Zelfstandig naamwoord meervoud van het zelfstandig naamwoord slechterik.
824 types Zelfstandig naamwoord meervoud van het zelfstandig naamwoord type.
825 plekke Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈplɛkə/ datief vrouwelijk van plek.
826 richtte Werkwoord enkelvoud verleden tijd van richten.
827 lik Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /lɪk/ klein beetje substantie.
828 onderzeeër Zelfstandig naamwoord /ˌɔndərˈzeːər/ een vaartuig dat onder het wateroppervlak kan varen.
829 dichtstbijzijnde Bijvoeglijk naamwoord verbogen vorm van de stellende trap van dichtstbijzijnd.
830 poeder Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈpu.dər/ een fijn verdeelde vaste stof.
831 tips Zelfstandig naamwoord, Bijvoeglijk naamwoord meervoud van het zelfstandig naamwoord tip.
832 experts Zelfstandig naamwoord meervoud van het zelfstandig naamwoord expert.
833 cruise Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /kruːs/ vakantie op een varend schip met uitgebreide voorzieningen voor de passagiers.
834 spellen Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈspɛ.lə(n)/ letters in de juiste volgorde plaatsen.
835 league Zelfstandig naamwoord voetbalcompetitie.
836 feliciteren Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /feːlisiˈteːrə(n)/ (Zelfstandig naamwoord).
837 terroristische Bijvoeglijk naamwoord verbogen vorm van de stellende trap van terroristisch.
838 dolk Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /dɔlk/ kort steekwapen in de vorm van een stevig mes.
839 weggehaald Werkwoord voltooid deelwoord van weghalen.
840 mw. Zelfstandig naamwoord (Zelfstandig naamwoord).
841 billen Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈbɪ.lə(n)/ meervoud van het zelfstandig naamwoord bil.
842 ruggengraat Zelfstandig naamwoord /ˈrʏ.ɣəˌɣraːt/ zuil gevormd door de wervels gelegen in de rug, die de enige steun van het hoofd en de romp uitmaakt en waarin het rugge…
843 nette Werkwoord, Bijvoeglijk naamwoord verbogen vorm van de stellende trap van net.
844 vastgesteld Werkwoord, Bijvoeglijk naamwoord /ˈvɑs(t)xəˌstɛlt/ voltooid deelwoord van vaststellen.
845 genot Zelfstandig naamwoord gebruik, voordeel, profijt.
846 terrorisme Zelfstandig naamwoord /ˌtɛ.rɔˈrɪs.mə/ het ontwrichten van een samenleving door terreurdaden tegen burgers, vaak met een politiek of religieus oogmerk.
847 tegendeel Zelfstandig naamwoord /[ˈteː.ɣə(n).deːl]/ het tegenovergestelde.
848 bedienen Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /bəˈdinə(n)/ (Zelfstandig naamwoord).
849 aandoet Werkwoord /ˈandut/ tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van aandoen.
850 strikt Werkwoord, Bijvoeglijk naamwoord, Bijwoord /strɪkt/ op strenge wijze nauwgezet.
851 schoongemaakt Werkwoord voltooid deelwoord van schoonmaken.
852 glaasje Zelfstandig naamwoord /ˈɣlaʃə/ verkleinwoord enkelvoud van het zelfstandig naamwoord glas.
853 bedroog Werkwoord /bəˈdroːx/ enkelvoud verleden tijd van bedriegen.
854 degelijk Zelfstandig naamwoord, Bijvoeglijk naamwoord, Bijwoord /ˈdeː.ɣə.lək/ (Zelfstandig naamwoord).
855 stortte Werkwoord enkelvoud verleden tijd van storten.
856 achterover Bijwoord /ˌɑx.təˈroː.vər/ achterover slaan: in een keer een glas met een alcoholische drank opdrinken.
857 kaak Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /kaːk/ het beendergestel dat de mondholte omsluit en waarin de tanden en kiezen geplaatst zijn.
858 willekeurige Bijvoeglijk naamwoord verbogen vorm van de stellende trap van willekeurig.
859 rede Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈreː.də/ het vermogen te denken en begrijpen.
860 woud Zelfstandig naamwoord /ʋɑu̯t/ groot bos [1].
861 geteld Werkwoord voltooid deelwoord van tellen.
862 investeren Werkwoord aanwenden met een productieve bestemming.
863 corruptie Zelfstandig naamwoord /ˌkɔˈrʏp.si/ bedrog vanwege oneerlijkheid, omkoping. Corruptie leidt tot privileges aan degene die betaalt en onthoudt deze aan degen…
864 enigste Bijvoeglijk naamwoord, Voornaamwoord /ˈeː.nəx.stə/ masculine/feminine singular attributive.
865 tekeer Bijwoord bijwoordelijk deel van een scheidbaar werkwoord: in onrustige beweging.
866 solo Zelfstandig naamwoord /ˈsoː.loː/ het alleen uitvoeren van een reeks acties in een sportwedstrijd.
867 gezeik Zelfstandig naamwoord /ɣə.ˈzɛi̯k/ veelvuldig of langdurig geklaag over weinig belangrijke zaken.
868 bekent Werkwoord tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van bekennen.
869 regeling Zelfstandig naamwoord /ˈreɣəˌlɪŋ/ een combinatie van afspraken voor een bepaalde groep, schikking.
870 inkomen Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈɪŋkomə(n)/ regelmatig verkregen som geld (bijv. uit arbeid of vermogen).
871 concept Zelfstandig naamwoord /kɔnˈsɛpt/ een voorlopig ontwerp, een schets van een project.
872 zonlicht Zelfstandig naamwoord /ˈzɔn.lɪxt/ de zichtbare elektromagnetische straling van de ster waarrond onze aarde draait.
873 aflopen Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈɑfloːpə(n)/ meervoud van het zelfstandig naamwoord afloop.
874 gratie Zelfstandig naamwoord /ˈɣraː.(t)si/ besluit dat iemand zijn straf niet (langer) hoeft te ondergaan grâce vrouwelijk amnistie vrouwelijk Ter gelegenheid van…
875 aangesloten Werkwoord /ˈaŋɣəˌslotə(n)/ voltooid deelwoord van aansluiten.
876 nerd Zelfstandig naamwoord /nøːrt/ iemand die een grote voorliefde voor intellectuele zaken aan de dag legt, maar sociaal en seksueel niet aantrekkelijk wo…
877 genetisch Zelfstandig naamwoord, Bijvoeglijk naamwoord, Bijwoord /ɣəˈnetis/ (Zelfstandig naamwoord).
878 kick Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /kɪk/ hoedanigheid van verrukking/opwinding.
879 bestemd Werkwoord voltooid deelwoord van bestemmen.
880 geknipt Werkwoord, Bijvoeglijk naamwoord voltooid deelwoord van knippen.
881 profiteren Werkwoord ~ van baat hebben bij iets, winst boeken van iets.
882 misdadiger Zelfstandig naamwoord, Bijvoeglijk naamwoord /ˈmɪsˌdaːdəɣər/ iemand die daden pleegt die een ernstig vergrijp tegen de wet vertegenwoordigen.
883 plaatste Werkwoord enkelvoud verleden tijd van plaatsen.
884 verrekte Werkwoord, Bijvoeglijk naamwoord, Bijwoord /vəˈrɛktə/ verbogen vorm van verrekt, voltooid deelwoord van verrekken.
885 afgestudeerd Werkwoord, Bijvoeglijk naamwoord /ˈɑfɣəstyˌdert/ voltooid deelwoord van afstuderen.
886 like Zelfstandig naamwoord, Werkwoord het tonen van goedkeuring door middel van het stemmen op het internet.
887 comité Zelfstandig naamwoord /ˌkɔ.miˈteː/ groep mensen die iets voorbereidt of organiseert, zoals een herdenking of feest.
888 vegen Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈveː.ɣə(n)/ door ergens langs te strijken verplaatsen of verwijderen.
889 blokkeren Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /blɔˈkeːrə(n)/ (Zelfstandig naamwoord).
890 daadwerkelijk Zelfstandig naamwoord, Bijvoeglijk naamwoord, Bijwoord /ˌdaːtˈʋɛr.kə.lək/ (Zelfstandig naamwoord).
891 überhaupt Bijwoord /ybərˈɦɑu(p)t/ alles in aanmerking genomen.
892 uitschot Zelfstandig naamwoord /ˈœy̯t.sxɔt/ datgene wat afvalt bij een sortering naar kwaliteit, met name bij papierproductie.
893 aansluiten Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈaːnslœy̯tə(n)/ (Zelfstandig naamwoord).
894 wielen Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈʋi.lə(n)/ meervoud van het zelfstandig naamwoord wiel.
895 douane Zelfstandig naamwoord /duˈaːnə/ een overheidsdienst die belast is met de controle op het internationaal verkeer van mensen, dieren en goederen.
896 geëxecuteerd Werkwoord voltooid deelwoord van executeren.
897 gerepareerd Werkwoord voltooid deelwoord van repareren.
898 schijt Zelfstandig naamwoord, Werkwoord, Tussenwerpsel /sxɛɪt/ ergens schijt aan hebben: zich er niets van aantrekken.
899 gelden Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈɣɛldə(n)/ meervoud van het zelfstandig naamwoord geld.
900 gehakt Zelfstandig naamwoord, Werkwoord, Bijvoeglijk naamwoord /ɣəˈɦɑkt/ fijn gemalen vlees.
901 afbreken Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈɑvˌbreːkə(n)/ (Zelfstandig naamwoord).
902 heil Zelfstandig naamwoord /ɦɛi̯l/ welzijn, voorspoed, redding, verlossing.
903 holden Werkwoord meervoud verleden tijd van hollen.
904 engerd Zelfstandig naamwoord /ˈɛŋərt/ akelig persoon.
905 doodslag Zelfstandig naamwoord /ˈdoːt.slɑx/ het iemand anders opzettelijk, maar zonder voorbedachten rade van het leven beroven.
906 consequenties Zelfstandig naamwoord meervoud van het zelfstandig naamwoord consequentie.
907 lastigvallen Werkwoord /ˈlɑstəxˌfɑlə(n)/ op vervelende wijze iemands aandacht trekken door na te roepen, obscene of dreigende gebaren te maken (e.d.).
908 memo Zelfstandig naamwoord /ˈmeː.moː/ korte aantekening (vaak op een briefje).
909 ambitie Zelfstandig naamwoord /ɑmˈbi(t)si/ het begeren een bepaald succes te behalen.
910 whiskey Zelfstandig naamwoord /ˈʋɪski/ sterke drank.
911 bla Zelfstandig naamwoord uitingen zonder veel zeggingskracht.
912 geneesmiddel Zelfstandig naamwoord /ɣəˈneːs.mɪ.dəl/ een chemische stof die een bepaalde, gewenste werking op het (dierlijk of menselijk) lichaam uitoefent.
913 reageer Werkwoord eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van reageren.
914 brandende Werkwoord, Bijvoeglijk naamwoord verbogen vorm van brandend, het onvoltooid deelwoord van branden.
915 verslaggever Zelfstandig naamwoord /vərˈslɑ(x)ˌɣeːvər/ iemand die voor de media verslag uitbrengt.
916 hoogst Bijvoeglijk naamwoord, Bijwoord /ɦoːxst/ onverbogen vorm van de overtreffende trap van hoog.
917 zaad Zelfstandig naamwoord /zaːt/ zaadcellen uit de mannelijke geslachtsorganen van een mens of een dier.
918 pissig Bijvoeglijk naamwoord /ˈpɪ.səx/ in een slechte, verstoorde gemoedstoestand.
919 creatief Zelfstandig naamwoord, Bijvoeglijk naamwoord, Bijwoord /kreːjaːˈtif/ (Zelfstandig naamwoord).
920 onderzoeker Zelfstandig naamwoord /ˌɔn.dərˈzu.kər/ iemand die een onderzoek uitvoert.
921 ongelukken Zelfstandig naamwoord meervoud van het zelfstandig naamwoord ongeluk.
922 garandeer Werkwoord eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van garanderen.
923 stijf Werkwoord, Bijvoeglijk naamwoord /stɛi̯f/ niet gemakkelijk te vervormen of te buigen.
924 bear Zelfstandig naamwoord A large, generally omnivorous mammal (a few species are purely carnivorous or herbivorous), having shaggy fur, a very sm…
925 duikt Werkwoord tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van duiken.
926 moreel Zelfstandig naamwoord, Bijvoeglijk naamwoord /moːˈreːl/ wat de moraal, de zeden of de normen betreft.
927 verwelkomen Werkwoord /vərˈʋɛlˌkoːmə(n)/ iemand begroeten en welkom heten.
928 worm Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ʋɔrm/ is een zichzelf vermenigvuldigend computerprogramma. Via een netwerk worden kopieën van deze worm doorgestuurd zonder ee…
929 señor Zelfstandig naamwoord /seˈɲɔr/ aanspreekvorm voor een man in een Spaanstalige context.
930 geschrokken Werkwoord /ɣəˈsxrɔ.kə(n)/ voltooid deelwoord van schrikken.
931 palm Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /pɑlm/ lengtemaat, oorspronkelijk de breedte van een hand; vastgesteld op 1 decimeter.
932 asjeblieft Bijwoord /ˌɑʃəˈblift/ als beleefde aandrang bij een verzoek of versterking bij een bevel.
933 schijnbaar Zelfstandig naamwoord, Bijvoeglijk naamwoord, Bijwoord /ˈsxɛimbar/ (Zelfstandig naamwoord).
934 altaar Zelfstandig naamwoord /ˈɑl.taːr/ sterrenbeeld zuidelijk van de dierenriem (tussen rechte klimming 16ᵘ31ᵐ en 18ᵘ06ᵐ en tussen declinatie −68° en −45°).
935 quitte Bijvoeglijk naamwoord /kit/ in een toestand waarin alle schulden vereffend zijn; noch winst noch verlies makend.
936 beveiligde Werkwoord verbogen vorm van beveiligd, voltooid deelwoord van beveiligen.
937 daaruit Zelfstandig naamwoord, Bijwoord /daːrˈœy̯t/ (Zelfstandig naamwoord).
938 sloegen Werkwoord /ˈsluɣə(n)/ meervoud verleden tijd van slaan.
939 nodige Werkwoord, Bijvoeglijk naamwoord verbogen vorm van de stellende trap van nodig.
940 garantie Zelfstandig naamwoord /ɣaːˈrɑn.(t)si/ verklaring waarin men verklaart voor bepaalde gevolgen in te staan.
941 overkwam Werkwoord enkelvoud verleden tijd van overkomen.
942 afgesneden Werkwoord voltooid deelwoord van afsnijden.
943 genoteerd Werkwoord voltooid deelwoord van noteren.
944 gravin Zelfstandig naamwoord /ɣraːˈvɪn/ vrouw van een graaf.
945 plas Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /plɑs/ een door veenafgraving ontstaan klein meer.
946 bedreigingen Zelfstandig naamwoord meervoud van het zelfstandig naamwoord bedreiging.
947 instrumenten Zelfstandig naamwoord meervoud van het zelfstandig naamwoord instrument.
948 condooms Zelfstandig naamwoord meervoud van het zelfstandig naamwoord condoom.
949 toernooi Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /turˈnoːi̯/ een georganiseerde reeks wedstrijden waarin ploegen of individuele spelers het tegen elkaar opnemen, met als doel achter…
950 orkaan Zelfstandig naamwoord /ɔrˈkaːn/ een bijzonder hevige storm.
951 speer Zelfstandig naamwoord /spɪːr/ lange stok met een punt eraan, (werd) gebruikt voor de jacht, oorlogvoering of atletiek.
952 regelde Werkwoord enkelvoud verleden tijd van regelen.
953 vega Zelfstandig naamwoord, Bijvoeglijk naamwoord, Uitdrukking /ˈveː.ɣaː/ a vegetarian, a veggie.
954 gezakt Werkwoord /ɣəˈzɑkt/ voltooid deelwoord van zakken.
955 geruïneerd Werkwoord voltooid deelwoord van ruïneren.
956 instrument Zelfstandig naamwoord /ˌɪn.stryˈmɛnt/ hulpmiddel om iets te kunnen realiseren.
957 belachelijke Bijvoeglijk naamwoord verbogen vorm van de stellende trap van belachelijk.
958 home Zelfstandig naamwoord /hom/ knop waarmee de gebruiker een beginpositie op een beeldscherm oproept De "knop" kan een toets op een toetsenbord zijn, m…
959 aanhouden Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈaːnɦɑu̯də(n)/ (Zelfstandig naamwoord).
960 tang Zelfstandig naamwoord /tɑŋ/ een uit twee delen opgebouwd gereedschap waarvan de beide delen op een punt aan elkaar vastzitten en die gedraaid kunnen…
961 buurvrouw Zelfstandig naamwoord /ˈbyːr.vrɑu̯/ vrouw woonachtig in het belendende huis.
962 bouwt Werkwoord /bɑu̯t/ tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van bouwen.
963 bijhouden Werkwoord /ˈbɛi̯ɦɑu̯də(n)/ zorgen dat een vaardigheid niet verloren gaat.
964 weggestuurd Werkwoord voltooid deelwoord van wegsturen.
965 misdadigers Zelfstandig naamwoord, Bijvoeglijk naamwoord /ˈmɪsˌdaːdə.ɣərs/ meervoud van het zelfstandig naamwoord misdadiger.
966 uhm Tussenwerpsel /ʏːm/ uiting die tijd om na te denken invult, voorafgaand aan een reactie of voortzetting daarvan.
967 apotheek Zelfstandig naamwoord /ɑ.poːˈteːk/ plaats waar men geneesmiddelen en andere gezondheidsproducten kan kopen.
968 belletje Zelfstandig naamwoord /ˈbɛləcə/ bepaald soort hydroïdpoliep, Neoturris pileata uit de familie Pandeidae; in 1775 voor het eerst wetenschappelijk beschre…
969 gezegde Zelfstandig naamwoord, Werkwoord, Bijvoeglijk naamwoord /ɣəˈzɛx.də/ het geheel van alle werk- en naamwoorden in een zin die samen met het onderwerp de zinsbasis (zinskern) vormen.
970 kameraden Zelfstandig naamwoord meervoud van het zelfstandig naamwoord kameraad.
971 neergelegd Werkwoord voltooid deelwoord van neerleggen.
972 opgeslagen Werkwoord voltooid deelwoord van opslaan.
973 martini Zelfstandig naamwoord /mɑrˈtini/ cocktail van gin en droge witte vermout.
974 cape Zelfstandig naamwoord /keːp/ wijde jas zonder mouwen die over de schouder gedragen wordt.
975 ontstaat Werkwoord /ɔntˈstat/ tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van ontstaan.
976 betrouwbare Bijvoeglijk naamwoord verbogen vorm van de stellende trap van betrouwbaar.
977 angsten Zelfstandig naamwoord meervoud van het zelfstandig naamwoord angst.
978 bedreigt Werkwoord tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van bedreigen.
979 gearriveerd Werkwoord, Bijvoeglijk naamwoord voltooid deelwoord van arriveren.
980 bridge Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /brɪdʒ/ een spel gespeeld door vier spelers, verdeeld in twee paren en gespeeld in dertien slagen.
981 verblijft Werkwoord tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van verblijven.
982 binnenuit Bijwoord van ~: vanuit de binnenzijde.
983 perspectief Zelfstandig naamwoord /pɛrspɛkˈtif/ het aanhouden van zodanige proporties in een vlakke afbeelding dat deze overkomen met hoe de wereld in drie dimensies wa…
984 jurken Zelfstandig naamwoord meervoud van het zelfstandig naamwoord jurk.
985 activeren Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ɑktiˈveːrə(n)/ (Zelfstandig naamwoord).
986 teleurstelling Zelfstandig naamwoord /təˈløːrˌstɛ.lɪŋ/ een emotie opgeroepen door het niet uitkomen van een verwachting.
987 interesseren Zelfstandig naamwoord, Werkwoord (Zelfstandig naamwoord).
988 aangaat Werkwoord /ˈaŋɣat/ tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van aangaan.
989 voerde Werkwoord enkelvoud verleden tijd van voeren.
990 strepen Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈstreː.pə(n)/ strepen aanbrengen op.
991 smelten Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈsmɛl.tə(n)/ van vaste in vloeibare vorm doen overgaan.
992 adoptie Zelfstandig naamwoord /ˌaːˈdɔp.si/ het opnemen van een vreemd kind als het eigene.
993 groenten Zelfstandig naamwoord meervoud van het zelfstandig naamwoord groente.
994 stoom Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /stoːm/ gasvormige aggregatietoestand van water.
995 moordzaak Zelfstandig naamwoord /ˈmortsak/ het gerechtelijk onderzoek en de rechtszaak naar aanleiding van een gepleegde moord.
996 vrouwtjes Zelfstandig naamwoord verkleinwoord meervoud van het zelfstandig naamwoord vrouw.
997 beperken Werkwoord /bəˈpɛrkə(n)/ een verminderde reikwijdte geven, limiteren.
998 thuiskwam Werkwoord enkelvoud verleden tijd van thuiskomen.
999 afgevraagd Werkwoord /ˈɑfxəˌvraxt/ voltooid deelwoord van afvragen.
1000 aandeed Werkwoord /ˈandet/ enkelvoud verleden tijd van aandoen.
1001 uitgaat Werkwoord tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van uitgaan.
1002 poorten Zelfstandig naamwoord, Werkwoord to nutmeg (pass a ball between an opponent's legs).
1003 begrijpelijk Zelfstandig naamwoord, Bijvoeglijk naamwoord /bə.ˈɣrɛi̯.pə.lək/ (Zelfstandig naamwoord).
1004 vingerafdruk Zelfstandig naamwoord /ˈvɪ.ŋər.ɑfˌdrʏk/ een afdruk op een oppervlak van een vinger met meestal de unieke, persoonsgebonden figuur die de lijnen op de vinger vor…
1005 rok Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /rɔk/ een voornamelijk door vrouwen (in o.a. Schotland ook door mannen) gedragen buis- of kegelvormig kledingstuk dat om de ta…
1006 lippenstift Zelfstandig naamwoord /ˈlɪ.pə(n)ˌstɪft/ stift met zacht, meestal roodgekleurd materiaal dat op de lippen opgebracht wordt om de kleur daarvan beter te laten uit…
1007 lokaal Zelfstandig naamwoord, Bijvoeglijk naamwoord /loːˈkaːl/ plaatselijk, van beperkte omvang.
1008 eenzaamheid Zelfstandig naamwoord /ˈeːn.zaːm.ɦɛi̯t/ de hoedanigheid van het eenzaam zijn.
1009 gorilla Zelfstandig naamwoord /ˌɣoːˈrɪ.laː/ Afrikaanse mensaap uit het geslacht Gorilla, de grootste nog levende primaten verdeeld in twee soorten waarvan de westel…
1010 inrichting Zelfstandig naamwoord /ˈɪnˌrɪx.tɪŋ/ de wijze waarop iets ingericht is, hoe dingen zijn neergezet in een ruimte, hoe ruimtes zijn verdeeld.
1011 doorgesneden Werkwoord voltooid deelwoord van doorsnijden.
1012 aanvaller Zelfstandig naamwoord /ˌaːnˈvɑ.lər/ een persoon in de voorste linie.
1013 geschapen Werkwoord voltooid deelwoord van scheppen.
1014 anderhalve Bijvoeglijk naamwoord verbogen vorm van de stellende trap van anderhalf.
1015 rechtvaardigheid Zelfstandig naamwoord de overeenstemming met bepaalde ethische beginselen.
1016 appels Zelfstandig naamwoord meervoud van het zelfstandig naamwoord appel.
1017 daarachter Bijwoord /daːrˈɑxtər/ vervangt achter dat, achter die.
1018 snijdt Werkwoord tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van snijden.
1019 pruik Zelfstandig naamwoord /prœy̯k/ een kunstmatig haarstuk waarmee het hoofd bedekt wordt.
1020 handelt Werkwoord tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van handelen.
1021 fataal Zelfstandig naamwoord, Bijvoeglijk naamwoord /faːˈtaːl/ (Zelfstandig naamwoord).
1022 darren Zelfstandig naamwoord /ˈdɑrə(n)/ meervoud van het zelfstandig naamwoord dar.
1023 geschopt Werkwoord voltooid deelwoord van schoppen.
1024 dalton Zelfstandig naamwoord /'dɑltɔn/ Dalton, John (6 september 1766 – 27 juli 1844) was een Engelse scheikundige en natuurkundige naar wie de alternatieve be…
1025 poen Zelfstandig naamwoord /pun/
1026 sherry Zelfstandig naamwoord /ˈʃɛ.ri/ een Spaanse versterkte wijn.
1027 luie Werkwoord, Bijvoeglijk naamwoord verbogen vorm van de stellende trap van lui.
1028 middags Zelfstandig naamwoord genitive singular of middag.
1029 integriteit Zelfstandig naamwoord /ˌɪn.teː.ɣriˈtɛi̯t/ betrouwbaarheid van gegevens in het kader van informatiebeveiliging.
1030 peg Zelfstandig naamwoord, Werkwoord pin of spie (bv. om een schaafbeitel vast te zetten).
1031 nieren Zelfstandig naamwoord meervoud van het zelfstandig naamwoord nier.
1032 gevleid Werkwoord, Bijvoeglijk naamwoord voltooid deelwoord van vleien.
1033 walvis Zelfstandig naamwoord /ˈʋɑl.vɪs/ benaming voor zoogdieren uit de onderorde Cetacea, de gemeenschappelijke naam voor een groep van circa 80 soorten geheel…
1034 lampen Zelfstandig naamwoord /ˈlɑmpə(n)/ meervoud van het zelfstandig naamwoord lamp.
1035 achtervolging Zelfstandig naamwoord /ˌɑx.tərˈvɔl.ɣɪŋ/ een actie waarbij men tracht een bewegend doel in te halen.
1036 exemplaar Zelfstandig naamwoord /ˌɛk.səmˈplaːr/ een individueel voorbeeld ergens van.
1037 getrapt Werkwoord, Bijvoeglijk naamwoord voltooid deelwoord van trappen.
1038 omvang Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈɔm.vɑŋ/ de tonen die een stem of instrument kan voortbrengen, toonomvang.
1039 oeps Tussenwerpsel /ups/ een uitroep die verlegenheid uitdrukt over een gemaakte fout of vergissing.
1040 mannelijk Bijvoeglijk naamwoord /ˈmɑ.nə.lək/ met gedrag zoals van mannen verwacht wordt, kenmerkend voor een man.
1041 munten Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈmʏntə(n)/ meervoud van het zelfstandig naamwoord munt.
1042 stripper Zelfstandig naamwoord /ˈstrɪpər/ persoon die stript zonder zijn kleren uit te doen (dat zijn de ergsten!!) bijv. een asset-stripper.
1043 aangewezen Werkwoord, Bijvoeglijk naamwoord /ˈaŋɣəˌwezə(n)/ voltooid deelwoord van aanwijzen.
1044 activeer Werkwoord eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van activeren.
1045 sensoren Zelfstandig naamwoord meervoud van het zelfstandig naamwoord sensor.
1046 bijzijn Zelfstandig naamwoord /ˈbɛi̯.zɛi̯n/ in het ~: in aanwezigheid van iemand.
1047 zorgvuldig Bijvoeglijk naamwoord, Bijwoord /ˌzɔrxˈfʏl.dəx/ careful, meticulous.
1048 vredig Zelfstandig naamwoord, Bijvoeglijk naamwoord, Bijwoord /ˈvreː.dəx/ (Zelfstandig naamwoord).
1049 zalm Zelfstandig naamwoord /zɑlm/ benaming voor een aantal vissoorten uit de familie Salmonidae (zalmen).
1050 dam Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /dɑm/ plein in Amsterdam waar het nationaal monument voor de Tweede Wereldoorlog staat en waar ook vaak demonstraties worden g…
1051 vizier Zelfstandig naamwoord /viˈzir/ in het vizier hebben: je richten op een haalbaar doel, (van personen) als doelwit (van een aanval, acquisitie, kritiek…
1052 roer Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /rur/ vlak waarmee de besturing van een schip of een vliegtuig geregeld wordt.
1053 trieste Bijvoeglijk naamwoord /ˈtristə/ verbogen vorm van de stellende trap van triest.
1054 afgeven Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈɑfˌxeːvə(n)/ (Zelfstandig naamwoord).
1055 verspilling Zelfstandig naamwoord /vərˈspɪ.lɪŋ/ het teloor laten gaan van iets waardevols door nalatigheid.
1056 filosofie Zelfstandig naamwoord /ˌfi.loː.soːˈfi/ de oudste theoretische discipline die het verlangen heeft en streeft naar kennis en wijsheid.
1057 neerleggen Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /nerlɛgə(n)/ (Zelfstandig naamwoord).
1058 vreselijks Bijvoeglijk naamwoord partitief van de stellende trap van vreselijk.
1059 kleintjes Zelfstandig naamwoord /ˈklɛi̯n.tjəs/ meervoud van het zelfstandig naamwoord kleintje.
1060 daarginds Bijwoord /daːrˈɣɪnts/ op een plaats in de verte.
1061 ernst Zelfstandig naamwoord /ɛrnst/ stemming waarin men de dingen in hun wezenlijke waarde wil zien.
1062 dumpte Werkwoord enkelvoud verleden tijd van dumpen.
1063 mal Zelfstandig naamwoord, Werkwoord, Bijvoeglijk naamwoord /mɑl/ grafische vorm die voor herhaaldelijk gebruik is bedoeld.
1064 uiten Werkwoord, Bijvoeglijk naamwoord /ˈœy̯.tə(n)/ absolute, total; utter (to the furthest or most extreme extent).
1065 roem Zelfstandig naamwoord, Werkwoord een bonus verkregen wanneer een bepaalde combinatie van kaarten voorhanden is.
1066 hierboven Zelfstandig naamwoord, Bijwoord (Zelfstandig naamwoord).
1067 rechtzetten Zelfstandig naamwoord, Werkwoord (Zelfstandig naamwoord).
1068 stopten Werkwoord meervoud verleden tijd van stoppen.
1069 opdat Zelfstandig naamwoord, Voegwoord /ɔbˈdɑt/ (Zelfstandig naamwoord).
1070 verrek Werkwoord, Tussenwerpsel /vəˈrɛk/ eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van verrekken.
1071 jam Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ʒɛm/ een gelei van suiker en gekookt fruit, onder andere gebruikt als broodbeleg.
1072 uitgerust Werkwoord, Bijvoeglijk naamwoord /ˈœytxəˌrʏst/ voltooid deelwoord van uitrusten.
1073 actieve Bijvoeglijk naamwoord verbogen vorm van de stellende trap van actief.
1074 overhemd Zelfstandig naamwoord /ˈoː.vərˌɦɛmt/ een kledingstuk voor het bovenlichaam van fijne stof met voorsluiting en kraag.
1075 administratie Zelfstandig naamwoord /ˌɑt.mi.niˈstraː.(t)si/ de plaats waar gegevens zorgvuldig worden vastgelegd zodat ze later terug te vinden of te controleren zijn.
1076 hotels Zelfstandig naamwoord /hoˈtɛls/ meervoud van het zelfstandig naamwoord hotel.
1077 architect Zelfstandig naamwoord /ˌɑrxiˈtɛkt/ iemand die gebouwen en constructies ontwerpt en de leiding neemt tijdens de bouw ervan.
1078 vastbesloten Bijvoeglijk naamwoord /ˌvɑst.bəˈsloː.tə(n)/ zeker een doel voor ogen hebbend.
1079 geneeskunde Zelfstandig naamwoord /ɣə.ˈneːsˌkʏn.də/ de wetenschap die zich richt op de aard, de oorzaken en de geneesmiddelen van ziekten.
1080 opofferen Werkwoord /ˈɔpˌɔ.fə.rə(n)/ wederkerend je eigen ondergang aanvaarden voor iets wat je belangrijk vindt.
1081 wachtend Werkwoord onvoltooid deelwoord van wachten.
1082 heerst Werkwoord /ɦeːrst/ tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van heersen.
1083 marihuana Zelfstandig naamwoord /ˌmarijuˈwana/ chemische stof gemaakt van de bloemtoppen of zaaddoosjes van de vrouwelijke, onbevruchte hennepplant Cannabis sativa (va…
1084 yoga Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈjoː.ɣaː/ systeem van oefeningen om beheersing te verkrijgen over de geest en het lichaam, weliswaar afkomstig uit een bepaalde yo…
1085 voldoet Werkwoord tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van voldoen.
1086 verkrijgen Werkwoord /vərˈkrɛiɣə(n)/ in bezit krijgen, verwerven.
1087 stadium Zelfstandig naamwoord /ˈstaː.di.ʏm/ een lengtemaat uit de Griekse oudheid.
1088 definitief Zelfstandig naamwoord, Bijvoeglijk naamwoord /ˌdeː.fi.niˈtif/ (Zelfstandig naamwoord).
1089 planning Zelfstandig naamwoord uitgewerkt plan van de (deel)werkzaamheden die achtereenvolgens uitgevoerd moeten worden om een werk, project enz. op ee…
1090 rouwen Werkwoord /ˈrɑu̯ə(n)/ de emotionele nasleep van het overlijden van een geliefd persoon.
1091 evenement Zelfstandig naamwoord /ˌeː.və.nəˈmɛnt/ belangrijke gebeurtenis met een georganiseerd karakter.
1092 slap Werkwoord, Bijvoeglijk naamwoord /slɑp/ overdrachtelijk: laf, onmachtig, kordaatheid ontberend.
1093 zijden Zelfstandig naamwoord, Bijvoeglijk naamwoord /ˈzɛi̯.də(n)/ meervoud van het zelfstandig naamwoord zijde.
1094 onnodig Zelfstandig naamwoord, Bijvoeglijk naamwoord /ɔˈnoːdəx/ (Zelfstandig naamwoord).
1095 handschoen Zelfstandig naamwoord /ˈɦɑnt.sxun/ een handkledingstuk met aparte vingers.
1096 ingenieur Zelfstandig naamwoord /ˌɪn.ʒeːˈnjøːr/ iemand die is opgeleid in het hoger onderwijs om allerhande technische, technologische en organisatorische problemen op…
1097 doodschieten Werkwoord /ˈdoːtˌsxi.tə(n)/ doden met een schiettuig m.n. door een vuurwapen.
1098 sandwich Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈsɑntwɪtʃ/ tijdens een geslachtsgemeenschap voor drieën ingenomen positie, waarbij de betreffende persoon tussen de twee anderen in…
1099 belazerd Werkwoord, Bijvoeglijk naamwoord /bəˈlazərt/ voltooid deelwoord van belazeren.
1100 lichamelijk Zelfstandig naamwoord, Bijvoeglijk naamwoord (Zelfstandig naamwoord).
1101 rukken Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈrʏ.kə(n)/ in een snelle beweging trekken.
1102 lepel Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈleː.pəl/ een hoeveelheid die overeenkomt met de inhoud van een thee-, dessert- of eetlepel (resp. 5, 10 en 15 ml).
1103 linkerkant Zelfstandig naamwoord die zijde waar gewoonlijk het hart zit.
1104 dalen Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈdaːlə(n)/ meervoud van het zelfstandig naamwoord dal.
1105 belangstelling Zelfstandig naamwoord /bəˈlɑŋˌstɛ.lɪŋ/ bereidheid en verlangen aandacht aan iets te schenken.
1106 stevige Werkwoord, Bijvoeglijk naamwoord verbogen vorm van de stellende trap van stevig.
1107 archief Zelfstandig naamwoord /ɑrˈxif/ verzameling documenten die zijn gemaakt en/of ontvangen door een persoon of organisatie.
1108 mieren Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈmirə(n)/ Formicidae een familie van kolonievormende sociale insecten, die behoren tot de orde vliesvleugeligen (Hymenoptera). Mie…
1109 achterlijke Zelfstandig naamwoord, Bijvoeglijk naamwoord /ˈɑx.tər.lə.kə/ ouderwets, niet voldoend aan de huidige eisen.
1110 wisselgeld Zelfstandig naamwoord /ˈʋɪ.səlˌɣɛlt/ geld dat men terugontvangt bij het inwisselen van groot geld of na een betaling met een groter bedrag dan men verschuldi…
1111 schattige Bijvoeglijk naamwoord /ˈsxɑ.tə.ɣə/ verbogen vorm van de stellende trap van schattig.
1112 tiende Zelfstandig naamwoord, Bijvoeglijk naamwoord /ˈtində/ gedeeld door tien, tien procent.
1113 voorpagina Zelfstandig naamwoord /ˈvorpaɣiˌna/ de eerste bladzijde van een gedrukte publicatie.
1114 ontving Werkwoord /ɔntˈfɪŋ/ enkelvoud verleden tijd van ontvangen.
1115 vulkaan Zelfstandig naamwoord /vʏlˈkaːn/ vuurspuwende berg.
1116 bestudeerd Werkwoord, Bijvoeglijk naamwoord /bəsty'dert/ voltooid deelwoord van bestuderen.
1117 vijandelijke Bijvoeglijk naamwoord verbogen vorm van de stellende trap van vijandelijk.
1118 graad Zelfstandig naamwoord /ɣraːt/ titel die na afgelegd examen, verdedigde stellingen enz. aan een studerende wordt toegekend b.v. meestergraad.
1119 afgeslacht Werkwoord voltooid deelwoord van afslachten.
1120 beheerst Zelfstandig naamwoord, Werkwoord, Bijvoeglijk naamwoord /bəˈɦeːrst/ (Zelfstandig naamwoord).
1121 tactiek Zelfstandig naamwoord /tɑkˈtik/ een manier om onder gegeven omstandigheden een doel te bereiken.
1122 senior Zelfstandig naamwoord, Bijvoeglijk naamwoord /ˈseː.ni.ɔr/ de oudere.
1123 vluchtelingen Zelfstandig naamwoord meervoud van het zelfstandig naamwoord vluchteling.
1124 outfit Zelfstandig naamwoord uitrusting, m.n. kleding die men draagt of bij zich heeft.
1125 uitbrengen Werkwoord /ˈœy̯tˌbrɛŋə(n)/ doen verschijnen, bijvoorbeeld in druk.
1126 adrenaline Zelfstandig naamwoord /ɑ.dreː.naːˈli.nə/ een hormoon en een neurotransmitter die wordt geproduceerd in de bijnieren en in sommige zenuwcellen en vrijkomt bij ang…
1127 cheques Zelfstandig naamwoord meervoud van het zelfstandig naamwoord cheque.
1128 olifanten Zelfstandig naamwoord /ˈoliˌfɑntə(n)/ Elephantidae grote zoogdieren uit de familie van de Elephantidae binnen de orde van de slurfdieren (Proboscidea). Tradit…
1129 praatten Werkwoord meervoud verleden tijd van praten.
1130 erfgenaam Zelfstandig naamwoord /ˈɛrf.xəˌnaːm/ persoon die bij wet of testament is aangewezen als erfgenaam en daarom bij overlijden door erfopvolging een nalatenschap…
1131 schurken Zelfstandig naamwoord, Werkwoord meervoud van het zelfstandig naamwoord schurk.
1132 vergezellen Werkwoord /vər.ɣəˈzɛ.lə(n)/ met iemand meegaan.
1133 welnu Tussenwerpsel /wɛlˈny/ kondigt iets aan wat wel te verwachten was of een precisering daarvan.
1134 wiel Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ʋil/ / een poel net achter de dijk, ontstaan door verspoeling tijdens een dijkdoorbraak.
1135 kinderachtig Zelfstandig naamwoord, Bijvoeglijk naamwoord /ˈkɪndərˌɑxtəx/ (Zelfstandig naamwoord).
1136 levenden Zelfstandig naamwoord, Bijvoeglijk naamwoord meervoud van het zelfstandig naamwoord levende.
1137 rotten Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈrɔ.tə(n)/ een proces van fermentatie ondergaan.
1138 schrap Zelfstandig naamwoord, Werkwoord, Bijvoeglijk naamwoord, Bijwoord /sχrɑp/ bracing oneself, tense, ready for impact.
1139 kit Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /kɪt/ / en verzamelnaam voor dikvloeibare materialen, gebruikt voor verlijming of afdichting.
1140 pand Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /pɑnt/ een zakelijk recht op het roerend goed van een ander om met voorrang een vordering te kunnen verhalen.
1141 indringer Zelfstandig naamwoord iemand die zich ergens met list en geweld een positie veroverd heeft.
1142 here Zelfstandig naamwoord /ˈɦeː.rə/ aanduiding voor God Deze vorm wordt gebruikt in de Bijbelvertaling van het Nederlands Bijbelgenootschap uit 1951 en de d…
1143 gestart Werkwoord voltooid deelwoord van starten.
1144 hoorn Zelfstandig naamwoord /ɦoːrn/ blaasinstrument dat oorspronkelijk gemaakt werd van een hoorn, maar tegenwoordig vaak van een gewonden koperen buis met…
1145 locaties Zelfstandig naamwoord meervoud van het zelfstandig naamwoord locatie.
1146 vrouwelijk Bijvoeglijk naamwoord /ˈvrɑu̯.ə.lək/ behorend tot het woordgeslacht dat mannelijk noch onzijdig is.
1147 voorbereiding Zelfstandig naamwoord /ˈvorbəˌrɛidɪŋ/ het voorbereiden.
1148 malen Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈmaː.lə(n)/ vervelende gedachten door het hoofd laten gaan, tobben.
1149 serveren Werkwoord /sɛrˈverə(n)/ iets op tafel opdienen, meestal als onderdeel (gang [3]) van een maaltijd.
1150 prestatie Zelfstandig naamwoord /prɛsˈtaː.(t)si/ het volbrengen van een verplichting tot iets doen, geven of niet doen.
1151 glimlachen Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /'ɣlɪmlɑχən/ zacht onhoorbaar lachen.
1152 belastingen Zelfstandig naamwoord meervoud van het zelfstandig naamwoord belasting.
1153 ontdoen Werkwoord /ˌɔntˈdun/ een aanhangsel of eigendom verwijderen van iets.
1154 voorgevoel Zelfstandig naamwoord gevoel dat iets te gebeuren staat voordat het inderdaad gebeurt.
1155 wederzijds Zelfstandig naamwoord, Bijvoeglijk naamwoord, Bijwoord /wedərˈzɛits/ (Zelfstandig naamwoord).
1156 paren Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈpaː.rə(n)/ samen met iets of iemand anders een paar/koppel vormen.
1157 restaurants Zelfstandig naamwoord meervoud van het zelfstandig naamwoord restaurant.
1158 focussen Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈfoː.kʏ.sə(n)/ meervoud van het zelfstandig naamwoord focus.
1159 gewenst Werkwoord, Bijvoeglijk naamwoord /ɣəˈwɛnst/ wenselijk.
1160 pasta Zelfstandig naamwoord /ˈpɑs.taː/ een moes van chocolade, pinda's, noten enz., veelal gebruikt als broodbeleg.
1161 pijnstillers Zelfstandig naamwoord meervoud van het zelfstandig naamwoord pijnstiller.
1162 bendes Zelfstandig naamwoord meervoud van het zelfstandig naamwoord bende.
1163 potentieel Zelfstandig naamwoord, Bijvoeglijk naamwoord, Bijwoord een aanwezig vermogen dat nog op ontwikkeling wacht.
1164 compagnie Zelfstandig naamwoord /ˌkɔm.pɑnˈji/ een gezelschap met commerciële doelstellingen, gewoonlijk met een toegekend monopolie, vennootschap, handelsvereniging.
1165 vangt Werkwoord /vɑŋt/ tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van vangen.
1166 beschuldigt Werkwoord tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van beschuldigen.
1167 langskomt Werkwoord tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van langskomen.
1168 opstijgen Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈɔpˌstɛi̯.ɣə(n)/ (Zelfstandig naamwoord).
1169 uitgebreid Zelfstandig naamwoord, Werkwoord, Bijvoeglijk naamwoord, Bijwoord /ˈœytxəˌbrɛit/ (Zelfstandig naamwoord).
1170 bedriegt Werkwoord tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van bedriegen.
1171 opmerkelijk Zelfstandig naamwoord, Bijvoeglijk naamwoord, Bijwoord (Zelfstandig naamwoord).
1172 smokkelen Werkwoord /ˈsmɔ.kə.lə(n)/ wederrechtelijk goederen over een grens brengen om heffingen te ontduiken.
1173 bedden Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈbɛdə(n)/ meervoud van het zelfstandig naamwoord bed.
1174 verhaaltje Zelfstandig naamwoord /vərˈhalcə/ verkleinwoord enkelvoud van het zelfstandig naamwoord verhaal.
1175 luik Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /lœy̯k/ deel van een plan, van een beoordeling, enz.; aspect, hoofdstuk, onderdeel.
1176 verontschuldigingen Zelfstandig naamwoord meervoud van het zelfstandig naamwoord verontschuldiging.
1177 eruitziet Werkwoord /ɛˈrœy̯tˌsit/ tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van eruitzien.
1178 assistentie Zelfstandig naamwoord het verlenen van hulp.
1179 complimenten Zelfstandig naamwoord meervoud van het zelfstandig naamwoord compliment.
1180 ruk Zelfstandig naamwoord, Werkwoord, Bijvoeglijk naamwoord /rʏk/ nelle, plotselinge, korte beweging (waardoor iets met een schok van zijn plaats bewogen of getrokken wordt), een verande…
1181 buitengewone Bijvoeglijk naamwoord verbogen vorm van de stellende trap van buitengewoon.
1182 tournee Zelfstandig naamwoord /turˈne/ traktatie, gewoonlijk van alcoholische aard voor alle leden van een groep aanwezigen in een café.
1183 uitstel Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈœy̯t.stɛl/ het uitstellen, de verschuiving tot later.
1184 donor Zelfstandig naamwoord /ˈdoː.nɔr/ gever, bijv. orgaandonor: degene die zijn orgaan afstaat.
1185 expeditie Zelfstandig naamwoord /ˌɛks.pəˈdi.(t)si/ de mensen die een wetenschappelijke ontdekkingstocht ondernemen.
1186 kruiden Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈkrœy̯.də(n)/ meervoud van het zelfstandig naamwoord kruid.
1187 square Zelfstandig naamwoord, Bijvoeglijk naamwoord /skwɛːr/ in overeenstemming met de algemeen gangbare opvattingen en daarom niet tot de verbeelding sprekend.
1188 alias Zelfstandig naamwoord, Bijwoord /aliɑs/ anders gezegd, ook wel genaamd.
1189 madam Zelfstandig naamwoord /maːˈdɑm/ vrouw die men niet voor vol aanziet, een flapmadam.
1190 doorgegeven Werkwoord /ˈdorɣəˌɣevə(n)/ voltooid deelwoord van doorgeven.
1191 mix Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /mɪks/ mengsel (van stoffen of onstoffelijke aard).
1192 stromen Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈstroː.mə(n)/ voortbewegen van andere zaken dan vloeistoffen.
1193 box Zelfstandig naamwoord /bɔks/ een, vaak van hout gemaakt, min of meer vierkant meubelstuk omlijst door spijlen met een leuning erop waarin een baby of…
1194 bespreking Zelfstandig naamwoord /bəˈspreːkɪŋ/ het bespreken (1) discussion (diskysjɔ~) vrouwelijk de besprekingen tussen de lidstaten les discussions entre les États…
1195 koets Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /kuts/ vierwielig rijtuig met vering, vaak gesloten, dat getrokken wordt door paarden.
1196 lanceren Werkwoord /lɑnˈseː.rə(n)/ publiceren, de wereld in sturen.
1197 handtas Zelfstandig naamwoord /ˈɦɑn.tɑs/ tas [1] die men bij zich draagt voor het bergen van allerlei benodigdheden.
1198 foutje Zelfstandig naamwoord verkleinwoord enkelvoud van het zelfstandig naamwoord fout.
1199 rijken Zelfstandig naamwoord meervoud van het zelfstandig naamwoord rijke.
1200 gehackt Werkwoord voltooid deelwoord van hacken.
1201 sleep Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /sleːp/ een lange voortzetting van een jurk of rok die over de grond sleept.
1202 opfrissen Werkwoord /ˈɔpfrɪsə(n)/ opnieuw paraat hebben wat je eerder hebt geweten, in geheugen roepen.
1203 uitgezonden Werkwoord voltooid deelwoord van uitzenden.
1204 poot Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /poːt/ afgesneden deel van een plant dat weer tot een nieuwe plant kan uitgroeien.
1205 bruidegom Zelfstandig naamwoord /ˈbrœy̯.dəˌɣɔm/ man die in het huwelijk treedt, het is de mannelijke vorm van bruid en dat is opmerkelijk want er zijn veel meer vrouwel…
1206 reisje Zelfstandig naamwoord verkleinwoord enkelvoud van het zelfstandig naamwoord reis.
1207 zenden Werkwoord /ˈzɛndə(n)/ to transmit, to emit.
1208 nodigen Zelfstandig naamwoord, Werkwoord (Zelfstandig naamwoord).
1209 zwijn Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /zʋɛi̯n/ benaming voor zoogdieren uit de familie Suidae, waarvan de mannetjes slagtanden hebben.
1210 ballon Zelfstandig naamwoord /bɑˈlɔn/ een feestartikel bestaande uit een dun rubberen zakje dat met gas of lucht kan worden gevuld.
1211 chance Zelfstandig naamwoord /ˈʃɑ̃s(ə)/
1212 paraat Zelfstandig naamwoord, Bijvoeglijk naamwoord (Zelfstandig naamwoord).
1213 missies Zelfstandig naamwoord meervoud van het zelfstandig naamwoord missie.
1214 verdoofd Werkwoord, Bijvoeglijk naamwoord, Bijwoord /vərˈdoft/ voltooid deelwoord van verdoven.
1215 plaatsvinden Werkwoord /ˈplaːtsˌfɪndə(n)/ gebeuren, geschieden, plaatshebben, plaatsgrijpen, voltrekken, voorvallen.
1216 gecheckt Werkwoord voltooid deelwoord van checken.
1217 zuigt Werkwoord /zœy̯xt/ tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van zuigen.
1218 stunt Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /stʏnt/ een ongewone en moeilijke fysieke prestatie, die daardoor erg opvalt.
1219 talloze Bijvoeglijk naamwoord verbogen vorm van de stellende trap van talloos.
1220 voeg Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /vux/ een overgang tussen twee materialen.
1221 baarmoeder Zelfstandig naamwoord /ˈbaːrˌmudər/ voortplantingsorgaan van vrouwen waarin de vrucht zich ontwikkelt.
1222 web Zelfstandig naamwoord /ʋɛp/ world wide web, de HTML-pagina's die met hyperlinks gekoppeld zijn en bereikbaar zijn over het internet.
1223 rechtdoor Bijwoord /rɛɣˈdor/ noch naar rechts noch naar links van richting veranderend.
1224 d.c. Uitdrukking durante coenam = gedurende de maaltijd.
1225 voorwaardelijk Bijvoeglijk naamwoord /ˌvoːrˈʋaːr.də.lək/ waaraan voorwaarden kleven.
1226 psychologische Bijvoeglijk naamwoord verbogen vorm van de stellende trap van psychologisch.
1227 knijpen Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈknɛi̯.pə(n)/ tussen twee punten druk uitoefenen.
1228 vel Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /vɛl/ dunne laag, bijvoorbeeld van papier.
1229 minnares Zelfstandig naamwoord /mɪ.naːˈrɛs/ vrouw die een amoureuze verhouding heeft met iemand die met een ander is getrouwd.
1230 genoot Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ɣəˈnoːt/ een gelijke.
1231 kreeft Zelfstandig naamwoord /kreːft/ benaming voor schaaldieren uit de infraorde Astacidea, geleedpotige waterdieren die overal voorkomen, zowel in zoetwater…
1232 rechters Zelfstandig naamwoord, Bijvoeglijk naamwoord /ˈrɛxtərs/ boek in de Bijbel, over de periode dat de Joden door "rechters" werden bestuurd.
1233 alleenstaande Zelfstandig naamwoord, Bijvoeglijk naamwoord iemand die geen partner heeft.
1234 beschikking Zelfstandig naamwoord /bəˈsxɪ.kɪŋ/ een besluit dat iets wettelijk of juridisch regelt.
1235 Bridget Zelfstandig naamwoord, Werkwoord tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van bridgen.
1236 mail Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /meːl/ een elektronische brief.
1237 bevonden Werkwoord meervoud verleden tijd van bevinden.
1238 afspraakjes Zelfstandig naamwoord verkleinwoord meervoud van het zelfstandig naamwoord afspraak.
1239 getal Zelfstandig naamwoord /ɣəˈtɑl/ abstracte weergave van een hoeveelheid m.b.v. cijfers en eventueel een komma en een punt.
1240 ondersteunen Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˌɔndərˈstøːnə(n)/ (Zelfstandig naamwoord).
1241 wateren Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈʋaː.tə.rə(n)/ vers hout enige tijd in water leggen om er ongewenste stoffen uit te laten trekken.
1242 dook Werkwoord /dok/ enkelvoud verleden tijd van duiken.
1243 zadel Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈzaː.dəl/ deel van een muziekinstrument waar de snaren strak over gespannen zijn, kam.
1244 draden Zelfstandig naamwoord meervoud van het zelfstandig naamwoord draad.
1245 landschap Zelfstandig naamwoord /ˈlɑnt.sxɑp/ hoe een bepaalde streek eruitziet qua geologische vormen en begroeiing.
1246 stichting Zelfstandig naamwoord /ˈstɪx.tɪŋ/ : rechtspersoon zonder leden, vennoten of winstoogmerk die ontstaat door de inbreng van een vermogen en beoogt een in de…
1247 rondloopt Werkwoord tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van rondlopen.
1248 krabben Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈkrɑ.bə(n)/ het niet hechten, maar over de bodem kruipen van een scheepsanker.
1249 bevolen Werkwoord voltooid deelwoord van bevelen.
1250 pakketje Zelfstandig naamwoord verkleinwoord enkelvoud van het zelfstandig naamwoord pakket.
1251 posities Zelfstandig naamwoord meervoud van het zelfstandig naamwoord positie.
1252 invullen Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈɪɱvʏlə(n)/ (Zelfstandig naamwoord).
1253 tegengekomen Werkwoord voltooid deelwoord van tegenkomen.
1254 marteling Zelfstandig naamwoord /ˈmɑr.tə.lɪŋ/ het opzettelijk toebrengen van pijn en letsel aan een gevangene die zich niet weren kan.
1255 mentale Bijvoeglijk naamwoord verbogen vorm van de stellende trap van mentaal.
1256 zakt Werkwoord tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van zakken.
1257 namiddag Zelfstandig naamwoord /ˈnaː.mɪˌdɑx/ tijd aan het einde van de middag of in het tweede deel van de middag, ongeveer van 16.00 tot 18.00 uur.
1258 kaars Zelfstandig naamwoord /kaːrs/ oude eenheid van lichtsterkte (de zg. normaalkaars, thans candela).
1259 lijstje Zelfstandig naamwoord verkleinwoord enkelvoud van het zelfstandig naamwoord lijst.
1260 vuilnisbak Zelfstandig naamwoord /ˈvœy̯l.nɪsˌbɑk/ een bak waarin men huisvuil verzamelt.
1261 onvoorstelbaar Zelfstandig naamwoord, Bijvoeglijk naamwoord (Zelfstandig naamwoord).
1262 ellendig Zelfstandig naamwoord, Bijvoeglijk naamwoord /ˌɛˈlɛn.dəx/ (Zelfstandig naamwoord).
1263 vernederend Werkwoord, Bijvoeglijk naamwoord /vərˈnedərənt/ van iets dat je er klein en minderwaardig door wordt.
1264 wettelijk Bijvoeglijk naamwoord, Bijwoord /ˈwɛtələk/ wettelijke grenzen: wat nog net is toegestaan volgens de wet.
1265 theorieën Zelfstandig naamwoord meervoud van het zelfstandig naamwoord theorie.
1266 granaat Zelfstandig naamwoord /ɣraːˈnaːt/ geen meervoud (mineraal) groep kubische mineralen behorende tot de nesosilicaten, meest voorkomend in metamorf gesteente…
1267 bui Zelfstandig naamwoord /bœy̯/ een kortstondige periode van neerslag.
1268 inhouden Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈɪnhɑudə(n)/ meervoud van het zelfstandig naamwoord inhoud.
1269 opmerkingen Zelfstandig naamwoord /ˈɔpmɛrkɪŋə(n)/ meervoud van het zelfstandig naamwoord opmerking.
1270 initiatief Zelfstandig naamwoord /i.ni.sjaːˈtif/ het ter hand nemen van iets nieuws.
1271 dreef Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /dreːf/ een weg waarlangs men vroeger een kudde vee van het dorp naar het open veld dreef.
1272 terugbetalen Werkwoord /təˈrʏx.bəˌtaː.lə(n)/ door iemand op voorschot betaalde uitgaven vergoeden.
1273 psycholoog Zelfstandig naamwoord /ˌpsixoˈlox/ hulpverlener die mensen helpt bij psychische problemen.
1274 zeventien Zelfstandig naamwoord, Bijvoeglijk naamwoord /ˈzeːvə(n)tin/ "17", het getal tussen zestien en achttien, tien plus zeven.
1275 kauwgom Zelfstandig naamwoord /ˈkɑu.ɣɔm/ een zacht samenhangend snoepgoed dat niet bedoeld is om in te slikken.
1276 pudding Zelfstandig naamwoord /ˈpʏ.dɪŋ/ gerecht bereid uit meel of fijngemaakt brood, niervet en specerijen, aangevuld met gemalen vleesresten in de vorm van ee…
1277 afgerond Werkwoord /ˈɑfxəˌrɔnt/ voltooid deelwoord van afronden.
1278 wegga Werkwoord eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van weggaan.
1279 opgesteld Werkwoord, Bijvoeglijk naamwoord /ˈɔpxəˌstɛlt/ voltooid deelwoord van opstellen.
1280 ballet Zelfstandig naamwoord /bɑˈlɛt/ een artistieke dansvorm.
1281 velden Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈvɛl.dən/ meervoud van het zelfstandig naamwoord veld.
1282 vlogen Werkwoord /ˈvloɣə(n)/ meervoud verleden tijd van vliegen.
1283 mysterieus Bijvoeglijk naamwoord waar geheimzinnigheid aan kleeft.
1284 reünie Zelfstandig naamwoord /ˌrejyˈni/ een gelegenheid waarbij een groep mensen na lange tijd opnieuw bijeenkomt.
1285 verdedig Werkwoord /vərˈdeːdɪx/ eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van verdedigen.
1286 lekkers Zelfstandig naamwoord, Bijvoeglijk naamwoord /ˈlɛkərs/ partitief van de stellende trap van lekker.
1287 biertjes Zelfstandig naamwoord verkleinwoord meervoud van het zelfstandig naamwoord bier.
1288 ex-man Zelfstandig naamwoord /ˈɛks.mɑn/ een man die waarmee je vroeger getrouwd was.
1289 kneuzingen Zelfstandig naamwoord meervoud van het zelfstandig naamwoord kneuzing.
1290 spinnen Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈspɪ.nə(n)/ een lange draad vervaardigen door enkele vezels in elkaar te vervlechten.
1291 binnenvallen Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈbɪnə(n)vɑlə(n)/ (Zelfstandig naamwoord).
1292 inhalen Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈɪnˌɦaː.lə(n)/ (Zelfstandig naamwoord).
1293 kolere Zelfstandig naamwoord, Tussenwerpsel /ˌkoːˈleː.rə/ uitroep van woede, ergernis e.d. waarmee men iemand iets vervelends toewenst.
1294 getoond Werkwoord /ɣəˈtont/ voltooid deelwoord van tonen.
1295 alliantie Zelfstandig naamwoord /ˌɑ.liˈɑn.(t)si/ een bondgenootschap, verbond.
1296 vierkante Werkwoord, Bijvoeglijk naamwoord verbogen vorm van de stellende trap van vierkant.
1297 ventje Zelfstandig naamwoord /ˈvɛɲcə/ verkleinwoord enkelvoud van het zelfstandig naamwoord vent.
1298 tafels Zelfstandig naamwoord /ˈtafəɫs/ meervoud van het zelfstandig naamwoord tafel.
1299 adopteren Werkwoord /aːdɔpˈteːrə(n)/ een kind aannemen en verzorgen alsof het iemands eigen kind is.
1300 paps Zelfstandig naamwoord
1301 alcoholist Zelfstandig naamwoord /ɑl.koː.ɦoːˈlɪst/ iemand die lijdt onder een verslaving aan ethanol.
1302 goedkoper Bijvoeglijk naamwoord onverbogen vorm van de vergrotende trap van goedkoop.
1303 Loos Zelfstandig naamwoord, Werkwoord, Bijvoeglijk naamwoord /loːs/ schijnbaar, niet werkelijk.
1304 nauwkeurig Bijvoeglijk naamwoord /ˌnɑu̯ˈkøː.rəx/ erg zorgvuldig.
1305 verzameling Zelfstandig naamwoord /vərˈzaː.mə.lɪŋ/ meerdere voorwerpen, die soms door één persoon bij elkaar gebracht en onderhouden worden, en waarvan de objecten vaak to…
1306 ontsla Werkwoord eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van ontslaan.
1307 Mengen Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈmɛ.ŋə(n)/ het homogeniseren van twee of meer zaken.
1308 beschouwen Werkwoord /bəˈsxɑu̯ə(n)/ bekijken als, beoordelen, vinden.
1309 golden Werkwoord meervoud verleden tijd van gelden.
1310 concentratie Zelfstandig naamwoord /ˌkɔn.sɛnˈtraː.(t)si/ het de aandacht kunnen richten op één onderwerp zonder zich af te laten leiden.
1311 meebrengen Werkwoord /ˈmeːˌbrɛŋə(n)/ onlosmakelijk met iets anders verbonden zijn.
1312 burgeroorlog Zelfstandig naamwoord /ˈbʏr.ɣərˌoːr.lɔx/ een gewapende strijd tussen twee of meer bevolkingsgroepen binnen hetzelfde land, waarbij soms ook het leger betrokken i…
1313 spirituele Bijvoeglijk naamwoord verbogen vorm van de stellende trap van spiritueel.
1314 kristal Zelfstandig naamwoord /krɪˈstɑl/ kwartskristal, waarmee het mogelijk is om een afstemkring met zeer scherpe resonantiepiek te maken.
1315 verdiepingen Zelfstandig naamwoord meervoud van het zelfstandig naamwoord verdieping.
1316 name Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈnaːmə/ singular past subjunctive of nemen.
1317 look Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /loːk/ staafje dat zo is gevormd en bevestigd dat je er een deur of luik mee kunt afsluiten door het te draaien.
1318 runt Werkwoord /rʏnt/ tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van runnen.
1319 mislukking Zelfstandig naamwoord iets dat niet goed is gegaan.
1320 rum Zelfstandig naamwoord /rʏm/ een sterkedrank die bereid wordt uit het sap van suikerriet.
1321 roeien Werkwoord /ˈru.iə(n)/ een wedstrijdsport waarbij een bepaalde baan zo snel mogelijk roeiend [1] afgelegd moet worden.
1322 torpedo Zelfstandig naamwoord /tɔrˈpeː.doː/ een zelf-aangedreven (meestal) geleid maritiem-militair wapen dat onder water opereert en dat bedoeld is om te ontploffe…
1323 aanraking Zelfstandig naamwoord /ˈaːnˌraː.kɪŋ/ in aanraking met: te maken hebbend met; contact hebben met.
1324 defect Zelfstandig naamwoord, Bijvoeglijk naamwoord /deːˈfɛkt/ storing, beschadiging van een apparaat.
1325 jaarlijkse Bijvoeglijk naamwoord verbogen vorm van de stellende trap van jaarlijks.
1326 pakten Werkwoord meervoud verleden tijd van pakken.
1327 gevoerd Werkwoord, Bijvoeglijk naamwoord /ɣəˈvurt/ voltooid deelwoord van voeren.
1328 bezorgde Werkwoord, Bijvoeglijk naamwoord verbogen vorm van de stellende trap van bezorgd.
1329 slager Zelfstandig naamwoord /ˈslaː.ɣər/ een verkoper van vlees.
1330 verlichting Zelfstandig naamwoord /vərˈlɪx.tɪŋ/ een cultureel-filosofische en intellectuele stroming in Europa, periode van het rationalisme, die ruwweg samenviel met d…
1331 zalig Werkwoord, Bijvoeglijk naamwoord /ˈzaː.ləx/ gerechtvaardigd tegenover God, doordat men van zonde bevrijd is.
1332 ninja Zelfstandig naamwoord /ˈnɪɲa/ geheim agent of huurling in de Japanse middeleeuwen, de figuur van een ninja komt veelvuldig voor in de populaire cultuu…
1333 p Zelfstandig naamwoord /peː/ hoofdletter van de p, de zestiende letter van het alfabet.
1334 fit Zelfstandig naamwoord, Werkwoord, Bijvoeglijk naamwoord / 'fɪt / meethaak met een vaste en een verschuifbare tong, fithaak.
1335 geschift Zelfstandig naamwoord, Werkwoord, Bijvoeglijk naamwoord /ɣə.ˈsxɪft/ (Zelfstandig naamwoord).
1336 ertegen Bijwoord /ərˈteː.ɣə(n)/ persoonlijk: *tegen+het, tegen+ze:.
1337 opvolgen Werkwoord /ˈɔpfɔlɣə(n)/ uitvoeren wat een ander aangeraden of bevolen heeft.
1338 achtste Zelfstandig naamwoord, Bijvoeglijk naamwoord /ˈɑx(t)stə/ een deel van iets waarbij acht van deze delen samen het geheel vormen.
1339 ghost Werkwoord enkelvoud tegenwoordige tijd van ghosten.
1340 bewaart Werkwoord tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van bewaren.
1341 wormen Zelfstandig naamwoord /ˈwɔrmə(n)/ een informele groep van ongewervelde dieren die niet tot de geleedpotigen behoren en die meer dan 25.000 soorten telt. B…
1342 vork Zelfstandig naamwoord /vɔrk/ voorwerp bestaande uit een greep en (meestal 3 of 4) tanden, waarmee vast voedsel wordt gegeten.
1343 agentschap Zelfstandig naamwoord /aːˈɣɛnt.sxɑp/ lokale vertegenwoording van een grotere organisatie.
1344 zestig Zelfstandig naamwoord, Bijvoeglijk naamwoord /ˈsɛs.təx/ "60", het getal tussen negenenvijftig en eenenzestig, zes maal tien.
1345 salon Zelfstandig naamwoord /saːˈlɔn/ kunstzinnige en/of filosofische bijeenkomst van geletterden, vaak bij iemand thuis gehouden; met name populair in Frankr…
1346 ziektes Zelfstandig naamwoord meervoud van het zelfstandig naamwoord ziekte.
1347 penning Zelfstandig naamwoord /ˈpɛ.nɪŋ/ situatie op het bord waarbij drie stukken waarvan er twee dezelfde kleur hebben zich op een lijn bevinden en het middels…
1348 beschuldigde Zelfstandig naamwoord, Werkwoord verbogen vorm van beschuldigd, voltooid deelwoord van beschuldigen.
1349 deadline Zelfstandig naamwoord /ˈdɛt.lɑi̯n/ uiterste datum/tijdstip waarop iets gedaan moet zijn.
1350 peloton Zelfstandig naamwoord /peloˈtɔn/ groep van enige tientallen soldaten met één officier, onderdeel van een compagnie.
1351 diezelfde Voornaamwoord, Lidwoord /ˌdiˈzɛlf.də/ that same, the aforementioned.
1352 yes Tussenwerpsel /jɛs/ absoluut.
1353 dierbare Zelfstandig naamwoord, Bijvoeglijk naamwoord /ˈdirbarə/ verbogen vorm van de stellende trap van dierbaar.
1354 overdrijven Werkwoord /ˌoːvərˈdrɛi̯və(n)/ de feiten groter, kleiner, mooier of slechter voorstellen dan ze zijn.
1355 wegrennen Werkwoord /ˈʋɛxˌrɛ.nə(n)/ zich snel te voet verwijderen.
1356 plein Zelfstandig naamwoord /plɛi̯n/ open plek tussen gebouwen place vrouwelijk marktplein place du marché schoolplein cour de récréation.
1357 hechtingen Zelfstandig naamwoord meervoud van het zelfstandig naamwoord hechting.
1358 limo Zelfstandig naamwoord /ˈli.moː/ verlengde luxe personenwagen met chauffeur, vaak voorzien van getinte ruiten.
1359 hert Zelfstandig naamwoord, Bijvoeglijk naamwoord /ɦɛrt/
1360 politicus Zelfstandig naamwoord /ˌpoːˈli.ti.kʏs/ iemand die zich beroepsmatig met politiek bezighoudt.
1361 heengaan Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈɦeːn.ɣaːn/ het komen te overlijden.
1362 opdrachten Zelfstandig naamwoord meervoud van het zelfstandig naamwoord opdracht.
1363 blaast Werkwoord tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van blazen.
1364 belden Werkwoord meervoud verleden tijd van bellen.
1365 avondje Zelfstandig naamwoord /'avɔncə/ verkleinwoord enkelvoud van het zelfstandig naamwoord avond.
1366 automatische Bijvoeglijk naamwoord verbogen vorm van de stellende trap van automatisch.
1367 schildpad Zelfstandig naamwoord /ˈsxɪl(t).pɑt/ een materiaal dat ter decoratie gebruikt in onder andere sieraden en meubelen, afkomstig van het schild van bepaalde sch…
1368 treinen Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈtrɛinə(n)/ meervoud van het zelfstandig naamwoord trein.
1369 Zweden Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈzʋeː.də(n)/ een land in het noorden van Europa, grenzend aan Noorwegen en Finland. De officiële naam is het Koninkrijk Zweden (Konun…
1370 scheer Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /sxeːr/ een kleine nauwelijks uit de zee oprijzende rots of klein eiland.
1371 moer Zelfstandig naamwoord /mur/ vrouwelijk wezen, zoals de moederstam van een gist of plant of een vrouwelijk konijn, haas of fret.
1372 kermis Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈkɛr.mɪs/ een feest met attracties.
1373 geïnfecteerd Werkwoord, Bijvoeglijk naamwoord voltooid deelwoord van infecteren.
1374 logische Bijvoeglijk naamwoord verbogen vorm van de stellende trap van logisch.
1375 katholieke Bijvoeglijk naamwoord verbogen vorm van de stellende trap van katholiek.
1376 hoeken Zelfstandig naamwoord, Werkwoord meervoud van het zelfstandig naamwoord hoek.
1377 opkomt Werkwoord tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van opkomen.
1378 stalker Zelfstandig naamwoord /ˈstɑl.kər/ iemand die iemand anders op een dwangmatige en hinderlijke wijze achtervolgt.
1379 piep Zelfstandig naamwoord, Werkwoord, Bijvoeglijk naamwoord, Tussenwerpsel /pip/ een piepend geluid.
1380 zeik Zelfstandig naamwoord, Werkwoord vervelend gedoe.
1381 bankrekening Zelfstandig naamwoord /ˈbɑŋk.reː.kəˌnɪŋ/ een rekening-courant bij een bank.
1382 letter Zelfstandig naamwoord /ˈlɛ.tər/ een teken om in geschreven taal een klank van de gesproken taal weer te geven.
1383 mop Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /mɔp/ een (dek)zwabber of huishoudelijk hulpstuk om vloeren (afhankelijk van de soort mop droog of juist nat) te reinigen.
1384 populaire Bijvoeglijk naamwoord verbogen vorm van de stellende trap van populair.
1385 kerstavond Zelfstandig naamwoord /ˈkɛrstˌaː.vɔnt/ de avond voor kerst op 24 december.
1386 minimaal Bijvoeglijk naamwoord, Bijwoord /ˈminimal/ het kleinst mogelijk.
1387 krijgsraad Zelfstandig naamwoord een raad die optreedt als rechtsorgaan in het krijgsrecht.
1388 clan Zelfstandig naamwoord /klɛn/ stam [3], familie.
1389 kristallen Zelfstandig naamwoord, Bijvoeglijk naamwoord meervoud van het zelfstandig naamwoord kristal.
1390 genegeerd Werkwoord voltooid deelwoord van negeren.
1391 digitale Bijvoeglijk naamwoord verbogen vorm van de stellende trap van digitaal.
1392 ridders Zelfstandig naamwoord meervoud van het zelfstandig naamwoord ridder.
1393 verliezer Zelfstandig naamwoord /vərˈli.zər/ iemand die in een spel, wedstrijd, onderhandeling of oorlog verliest.
1394 overigens Bijwoord /ˈoː.və.rə.ɣəns/ buiten het zojuist genoemde om.
1395 vanzelfsprekend Bijvoeglijk naamwoord, Bijwoord /vɑn.zɛlfˈspreː.kənt/ overduidelijk geldend, zonder verdere uitleg duidelijk.
1396 stropdas Zelfstandig naamwoord /ˈstrɔp.dɑs/ lange, smalle reep stof die onder de kraag van het overhemd wordt vastgeknoopt en waarin een sierknoop gelegd wordt.
1397 gezamenlijke Bijvoeglijk naamwoord verbogen vorm van de stellende trap van gezamenlijk.
1398 hersenschudding Zelfstandig naamwoord /ˈɦɛr.sə(n)ˌsxʏ.dɪŋ/ schade aan de hersenen door uitwendig geweld.
1399 werkgever Zelfstandig naamwoord /ˌʋɛrkˈxeː.vər/ persoon die of bedrijf dat werk verschaft aan anderen.
1400 dekens Zelfstandig naamwoord /ˈdekəns/ meervoud van het zelfstandig naamwoord deken.
1401 vertegenwoordigt Werkwoord tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van vertegenwoordigen.
1402 pomp Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /pɔmp/ werktuig dat door middel van drukverschil vloeistoffen of gassen verplaatst.
1403 dakloze Zelfstandig naamwoord, Bijvoeglijk naamwoord /ˈdɑkˌloː.zə/ iemand die op de straat leeft, zonder vaste verblijfplaats.
1404 och Tussenwerpsel /ɔx/ inleidende uitroep om iets goed te praten of als uitdrukking van welwillendheid.
1405 piraat Zelfstandig naamwoord /piˈraːt/ iemand die zonder vergunning en/of illegaal een bepaalde activiteit doet.
1406 opgeleverd Werkwoord voltooid deelwoord van opleveren.
1407 uniformen Zelfstandig naamwoord meervoud van het zelfstandig naamwoord uniform.
1408 wortel Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈʋɔr.təl/ radix, de kleinste betekenisvolle eenheid in een taal, ontdaan van alle afhankelijke, betekenisdragende elementen, zoals…
1409 wei Zelfstandig naamwoord /ʋɛi̯/ vloeibaar deel van het bloed dat overblijft na verwijdering van de bloedcellen en de stolstof, bloedplasma.
1410 vakbond Zelfstandig naamwoord /ˈvɑk.bɔnt/ vakvereniging van werknemers, meestal uit dezelfde vaksector, die de belangen van het vak en haar leden wil behartigen.
1411 beantwoordt Werkwoord tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van beantwoorden.
1412 aangetast Werkwoord, Bijvoeglijk naamwoord /ˈaŋɣəˌtɑst/ voltooid deelwoord van aantasten.
1413 literatuur Zelfstandig naamwoord /ˌli.tə.raːˈtyr/ de verzameling geschreven en na controle door vakgenoten gepubliceerde mededelingen van een vakgebied.
1414 oprit Zelfstandig naamwoord /ˈɔprɪt/ een stuk weg tussen de openbare weg en het huis om de auto te parkeren of als toegang tot een garage.
1415 betreden Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /bəˈtreːdə(n)/ (Zelfstandig naamwoord).
1416 contracten Zelfstandig naamwoord meervoud van het zelfstandig naamwoord contract.
1417 trucjes Zelfstandig naamwoord verkleinwoord meervoud van het zelfstandig naamwoord truc.
1418 onvermijdelijk Bijvoeglijk naamwoord /ˌɔn.vərˈmɛi̯.də.lək/ waaraan niet te ontsnappen is.
1419 nobel Bijvoeglijk naamwoord eerbiedwaardig.
1420 verwachting Zelfstandig naamwoord /vərˈʋɑx.tɪŋ/ datgene wat verwacht wordt.
1421 korter Bijvoeglijk naamwoord onverbogen vorm van de vergrotende trap van kort.
1422 loterij Zelfstandig naamwoord /lɔ.təˈrɛi̯/ een schema waarbij door velen een kleine financiële inzet gedaan wordt, waaruit aan weinigen, door het lot bepaald, een…
1423 verraders Zelfstandig naamwoord meervoud van het zelfstandig naamwoord verrader.
1424 teruggebracht Werkwoord voltooid deelwoord van terugbrengen.
1425 dingetje Zelfstandig naamwoord /'dɪŋəcə/ verkleinwoord enkelvoud van het zelfstandig naamwoord ding.
1426 end Zelfstandig naamwoord /ɛnt/ uiterste deel, daar waar iets ophoudt.
1427 groet Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ɣrut/ een uiting waarbij men elkaars aanwezigheid erkent wanneer men elkaar ontmoet.
1428 canyon Zelfstandig naamwoord /ˈkɛɲən/ dal tussen steile rotsen.
1429 ontken Werkwoord eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van ontkennen.
1430 wormgat Zelfstandig naamwoord is een hypothetische mogelijkheid binnen de ruimte-tijd. In de normale ruimte kan men tussen twee punten niet sneller re…
1431 nagekeken Werkwoord /ˈnaː.ɣə.keː.kən/ voltooid deelwoord van nakijken.
1432 beïnvloed Werkwoord /bəˈʔɪɱvlut/ eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van beïnvloeden.
1433 controleerde Werkwoord enkelvoud verleden tijd van controleren.
1434 absolute Bijvoeglijk naamwoord verbogen vorm van de stellende trap van absoluut.
1435 security Zelfstandig naamwoord /siˈkjurəˌti/ plaats waar wordt gecontroleerd dat mensen geen wapens of andere gevaarlijke spullen meenemen.
1436 steak Zelfstandig naamwoord /steːk/ een geroosterd stuk vlees van een rund.
1437 offers Zelfstandig naamwoord meervoud van het zelfstandig naamwoord offer.
1438 spannende Werkwoord, Bijvoeglijk naamwoord verbogen vorm van de stellende trap van spannend.
1439 evacuatie Zelfstandig naamwoord /ˌeːvaːkyˈaː(t)si/ het weghalen van de burgerbevolking in verband met een bepaalde dreiging.
1440 fik Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /fɪk/ bepaald type langharige hond met spitse snuit en oren, ook gebruikt als algemene aanduiding voor niet al te grote honden.
1441 pikt Werkwoord tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van pikken.
1442 are Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈaː.rə/ een oppervlaktemaat ter grootte van een vierkante decameter, gelijk aan 10 m × 10 meter, gelijk aan 100 m², weergegeven…
1443 teruggekeerd Werkwoord voltooid deelwoord van terugkeren.
1444 gay Zelfstandig naamwoord, Bijvoeglijk naamwoord /ge/ iemand die seksueel wordt aangetrokken door mensen met hetzelfde geslacht.
1445 uitgehongerd Werkwoord, Bijvoeglijk naamwoord /ˈœytxəˌhɔŋərt/ lang geen of te weinig eten hebben gekregen.
1446 letsel Zelfstandig naamwoord /ˈlɛt.səl/ lichamelijke schade met name aangericht in een ongeluk of gevecht.
1447 nodigde Werkwoord enkelvoud verleden tijd van nodigen.
1448 dankbaarheid Zelfstandig naamwoord /ˈdɑŋk.baːrˌɦɛi̯t/ het dankbaar zijn.
1449 uithangen Werkwoord /ˈœy̯tˌɦɑ.ŋə(n)/ iets ruim ophangen.
1450 dooie Zelfstandig naamwoord, Werkwoord, Bijvoeglijk naamwoord /ˈdoːi̯.ə/ overleden mens of dier, een lijk.
1451 subtiel Bijvoeglijk naamwoord /sʏpˈtil/ alleen bij nauwkeurig toezien of voor fijn gevoel waar te nemen of te begrijpen.
1452 voordoen Werkwoord /ˈvoːrˌdun/ bij wijze van voorbeeld laten zien hoe iets gedaan hoort te worden.
1453 grondwet Zelfstandig naamwoord /ˈɣrɔnt.ʋɛt/ wet die de principes van een staat definieert.
1454 kastje Zelfstandig naamwoord /ˈkɑʃe/ verkleinwoord enkelvoud van het zelfstandig naamwoord kast.
1455 lip Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /lɪp/ dat wat door vorm, functie of plaatsing gelijkenis met een lip heeft.
1456 schud Werkwoord eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van schudden.
1457 pogingen Zelfstandig naamwoord meervoud van het zelfstandig naamwoord poging.
1458 enigszins Zelfstandig naamwoord, Bijwoord /ˌeː.nəxˈsɪns/ (Zelfstandig naamwoord).
1459 legers Zelfstandig naamwoord, Bijvoeglijk naamwoord meervoud van het zelfstandig naamwoord leger.
1460 provincie Zelfstandig naamwoord /ˌproːˈvɪn.si/ een staatkundig onderdeel van een land.
1461 intelligente Bijvoeglijk naamwoord /ˌɪn.tə.liˈɣɛn.tə/ verbogen vorm van de stellende trap van intelligent.
1462 bezoekje Zelfstandig naamwoord /bə'zukjə/ verkleinwoord enkelvoud van het zelfstandig naamwoord bezoek.
1463 neerzetten Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈnerzɛtə(n)/ (Zelfstandig naamwoord).
1464 agente Zelfstandig naamwoord /ˌaːˈɣɛn.tə/ vrouwelijke vorm van agent.
1465 wal Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ʋɑl/ onderhuidse ophoping van vet of vocht beneden de onderste oogleden, die soms samengaat met een donkere verkleuring.
1466 brits Zelfstandig naamwoord, Werkwoord, Bijvoeglijk naamwoord /brɪts/ de P-Keltische taal die de voorganger van het Welsh, Cornisch, Bretons en Cumbrisch was.
1467 meerderheid Zelfstandig naamwoord /ˈmeːr.dərˌɦɛi̯t/ een groep die binnen een groter geheel in aantal meer dan de helft uitmaakt.
1468 realistisch Bijvoeglijk naamwoord /ˌreː.aːˈlɪs.tis/ de werkelijkheid zo getrouw mogelijk weergevend.
1469 afstandsbediening Zelfstandig naamwoord /ˈɑf.stɑn(t)s.bəˌdi.nɪŋ/ een toestel dat vanaf afstand een ander toestel bestuurt.
1470 afkomst Zelfstandig naamwoord /ˈɑf.kɔmst/ de plaats waar je vandaan komt.
1471 deugt Werkwoord tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van deugen.
1472 semester Zelfstandig naamwoord /səˈmɛstər/ een half jaar.
1473 vlot Zelfstandig naamwoord, Werkwoord, Bijvoeglijk naamwoord /vlɔt/ gemakkelijk, eenvoudig, zonder veel problemen.
1474 bewaarde Werkwoord verbogen vorm van bewaard, voltooid deelwoord van bewaren.
1475 blikken Zelfstandig naamwoord, Werkwoord, Bijvoeglijk naamwoord /ˈblɪkə(n)/ meervoud van het zelfstandig naamwoord blik.
1476 horizon Zelfstandig naamwoord /ˈɦoː.ri.zɔn/ denkbeeldige lijn tot waar men het aardoppervlak kan zien en waar het aardoppervlak en de lucht elkaar lijken te raken.
1477 overboord Bijwoord /ˌovərˈbort/ het schip uit, het water in.
1478 insect Zelfstandig naamwoord /ɪnˈsɛkt/ diertje met zes pootjes en vaak met vleugels insecte mannelijk Er zijn hier allerlei insecten, zoals vliegen, muggen, we…
1479 uitgekomen Werkwoord voltooid deelwoord van uitkomen.
1480 verkrachter Zelfstandig naamwoord /vərˈkrɑx.tər/ iemand die seksuele handelingen verricht met een ander tegen de wil van die ander.
1481 warmer Zelfstandig naamwoord, Bijvoeglijk naamwoord onverbogen vorm van de vergrotende trap van warm.
1482 rekken Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈrɛ.kən/ door trekken of spannen langer of wijder worden.
1483 trofee Zelfstandig naamwoord /troːˈfeː/ duurzaam voorwerp dat na een overwinning als symbool daarvan aan de winnaar wordt uitgereikt.
1484 zwager Zelfstandig naamwoord /ˈzʋaː.ɣər/ de echtgenoot van een broer of zus of de broer van een echtgenote.
1485 behoeften Zelfstandig naamwoord meervoud van het zelfstandig naamwoord behoefte.
1486 boren Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈboːrə(n)/ meervoud van het zelfstandig naamwoord boor.
1487 sushi Zelfstandig naamwoord /ˈsu.ʃi/ gerecht uit Japan bestaande uit rijst met vaak rauwe vis, zeevruchten, ei, etc.
1488 vervullen Werkwoord /vərˈvʏlə(n)/ het (doen) uitkomen van een voorspelling of belofte.
1489 thuiskomen Werkwoord /ˈtœy̯sˌkoː.mə(n)/ terugkeren in de eigen woning.
1490 nationaal Zelfstandig naamwoord, Bijvoeglijk naamwoord /naː(t)ʃoːˈnaːl/ (Zelfstandig naamwoord).
1491 ge Zelfstandig naamwoord, Voornaamwoord /ɣə/ (Zelfstandig naamwoord).
1492 minuutjes Zelfstandig naamwoord verkleinwoord meervoud van het zelfstandig naamwoord minuut.
1493 tillen Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /tɪlə(n)/ iemand tekortdoen, niet geven waar hij recht op heeft.
1494 hacker Zelfstandig naamwoord /ˈɦɛ.kər/ iemand die geniet van de intellectuele uitdaging om op een creatieve, onorthodoxe manier aan technische beperkingen te o…
1495 ark Zelfstandig naamwoord /ɑrk/ vaartuig waarop men kan wonen.
1496 uitgesproken Werkwoord /ˈœy̯txəˌsproːkə(n)/ voltooid deelwoord van uitspreken.
1497 onderhandelingen Zelfstandig naamwoord meervoud van het zelfstandig naamwoord onderhandeling.
1498 gehoor Zelfstandig naamwoord het organische systeem om geluiden waar te nemen.
1499 bye Zelfstandig naamwoord, Tussenwerpsel /bɑːj/ reglementair toegekend voordeel waarvoor geen of slechts geringe inspanning vereist is door afwezigheid of fout van de t…
1500 bezoeker Zelfstandig naamwoord /bəˈzu.kər/ een persoon die iemand of iets bezoekt.
1501 pinda Zelfstandig naamwoord /ˈpɪn.daː/ Arachis hypogaea, een tot de vlinderbloemenfamilie behorende plant.
1502 deelde Werkwoord enkelvoud verleden tijd van delen.
1503 gedrukt Werkwoord, Bijvoeglijk naamwoord voltooid deelwoord van drukken.
1504 redelijke Bijvoeglijk naamwoord verbogen vorm van de stellende trap van redelijk.
1505 mate Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈmatə/ hulstachtige heester waarvan de gedroogde bladeren worden gebruikt voor thee, Ilex paraguariensis.
1506 genezing Zelfstandig naamwoord / xəˈneziŋ / het proces van het weer gezond worden.
1507 overdracht Zelfstandig naamwoord /ˈoː.vərˌdrɑxt/ het doorgeven van kracht of energie van het ene lichaam op het andere.
1508 cocktail Zelfstandig naamwoord /ˈkɔkteːl/ culinair voorgerecht of nagerecht dat wordt opgediend in een glas cocktail (kɔktɛl) mannelijk garnalencocktail cocktail…
1509 kusje Zelfstandig naamwoord /ˈkʏ.ʃə/ verkleinwoord enkelvoud van het zelfstandig naamwoord kus.
1510 excuseert Werkwoord tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van excuseren.
1511 schepsel Zelfstandig naamwoord /ˈsxɛp.səl/ creatuur; iets dat gemaakt is.
1512 stinkende Werkwoord, Bijvoeglijk naamwoord verbogen vorm van stinkend, het onvoltooid deelwoord van stinken.
1513 rente Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈrɛn.tə/ op geregelde tijden te betalen geldbedrag voor het vruchtgebruik van een geleende som geld.
1514 reacties Zelfstandig naamwoord meervoud van het zelfstandig naamwoord reactie.
1515 verplichtingen Zelfstandig naamwoord meervoud van het zelfstandig naamwoord verplichting.
1516 objecten Zelfstandig naamwoord meervoud van het zelfstandig naamwoord object.
1517 parade Zelfstandig naamwoord /ˌpaːˈraː.də/ schouwspel in de vorm van een optocht, al of niet van militaire aard.
1518 misdrijven Zelfstandig naamwoord, Werkwoord meervoud van het zelfstandig naamwoord misdrijf.
1519 liften Zelfstandig naamwoord, Werkwoord het, met een langs de weg aangehouden auto, als gratis passagier meerijden.
1520 schrijvers Zelfstandig naamwoord meervoud van het zelfstandig naamwoord schrijver.
1521 geheugenverlies Zelfstandig naamwoord /ɣəˈɦøː.ɣə(n).vərˌlis/ onvermogen om zich iets te herinneren, bv. van een bepaalde periode.
1522 konijnen Zelfstandig naamwoord meervoud van het zelfstandig naamwoord konijn.
1523 verwerkt Werkwoord tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van verwerken.
1524 schuldige Zelfstandig naamwoord, Bijvoeglijk naamwoord /ˈsxʏl.də.ɣə/ iemand die schuldig (aan een misdaad) is.
1525 et Werkwoord, Voegwoord /ɛt/ enkelvoud tegenwoordige tijd van etten.
1526 rechterkant Zelfstandig naamwoord /ˈrɛxtərˌkɑnt/ de overzijde van waar gewoonlijk het hart zit.
1527 tijde Zelfstandig naamwoord datief mannelijk van tijd.
1528 luiers Zelfstandig naamwoord, Bijvoeglijk naamwoord meervoud van het zelfstandig naamwoord luier.
1529 rapporteren Werkwoord het uitbrengen van een verslag of rapport.
1530 beledigend Werkwoord, Bijvoeglijk naamwoord /bəˈledəɣənt/ onvoltooid deelwoord van beledigen.
1531 vastzit Werkwoord eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van vastzitten.
1532 waaruit Bijwoord betrekkelijk: uit wat.
1533 heldere Bijvoeglijk naamwoord verbogen vorm van de stellende trap van helder.
1534 pleegt Werkwoord tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van plegen.
1535 wanhopige Zelfstandig naamwoord, Bijvoeglijk naamwoord verbogen vorm van de stellende trap van wanhopig.
1536 nikker Zelfstandig naamwoord /ˈnɪkər/ laatdunkende term voor "neger", een oorspronkelijke, donkerhuidige bewoner van Afrika ten zuiden van de Sahara #:⚠️ Dit…
1537 verwend Werkwoord, Bijvoeglijk naamwoord /vərˈwɛnt/ voltooid deelwoord van verwennen.
1538 behulp Zelfstandig naamwoord /bəˈɦʏlp/ hulp, wordt nog gebruikt in de voorzetseluitdrukking 'met behulp van' (m.b.v.).
1539 profeet Zelfstandig naamwoord /proːˈfeːt/ een persoon die boodschappen van een godheid aan de mensen doorgeeft.
1540 kontje Zelfstandig naamwoord /ˈkɔncə/ bij in plakken gesneden brood of gebak: elk van de uiteinden die grotendeels uit korst bestaan.
1541 Holt Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /hɔlt/ beroepsopleiding met veel theoretische kennis die 4 of 5 jaar duurt, vergelijkbaar met de tegenwoordige masteropleiding…
1542 verbeterd Werkwoord voltooid deelwoord van verbeteren.
1543 bevalling Zelfstandig naamwoord /bəˈvɑ.lɪŋ/ het baren van een kind.
1544 matras Zelfstandig naamwoord /maːˈtrɑs/ lichaamsondersteunend onderdeel van een bed.
1545 zuiveren Werkwoord /ˈzœy̯.və.rə(n)/ fouten of onvolkomenheden verwijderen uit.
1546 achtervolgt Werkwoord tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van achtervolgen.
1547 fonds Zelfstandig naamwoord effect (waardepapier) van een bepaalde uitgevende instelling b.v. een aandelenfonds, beleggingsfonds, indexfonds, obliga…
1548 verloving Zelfstandig naamwoord /vərˈloː.vɪŋ/ het verloofd zijn.
1549 spuiten Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈspœy̯tə(n)/ onder druk een vloeistof snel door een nauwe opening doen uitstromen.
1550 drong Werkwoord enkelvoud verleden tijd van dringen.
1551 navy Bijvoeglijk naamwoord marineblauw gekleurd.
1552 functies Zelfstandig naamwoord meervoud van het zelfstandig naamwoord functie.
1553 overtuiging Zelfstandig naamwoord /ˌoː.vərˈtœy̯.ɣɪŋ/ sterke mening of geloof.
1554 snee Zelfstandig naamwoord /sneː/ inkeping gemaakt door het snijden met een mes of ander scherp voorwerp.
1555 adelaar Zelfstandig naamwoord /ˈaː.dəˌlaːr/ veldteken of standaard met de afbeelding van een adelaar (m.n. in het Romeinse leger).
1556 vervolg Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /vərˈvɔlx/ wat volgt op een eerder iets, voortzetting.
1557 Bree Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /breː/ a city and municipality of Belgium.
1558 ontvoerde Werkwoord verbogen vorm van ontvoerd, voltooid deelwoord van ontvoeren.
1559 veeg Zelfstandig naamwoord, Werkwoord, Bijvoeglijk naamwoord /veːx/ een lastige en venijnige vrouw.
1560 dergelijks Voornaamwoord partitiefvorm van dergelijk: van dit soort; van dat soort.
1561 verlossing Zelfstandig naamwoord /vərˈlɔ.sɪŋ/ de bevrijding van de gevolgen van de zonden van de mens door het geloof in Jesus.
1562 mo Uitdrukking de afkorting voor middelbaar onderwijs.
1563 goddelijke Bijvoeglijk naamwoord verbogen vorm van de stellende trap van goddelijk.
1564 haard Zelfstandig naamwoord /ɦaːrt/ plaats van waaruit zich een ziekte of andere ramp verspreidt.
1565 slaagt Werkwoord tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van slagen.
1566 overdrijft Werkwoord tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van overdrijven.
1567 internationaal Zelfstandig naamwoord, Bijvoeglijk naamwoord /ˌɪn.tər.naː.(t)ʃoːˈnaːl/ an international actor, e.g. player in a national sports team.
1568 conclusies Zelfstandig naamwoord meervoud van het zelfstandig naamwoord conclusie.
1569 plukken Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈplʏkə(n)/ een door de lucht vliegende bal grijpen.
1570 overslaan Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈoːvərˌslaːn/ (Zelfstandig naamwoord).
1571 gedraaid Werkwoord, Bijvoeglijk naamwoord voltooid deelwoord van draaien.
1572 oorsprong Zelfstandig naamwoord /ˈoːrˌsprɔŋ/ snijpunt van de basisvectoren van een vectorruimte.
1573 manschappen Zelfstandig naamwoord /ˈmɑnsxɑpə(n)/ soldaten of matrozen die een legermacht uitmaken.
1574 woordje Zelfstandig naamwoord /ˈʋoːrtʃə/ verkleinwoord enkelvoud van het zelfstandig naamwoord woord.
1575 hulpeloos Zelfstandig naamwoord, Bijvoeglijk naamwoord /ˈɦʏl.pə.loːs/ (Zelfstandig naamwoord).
1576 chantage Zelfstandig naamwoord /ʃɑn'taʒə/ mensen onder voor de buitenwereld onzichtbare bedreiging zaken tegen hun wil laten doen.
1577 inslag Zelfstandig naamwoord /ˈɪn.slɑx/ horizontale draden die tijdens het weven tussen de opgespannen draden van de schering worden ingebracht.
1578 voorspelling Zelfstandig naamwoord een uitspraak over iets wat in de toekomst zou kunnen gebeuren.
1579 zaklamp Zelfstandig naamwoord /ˈzɑklɑmp/ kleine, draagbare lamp die op batterijen werkt.
1580 aanstaande Zelfstandig naamwoord, Werkwoord, Bijvoeglijk naamwoord /ˈaːn.staːn.də/ verloofde.
1581 lood Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /loːt/ een oude gewichtsmaat ter grootte van 1/32 van een traditioneel pond: 15 gram, na invoering metriek stelsel ook gebruikt…
1582 neukte Werkwoord enkelvoud verleden tijd van neuken.
1583 gesmolten Werkwoord /ɣə'smɔltə(n)/ voltooid deelwoord van smelten.
1584 ontstond Werkwoord /ɔntˈstɔnt/ enkelvoud verleden tijd van ontstaan.
1585 afloopt Werkwoord tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van aflopen.
1586 droegen Werkwoord meervoud verleden tijd van dragen.
1587 gerookt Werkwoord, Bijvoeglijk naamwoord voltooid deelwoord van roken.
1588 voertuigen Zelfstandig naamwoord meervoud van het zelfstandig naamwoord voertuig.
1589 psychologie Zelfstandig naamwoord /ˌpsi.xoː.loːˈɣi/ de wetenschap die zich bezighoudt met het onderzoek naar bewustzijnsverschijnselen, het bewuste, het onderbewuste en het…
1590 f Zelfstandig naamwoord /ɛf/ de zesde toon van de chromatische, en de vierde toon van de diatonische toonladder.
1591 geestelijk Zelfstandig naamwoord, Bijvoeglijk naamwoord, Bijwoord /ˈɣestələk/ (Zelfstandig naamwoord).
1592 zoom Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /zoːm/ tegen uitrafeling beschermende omslag van het uiteinde van een kledingstuk.
1593 stadion Zelfstandig naamwoord groot complex voorzien van sportvelden, tribunes en bijbehorende nutsvoorzieningen.
1594 buzz Zelfstandig naamwoord /bʏːs/ de (overmatige) aandacht voor iets.
1595 chemicaliën Zelfstandig naamwoord /xemiˈkalijə(n)/ stoffen die bestemd zijn om een rol te spelen bij een scheikundige reactie of het product daarvan zijn.
1596 master Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /'mɑːstər/ graad die aangeeft dat iemand een masteropleiding heeft voltooid aan een universiteit of hogeschool.
1597 geknoeid Werkwoord voltooid deelwoord van knoeien.
1598 hilarisch Zelfstandig naamwoord, Bijvoeglijk naamwoord /ɦiˈlaːris/ (Zelfstandig naamwoord).
1599 label Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈleːbəl/ kaart met extra informatie, etiket.
1600 muizen Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈmœʏ.zə(n)/ meervoud van het zelfstandig naamwoord muis.
1601 confrontatie Zelfstandig naamwoord /kɔnfrɔnˈtaː.(t)si/ aanvaring met andere persoon of zware problemen tussen groepen.
1602 vangst Zelfstandig naamwoord /vɑŋst/ het gevangene, het resultaat van het vangen.
1603 humeur Zelfstandig naamwoord /ɦyˈmøːr/ mentale of emotionele toestand.
1604 slipje Zelfstandig naamwoord /ˈslɪpjə/ verkleinwoord enkelvoud van het zelfstandig naamwoord slip.
1605 observatie Zelfstandig naamwoord /ˌɔp.sɛrˈvaː.(t)si/ wat men met de zintuigen kan waarnemen.
1606 verwond Werkwoord /vərˈwɔnt/ eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van verwonden.
1607 uitrusten Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈœy̯trʏstə(n)/ (Zelfstandig naamwoord).
1608 verzoeken Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /vərˈzukə(n)/ aan iemand vragen iets al dan niet te doen.
1609 kustwacht Zelfstandig naamwoord /ˈkʏstwɑxt/ een staatsorgaan dat de beveiliging van de kustwateren tot taak heeft.
1610 vernederen Zelfstandig naamwoord, Werkwoord (Zelfstandig naamwoord).
1611 gereisd Werkwoord /ɣəˈrɛist/ voltooid deelwoord van reizen.
1612 bondgenoot Zelfstandig naamwoord /ˈbɔnt.xəˌnoːt/ een andere macht waarmee een afspraak gemaakt is aan dezelfde zijde te zullen strijden.
1613 werkwijze Zelfstandig naamwoord /ˈʋɛrk.ʋɛi̯.zə/ de manier waarop men te werk gaat.
1614 streep Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /streːp/ een begrenzing die niet overtreden dient te worden.
1615 rondjes Zelfstandig naamwoord verkleinwoord meervoud van het zelfstandig naamwoord rond.
1616 kraan Zelfstandig naamwoord /kraːn/ /, (van kabels en katrollen voorzien) werktuig om voorwerpen in de hoogte te verplaatsen.
1617 take Werkwoord /ˈtakə/ aanvoegende wijs van taken.
1618 bordeel Zelfstandig naamwoord /bɔrˈdeːl/ een huis waarin tegen betaling seksuele diensten worden aangeboden.
1619 verenigd Zelfstandig naamwoord, Werkwoord, Bijvoeglijk naamwoord /vərˈeːnɪxt/ (Zelfstandig naamwoord).
1620 bandje Zelfstandig naamwoord /ˈbɛɲcə/ verkleinwoord enkelvoud van het zelfstandig naamwoord band.
1621 magazine Zelfstandig naamwoord /ˈmɛ.ɡəˌziːn/ nieuwsprogramma op radio of tv dat met vaste tussenpozen wordt uitgezonden.
1622 spaghetti Zelfstandig naamwoord Italiaanse pasta van lange, dunne ronde slierten.
1623 verbetering Zelfstandig naamwoord /vərˈbetəˌrɪŋ/ een verandering ten goede.
1624 onbelangrijk Zelfstandig naamwoord, Bijvoeglijk naamwoord /ˌɔm.bə.ˈlɑŋ.rɛi̯k/ (Zelfstandig naamwoord).
1625 artikelen Zelfstandig naamwoord meervoud van het zelfstandig naamwoord artikel.
1626 afgehandeld Werkwoord voltooid deelwoord van afhandelen.
1627 traditionele Bijvoeglijk naamwoord verbogen vorm van de stellende trap van traditioneel.
1628 kids Zelfstandig naamwoord /kɪts/ meervoud van het zelfstandig naamwoord kid.
1629 medium Zelfstandig naamwoord, Bijvoeglijk naamwoord /ˈmeːdiʏm/ een overdrager van informatie uit andere dimensies, iemand met paranormale vermogens.
1630 meewerkt Werkwoord tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van meewerken.
1631 dolfijnen Zelfstandig naamwoord Delphinidae een familie van in zee levende walvisachtigen. Ze worden ook wel dolfijnachtigen, zeedolfijnen of echte dolf…
1632 monteur Zelfstandig naamwoord /mɔnˈtør/ deskundige die machines, apparaten, leidingen e.d. in elkaar zet of herstelt.
1633 psychiatrische Bijvoeglijk naamwoord verbogen vorm van de stellende trap van psychiatrisch.
1634 taco Zelfstandig naamwoord kleine, krokant gebakken, gevouwen tortilla, gevulde Mexicaanse maïspannenkoek.
1635 aangename Bijvoeglijk naamwoord /ˈaŋɣəˌnamə/ verbogen vorm van de stellende trap van aangenaam.
1636 toegegeven Werkwoord voltooid deelwoord van toegeven.
1637 versterken Werkwoord /vərˈstɛr.kə(n)/ een elektrisch signaal in spanning doen toenemen.
1638 kostuums Zelfstandig naamwoord meervoud van het zelfstandig naamwoord kostuum.
1639 paspoorten Zelfstandig naamwoord meervoud van het zelfstandig naamwoord paspoort.
1640 zaakjes Zelfstandig naamwoord verkleinwoord meervoud van het zelfstandig naamwoord zaak.
1641 toiletten Zelfstandig naamwoord /twaˈlɛtə(n)/ meervoud van het zelfstandig naamwoord toilet.
1642 uitvinding Zelfstandig naamwoord /ˈœy̯tvɪndɪŋ/ de daad van het uitvinden, het ontdekken van een nieuwe methode of een nieuw toestel.
1643 update Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈʏp.deːt/ een gemoderniseerde versie van een computerprogramma.
1644 klep Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /klɛp/ klep van een broek: een deel van het zitvlak van een broek dat kan worden weggeklapt bij de toiletgang zodat men niet de…
1645 accountant Zelfstandig naamwoord /ɑˈkɑu̯n.tənt/ iemand die zijn beroep maakt van het inrichten en controleren van boekhoudingen en administraties.
1646 bedtijd Zelfstandig naamwoord /ˈbɛ.tɛi̯t/ tijd om te gaan slapen.
1647 verdenken Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /vərˈdɛŋ.kə(n)/ (Zelfstandig naamwoord).
1648 spoel Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /spul/ een cilindrische vorm (klos) waaromheen een vezel of draad gewonden kan worden (bij het spinnen, weven of machinaal naai…
1649 neiging Zelfstandig naamwoord /ˈnɛi̯.ɣɪŋ/ het onbewust graag op een bepaalde manier gedragen.
1650 afleveren Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈɑfleːvərə(n)/ (Zelfstandig naamwoord).
1651 ongebruikelijk Bijvoeglijk naamwoord niet conform datgene wat gebruikelijk is.
1652 leerden Werkwoord meervoud verleden tijd van leren.
1653 offeren Werkwoord /ˈɔ.fə.rə(n)/ wijden aan, als offer aanbieden.
1654 ingrijpen Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈɪŋɣrɛipə(n)/ (Zelfstandig naamwoord).
1655 wegblijven Werkwoord /'wɛxblɛivə(n)/ niet daar zijn waar je verwacht wordt.
1656 hierachter Bijwoord /ˈhirɑxtər/ vervangt achter dit, achter deze.
1657 knip Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /knɪp/ eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van knippen.
1658 negeert Werkwoord tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van negeren.
1659 contactpersoon Zelfstandig naamwoord /kɔnˈtɑkt.pɛrˌsoːn/ iemand die het contact verzorgt tussen twee personen of groepen die elkaar niet fysiek kunnen of mogen treffen.
1660 christelijke Bijvoeglijk naamwoord verbogen vorm van de stellende trap van christelijk.
1661 verzint Werkwoord tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van verzinnen.
1662 crack Zelfstandig naamwoord, Werkwoord gevaarlijke harddrug met door verwarming gezuiverde cocaïne als hoofdbestanddeel.
1663 economische Bijvoeglijk naamwoord verbogen vorm van de stellende trap van economisch.
1664 slok Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /slɔk/ een mondvol vloeistof die ingeslikt wordt.
1665 geneest Werkwoord /ɣəˈnest/ tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van genezen.
1666 tegoed Zelfstandig naamwoord /təˈɣut/ middelen waarop men (bij een spaarinstelling) aanspraak kan maken.
1667 rivieren Zelfstandig naamwoord /riˈvirə(n)/ meervoud van het zelfstandig naamwoord rivier.
1668 immuniteit Zelfstandig naamwoord /iˌmy.niˈtɛi̯t/ onschendbaarheid m.b.t. bepaalde wetten.
1669 militairen Zelfstandig naamwoord meervoud van het zelfstandig naamwoord militair.
1670 vernedering Zelfstandig naamwoord /vərˈnedəˌrɪŋ/ de situatie waardoor iemand zich door een ander minderwaardig voelt.
1671 heersen Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈɦeːrsən/ (Zelfstandig naamwoord).
1672 benaderd Werkwoord voltooid deelwoord van benaderen.
1673 hebzucht Zelfstandig naamwoord /ˈɦɛbˌzʏxt/ een overdreven begeerte naar materieel gewin.
1674 uitdoen Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈœy̯dun/ (Zelfstandig naamwoord).
1675 beha Zelfstandig naamwoord /beːˈɦaː/ een kledingstuk voor vrouwen dat de borsten ondersteunt.
1676 gedeeltelijk Zelfstandig naamwoord, Bijvoeglijk naamwoord, Bijwoord /ɣəˈdeltələk/ (Zelfstandig naamwoord).
1677 cavalerie Zelfstandig naamwoord /ˌkaː.vaː.ləˈri/ eenheden met gepantserde voertuigen.
1678 beeldschoon Zelfstandig naamwoord, Bijvoeglijk naamwoord /beːltˈsxoːn/ (Zelfstandig naamwoord).
1679 presenteren Werkwoord /ˌpreː.zɛnˈteː.rə(n)/ op een goed voorbereide wijze aanbieden aan anderen.
1680 verkleden Werkwoord /vərˈkleːdə(n)/ zich vermommen door andere kleren aan te trekken.
1681 verdenking Zelfstandig naamwoord /vərˈdɛŋ.kɪŋ/ het vermoeden van het uitvoeren van een (strafbaar) feit.
1682 roddels Zelfstandig naamwoord meervoud van het zelfstandig naamwoord roddel.
1683 passagier Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /pɑ.sɑˈʒiːr/ iemand die al of niet tegen betaling meereist met een voer-, vaar- of vliegtuig.
1684 slik Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /slɪk/ eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van slikken.
1685 verbindt Werkwoord tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van verbinden.
1686 laser Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈleː.zər/ lichtbron die uiterst intense lichtstraal van één kleur uitzendt.
1687 klets Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /klɛts/ eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van kletsen.
1688 huishoudster Zelfstandig naamwoord /ˈhœyshɑutstər/ vrouw die andermans huishouden verzorgt.
1689 bevestig Werkwoord eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van bevestigen.
1690 gangen Zelfstandig naamwoord meervoud van het zelfstandig naamwoord gang.
1691 adressen Zelfstandig naamwoord meervoud van het zelfstandig naamwoord adres.
1692 uitkijk Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈœy̯t.kɛi̯k/ een dorp in het Surinaamse district Saramacca.
1693 zootje Zelfstandig naamwoord /ˈzocə/ verkleinwoord enkelvoud van het zelfstandig naamwoord zooi.
1694 hamburgers Zelfstandig naamwoord meervoud van het zelfstandig naamwoord hamburger.
1695 berouw Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /bəˈrɑu̯/ het betreuren van een eerdere kwalijke daad, spijt, schuldgevoel.
1696 vogeltje Zelfstandig naamwoord /ˈvɔɣəlcə/ verkleinwoord enkelvoud van het zelfstandig naamwoord vogel.
1697 banaan Zelfstandig naamwoord /baːˈnaːn/ tropische, eetbare, langwerpige, gele vrucht met wit en zacht vruchtvlees banane (banan) vrouwelijk een tros bananen un…
1698 intimidatie Zelfstandig naamwoord /ɪntimiˈda(t)si/ het intimideren.
1699 brandweerman Zelfstandig naamwoord /ˈbrɑnt.ʋeːrˌmɑn/ speciaal voor het bestrijden van branden opgeleid lid van de brandweer.
1700 neven Zelfstandig naamwoord, Voorzetsel /ˈneː.və(n)/ beside, next to.
1701 tegenstanders Zelfstandig naamwoord meervoud van het zelfstandig naamwoord tegenstander.
1702 aandoening Zelfstandig naamwoord /ˈaːnˌdunɪŋ/ is de verzameling van symptomen, syndromen, klinische tekens, ziekten, handicaps en letsels.
1703 regiment Zelfstandig naamwoord /ˌreː.ʒiˈmɛnt/ een legereenheid, afdeling van de strijdkrachten.
1704 gedekt Werkwoord, Bijvoeglijk naamwoord /xə'dɛkt/ voltooid deelwoord van dekken.
1705 zogenaamd Bijvoeglijk naamwoord, Bijwoord /ˌzoː.ɣəˈnaːmt/ door anderen zo genoemd (waarmee de gebruiker afstand neemt van de naam of het begrip zelf), niet echt.
1706 gepikt Werkwoord voltooid deelwoord van pikken.
1707 versturen Werkwoord /vərˈstyrə(n)/ iets aan een verzendbedrijf ter bezorging afgeven.
1708 heupen Zelfstandig naamwoord /ˈɦøːpə(n)/ meervoud van het zelfstandig naamwoord heup.
1709 pompen Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈpɔm.pə(n)/ variant op knikkeren waarbij het de bedoeling is om knikkers met behulp van andere knikkers uit een kuiltje te krijgen.
1710 overmorgen Bijwoord de eerstvolgende dag na morgen.
1711 meet Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /meːt/ een grensstreep, een eindstreep.
1712 hormonen Zelfstandig naamwoord /hɔrˈmonə(n)/ meervoud van het zelfstandig naamwoord hormoon.
1713 pindakaas Zelfstandig naamwoord, Bijvoeglijk naamwoord /ˈpɪndaːˌkaːs/ een soort broodbeleg dat bestaat uit een pasta van pinda's, slaolie en zout.
1714 braken Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈbraː.kə(n)/ meervoud van het zelfstandig naamwoord braak.
1715 overtuigde Werkwoord, Bijvoeglijk naamwoord verbogen vorm van overtuigd, voltooid deelwoord van overtuigen.
1716 vergiftigen Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /vərˈɣɪf.tə.ɣə(n)/ (Zelfstandig naamwoord).
1717 voedt Werkwoord tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van voeden.
1718 vlinder Zelfstandig naamwoord, Werkwoord, Bijvoeglijk naamwoord /ˈvlɪn.dər/ (Bijvoeglijk naamwoord).
1719 teksten Zelfstandig naamwoord meervoud van het zelfstandig naamwoord tekst.
1720 tornado Zelfstandig naamwoord /tɔrˈnado/ een draaiende, trechtervormige uitstulping onder een wolk tijdens een onweersbui.
1721 blog Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /blɔx/ soort openbaar dagboek of column gepubliceerd op het internet.
1722 ergere Werkwoord, Bijvoeglijk naamwoord /ˈɛrɣərə/ aanvoegende wijs van ergeren.
1723 angstaanjagend Zelfstandig naamwoord, Bijvoeglijk naamwoord /ˌɑŋst.aːnˈjaː.ɣənt/ (Zelfstandig naamwoord).
1724 aardappelen Zelfstandig naamwoord meervoud van het zelfstandig naamwoord aardappel.
1725 meldde Werkwoord enkelvoud verleden tijd van melden.
1726 belanden Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /bəˈlɑndə(n)/ ergens komen arriver (aʀive) in de bosjes belanden se retrouver dans les fourrés bij de verkeerde persoon belanden s'êtr…
1727 achterbank Zelfstandig naamwoord /ˈɑx.tərˌbɑŋk/ de bank in het achterste deel van een voertuig.
1728 ra Zelfstandig naamwoord, Tussenwerpsel /raː/ op klassieke dwarsgetuigde zeilschepen: een aan de mast bevestigde, horizontaal draaibare boom waar onder een zeil gezet…
1729 modern Bijvoeglijk naamwoord /moːˈdɛrn/ van deze tijd, volgens de laatste mode.
1730 ondersteboven Zelfstandig naamwoord, Bijwoord (Zelfstandig naamwoord).
1731 stemt Werkwoord /stɛmt/ tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van stemmen.
1732 stammen Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈstɑmə(n)/ Afkomstig zijn (van of uit).
1733 toets Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /tuts/ deel van de hals van zekere snareninstrumenten waartegen een snaar afgeklemd wordt om de toonhoogte van de snaar te vera…
1734 onderaan Bijwoord, Voorzetsel /ˌɔndərˈan/ in een lage of laagste plek binnen of bij.
1735 uitgever Zelfstandig naamwoord /ˈœy̯tˌxeːvər/ een persoon die of bedrijf dat boeken of andere publicaties in omloop brengt.
1736 achtervolgd Werkwoord voltooid deelwoord van achtervolgen.
1737 elite Zelfstandig naamwoord /ˌeːˈli.tə/ kleine, besloten groep van vooraanstaande, bevoorrechte mensen met buitengewone privileges en soms buitengewone kwalific…
1738 bacteriën Zelfstandig naamwoord /bɑkˈteːriən/ meervoud van het zelfstandig naamwoord bacterie.
1739 röntgenfoto Zelfstandig naamwoord /'rɵntʲəˌfoto/ een fotografische opname gemaak met röntgenstraling.
1740 lila Zelfstandig naamwoord, Bijvoeglijk naamwoord /ˈli.laː/ lichte tint van paars.
1741 motie Zelfstandig naamwoord /ˈmoː.(t)si/ een middel waarmee een lid van een vergadering een discussiepunt, dat niet al op de agenda staat, voor kan leggen aan ee…
1742 oorbellen Zelfstandig naamwoord meervoud van het zelfstandig naamwoord oorbel.
1743 remedie Zelfstandig naamwoord /ˌrəˈmeːdi/ iets dat iets anders corrigeert of iets schadelijks wegwerkt.
1744 repeteren Werkwoord /ˌreː.pəˈteː.rə(n)/ een toneel- of muziekstuk bij wijze van proef op- of uitvoeren.
1745 indringers Zelfstandig naamwoord meervoud van het zelfstandig naamwoord indringer.
1746 vergroten Werkwoord /vərˈɣrotə(n)/ groter doen worden.
1747 wildernis Zelfstandig naamwoord /ˈʋɪldərˌnɪs/ een bosachtig gebied dat weinig door de mens geregeld is.
1748 wereldwijd Zelfstandig naamwoord, Bijvoeglijk naamwoord (Zelfstandig naamwoord).
1749 winters Zelfstandig naamwoord, Bijvoeglijk naamwoord /ˈʋɪn.tərs/ meervoud van het zelfstandig naamwoord winter.
1750 diegenen Voornaamwoord als antecedent van een beperkende bijzin die personen.
1751 power Zelfstandig naamwoord, Werkwoord kracht, vermogen, macht.
1752 afgezegd Werkwoord voltooid deelwoord van afzeggen.
1753 postbode Zelfstandig naamwoord /ˈpɔstˌboː.də/ postbeambte die post aan huis bezorgt.
1754 veranda Zelfstandig naamwoord /vəˈrɑn.daː/ uitbouw van een woning die open is of met glas gesloten.
1755 geprogrammeerd Werkwoord voltooid deelwoord van programmeren.
1756 surfen Werkwoord /[ˈsʏr.fə(n)]/ door de golfenergie voortbewogen worden, bijvoorbeeld op surfplanken of met boten, golfsurfen.
1757 server Zelfstandig naamwoord /ˈsʏrvər/ een computer die of computerprogramma dat diensten verleent aan andere programma's.
1758 betreffende Zelfstandig naamwoord, Werkwoord, Bijvoeglijk naamwoord, Voorzetsel /bəˈtrɛfə(n)/ (Zelfstandig naamwoord).
1759 toeslaan Werkwoord /ˈtu.slaːn/ een onverwachte gebeurtenis die plaatsvindt met onprettige gevolgen.
1760 opwarmen Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈɔpˌʋɑr.mə(n)/ (Zelfstandig naamwoord).
1761 formeel Zelfstandig naamwoord, Bijvoeglijk naamwoord, Bijwoord /fɔrˈmeːl/ houten vorm tot steun van metselwerken tijdens de bouw.
1762 publiceren Werkwoord /ˌpy.bliˈseː.rə(n)/ bekend maken aan een doorgaans groot publiek via een bepaald medium.
1763 berichtje Zelfstandig naamwoord verkleinwoord enkelvoud van het zelfstandig naamwoord bericht.
1764 barsten Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈbɑrstə(n)/ meervoud van het zelfstandig naamwoord barst.
1765 lopend Werkwoord, Bijvoeglijk naamwoord /ˈloː.pənt/ onvoltooid deelwoord van lopen.
1766 zonnebril Zelfstandig naamwoord /ˈzɔ.nəˌbrɪl/ een bril met speciale glazen (dikwijls polaroid) om de ogen tegen het zonlicht te beschermen.
1767 rector Zelfstandig naamwoord /ˈrɛk.tɔr/ iemand die de bestuurlijke leiding heeft over een klooster of religieuze instelling.
1768 vaderland Zelfstandig naamwoord /ˈvaː.dərˌlɑnt/ een land waarvan men zich bewoner voelt; land dat iemand als zijn thuis ervaart.
1769 aids Zelfstandig naamwoord /eːts/ een virusziekte waarbij het natuurlijke afweersysteem van het lichaam steeds verder afgebroken wordt.
1770 chanteren Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ʃɑnˈteːrə(n)/ (Zelfstandig naamwoord).
1771 beton Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /bəˈtɔn/ mengsel van water, cement of kalk en grind dat als bouwmateriaal wordt gebruikt béton (betɔ~) mannelijk beton met ijzere…
1772 botsing Zelfstandig naamwoord /ˈbɔt.sɪŋ/ een conflict of ruzie.
1773 vertegenwoordiger Zelfstandig naamwoord /vərˌteː.ɣə(n)ˈʋoːr.də.ɣər/ iemand die als verkoper optreedt voor een bedrijf.
1774 grondgebied Zelfstandig naamwoord /ˈɣrɔnt.xəˌbit/ het gebied waarover een instantie of overheid het beheer heeft.
1775 weerhouden Werkwoord /ˌʋeːrˈɦɑu̯də(n)/ selecteren, laten overblijven, overhouden.
1776 evengoed Bijwoord /ˌeː.və(n)ˈɣut/ al met al.
1777 aanpassingen Zelfstandig naamwoord /ˈampɑsɪŋə(n)/ meervoud van het zelfstandig naamwoord aanpassing.
1778 verslaafde Zelfstandig naamwoord, Werkwoord, Bijvoeglijk naamwoord /vərˈslaːf.də/ iemand die verslaafd is aan iets.
1779 brandwonden Zelfstandig naamwoord meervoud van het zelfstandig naamwoord brandwond.
1780 verkering Zelfstandig naamwoord /vərˈkeː.rɪŋ/ regelmatige omgang met iemand, gewoonlijk om amoureuse beweegredenen.
1781 laf Bijvoeglijk naamwoord /lɑf/ onaangenaam smakeloos, flauw.
1782 roofdieren Zelfstandig naamwoord een orde Carnivora van zoogdieren die zich voornamelijk voeden met vlees en ander dierlijk materiaal Er zijn ruim 279 so…
1783 newton Zelfstandig naamwoord /ˈɲutən/ eenheid van kracht in het SI-stelsel, weergegeven met symbool N.
1784 garnalen Zelfstandig naamwoord een groep Caridea van kleine kreeftachtigen. Een groep met deze naam werd in 1852 voorgesteld door James Dwight Dana. On…
1785 hielen Zelfstandig naamwoord /ˈhilə(n)/ meervoud van het zelfstandig naamwoord hiel.
1786 afwezig Zelfstandig naamwoord, Bijvoeglijk naamwoord /ˌɑfˈʋeː.zəx/ (Zelfstandig naamwoord).
1787 medeplichtig Bijvoeglijk naamwoord /ˌmeː.dəˈplɪx.təx/ bewust bijgedragen hebbend tot een bepaalde wandaad.
1788 gaatje Zelfstandig naamwoord verkleinwoord enkelvoud van het zelfstandig naamwoord gat.
1789 beangstigend Werkwoord, Bijvoeglijk naamwoord /bə'ɑŋstəɣənt/ onvoltooid deelwoord van beangstigen.
1790 verwijten Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /vərˈʋɛi̯.tə(n)/ verantwoordelijk gesteld worden voor een gemaakte fout.
1791 gezoend Werkwoord voltooid deelwoord van zoenen.
1792 priesters Zelfstandig naamwoord meervoud van het zelfstandig naamwoord priester.
1793 ving Werkwoord enkelvoud verleden tijd van vangen.
1794 kostbaar Bijvoeglijk naamwoord /ˈkɔst.baːr/ duur, waardevol.
1795 juf Zelfstandig naamwoord /jʏf/ lerares van een lagere school of peuterklas.
1796 dynamiet Zelfstandig naamwoord /ˌdi.naːˈmit/ springstof waarin nitroglycerine door een poreuze stof (infusoriënaarde) wordt vastgehouden.
1797 uitpakken Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈœy̯tˌpɑ.kə(n)/ (Zelfstandig naamwoord).
1798 forensische Bijvoeglijk naamwoord verbogen vorm van de stellende trap van forensisch.
1799 gedichten Zelfstandig naamwoord meervoud van het zelfstandig naamwoord gedicht.
1800 verontrustend Zelfstandig naamwoord, Werkwoord, Bijvoeglijk naamwoord (Zelfstandig naamwoord).
1801 vasthoudt Werkwoord tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van vasthouden.
1802 bataljon Zelfstandig naamwoord /ˌbatɑlˈjɔn/ een legereenheid die zelfstandig kan opereren en afhankelijk van haar opdracht en niveau van operationaliteit uit 400 to…
1803 fluit Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /flœy̯t/ een wijn/champagneglas met voet, oorspronkelijk uit de 17e eeuw.
1804 suggestie Zelfstandig naamwoord /sʏˈxɛsti/ hetgeen dat voorgesteld wordt.
1805 gekkenwerk Zelfstandig naamwoord een zeer onverstandige handeling.
1806 ellendige Bijvoeglijk naamwoord verbogen vorm van de stellende trap van ellendig.
1807 communisten Zelfstandig naamwoord meervoud van het zelfstandig naamwoord communist.
1808 onschuldigen Zelfstandig naamwoord meervoud van het zelfstandig naamwoord onschuldige.
1809 beken Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈbeːkə(n)/ meervoud van het zelfstandig naamwoord beek.
1810 aangezet Werkwoord, Bijvoeglijk naamwoord /ˈaŋɣəˌzɛt/ voltooid deelwoord van aanzetten.
1811 laad Werkwoord eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van laden.
1812 research Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /riˈsʏːrtʃ/ wetenschappelijk onderzoek.
1813 bevoegdheid Zelfstandig naamwoord /bəˈvuxtˌɦɛi̯t/ het recht tot het uitoefenen van bepaalde handelingen.
1814 cijfer Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈsɛi̯.fər/ een enkelvoudig symbool om een telbaar aantal aan te duiden. Bijvoorbeeld 0 en 7 zijn cijfers, maar 19 niet.
1815 departement Zelfstandig naamwoord /depɑrtə'mɛnt/ bestuurlijk gewest in sommige landen (zoals Frankrijk).
1816 definitie Zelfstandig naamwoord /ˌdeː.fiˈni.(t)si/ begripsafbakening, precieze omschrijving of bepaling van de essentiële aard van iets.
1817 luchtje Zelfstandig naamwoord /ˈlʏxjə/ verkleinwoord enkelvoud van het zelfstandig naamwoord lucht.
1818 meedoet Werkwoord tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van meedoen.
1819 bevelschrift Zelfstandig naamwoord /bə'vɛlsxrɪft/ een schriftelijk bevel.
1820 grijpt Werkwoord tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van grijpen.
1821 somber Werkwoord, Bijvoeglijk naamwoord /ˈsɔmbər/ een neergeslagen stemming veroorzakend.
1822 studeert Werkwoord tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van studeren.
1823 major Zelfstandig naamwoord bedrijf dat door zijn omvang binnen een bedrijfstak toonaangevend is.
1824 klimaat Zelfstandig naamwoord /kliˈmaːt/ de gemiddelde natuurlijke gesteldheid van de lucht en het weer in een gebied op een planeet.
1825 verroer Werkwoord eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van verroeren.
1826 vitale Bijvoeglijk naamwoord verbogen vorm van de stellende trap van vitaal.
1827 inlichtingendienst Zelfstandig naamwoord spionagedienst van een staat.
1828 beloond Werkwoord, Bijvoeglijk naamwoord voltooid deelwoord van belonen.
1829 klassiek Bijvoeglijk naamwoord /klɑˈsik/ van een vroegere bloeiperiode.
1830 hierzo Bijwoord, Tussenwerpsel /ˈɦirˌzoː/ here, over here.
1831 hiervandaan Zelfstandig naamwoord, Bijwoord (Zelfstandig naamwoord).
1832 flik Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /flɪk/ koekje in de vorm van een plat, van boven afgerond schijfje chocola, oorspronkelijk alleen besuikerd.
1833 kwaliteiten Zelfstandig naamwoord meervoud van het zelfstandig naamwoord kwaliteit.
1834 afrekenen Werkwoord /ˈɑfreːkənə(n)/ iets of iemand genoegdoening geven voor geleverde diensten en aangedaan leed zodat men weer met een schone lei kan begin…
1835 aantonen Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈaːntoːnə(n)/ (Zelfstandig naamwoord).
1836 beschreven Werkwoord meervoud verleden tijd van beschrijven.
1837 overlevende Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˌoː.vərˈleː.vən.də/ verbogen vorm van overlevend, het onvoltooid deelwoord van overleven.
1838 boodschapper Zelfstandig naamwoord /ˈboːtˌsxɑ.pər/ iets dat, of iemand die berichten overbrengt naar personen die door de afzender niet rechtstreeks aangesproken kunnen wo…
1839 onsterfelijk Zelfstandig naamwoord, Bijvoeglijk naamwoord /ɔnˈstɛr.fə.lək/ (Zelfstandig naamwoord).
1840 gesticht Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ɣəˈstɪxt/ inrichting voor krankzinnigen.
1841 liefhebben Werkwoord /ˈlifˌɦɛbə(n)/ liefde voelen tot iemand of iets.
1842 vergaan Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /vərˈɣan/ (Zelfstandig naamwoord).
1843 gans Zelfstandig naamwoord, Bijvoeglijk naamwoord, Bijwoord, Lidwoord /ɣɑns/ benaming voor vogels uit de geslachten Anser en Branta, grote, stevig gebouwde watervogels.
1844 tegenaan Zelfstandig naamwoord, Bijwoord /ˌteː.ɣənˈaːn/ into (in collision with).
1845 ontsteking Zelfstandig naamwoord /ˌɔntˈsteː.kɪŋ/ een beschermende reactie van lichaamsweefsel op een schadelijke prikkel, vaak gekenmerkt door een rode, warme, pijnlijke…
1846 buitenwereld Zelfstandig naamwoord /ˈbœy̯.tə(n)ˌʋeː.rəlt/ het deel van de wereld wat je zelf niet zo goed kent en waar je zelf vrij onbekend bent.
1847 argument Zelfstandig naamwoord /ˌɑr.ɣyˈmɛnt/ zinsdeel dat een thematische rol heeft bij een zelfstandig werkwoord in dezelfde zin.
1848 onderwerpen Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈɔn.dərˌʋɛr.pə(n)/ zijn gezag vestigen over iets of iemand, meestal met geweld.
1849 vloeken Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈvlu.kə(n)/ meervoud van het zelfstandig naamwoord vloek.
1850 uitsluiten Zelfstandig naamwoord, Werkwoord (Zelfstandig naamwoord).
1851 cheerleader Zelfstandig naamwoord /ˈtʃirliːdər/ iemand die tijdens een sportwedstrijd aanmoedigt en het publiek vermaakt.
1852 ongewapend Bijvoeglijk naamwoord /ˌɔn.ɣəˈʋaː.pənt/ niet voorzien van bewapening.
1853 matroos Zelfstandig naamwoord /maːˌtroːs/ een zeeman van de laagste rang.
1854 innerlijke Bijvoeglijk naamwoord /ˈɪ.nər.lə.kə/ verbogen vorm van de stellende trap van innerlijk.
1855 lullig Bijvoeglijk naamwoord /ˈlʏləx/ flauw, sullig.
1856 boekhouding Zelfstandig naamwoord /ˈbuk.ɦɑu̯.dɪŋ/ alles wat betrekking heeft op de (financiële) administratie.
1857 gestapt Werkwoord voltooid deelwoord van stappen.
1858 verslaving Zelfstandig naamwoord /vərˈslaː.vɪŋ/ mensen tot dienstbaarheid dwingen door hen het recht te onthouden over hun eigen leven te beslissen.
1859 misleid Werkwoord, Bijvoeglijk naamwoord /mɪsˈlɛit/ eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van misleiden.
1860 talen Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈtaːlə(n)/ ~ naar smachten /verlangen ww naar; meestal in combinatie met een ontkenning.
1861 scheet Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /sxeːt/ gasontlading uit de darm.
1862 essentieel Zelfstandig naamwoord, Bijvoeglijk naamwoord /ɛsɛnˈsjeːl/ (Zelfstandig naamwoord).
1863 heiligheid Zelfstandig naamwoord /ˈɦɛi̯.ləxˌɦɛi̯t/ het heilig zijn.
1864 overgehaald Werkwoord voltooid deelwoord van overhalen.
1865 stoten Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈstoːtə(n)/ met een korte snelle beweging (weg)duwen.
1866 kisten Zelfstandig naamwoord, Werkwoord meervoud van het zelfstandig naamwoord kist.
1867 lazer Werkwoord eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van lazeren.
1868 schitterende Werkwoord, Bijvoeglijk naamwoord verbogen vorm van de stellende trap van schitterend.
1869 kapel Zelfstandig naamwoord, Bijvoeglijk naamwoord /kaːˈpɛl/ Hameau des Pays-Bas situé dans la commune de Heiloo.
1870 clarence Zelfstandig naamwoord /'klɛrəns/ type rijtuigje: een vierwielig rijtuig voor twee of vier personen met een gebogen glazen front.
1871 smelt Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /smɛlt/ bepaald soort zeevis, Hyperoplus lanceolatus, die tot 40 cm lang wordt.
1872 hoopten Werkwoord meervoud verleden tijd van hopen.
1873 interessants Bijvoeglijk naamwoord partitief van de stellende trap van interessant.
1874 eigenschappen Zelfstandig naamwoord meervoud van het zelfstandig naamwoord eigenschap.
1875 gruwelijke Bijvoeglijk naamwoord verbogen vorm van de stellende trap van gruwelijk.
1876 besmettelijk Zelfstandig naamwoord, Bijvoeglijk naamwoord /bəˈsmɛ.tə.lək/ (Zelfstandig naamwoord).
1877 begeleid Werkwoord, Bijvoeglijk naamwoord /bəɣəˈlɛit/ eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van begeleiden.
1878 verraadt Werkwoord tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van verraden.
1879 stormen Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈstɔrmə(n)/ meervoud van het zelfstandig naamwoord storm.
1880 naalden Zelfstandig naamwoord /ˈnaldə(n)/ meervoud van het zelfstandig naamwoord naald.
1881 psychische Bijvoeglijk naamwoord verbogen vorm van de stellende trap van psychisch.
1882 vriezer Zelfstandig naamwoord een toestel bedoeld om voedingsmiddelen in bevroren toestand gebracht, te bewaren.
1883 toost Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /tost/ handeling waarbij een heilwens wordt uitgesproken en meteen bekrachtigd door het samen nuttigen van een slok – meestal a…
1884 verplaats Werkwoord eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van verplaatsen.
1885 decaan Zelfstandig naamwoord /deːˈkaːn/ een docent die een adviserende rol heeft ten aanzien van studiekeuzes.
1886 sprookje Zelfstandig naamwoord /ˈsproːk.jə/ een meestal moraliserend verhaal voor kinderen waarin fantasiewezens en magie een belangrijke rol spelen.
1887 mede Zelfstandig naamwoord, Werkwoord, Bijwoord /ˈmeː.də/ prepositioneel deel van een voornaamwoordelijk bijwoord.
1888 verschenen Werkwoord meervoud verleden tijd van verschijnen.
1889 afronden Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈɑf.rɔn.də(n)/ (Zelfstandig naamwoord).
1890 piek Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /pik/ een muntstuk ter waarde van één gulden (vernoemd naar de muntafbeelding van de Nederlandse Maagd met een lans in haar ha…
1891 hielpen Werkwoord meervoud verleden tijd van helpen.
1892 winnaars Zelfstandig naamwoord meervoud van het zelfstandig naamwoord winnaar.
1893 rem Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /rɛm/ een mechanisme dat iets vertraagt of tot stilstand brengt.
1894 opmaken Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈɔpˌmaːkə(n)/ meervoud van het zelfstandig naamwoord opmaak.
1895 surveillance Zelfstandig naamwoord /ˌsʏrvɛiˈjɑ̃sə/ toezicht houden en de boel in de gaten houden.
1896 twijfelde Werkwoord enkelvoud verleden tijd van twijfelen.
1897 amateur Zelfstandig naamwoord /ˌɑ.maːˈtøːr/ een persoon die iets als hobby doet, niet-beroeps vakman, niet-beroeps sporter.
1898 polsen Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈpɔl.sə(n)/ iemand vragen naar zijn mening, interesse voor iets.
1899 opgeeft Werkwoord tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van opgeven.
1900 geintjes Zelfstandig naamwoord /ˈɣɛincəs/ verkleinwoord meervoud van het zelfstandig naamwoord gein.
1901 back Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /bɛk/ verdediger, achterspeler.
1902 verhuist Werkwoord tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van verhuizen.
1903 tijdverspilling Zelfstandig naamwoord /ˈtɛi̯t.vərˌspɪ.lɪŋ/ het zinloos ergens tijd aan besteden.
1904 accu Zelfstandig naamwoord /ˈɑ.ky/ de geestelijke / lichamelijke reserves van een persoon.
1905 baai Zelfstandig naamwoord /baːi̯/ een landinwaartse uitstulping van een zee of oceaan.
1906 barbie Zelfstandig naamwoord /ˈbɑrbi/ uiterst succesvolle pop die kinderen allerlei kleren kunnen aantrekken.
1907 verminderen Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /vərˈmɪn.də.rə(n)/ (Zelfstandig naamwoord).
1908 veroordeelde Zelfstandig naamwoord, Werkwoord, Bijvoeglijk naamwoord masculine/feminine singular attributive.
1909 bacon Zelfstandig naamwoord /ˈbeːkən/ licht gezouten en gerookt mager spek (met vlees eraan).
1910 beller Zelfstandig naamwoord /ˈbɛ.lər/ de persoon die opbelt.
1911 antwoordt Werkwoord /ˈɑntwort/ tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van antwoorden.
1912 oefeningen Zelfstandig naamwoord meervoud van het zelfstandig naamwoord oefening.
1913 koepel Zelfstandig naamwoord /ˈku.pəl/ een gewelf in de vorm van een halve bol of een halve ellipsoïde.
1914 W Zelfstandig naamwoord, Bijwoord, Uitdrukking /ʋeː/ hoofdletter van de w, de drieëntwintigste letter van het alfabet.
1915 knaap Zelfstandig naamwoord /knaːp/ iets dat groot in zijn soort is.
1916 boterham Zelfstandig naamwoord /ˈboːtərˌɦɑm/ een snee brood als onder [1], met beleg [2].
1917 biecht Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /bixt/ het belijden van de eigen zonden aan een priester, zodat deze de zonden in naam van Jezus vergeeft, en de biechteling me…
1918 schikking Zelfstandig naamwoord /ˈsxɪ.kɪŋ/ beslechting door partijen van hun rechtsgeschil(len) al dan niet door tussenkomst van een derde partij bijv. een mediato…
1919 duwt Werkwoord tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van duwen.
1920 ufo Zelfstandig naamwoord /ˈyfoː/ vliegend voorwerp waarvan de identiteit niet bekend is.
1921 inbreker Zelfstandig naamwoord /ˈɪnˌbreː.kər/ iemand die inbreekt.
1922 vaten Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈvatə(n)/ meervoud van het zelfstandig naamwoord vat.
1923 geschilderd Werkwoord, Bijvoeglijk naamwoord voltooid deelwoord van schilderen.
1924 cruciaal Zelfstandig naamwoord, Bijvoeglijk naamwoord /ˌkry.siˈaːl/ (Zelfstandig naamwoord).
1925 lokaas Zelfstandig naamwoord /ˈlɔkas/ een stukje vlees of vis bedoeld om een dier mee te kunnen vangen.
1926 junkie Zelfstandig naamwoord /ˈdʒʏŋki/ iemand die aan drugsgebruik verslaafd is.
1927 beweerde Werkwoord verbogen vorm van beweerd, voltooid deelwoord van beweren.
1928 fi Zelfstandig naamwoord, Tussenwerpsel /fi/ 21e letter van het Griekse alfabet: hoofdletter Φ, onderkast φ, als klank vergelijkbaar met f.
1929 ruïneren Werkwoord /ˌry.iˈneː.rə(n)/ iemand financieel te gronde richten.
1930 vaccin Zelfstandig naamwoord /vɑkˈsɛn/ uit verzwakte ziekteverwekkers bestaande entstof om afweer op te bouwen.
1931 trouwring Zelfstandig naamwoord /ˈtrɑu̯ˌrɪŋ/ ring als symbool van huwelijkstrouw die de partners bij het afsluiten van een huwelijk bij elkaar aanbrengen.
1932 hemelse Bijvoeglijk naamwoord verbogen vorm van de stellende trap van hemels.
1933 caravan Zelfstandig naamwoord /ˈkɛ.rəˌvɛn/ kampeerwagen, woonwagen, aanhangwagen die kan dienen als woonst.
1934 inspectie Zelfstandig naamwoord /ˌɪnˈspɛk.si/ organisatie die grondige en nauwkeurige controles moet uitvoeren.
1935 lijfwacht Zelfstandig naamwoord /ˈlɛɪfʋɑxt/ de wacht die met de bewaking van een vorst of aanzienlijk persoon belast is.
1936 gate Zelfstandig naamwoord /ɡet/ doorgang op een luchthaven waar de reizigers voor een vertrekkende vlucht het terminalgebouw verlaten of dat na een inko…
1937 prince Zelfstandig naamwoord /ˈprɛ̃sə/ aanhef van de slotstrofe, zoals die traditioneel in een rederijkersgedicht voorkomt.
1938 slopen Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈslopə(n)/ een structuur ontmantelen, afbreken.
1939 geheimpje Zelfstandig naamwoord verkleinwoord enkelvoud van het zelfstandig naamwoord geheim.
1940 voelden Werkwoord /ˈvuldə(n)/ meervoud verleden tijd van voelen.
1941 vermoeiend Werkwoord, Bijvoeglijk naamwoord /vərˈmujənt/ onvoltooid deelwoord van vermoeien.
1942 aardse Zelfstandig naamwoord, Bijvoeglijk naamwoord a male given name, variant of Arnold.
1943 verdoving Zelfstandig naamwoord /vərˈdoː.vɪŋ/ bedwelming door een middel om geen bewustzijn te hebben, volledig of gedeeltelijk.
1944 geconfronteerd Werkwoord voltooid deelwoord van confronteren.
1945 wijven Zelfstandig naamwoord, Werkwoord meervoud van het zelfstandig naamwoord wijf.
1946 langskwam Werkwoord enkelvoud verleden tijd van langskomen.
1947 map Zelfstandig naamwoord /mɑp/ deel van het bestandssysteem, waarin een aantal bestanden op gestructureerde wijze bewaard kunnen worden.
1948 drugsdealer Zelfstandig naamwoord /ˈdrʏksdiːlər/ handelaar in drugs.
1949 auteur Zelfstandig naamwoord /ɑu̯ˈtøːr/ persoon die aan de basis staat van een origineel geschreven werk.
1950 killer Zelfstandig naamwoord, Bijvoeglijk naamwoord onverbogen vorm van de vergrotende trap van kil.
1951 lopende Werkwoord, Bijvoeglijk naamwoord, Voorzetsel /ˈlopəndə/ verbogen vorm van lopend, het onvoltooid deelwoord van lopen.
1952 onbeschoft Bijvoeglijk naamwoord op grove wijze de regels van hoffelijkheid en respect schendend.
1953 erkennen Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ɛrˈkɛnə(n)/ (Zelfstandig naamwoord).
1954 maskers Zelfstandig naamwoord /ˈmɑs.kərs/ meervoud van het zelfstandig naamwoord masker.
1955 vijandig Zelfstandig naamwoord, Bijvoeglijk naamwoord /vɛi̯ˈ(j)ɑndəx/ (Zelfstandig naamwoord).
1956 producer Zelfstandig naamwoord /proːˈdjuː.sər/ iemand die de zakelijke en technische leiding heeft bij het maken van een muziekopname, film, televisieprogramma, theate…
1957 waartoe Bijwoord /ʋar'tu/ betrekkelijk: tot+wat tot+hetwelk:.
1958 meerijden Werkwoord /ˈmeːˌrɛi̯.də(n)/ als passagier in een voertuig vervoerd worden.
1959 eitje Zelfstandig naamwoord, Tussenwerpsel /ˈɛi̯.tjə/ verkleinwoord enkelvoud van het zelfstandig naamwoord ei.
1960 ondergronds Bijvoeglijk naamwoord in de aarde ingegraven, beneden het aardoppervlak, onderaards.
1961 moon Werkwoord eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van moonen.
1962 creëert Werkwoord /kreˈjert/ tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van creëren.
1963 mand Zelfstandig naamwoord /mɑnt/ bak, gemaakt uit vlechtwerk voorzien van een handvat.
1964 berekeningen Zelfstandig naamwoord meervoud van het zelfstandig naamwoord berekening.
1965 erge Bijvoeglijk naamwoord /ˈɛrɣə/ verbogen vorm van de stellende trap van erg.
1966 hospitaal Zelfstandig naamwoord /ˈɦɔs.piˌtaːl/ ziekenhuis, vooral voor militairen.
1967 pikte Werkwoord enkelvoud verleden tijd van pikken.
1968 kijkers Zelfstandig naamwoord meervoud van het zelfstandig naamwoord kijker.
1969 eindeloze Bijvoeglijk naamwoord /ˈɛi̯n.dəˌloːzə/ verbogen vorm van de stellende trap van eindeloos.
1970 kompas Zelfstandig naamwoord /kɔmˈpɑs/ sterrenbeeld zuidelijk van de dierenriem (tussen rechte klimming 8ᵘ26ᵐ en 9ᵘ26ᵐ en tussen declinatie −37° en −17°).
1971 gevangenisstraf Zelfstandig naamwoord /ɣəˈvɑ.ŋə.nɪsˌstrɑf/ een veroordeling waarbij iemand een zekere tijd zijn vrijheid verliest.
1972 dekt Werkwoord tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van dekken.
1973 crazy Bijvoeglijk naamwoord /ˈkrezi/ positief dolenthousiast, dolverliefd.
1974 management Zelfstandig naamwoord /ˈmɛ.nətʃ.mənt/ de activiteit van het besturen van een organisatie.
1975 plakken Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈplɑ.kə(n)/ meervoud van het zelfstandig naamwoord plak.
1976 achterlaat Werkwoord eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van achterlaten.
1977 2e Bijvoeglijk naamwoord /ˈtwedə/ nummer 2 in een rij.
1978 uittrekken Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈœy̯(t)ˌtrɛ.kə(n)/ (Zelfstandig naamwoord).
1979 verzamelt Werkwoord tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van verzamelen.
1980 intuïtie Zelfstandig naamwoord /ˌɪn.tyˈi.(t)si/ direct inzicht zonder nadenken (of waarnemen).
1981 duivelse Bijvoeglijk naamwoord verbogen vorm van de stellende trap van duivels.
1982 trotse Bijvoeglijk naamwoord verbogen vorm van de stellende trap van trots.
1983 koor Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /koːr/ de ruimte van een kerk waar zich het hoofdaltaar bevindt.
1984 verwijt Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /vərˈʋɛi̯t/ uiting waarin je een ander aanrekent dat die verkeerd gehandeld heeft.
1985 country Zelfstandig naamwoord countrymuziek.
1986 verantwoordelijkheden Zelfstandig naamwoord meervoud van het zelfstandig naamwoord verantwoordelijkheid.
1987 flirt Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /flʏːrt/ enkelvoud tegenwoordige tijd van flirten.
1988 boef Zelfstandig naamwoord /buf/ iemand die zich misdadig gedraagt.
1989 maniak Zelfstandig naamwoord /maniˈjɑk/ persoon die ergens (op ziekelijke wijze) helemaal gek van is, een fanaat.
1990 studeer Werkwoord eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van studeren.
1991 vervalst Werkwoord /vərˈvɑlst/ tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van vervalsen.
1992 aankwamen Werkwoord /ˈaŋkwamə(n)/ meervoud verleden tijd van aankomen.
1993 maaltijden Zelfstandig naamwoord, Werkwoord /ˈmaːlˌtɛi̯.də(n)/ meervoud van het zelfstandig naamwoord maaltijd.
1994 meedogenloos Bijvoeglijk naamwoord /ˌmeːˈdoː.ɣə(n).loːs/ zonder medelijden, zonder mededogen.
1995 worp Zelfstandig naamwoord /ʋɔrp/ aantal jonge zoogdieren die tegelijk uit een moeder geboren worden.
1996 enthousiasme Zelfstandig naamwoord /ˌɑn.tuˈʒɑs.mə/ geestdrift, het geheel van iets vervuld zijn.
1997 ongelukkige Bijvoeglijk naamwoord verbogen vorm van de stellende trap van ongelukkig.
1998 zijt Werkwoord /ˈzɛi̯t/ gij-vorm van tegenwoordige tijd van zijn.
1999 verlenen Werkwoord /vərˈleː.nə(n)/ iemand iets ~: iemand begunstigen met iets, iemand iets toestaan.
2000 professional Zelfstandig naamwoord /proˈfɛʃənəl/ een persoon, die beroepsmatig werkzaam is en daarvoor een inkomen ontvangt en een opleiding heeft genoten.
← B2 Level C1 of 6 C2 →

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, CEFR level, and more.

Open Dictionary